Text Size

Starten met een aquarium DEEL 17

Starten met een aquarium
Deel 17 - Het verzorgen van planten.
Auteurs Johan De Coninck (Aquarianen Gent), Freddy Lievens en Lieven Valcke.

1. Soorten planten.

* Zuurstofplanten:
Dit zijn planten die meer dan andere zuurstof produceren bij de fotosynthese. Sommige zuurstofplanten halen hun voedsel uitsluitend uit het water zoals bijvoorbeeld hoornblad dat geen wortels heeft. Andere hebben wel een wortelstelsel en halen hun voedsel maar gedeeltelijk uit het water (Waterpest, fonteinkruiden, enz...). Deze planten zijn ideaal om een plantenbak op te starten door hun lage eisen aan de bodemsamenstelling. Het zijn zeer snelle groeiers.

* Waterplanten:
Planten die uitsluitend een submers bestaan kennen (onder water). Deze halen hun voeding wel uit de bodem maar kunnen toch in een niet-voedselrijke bodem aarden. Voorbeeld: Vallisneria,

* Moerasplanten:
Het grotendeels van de in de handel aangeboden aquariumplanten zijn echte moerasplanten. Zij hebben een goede voedselbodem nodig en leven in de natuur tijdens het regenseizoen submers en in het droge seizoen hebben zij een emers (boven water) bestaan. Voorbeelden: Cryptocorynes, Eichornia,...
 
* Epifyten:
Planten die niet op de voedingsbodem groeien maar op stenen en op kienhout. Ze halen wel hun voedsel uit het water maar kunnen niet bij de zuurstofplanten gerekend worden. Het zijn heel decoratieve planten. Voorbeelden: Anubias, Javavaren, Javamos.

* Drijfplanten:
Bij vele aquaria zijn ze onontbeerlijk (bv. Labyrinthen). Hun wortels halen voedsel uit het water waardoor algen minder kans krijgen om te groeien. Men mag als men drijfplanten heeft, niet te fel gaan belichten of de waterspiegel moet enkele centimeters lager staan dan normaal zodat deze planten niet te dicht bij de lampen hangen. Hangen de planten te dicht bij het licht, dan kunnen deze drijfplanten verbranden.

Drijfplanten zorgen voor schaduw en voor gedempt licht. Dit kan soms schadelijk zijn voor uw andere aquariumplanten.
Drijfplanten kunnen enorm uitzetten en moeten dus geregeld uitgedund worden. Sommige van die drijfplanten kunnen een echte pest zijn in het aquarium (bv. eendekroos).
Voorbeelden: Eendekroos, eikebladvaren, sterrekroos,

* Algen:
Algen zijn ook planten (lagere planten), toch meestal ongewenst. Het hoe, wat, waarom, wanneer en waarmee wordt in het vijfde deel van de cursus uit de doeken gedaan. Een iets kunnen we al wel meegeven: de meeste mensen zijn zeer onverdraagzaam tegenover algen. Algen is net zoals andere planten een organisme dat recht heeft op bestaan, ze zijn zo natuurlijk als iedere andere plant en een aquarium zonder alg is net zoals een vrouw zonder..... Zolang algen niet echt storend zijn, moeten ze kunnen in aquarium. Het helpt ook de natuurgetrouwe weergave van uw aquarium in de goede richting.

* Solitaire planten:
Zijn ook moerasplanten of waterplanten die niet in grote getale voorkomen, ze staan alleen in het aquarium. Het is heel belangrijk dat men deze planten niet in het midden van de bak plaatst. Dit heeft een enorme kunstmatige indruk, net zoals bijvoorbeeld bij kienhout en/of stenen). Voorbeelden: Tijgerlotus, Amazonezwaardplant, ...

2. Problemen van een plantenbak.

Vele beginnende liefhebbers hebben problemen met het houden van aquariumplanten. Dit heeft twee grote oorzaken.

