Text Size

Starten met een aquarium DEEL 13

Starten met een aquarium
Deel 13: Filtering.
Auteurs Johan De Coninck (Aquarianen Gent), Freddy Lievens en Lieven Valcke.


1. Mechanische filtering.
Elk aquarium heeft vroeg of laat te maken met zweefvuil. Om dit zweefvuil uit het water te verwijderen maakt men gebruik van mechanische filtering. Stofdeeltjes worden hier tegengehouden. Het filtergedeelte wordt na afloop van enkele weken ontdaan van het vuil zodat deze filter niet verzadigd geraakt. Het mechanische gedeelte is het enige gedeelte van de filter dat frequent mag gereinigd worden, dit omdat hier de kweek van bacteriën veel minder uitgesproken is (zie biologische filtering).


2. Biologische filtering.
In het biologisch gedeelte van de filter is het de bedoeling dat we bacteriën kweken. Die bacteriën breken dan de afvalstoffen af zoals ammoniak en nitriet (zie hoofdstuk 2), wat dodelijk kan zijn voor uw vissen of zeer goed kan zijn voor de algen. Er worden twee soorten bacteriën gekweekt in de biologische filtering, nl. a¨zrobe en anaërobe bacteriën. De aërobe bacteriën zijn bacteriën die in zuurstofrijk water gedijen, ze verbruiken dus ook zuurstof. Om deze te kweken hebben we filtermateriaal nodig waarop de bacteriën zich kunnen afzetten.
Om goede bacteriën te kweken moet men er voor zorgen dat het water, dat in de filter komt, zuurstofrijk is. Daarom wordt er meestal een droogfilter in combinatie met een biologische filter gebouwd, dat het water verrijkt met zuurstof (zie punt 5). Het is ook daarom dat in een gesloten systeem met een mechanische potfilter de kweek van bacteriën heel miniem is.
Om de bacteriên van zuurstof te voorzien mag men het filtermateriaal niet hoger dan 15 cm opstapelen. Dieper is de meeste zuurstof al verbruikt waardoor daar (bijna) geen bacteriën zullen kweken. Zelfs een opstapeling van 5 cm is reeds voldoende om voldoende
bacteriën te kweken.
Er wordt steeds geopteerd voor poreus filtermateriaal. Bij het kiezen van het materiaal moet men wel rekening houden dat deze neutraal is op de watersamenstelling.
Het biologische gedeelte van de filter hoeft praktisch nooit gereinigd te worden. Doordat eerst mechanisch wordt gefilterd komt er in feite bijna geen vuil in het biologisch compartiment. Na lang gebruik kan het soms nodig blijken dat ook dit gedeelte eens gekuist moet worden. Men spoelt dan het filtermateriaal met aquariumwater zonder het in feite te kuisen, dit om de micro-organismen niet te storen. Het volledig verwijderen van deze micro-organismen zou een ramp kunnen betekenen voor het afbraakproces. Bij verzadiging van uw filtermateriaal mag een deel vervangen worden.
Een filtersysteem met een biologische werking mag in principe nooit stil gelegd worden. Dit omdat anders de aërobe
bacteriën zullen afsterven door zuurstofgebrek en bij het terug in werking stellen van de filter, spoelen de dode bacteriën in het aquarium met als gevolg dat deze bacterin zullen rotten wat resulteert in een sterke waterverontreiniging. Mocht de filter door een elektrische panne toch een tijdlang uitgeschakeld zijn, dan moeten enkele maatregelingen genomen worden.
A) minder dan 12 uur: dan is er nog niet echt een probleem. Men kan alles terug inschakelen.
B) meer dan 12 uur uit: dan is het kwaad reeds geschied en moet men het filter uitkuisen vooraleer aan te schakelen. Men start dan de filter terug opnieuw op. Bij langdurige onderbreking van de elektriciteit zal ook de watertemperatuur sterk gedaald zijn. Men schakelt ook de verwarming terug in, toch niet op volledige temperatuur. Uw water zou te snel opwarmen wat dodelijk kan zijn voor uw vissen. Men doet dit in stappen.
Enkel bij het voederen, indien dit nodig zou zijn, mag men gedurende enkele minuutjes de filter stilleggen.

