Text Size

Starten met een aquarium DEEL 14

Starten met een aquarium
Deel 14 - Watersamenstelling
Auteurs Johan De Coninck (Aquarianen Gent), Freddy Lievens en Lieven Valcke.

Watersamenstelling, een onderwerp die heel wat aquarianen uit de weg gaan!
Nochtans een zeer belangrijk item die we hier even gaan belichten.


1. Zuurgraad - pH.

De zuurgraad, uitgedrukt in pH, is een waarde die staat voor het gehalte aan zuren en basen. De pH-waarde hangt vooral af van de verhouding kooldioxide tegenover de KH. Daarbij spelen echter ook andere scheikundige stoffen een rol (vb. Humuszuren).

Voor de meeste aquariumvissen is zwak zuur water (pH tussen 6 en 6,9) het meest geschikt. Het pH-bereik dat in de aquaristiek een rol speelt, ligt meestal tussen de 4,5 en 9 en wordt als volgt uitgedrukt:

<6 Sterk zuur
6 tot 6,9 zuur
7 neutraal
7,1 tot 8 alkalisch (zwak basisch)
8 tot 9 sterk alkalisch

 

 

 

 

Indien de pH te hoog is (alkalisch) voor uw bepaalde vissen, dan zullen de vissen de productie van de slijmhuid verhogen om zich daartegen te beschermen. Dit is echter niet van lange duur wat tot gevolg heeft dat de huid en kieuwen beschadigd worden = loogziekte. De vissen verzwakken wat de kans op andere ziekten sterk verhoogd. Een te lage pH geeft zowat de zelfde symptonen als dit van loogziekte (in plaats van slijmhuid te produceren zal de slijmhuid afgebroken worden), men spreekt in dit geval van de zuurziekte. Daarom is het nuttig vissen te kiezen uit de zelfde wateren. Men kan de pH aanpassen naar de wens van elke vis, waarvoor men een aquarium wil opstarten.

In de handel worden diverse regentia en apparaten voor pH-metingen aangeboden. Meetstaafjes en vloeibare indicatoren die door kleurverschuiving een pH-waarde aangeven, maar ook door continu-indicatoren die men in het aquarium bevestigt. Een zeer preciese meting kan gebeuren door middel van een electronische pH-meter, doch deze zijn erg duur in aankoop.

Bij een pas ingerichte bak doet men er goed aan om regelmatig de pH te controleren tot deze gestabiliseerd is; ook bij eigenaardig gedrag van vissen en planten is het beter om eens uw water te testen om te zien of alles in orde is. De pH is veranderlijk gedurende de dag- en nachtperiode en daarom moet je steeds op het zelfde uur uw metingen doen. Dit veranderen van de pH gedurende deze beide perioden heeft alles te maken met de assimilatie van de planten. Dit komt omdat planten 's nachts koolzuur afgeven, wat de pH zal doen dalen. Overdag geven planten zuurstof af waardoor de pH zal stijgen.

De pH kan beïnvloed worden enerzijds door middel van het filteren over turf om hem te doen dalen of anderzijds met koraalzand in de biologische filter om de pH te doen stijgen afhankelijk van het soort water dat men gebruikt Het doen dalen van de pH door middel van turf gaat heel wat moeilijker indien men dit probeert met leidingwater; dit omdat leidingwater sterk gebufferd wordt.

Een gebufferde pH wil zeggen dat zuren en basen aan het water kunnen toegevoegd worden zonder dat de pH veel verandert, hij blijft dus meer stabiel. Indien de KH lager is dan twee (en bij constante filtering over turf is die nul) en het koolzuurgehalte stijgt (door de assimilitaie van de aquariumplanten 's nachts) dan wordt de pH niet meer gebufferd. Wat dus wil zeggen dat de pH kan schommelen zonder daar controle over te hebben. Zulke sterke schommelingen kunnen schadelijk zijn voor dier en plant.

Een lage pH heeft het voordeel dat de oplosbaarheid van de voedingstoffen worden bevorderd.

