Text Size

Aquarium houden, stap voor stap DEEL 3

Aquariumhouden, stap voor stap
Deel 3

door Romain Van Lysebettens, clubblad, extra dossier.

Het biotoopaquarium

De snelle evolutie in de ontwikkeling van onze hobby, zorgde er voor dat steeds meer liefhebbers geneigd zijn om zich uit de brede waaier van mogelijkheden, toe te spitsen tot het houden van welbepaalde soorten en het uitbouwen van een goed leefbaar milieu voor die soorten. De aquariumverenigingen dragen zeker hun steentje bij en moedigen hun leden aan tot het verwezenlijken van een BIOTOOPAQUARIUM, of noem ik het een SPECIAALAQUARIUM? Ik kan dit slechts toejuichen! Toch wil ik hier het GEZELSCHAPSAQUARIUM niet vergeten, daar dit in de aquaristiek een zeer nuttige betekenis heeft, namelijk het doorgroeien naar... Maar goed, het onderwerp van deel drie mogen we niet uit het oog verliezen.

1. BIOTOOP, wat bedoelen we daar mee?

We kunnen het omschrijven als een goed afgebakend woongebied waarin een levensgemeenschap van planten en dieren, in dit geval de vissen, voorkomen. Hierbij is de milieustructuur van dat welbepaald biotoop van zeer groot belang op de samenstelling van de levensgemeenschap. We weten dat, indien het voedselaanbod, ruimte, zuurstof... in 1 woord de levensvoorwaarden optimaal zijn, het aanbod van de soorten groot kan zijn. Het omgekeerde kan ook voorkomen en we spreken dan van een verarmd ecosysteem, zoals bijvoorbeeld een BRAKWATERBIOTOOP!

2. Nader bekeken, WAAR beginnen we mee?

We zetten eens alles op een rij. Eerst en vooral gaan we ons goed informeren. Dat kan enerzijds gebeuren via bestaande lectuur en anderzijds door liefhebbers te raadplegen, waarbij lid zijn van een aquariumvereniging de aangewezen keuze blijkt! Wat behelst nu deze informatie?

A) We doen opzoekingen naar:

  • het klimaat en de temperatuur
  • de waterwaarden en de kwaliteit
  • het aanbod aan voedseldieren
  • het voorkomen in stromend of stilstaand water
  • het gedrag : vreedzaam - agressief
  • de leefgewoonten : schoolvorming - enkeling
  • de bodemstructuur
  • het plantenbestand

Samenvattend: hou rekening met de omstandigheden in de natuur. Wat ook nogal vrij vlug verwaarloost wordt, zijn:

B) De technische middelen, of: ben ik wel in staat met, de in mijn bezit zijnde, hulpmiddelen het geheel te benaderen?

  • WATER: kan ik dit manipuleren om het leefmilieu min of meer te benaderen, of moet ik me houden aan de normen van het leidingwater.
  • FILTERING: kan ik beschikken over voldoende filtercapaciteit, daarbij denkend aan een sterk bevolkte bak!
  • VERLICHTING: hoeveel uren kan/wil ik belichten? Kan ik een belichtingspatroon door middel van een schakelklok aanbrengen. Kan ik mijn lampen dimmen, zodat de schichtigheid van de aquariumbewonners kan vermeden worden.

Het hoort er ook bij beste lezer, het is zomaar niet het volgende recept: "Men neemt een bak, giet er water en wat vissen bij en roert alles eens flink door elkaar"! Men moet zoiets serieus overwegen en de gevolgen ervan aankunnen. Maar kom, laten we eventjes een kijkje gaan nemen in een paar biotopen. Ze allemaal neerpennen is onbegonnen werk, daarom hou ik me aan een globale voorstelling ervan, de volgende schrijvers van deze artikelreeks zullen meer de details gaan bekijken.

A. HET REGENWOUD-BIOTOOP.

Hierbij mogen we niet alleen denken aan Zuid-Amerika maar ook aan Afrika en Azië«. Zeer vele vissoorten voelen zich daar thuis; labyrinthvissen, zalmpjes, barbelen, meervallen, tandkarpers en uiteraard cichliden. We moeten hier nochtans rekening houden met een paar niet te verwaarlozen natuurlijke omstandigheden. Laten we bijvoorbeeld van de veronderstelling uitgaan dat ons doel het bereiken is van een BEEKAQUARIUM. Dan moeten we trachten als het ware een copie te creëren van een langzaam stromende oerwoudbeek, met zacht zuur water. De temperatuurschommelingen bedragen minder dan 3 graden Celsius, zowel overdag als 's nachts. Zorg ook voor gedempt licht, dat kan bereikt worden door dichte schaduwen te construeren. Veelal hebben deze beekjes een bodem van fijn zand samen met helder water of "witwater". Zo'n 6,3 Ph gemeten bij 27 graden Celsius is O.K.
Anders ligt het als we het idee opvatten om een REGENWOUDPOEL te imiteren. Zulke poelen zijn nogal ondiep en op de bodem vinden we modder en afgestorven bladresten. We bevinden ons in het gebied van de "zwartwater"-biotopen, 4,3 pH gemiddeld. De watertemperatuur is constant 28 graden Celsius, zowel aan het wateroppervlak als op de bodem.
Als decoratiemateriaal denken we in de eerste plaats voor beide speciaalaquaria aan KIENHOUT en dit kunnen we vinden in veengronden waar deze al enkele honderden jaren zaten te wachten op veenafgraving. Ik verwijs hierbij naar de kienhoutexpeditie van Dirk, Geert en Ivan, beschreven enkele tijdschriften terug. Ideaal materiaal dat na een grondige reinigingsbeurt en enige weken uitwateren klaar is voor gebruik! Tevens kunnen we ook gebruik maken van kalkvrij gesteente (zeker geen maansteen gebruiken!) om wat holen en terrassen te maken.