3. Chemische filtering.
Bij de chemische filtering worden bepaalde stoffen onttrokken uit het water. Het is daarom dat men dit gedeelte van de filter moet verwijderen, indien men medicijnen toevoegt aan het water.

Binnenfilters.

  • Een binnenfilter zelf bouwen:
    Het principe is als volgt: Door de beweging van de luchtbellen wordt er water meegetrokken in de richting van de luchtbellen. Doordat er water meegetrokken wordt, moet er ook water aangetrokken worden. Het water kan alleen via het filtermateriaal toekomen waardoor het water gefilterd wordt. Dit kan zowel 1 als 3 filtersystemen bevatten. Het grootste nadeel van zo'n filter is dat hij zeer goed opvalt doordat hij moeilijk te verbergen is. Het is vanzelfsprekend dat zo'n systeem alleen geschikt is voor kleine aquaria met een klein visbestand. Zo'n filter is gemakkelijk zelf te maken door een omgekeerde trechter geperforeerd met gaten, in een bakje te plaatsen. Het luchtsteentje wordt in de trechter geplaatst.
  • Binnenfilters met motor:
    Binnenfilter
    Deze binnenfilters worden ook gebruikt voor kleinere aquariums, doch kunnen een bakje van 100 liter goed aan (mits een niet te groot visbestand). Hetzelfde nadeel zoals hierboven. Er bestaan op de markt reeds verschillende types die verschillen van merk tot merk. Het voordeel tegenover het hiervoor beschreven type is dat deze werkt met een circulatiepomp wat goed is voor de zuurstoftoevoer in het bakje.
  • Bioblok:
    De meeste, nieuw aangekochte aquaria zijn uitgevoerd met zo'n bioblok. Ook hier weer mogelijkheid voor de drie filtersystemen. Het voordeel van zo'n bioblok is wel dat ze heel goed camoufleerbaar zijn. Ze zijn geplaatst op de achterwand of op de zijwand. Enkel met de aankoop van een klein dompelpomp kan deze filter in werking worden gesteld. Een bijkomend voordeel en zeker niet te onderschatten is dat men hier de verwarming in de blok kan plaatsen zodat deze niet meer zichtbaar is voor het oog. Het grote nadeel van deze filter is dat de filterinhoud zeer beperkt is. Voor zwaar belast water zou dit systeem te kort kunnen schieten, zeker voor het houden van cichliden komen zulke filters te kort.
  • Bodemfilter:
    Wordt praktisch niet meer gebruikt en heeft meer nadelen dan voordelen De bodemfilter wordt net zoals de bodemverwarming onder de bodembedekking geplaatst wat het nadeel heeft dat men bij defecten het aquarium volledig moet ledigen. Ze durven nogal rap dichtslibben en kunnen alleen gebruikt worden indien er grof grind op de bodem ligt. Het grote voordeel van zo'n filter is toch dat de ganse bodem een broedplaats is voor
    bacteriën.
  • Oxydator:
    Een oxydator is een chemische filter dat behalve filteren het water verrijkt met zuurstof. Het is wel een zeer efficiënte filter dat in het tweede compartiment van de biologische filter geplaatst wordt omdat zich daar de meeste schadelijke stoffen bevinden. Men mag hem echter niet in het eerste compartiment plaatsen omdat dan de filter verstopt kan geraken door het aanwezige zweefvuil. Deze filter wordt dus in een filter geplaatst of zo maar op de bodem in het aquarium zoals bijvoorbeeld in kweekbakken.

Buitenfilters.

Bij het uitkuisen van de filter sluit men eerst de uitgang van de filter af en pas daarna de ingang, zodat de filter niet droog komt te staan.