2. Totale hardheid & carbonaathardheid - GH & KH.

De hardheid van water is afhankelijk van het gehalte aan opgeloste zouten. Daartoe behoren vooral carbonaten en bicarbonaten. Beschouwt men alleen deze stoffen dan spreekt men van carbonaathardheid (KH), ook wel tijdelijke hardheid genoemd. Men doet er goed aan bijzondere aandacht aan deze grootheid te schenken, daar beiden de zuurtegraad beïnvloeden zo evenals het gehalte aan kooldioxide. Hoe dit precies in elkaar zit, leest u verder. De carbonaathardheid wordt opgegeven in °dKH.
Ook andere zouten dragen bij tot de hardheid (bv. Sulfaten), men spreekt dan van de niet-carbonaathardheid of blijvende hardheid. In het aquarium speelt deze een minder belangrijke rol.

De totale hardheid is onder normale omstandigheden gelijk aan de som van de carbonaatherdheid en de niet-carbonaathardheid. Deze grootheid wordt ook opgegeven in Duitse graden maar dan °dGH = °DH.

De hardheden van water worden meestal op de volgende wijze omschreven:

Zeer zacht tot 4 °DH
Zacht 4 tot 8 ° DH
Middelhard 8 tot 12 ° DH
Hard 12 tot 18 ° DH

Zeer hard

18° DH

 

 

 

 

 

De meeste aquariunivissen leven in zacht tot matig hard water. De beste groeiomstandigheden voor planten bereikt men bij een carbonaathardheid tussen de 4 en 8 °dKH. In de handel bestaan vloeibare regentia waarmee men de KH en de GH kan meten. De waarden kan men aanpassen door menging van verschillende soorten water of door het filteren over turf tot de gewenste waarden bereikt worden.

3. Nitriet - N02.

Desondanks alle goede voorbereidingen kan het gebeuren dat er giftige stoffen opgelost worden in het water die zeer schadelijk kunnen zijn voor uw vissen. Nitriet is 1 van de meest voorkomende giftige stoffen in het aquarium.
Het is net zoals zijn minder giftige broer, het nitraat, een gevolg van een tekortschietend filtersysteem. Het overaanbod van afvalstoffen (misschien door overbezetting van het visbestand) wordt niet voldoende afgebroken door de bacteriën waardoor nitriet kan gevormd worden. Het is ook daarom dat men enkele weken moet wachten om vissen te importeren in een pas opgestart aquarium. In zo'n aquarium is het bacteriënbestand nog niet op peil, maar uw vissen zullen daarom niet wachten om afval te produceren wat resulteert in het vormen van nitriet, wat dan op zijn beurt een massale vissterfte tot gevolg heeft.

4. Nitraat - N03.

Nitraten zijn zouten die ontstaan bij de afbraak van organische afvalstoffen in het aquarium. Helaas is, vooral in plattelandsgeieden, het leidingwater sterk bevuild met nitraten, zodat men ook bij optimale verzorging van de bak steeds betrekkelijk hoger nitraatwaarden meet. Zeker bij het opstarten van de bak heeft men last hebben van nitraten wat veelal te zien is door de groei van blauwe algen. Na het goed draaien van de biologische filter en nadat de planten beginnen te groeien, zouden de nitraten tot een verantwoord peil moeten dalen. In een bak waar geen planten groeien kan het gebeuren dat men last heeft om het biologisch evenwicht te bereiken. Men kan dit verhelpen door het inbrengen van zeer snel groeiende water- en zuurstofplanten. Deze nemen heel wat nitraat op waardoor uw bak kan gevrijwaard blijven van die gevreesde blauwe algen. Ook drijfplanten zoals eendekroos of Azolla zijn zeer goede nitraatverbruikers.

5. Geleidbaarheid - mS.

De hardheid van het water hangt ook samen met de geleidbaarheid voor electrische stroom. Deze is een maat voor het aantal geladen ionen in het water. De geleidbaarheid kan worden gemeten met een geleidbaarheidsmeter en wordt uitgedrukt in microsiemens µS Daar de geleidbaarheid geen precies inzicht van hardheid (carbonaathardheid of niet-carbonaathardheid) geeft deze weinig waarde voor de beginnende aquariumliefhebber. Bij de kweek van discussen bijvoorbeeld speelt deze waarde wel een rol.