B. DE MEERBIOTOPEN

Automatisch zullen jullie aan de twee grote Afrikaanse slenkmeren denken, namelijk: het Malawi-en het Tanganyikameer. Er is echter meer. De laatste tijd krijgen we voldoende importen uit het Victoriameer (Afrika), alsook het Nicaragua-en Managuameer (Midden-Amerika), te zien! De keuze ligt dus volledig in uw handen. Laat me toe hier de twee meest gekende meren te bespreken, ze behoren beide tot het Afrikaanse rifsysteem waarvan blijkt dat er nergens op deze aarde iets vergelijkbaars bestaat. Deze riffen (= een soort trog) zijn ontstaan als gevolg van natuurlijke breuken in de aardkorst. Beide binnenzeeën behoren tot de grootste, en het Tanganjikameer tot de diepste ter wereld. Daar ze dus tot hetzelfde systeem behoren, blijken er overeenkomstige zones in te bestaan, die wij dan naar eigen interesse kunnen proberen na te bootsen:

  • De Rotskusten: steenformatie's, sterk met algen begroeid.
  • Zandige kusten: zandige bodem met wat open plekken voorzien van Vallisneriavelden.
  • Overgangsgebieden tussen rotsen en zandkusten: wat alleenstaande rotsen op een zandige bodem met wat begroeiing van Vallisneria.
  • De lagunes: ondiepe gebieden met een tamelijk vuile (afval) zandbodem. Langs de oever vindt men een dichte begroeiing van riet en in het water zelf verschillende Nymphaea-soorten.

C. HET RIVIERBIOTOOP

Rivierbiotopen kunnen sterk verschillen van karakter.

Zandgebieden wisselen af met beplante zones en we vinden er ook gebieden waar o.a. afgestorven organisch materiaal in dikke lagen op de bodem ligt, zodat het water hierdoor aangezuurd wordt. Plaatsen die dichter bij de kust liggen worden regelmatig door de terugkerende vloed voorzien van zoutconcentratie's. We kunnen hierbij ook vermelden dat er temperatuurschommelingen optreden en in extreme gevallen (dag/nacht) verschillen gemeten werden van 27 graden Celius. Ik wil hier uw aandacht vestigen dat dit GEEN drukfout is!!!

Het water zelf is niet zo doorzichtig daar de bodem veelal voorzien is van zand en afgezet sediment dat bijna voortdurend opdwarrelt door de waterbeweging. Ik wil hier aantonen dat we in dit biotoop met vissen te maken hebben die een groot aanpassingsvermogen hebben! Het is ook aan te raden deze vissen een betrekkelijk groot territorium te laten uitbouwen. Dit moet voorzien zijn van enkele holen en nogal veel schaduwrijke plaatsen. Planten mogen gerust aangebracht worden, liefst soorten die goed gedijen in stromend water. Stroming (= waterbeweging) moet er zeker zijn en is niet te verwaarlozen, kijk maar eens naar Phenacogrammus interruptus (Kongozalm), die tegen de stroming in zwemmen bij het toedienen van vers water.

D. HET BRAKWATERBIOTOOP

Een zeer interessant biotoop, maar niet zo heel veel liefhebbers zijn geneigd er een in te richten, nochtans... moet ik hier vermelden, beste leden, dat we hier echt te doen hebben met een typisch biotoopaquarium, ook wel eens Mangrove-aquarium genoemd. Waar bevindt zich nu brakwater? Overal waar rivieren in de zee uitmonden. Het is een karakteristiek gebied, dat afwisselend droogvalt en dan terug weer onderloopt. Kenmerkend hierbij is het wisselend zoutgehalte. Onder water is er geen leven van hogere planten mogelijk, de vegetatie bestaat hoofdzakelijk uit het Mangrovebos (Rhizophora). Deze wortelstructuur boort zich in de zachte modderbodem en de bladgroei begint pas op 3 tot 4 m hoogte. Deze bizarre worteling bezorgt aan vele vissen schuil-en leefruimtes.

Tot zover mijn bijdrage tot deze boeiende reeks. Wanneer er bij het lezen van deze tekst een idee bij jullie rijpt, dan ben ik geslaagd in mijn opzet en dat hoop ik van harte. Het welzijn van onze vissen komt hierbij steeds op de eerste plaats. Blijf STAP VOOR STAP volgen..!

Aanmelden