  • Mechanische potfilter:
    Vroeger meer, nu minder gebruikt. Velen denken dat een potfilter alleen dient als mechanische- en chemische filter. Er kan ook biologisch gefilterd worden in een potfilter maar veel minder uitgesproken als de biologische filter, zoals beschreven bij de biologische filterwerking. Ze zijn vrij duur in aankoop maar kunnen een leven lang meegaan. Er zijn zelf potfilters waar er ruimte voorzien is voor het plaatsen van een thermostaatsverwarming. Filtering met een mechanische potfilter wordt een gesloten systeem genoemd.
    De filtercapaciteit van de potfilter is zeer sterk afhankelijk van diverse factoren waar soms veel te weinig rekening mee gehouden wordt. Zeer belangrijk is de opvoerhoogte. De opvoerhoogte is de afstand in de hoogt van waar de potfilter staat tot waar het water moet opgepompt worden. De hoogte werkt sterk reducerend op het debiet van de potfilter. Het aantal bochten en het aantal meters slang waar het water door moet, speelt ook een rol bij het debiet van de pomp. Maar het allerbelangrijkste is nog steeds het soort aquarium dat men wil houden ( killievissen en Tanganjikacichliden hebben een sterk verschil qua tolerantie in waterbeweging).
  • Biologische filter:
    Dit is een bioblok onder het aquarium. Dit is misschien wel de meest efficiënte manier van filteren. Een biologische filter kan men gemakkelijk zelf maken mits een beetje kennis over het snijden en lijmen van glas. Men kan deze zo groot en zo klein maken als men wil. Door een even grote biologische filter als het aquarium te plaatsen krijgt men direct een verdubbeling van het watervolume. Biologische filters worden meestal in combinatie met een droogfilter gemaakt. Dit omdat in zo'n een biologische filter een enorme hoeveelheid aan
    bacteriën gekweekt kan worden, waardoor het zuurstofaanbod in de filter wel eens te klein kan zijn. Met het behulp van een droogfilter kan men dit euvel verhelpen.
    Om het water van en naar uw biologische filter te brengen gebruikt men steeds een dompelpomp, een hevel of een overloop. Een aquarium met een overloop (gat in de zijwand of achterwand) maakt dat men geen rekening moet houden met hevelwerking indien de uitstroom van het filterwater in het aquarium boven de waterspiegel hangt. Het enige nadeel is hierbij dat het niet altijd evident is om een gat te boren in glas wat alleen gedaan kan worden met speciale boren. Niet iedereen bezit die boren en de aanschaf ervan voor die enkele gaten, ligt misschien wel iets te hoog. Het werken met een hevel daarentegen kan iedereen toepassen maar, men moet rekening houden met enkele belangrijke zaken (zie punt 7)
  • Droogfilter:
    Deze filter kan ook worden gebruikt als biologische filter met als voordeel dat het water, dat door deze filter druppelt, verrijkt wordt met zuurstof. Deze kan zowel na de traditionele potfilter of biologische filter geplaatst worden als voor een biologische filter. Dit filter is aan te raden voor cichlidenliefhebbers van de Afrikaanse slenkmeren omdat deze zeer zuurstofrijk water behoeven.
    Door de verrijking van zuurstof aan het water heeft deze filter nog twee zeer belangrijke voordelen:
    - Zo'n filter is zeer goedkoop en zeer gemakkelijk zelf te maken. Men neemt een regengoot in kunststof waarvan men de uiteinden goed afsluit. Men boort 1 of 2 gaatjes in deze goot op de bodem zodat het water kan weglopen. Men legt de filtermaterialen erin zoals filterwatten en biologisch afzetmateriaal. Men plaatst een sproeibuis een ietsje hoger en voilà  klaar is Kees.
    - Bij het gebruik van zo'n filter is de zuurstofpomp niet meer nodig, waardoor men ook al uitspaart op de aankoop ervan. Plus de zeer onaantrekkelijke en onesthetische stijgende zuurstofbellen zijn we dan kwijt.
    Het enige nadeel van de droogfilter is wel, dat door de productie van zuurstof de plantengroei hinder kan ondervinden door het geringe CO2 dat aanwezig is (zie verder in hoofdstuk 2).
  • Wervelbedfilter:
    Een wervelbedfilter is een buitenfilter die men, naargelang het model, aan het aquarium kan hangen. Hij wordt meestal gebruikt als biologische filter, die dus de nitrieten en het ammoniak uit het water halen. Hij is zeer beperkt in volume en kan zwaar belast water aan (45 cm op 5 cm voor een watercapaciteit van 500 liter). Deze filter is onderhoudsvrij, maar hij verlangt wel een voorfilter omdat hij in geen enkel geval zweefvuil tegenhoudt. Deze filter is nog niet in de detailhandel te verkrijgen (toch bijna niet), maar kan via het verenigingsleven aangekocht worden. De werking van deze filter is eenvoudig. Zoals reeds eerder gezegd, zetten
    bacteriën zich af op poreus materiaal. Hoe meer oppervlakte van filtermaterialen we hebben hoe meer bacteriën. Door water door dit filter te pompen met een gepaste capaciteit, zorgt men ervoor dat het zand waarmee de filter gevuld is, opdwarrelt. Elke zandkorrel is dus een afzetplaats voor bacteriën. Geloof ons maar op ons woord, het aantal zandkorrels in zo'n filter is ontelbaar.
    Het debiet waarmee men het water door deze filter stuurt is van groot belang. Te snel resulteert in het feit dat men de zandkorrels door het filter blaast. Een te klein debiet laat dan het zand niet (of veel te weinig) opdwarrelen, waardoor de filter niet zijn werking kan doen.