6. Kooldioxide - C02.

Kooldioxide is naast zuurstof het tweede gas dat in toerijkende hoeveelheden in het water voorhanden moet zijn, wil men een goede plantengroei bereiken. Opgelost in water, wordt het voor een deel omgezet in koolzuur. Kooldioxide is een belangrijke voedingstof voor aquariumplanten, het ontbreken ervan geeft verkommerde planten. Hoe hoger de KH is, des te minder C02 in het water beschikbaar is en des te hoger helaas ook de pH wordt. Kalkranden aan bladeren van planten zijn een duidelijk teken dat er gebrek aan koolzuur heerst. Verbetering bereikt men door koolzuurbemesting of door verlaging van de KH.

C02-bernesting kan op verschillende manieren gebeuren. U kunt constant C02 toevoegen met dure installaties of u kunt dit doen door middel van doseringen.

7. Ammoniak & ammonium - NH3 & NH4+.

Ammoniak is een giftige stof die ontstaat bij de rotting van dierlijke en plantaardige stoffen in het organisch afval. Ammoniak (NH3) verkeert in chemisch evenwicht met zijn broertje, het aanzienlijk minder giftige ammonium (NH4+). Hoe lager de pH van het water, hoe meer het gevaarlijke ammoniak wordt omgezet in het minder giftige (zo'n 100 keer minder giftig) ammonium In zuur water is vrijwel alle ammoniak omgezet in ammonium.

Tijdens het verversen van een deel van het aquariumwater kan de pH plotseling boven de het neutrale stijgen. Indien het water sterk belast is door een te dichte visbezetting of door een tekortschiettende filtersysteem, wordt het onschuldige ammonium dan ook omgezet in ammoniak. Dat kan zich uiten in vergiftigingsverschijnselen bij de vissen wat heftige ademhaling kan te weeg brengen en de vissen zullen net onder de wateroppervlakte vertoeven (deze verschijnselen lijken veel op die van zuurstofgebrek). Een te hoog gehalte aan ammoniak kan men behelpen door voorzichtig verversen van het grootste deel van het aquariumwater (met tussenpozen), ter verdunning van het gif.

Ook brengt men dan voorzichtig de pH een ietsjes onder 7.

8. Zuurstof - 02.

Voor vissen en waterplanten is zuurstof even belangrijk als voor het leven op het land. De aquariumhouder dient twee eigenschappen van zuurstof goed te kennen en in de gaten te houden:

  1. Hoe hoger de watertemperatuur, des te minder zuurstof in het water opgelost is.

  2. Planten leveren onder invloed van licht meer zuurstof (fotosynthese) dan ze voor de ademhaling nodig hebben. 's Nachts veranderen planten echter van zuurstofieveranciers naar zuurstofverbruikers. Vissen verbruiken zuurstof en bovendien produceren ze afvalstoffen die door bacteriën moeten worden afgebroken. Ook dit afbraakproces neemt zuurstof weg (aërobe bacteriên). Een overbezetting van vissen of te overdadig voeren zijn daarom nadelig voor het zuurstofaanbod.

9. Andere giftige stoffen.

Behalve N02 en NH3 kunnen er nog veel andere giftige stoffen in het water aanwezig zijn. De meeste zijn niet het gevolg van het ecosysteem van de bak zelf maar, door het misplaatsen van bijvoorbeeld metaalsoorten in de vissendoos. We geven u een korte samenvatting:

* Aluminium: giftig in zacht water.

* Lood: giftig (verwijder daarom de loodjes aan de voeten van de pas aangekochte planten).

* Ijzer: in zacht en zuur water dat veel koolzuur bevat, zeer giftig.

* Vertind ijzer of koper:zwak giftig.

* Koper: afhankelijk van de watersamenstelling, giftig tot zeer giftig.

* Zink :zeer giftig.

* Tin: zwak giftig.

* Messing: giftig.

* Chloor: giftig.

* Insecticiden: zeer giftig, dat ook via de lucht (door middel van een luchtpomp)aan het water toegevoegd kan worden.

* Verfstoffen en lijmen:afhankelijk van de watersamenstelling, zwak tot zeer giftig.

Wordt vervolgd.

Aanmelden