1. De meeste denken dat de abiotische factoren alleen belangrijk zijn voor de vissen. Dit is echter een zeer grote misopvatting. Planten vragen evenveel zorg als vissen en verlangen ook goede levensomstandigheid. Ook hier het belang van het evenwichtig uitkiezen van planten vooraleer men met het aquarium begint. Beginnende liefhebbers richten eerst het aquarium in en daarna gaat men naar de handel om hun vissen en planten uit te kiezen.

Men moet het zo zien: planten hebben diverse omstandigheden nodig om te groeien. Zij zijn afhankelijk van de hoeveelheid licht en de soort ervan, van het aanwezige CO2, van de mineralen die in de voedingsbodem bevinden, van de temperatuur, van de watersamenstelling, enz... Een plant groeit altijd gelijk in functie van het minste van die factoren. Dit wil zeggen dat een plant dat niet genoeg licht ontvangt, niet beter zal groeien door meer voeding te geven.

2. Vele planten die in de aquariumspeciaalzaken aangeboden worden zijn geen echte waterplanten maar moerasplanten die submers gekweekt worden, wat wil zeggen boven water. Deze planten worden in de handel ondergedompeld en men neemt ze mee naar huis. Na enige tijd beginnen de planten weg te kwijnen. Men kan dit voorkomen door de planten geleidelijk aan te wennen aan een emers (onder water) bestaan. Dit probleem krijgt men ook niet indien men planten aanschaft bij een vriend-aquariumliefhebber die deze planten reeds geruime tijd heeft en die voor hem te groot geworden zijn, waardoor hij zijn plantenbestand moet snoeien.

3. Voedselkringloop.

In de natuur heeft men een biologisch evenwicht tussen planten en vissen, waardoor er weinig problemen ontstaan. In een aquarium kan men niet van een echte biologisch evenwicht spreken doch moet men er naar streven om dit evenwicht zo goed mogelijk te laten werken. In de natuur zorgen de planten voor voedsel (producenten), dit is mogelijk omdat ze uit niet organische stoffen, voedingsrijke stoffen zoals glucose kunnen maken door middel van de fotosynthese. Planten worden gegeten door insekten of vissen (consumenten) en die insekten of vissen worden dan soms gegeten door andere vissen. Deze vissen produceren dan afval dat afgebroken wordt door bacteriën (reducenten) in bruikbaar materiaal voor de planten. Zo bekomt men een kringloop.

In ons plantenaquarium is deze kringloop niet zo van toepassing omdat we onze vissen zo kiezen dat we geen planteneters in ons aquarium hebben. We moeten er voor zorgen dat onze planten het afval dat onze vissen produceren gebruiken als voedsel en dat de bacteriën het overtollig afval afbreken. De afbraak van overtollig afval door de bacteriën gebeurt in de filter. Het gebruiken van voedsel van de planten uit afgebroken afval van de vissen is misschien wel utopisch. Men kan niet helemaal het afval van de vissen laten afbreken om zo te zorgen voor bemesting van de planten. Men moet de planten bijmesten (punt 6) en overtollig afval moet afgeheveld worden van de bodem, anders krijgt men overmatige begroeiing van algen in het aquarium.

4. Inrichten van een plantenbak.

Normaal plaatst men de klein blijvende planten vooraan in de bak en werkt men hoger naar achteren toe. Zo heeft men optimaal zicht op de planten maar bij het houden van Corydorassoorten moet men wel rekening houden dat deze vissen op de bodem leven, waardoor men open bodemruimten moet vrijhouden. Solitaire planten plaatst men nooit in het midden van het aquarium. Velen maken deze fout wat het aquarium een zeer kunstmatige indruk geeft. Dit geldt immers ook voor kienhout en andere decoratiematerialen.

Planten die men in de handel koopt zijn meestal geplaatst in potjes of hebben een loodje aan de wortels. Men verwijdert beiden om uw planten de mogelijkheid te bieden hun te verankeren in de bodem. Loodjes in het aquarium is een echt vergif die men ten alle prijze moet verwijderen. Planten poot men dus het best direct in de voedingsbodem.

Bij het inpoten van de planten maakt men het kuiltje het best iets dieper. Men poot de plant erin, dekken het kuiltje terug toe en daarna trekt men het plantje ietsjes terug waardoor de wortels naar beneden gericht staan.