Samenstelling van een filter.
In hoofdstuk 3 van dit deel zal u kennis maken met diverse filtermaterialen die elk hun functie hebben. Men kan deze filtermaterialen niet zomaar in gelijk welke volgorde inbrengen in de filter. Een filter wordt als volgt opgebouwd:
Eerst en vooral wordt het water ontdaan van zweefvuil door middel van filtermateriaal of door een ander filtermedium. Daarna worden de materialen geplaatst voor de kweek van de micro-organismen. Tot slot worden turf of actieve kool geplaatst.

7. Hevelwerking.

* Constructie:
Men maakt een sifon met op de tweede bovenstaande bocht een opening waaraan men een buisje kan op monteren. Die sifon kan men maken met zowel flexibele als met vaste buizen, op voorwaarde dat ze dik genoeg zijn (+/- 2,5 cm). De tweede bovenstaande bocht plaatst men op de hoogte van het gewenste waterniveau.

Alhoewel het niet hoeft, is het misschien beter om de constructie met flexibele buizen te maken omdat men dan later het waterniveau kan wijzigen naar gelieven. Een afvoerbuis van een wasmachine bijvoorbeeld is een goed te gebruiken materiaal.
Men moet er ook voor zorgen dat de neerhangende bocht zeker onder het waterniveau hangt, anders kan dit gedeelte van de constructie niet hevelen. De tweede bovenstaande bocht moet dus voorzien zijn van een bijkomend buisje, dat heel wat minder dik mag zijn, opdat we hier de hevelwerking willen stoppen (zie werking). Men kan dit buisje door een geboord gat brengen in de flexibel ofwel werkt men met een T-stuk in die bocht.
* In werking stellen:
Men moet het deel A laten vollopen met water, zodanig dat er geen luchtbellen aanwezig zijn. Men kan dit misschien het gemakkelijkst doen door water onder druk op het luchtbuisje te steken en gelijktijdig de uitgang naar het filter af te sluiten. Eens deze gevuld, is de hevel klaar om te werken.
* Werking:
* Als de dompelpomp van de bioloog water in het aquarium duwt dan zal het water ook stijgen in de overloop (deel B) omdat dit communicerende vaten zijn. Doordat het water stijgt loopt het over de bocht in deel B, waardoor een hevelwerking ontstaat in deel A. Zolang de pomp blijft draaien, zal exact dezelfde hoeveelheid water wegstromen naar de bioloog vanwaar het water afkomstig is.
* Bij het uitvallen van de pomp, door bijvoorbeeld een elektriciteitspanne, wordt er geen water meer gepompt in het aquarium. Dit heeft tot gevolg dat het water niet meer over de bovenstaande bocht in deel B zal komen, waardoor hij zal stoppen met overlopen. Hier komt het buisje dat we gemonteerd hebben van pas. Mocht deze niet aanwezig zijn dan zou voorgenoemde bocht niet stoppen met overlopen, want hij zou reeds ook als hevel werken met het gevolg dat de inhoud van het volledig aquarium in de bioloog zou belanden. Door dat buisje trekt het zogenoemde deel B, lucht zodat de hevelwerking niet actief kan zijn.
* Indien na de elektriciteitspanne, de pomp weer onder stroom komt te staan, zal de pomp weer water in het aquarium pompen, met hetzelfde gevolg zoals we gestart zijn.

Aanmelden