Text Size

Starten met een aquarium DEEL 3

Starten met een aquarium
Deel 3 - Inrichting.

Auteurs Johan De Coninck (Aquarianen Gent), Freddy Lievens en Lieven Valcke.

clubblad oktober 2000

1. Verlichting.

De hoeveelheid licht en de duur dat deze lampen moeten aanstaan is afhankelijk van het soort vissen dat men zal houden. Een discusaquarium mag men belange zo sterk niet verlichten als bv. een tanganjika-bak. De duur van de verlichting word meestal gehouden op 10 tot 14 uur omdat dit de normale verlichtingsduur is van de tropen.

De sterkte van het licht wordt zoals eerder vermeld bepaald, door de bevolking en het al dan niet aanwezig zijn van planten.

Het aan- en uitschakelen van de verlichting word het best geregeld door middel van een timer. Zo krijgt men een constante belichtingstijd, wat Uw vissen zeker zullen appreciëren.

TL-lampen:

Deze verlichtingskap zorgt wel voor een voldoende verspreiding waardoor de planten op de voorgrond ook goed zullen gedijen.

Deze lampen worden het meest gebruikt in de aquaristiek. Ze moeten even lang zijn als de bak zelf en moeten de ganse bak verlichten (zie onderstaande tekeningen).

Een verlichtingskap dat niet de breedte omvat, heeft ook geen voldoende lichtverspreiding over het aquarium.

Lengte aqua in cm Lengte lamp in mm Watt
30 212

6

40 288 8
50 438 15
60 517 13
70 590 20
80 720 16
100 895 30
110 970 25
130 1200 40
160 1500 65

 

 

 

 

 

 

 

Niet alle TL-lampen zijn geschikt voor de aquaristiek. In de aquariumspeciaalzaak is er een zeer groot aanbod in diverse kleuren en geuren. Voorbeelden hiervan zijn: Aqua-glo (meer blauw en rood licht), Power-glo (grotere intensiteit), Sun-glo (natuurlijk wit licht), Marine-glo (blauw), Flora-glo (plantengroei), Life-glo (versterkt natuurlijk wit licht) en de meest gebruikte de gro-lux. De soort lamp die u gebruikt, heeft niet zoveel invloed op de groei van de planten. Toch wordt er voor een goede plantengroei een lamp aangeprezen met meer rood en voor de kleuren van de vissen mag het spectrum vooral in het blauwe liggen (geen marine-glo voor zoetwatervissen). De flora-glo heeft een ietsje te veel geel licht dat kan verholpen worden door ze meer naar achteren te plaatsen. Het nut van die kleuren en die glows zullen altijd een discussiepunt blijven. Men moet een beetje aanvoelen wat voor u het beste en het mooiste is.

Voor TL-lampen heeft men een voorschakeling nodig van een ballast en een starter die voor de ontsteking zorgen van de buis. De ballast wordt zeer warm en dit is toch een groot verlies in rendement. Die warmte kan men gebruiken om het aquarium gedeeltelijk bij te warmen. Men plaatst de ballast net onder het aquarium maar zo dat het de glazenbodemplaat niet raakt. Zo bekomt men een beetje het effect van een zeer lichte bodemverwarming.

Spots:

Worden soms gebruikt als bijverlichting en hebben het effect van invallend zonlicht, anders hebben ze geen belangrijk nut.

Verlichtingskap:

Moet zo geconstrueerd zijn zodat het volledige aquarium belicht wordt, dit om de plantengroei overal mogelijk te maken (zie tekening vorige bladzijde)


Een van de beste systemen, maar zeker niet de gemakkelijkste methode, is de constructie van de paraboollichtkap (zie bijlagen). Men krijgt hierbij een zeer hoge lichtopbrengst.

De reflector van lichtkap bepaalt zeer sterk het rendement van de lampen. Gebruikt men bijvoorbeeld witte verf dan krijgt men toch al een aanzienlijk lichtverlies, veel beter is bijvoorbeeld aluminiumfolie.

2. Zuurstofvoorziening.

In een aquarium te veel zuurstof pompen, zal resulteren in kleine luchtbellen die men overal zal aantreffen in uw aquarium. Te weinig opgeloste zuurstof in uw water kunt u het best zien aan uw vissen. Uw vissen zullen zeer kalm zijn en de kieuwvinnen van de vis maken meer dan gewone snelle bewegingen.

Luchtbellen worden niet opgelost in het water. De luchtbellen zorgen voor beweging aan het wateroppervlak waardoor men het wateroppervlak vergroot. Zuurstof wordt opgenomen via het wateroppervlak dus, meer oppervlakte betekent meer zuurstof. Niet alleen op het wateroppervlak moet er beweging zijn, ook in het water moet er een goede watercirculatie zijn om voldoende zuurstof te krijgen. Het hoe, waarmee en waarom van zuurstof wordt in hoofdstuk 2, deel 4 onder de loep genomen.

Luchtpomp:

Het meest gebruikte systeem. Men voert de lucht door middel van een luchtdarm en een luchtsteentje in het aquarium.

Er zijn in de handel 2 types te verkrijgen die allebei als goed te beschouwen zijn. Een eerste en het meest verouderde type is dit met draaiende rotor. Een tweede systeem is deze met het membraan. De meeste nieuwe luchtpompen zijn uitgerust met een membraan.

  1. Uitlaat met een geperforeerde buis:
    Het water wordt via deze geperforeerde buis in het water gespoten zodat er luchtbellen ontstaan. De hoogt van de buis boven het water bepaalt de intensiteit van het aantal luchtbellen. Het nadeel daarbij is dat men 24h per 24h zuurstof bijsteekt, wat niet altijd goed is.

  2. Uitlaat met luchtslang (diffusor):
    Op de uitlaat is er een aansluiting voorzien om een luchtslang aan te sluiten. De lucht mengt zich met het water en wordt zo het aquarium ingespoten. Zelfde nadeel als hierboven vermeld.

De luchtslang moet op het uiteinde boven water liggen en in het aquarium. Indien de uitgang van de uitstromer belemmerd zou geraken (wat niet zo zeldzaam is), dan zal het water via het luchtslangetje weglopen en een hevel zal in werking treden. Het zou zeker niet de eerste keer zijn dat er water ontsnapt via dit slangetje.

Terugslagventiel:

Het gebruik van een terugslagventiel op luchtdarmen is van levensbelang. Als Uw luchtpomp afslaat werkt deze darm als een hevel. Het terugslagventiel laat de lucht door in de ene richting maar niet in de andere. Omdat er geen lucht in de andere richting kan stromen, kan de hevel dus ook niet in werking treden. Zonder terugslagventiel komt er dus water in uw luchtpomp, wat uw luchtpomp niet zal appreciëren. Als men gebruik maakt van een luchtkraantje moet het terugslagventiel na het luchtkraantje geplaatst worden in de richting van de luchtpomp naar het luchtsteentje. Als een kraantje niet volledig is dichtgedraaid, kan er altijd lucht ontsnappen via dat kraantje en ontstaat er toch nog een hevelwerking.

Aanmelden