5. Het opstarten van een plantenaquarium.

* Zonder voedingsbodem:
We kunnen planten doen groeien zonder gebruik te maken van een voedingsbodem als we een goede kringloop hebben in ons aquarium. Bij een pas opgestart aquarium is dit zeker niet het geval, waardoor men anders te werk moet gaan.
Men begint eerst en vooral zuurstofplanten zoals waterpest, hoornblad, fonteinkruiden, enz... in het aquarium te plaatsen. Men wacht af en men gaat na of deze planten het goed doen. Dan kunnen we de eerste vissen inbrengen, doch in zeer beperkte mate.
Nadat de vissen ingebracht zijn en alles naar wens verloopt, kunnen we het aquarium verder aanplanten met bijvoorbeeld Vallisneria en andere gemakkelijke aquariumplanten. Terug bekijkt men het verloop van deze planten en kunnen er terug meer vissen ingebracht worden.
Is alles nog in orde dan kunnen de moeilijkere planten ingebracht worden zoals gaasplanten, Cryptocorynes. Doen deze het nog altijd goed, dan kunnen de echte waterplanten na verloop van tijd uit het aquarium gehaald worden, indien gewenst.
Dit is een zeer eenvoudige manier van beplanting maar heeft zijn doeltreffendheid toch reeds bewezen.

* Met voedingsbodem:
Over het algemeen worden bakken ingericht met een voedingsbodem van zand of voedingskorrels. Men spreidt dan dit materiaal over de volledige bodem met daarop een laag grind. Dit is zeker geen slechte manier en moeilijkere planten kunnen direct in het aquarium ingepoot worden.

Beter is het om alleen voedingsbodem te leggen waar er planten komen. Zo bespaart men aan materiaal en kunnen de planten voort totdat de kringloop in volle werking is getreden.

6. Bemesting.

Planten zullen het niet blijven goed doen zonder enige bemesting. In de handel zijn er diverse bemestingsmogelijkheden toch moet men heel voorzichtig zijn met bemesting. Overbemesting kan uw planten kapot maken en algenbloei is ook zo een van die verschijnselen van overbemesting.

In veel vakliteratuur wordt er nogal over CO2-bemesting gesproken. Zo'n installatie is heel duur maar heeft ongetwijfeld zijn kwaliteiten bewezen. Toch raden wij dit apparaat niet aan, aan de beginnende liefhebber. Indien zou blijken dat uw planten een CO2-tekort hebben, kan men altijd CO2 toevoegen (meer over CO2 in hoofdstuk 2, deel 3).
IJzerbemesting moet gebruikt worden bij het geel worden van de bovenste bladeren (chlorose). Let wel op de aangegeven dosis! Het geel worden van de onderste bladeren is te wijten aan een tekort aan magnesium. Het afsterven van de bladtoppen en -randen noemt men nercose wat wil zeggen een tekort aan fosfor. Fosfor zorgt ook voor de bloei van de planten.

7. Tips voor het behoud van de planten.

* Nieuw aangekochte planten moeten steeds goed gespoeld worden. Planten die in serres gekweekt zijn, worden meestal gesproeid tegen ongedierte zoals bladluizen.
* Afgeknakte takken en bladeren worden direct verwijderd omdat deze meestal rotten wat in een pas opgestarte bak voor algenbloei kan zorgen.
* Toppen die we krijgen van aquariumliefhebbers maken we onderaan aan de bladstengels bladvrij (liefst tot aan de tweede knop) vooraleer ze in de bodem te drukken.
* Plaats in het begin de planten niet te dicht bij elkaar. Om planten te doen groeien moeten we er voor zorgen dat er genoeg licht aan de bodem kan. Als ze te dicht aaneen geplant worden zal de plant zichzelf niet kunnen voorzien van voedsel.
* Laat de planten zo veel mogelijk met rust, verplant ze niet te veel. Enkel het toppen van planten kan men regelmatig doen indien de planten te snel groeien. Smijt deze toppen niet weg, u kan er een bevriende aquariaan een groot plezier mee doen.

Aanmelden