Text Size

Starten met een aquarium DEEL 7

Starten met een aquarium
Deel 7 - Zuid-Amerika.
Auteurs Johan De Coninck (Aquarianen Gent), Freddy Lievens en Lieven Valcke.

Nadat ons aquarium enige tijd is opgestart, kunnen we vissen inbrengen. In dit deel bespreken we Zuid-Amerikaanse soorten.

Uit dit continent komen hoogstwaarschijnlijk de meeste aquariumvissen. Het Amazonewoud herbergt een schat aan dieren en planten die het houden meer dan de moeite waard zijn. Het water van de Amazonerivier en zijn zijrivieren (Rio Negro, ... ) is lichtzuur en halfzacht tot zeer zacht. Voor zo'n aquarium gebruikt men het best goed opgevangen regenwater. Het water voor Zuid-Amerikaanse vissen is over het algemeen zacht en zuur. Het troebel water effect kan men ook in het aquarium bekomen door over turf te filteren en geen kolen in de filter te plaatsen.

1. Cichliden.

* Geophagus altifrons:
Deze rustige en forse cichlide (tot 25 cm) zoekt zijn voedsel in de bodemlaag wat tot gevolg heeft dat men net zoals bij de corydora's, de bodem niet volledig mag afdekken met grind. Ondanks zijn grootte verdraagt deze cichlide andere vissen in het aquarium. Grote karperzalmen en meervallen kunnen zonder problemen gehouden worden bij deze vis. Het water wordt lichtzuur en zacht tot matig hard gehouden en mag temperaturen bereiken tot 30 °C.

* Skalares of maanvissen (Pterophyllum scalare):
Zeer prachtige vis die door cichlidioten niet beschouwd wordt als een cichlide. In de handel zijn er reeds vele mutanten verkrijgbaar die steeds lelijker en lelijker worden (sluierstaarten, gele maanvissen, enz...). Skalares en Discussen kunnen in tegenstelling tot vele andere cichliden gehouden worden in een goed aangeplante aquarium.

* Discussen (Symphysodon):
18 cm. De discus is een rustige statige vis maar is zekers geen beginnersvis alhoewel de gekweekte soorten die nu over het algemeen op de markt te verkrijgen zijn steeds gemakkelijker kunnen gehouden worden. Deze vissen eisen veel belang aan de waterkwaliteit (pH 5 tot 7,5; 4 tot 12 DH; 26 tot 30 °C), regelmatige waterverversing is dan ook van cruciaal belang. Ze verlangen gedempt licht en de planten voor dit aquarium zijn het best grofbladig.

* Crenicichla anthurus:
Deze aparte vis wordt 25 cm groot en er mag er maar één paar van gehouden worden in het aquarium. Ze eist grote schuilholen en een goed plantenbestand. Het zijn goede viseters en dus niet geschikt voor een gezelsschapaquarium.

* Pauwoogcichlide (Astronotus occelatus):
Deze cichlide is ondanks zijn grootte (35 cm) een zeer rustige vis. Er wordt zelfs gezegd dat deze vissen uit de hand komen eten en dat hij zich laat aaien, toch moet men opletten want hij durft al eens bijten. Met een bak ingericht met kienhout, fijnkorrelige bodem, zware stenen en drijfplanten is hij al gauw tevreden. Het water mag lichtzuur tot neutraal zijn en zacht tot matig hard, temperatuur mag oplopen tot 30 °C. De bak moet wel minimum 120 cm lang zijn en er mag geen stroming in het water zijn. Hij verlangt wel een goede waterkwaliteit waardoor er goed gefilterd moet worden. De bodem moet regelmatig afgeheveld worden en veelvuldig waterverversen is zeker niet uit ten boze. Hij eet bijna alles wat in zijn grote muil kan, dus ook vissen, en toch gebeurt het soms dat ze niet willen eten. Dit komt vooral door het feit dat hij dit voedsel niet kent. Men laat ze dan vasten en men probeert opnieuw. Anders eten ze rauwe vis (ook verse), kreeftachtigen, regenwormen en groenvoer.

2. Dwergcichliden.
De meeste dwergcichliden hoeven geen groot aquarium. Om ze mooi te krijgen houdt men ze het best in koppels. Het nadeel is dat er heel weinig koppels mogen gehouden worden in één aquarium. Daarvoor worden deze meestal in bakjes van 60 cm gehouden en met een dichte beplanting. De pH houdt men tussen 6 en 7,5 en een DH van 12 is als gunstig te beschouwen. Het aquarium wordt ingericht met een goede randbeplanting, kienhout en stenen. Ook enkele platte stenen worden geplaatst als paaiplaats voor de vissen.

* Antennebaarsje (Microgeophagus ramirezie):
5 cm. Zeer prachtige gekleurde visjes die men ook veel in gezelsschapaquaria vindt. Toch leven ze over het algemeen niet zo lang in een gezelsschapbak omdat het water niet aangepast is aan deze vissen. In water van goede kwaliteit en met de goede waterwaarden (pH 5 tot 6,5) worden ze toch maar 2 jaar oud.

* Apistogramma cacatoides:
Ook één van deze grijze vissen van de aquariumwinkel. Deze 9 cm grote vis verlangt een dichte beplanting en word het best gehouden met vissen van de hogere waterlagen (hetzelfde systeem als met de congozalm). Een koppel bestaat uit één mannetje en meerdere vrouwtjes. In de natuur leven Apistogramma's dikwijls in ondiepe poelen van 20 cm diep, die in het droogseizoen droog komen te staan en alleen de jonge dieren kunnen dit overleven. Het geslacht Apistogramma bevat wel een 90-tal soorten die bijna allemaal de moeite waard zijn om te houden. Ze eisen allemaal een goede waterkwaliteit, drijfplanten om schaduw te creëren en lusten artemia, witte wormen en mosselvlees. Deze visjes kunnen ook samengehouden worden met scalares en discussen.

* Dambordcichlide (Discrossus filamentosus):
Heel prachtige cichlide van zo'n 9 cm die in een goed beplant aquarium (randbeplanting) met kienhout kan gehouden worden. Kan samen met karperzalmen uit de hogere waterlagen gehouden worden. Verlangt zuur (5 tot 6,8 pH) en zacht water. Het aquarium is > 80 cm lang en het liefst bevat het minimum 150 liter water. Dan kan men meer dan 1 houden. Cyclops, daphnia, witte wormen en pekelkreeftjes zijn hun favoriete voedsel.

3. Meervallen.

Met meer dan 2000 soorten waarschijnlijk de soortenrijkste groep der vissen. De meeste komen uit Zuid-Amerika en worden vooral gehouden als onderhoudspersoneel. Ze zijn ter herkennen aan hun baarddraden en ongeschubde huid. Vele soorten zijn nacht-actief wat wil zeggen dat ze meestal tegen de avond te zien zijn. Dit heeft tot gevolg dat er schaduwrijke plaatsen moeten voorzien worden waar ze zich gedurende de dag kunnen verbergen.

De meeste soorten eisen lichtzuur (6 tot 7 pH) en zacht tot matig hard water (8 tot 12 DH). Zoals reeds eerder vermeld is kienhout onontbeerlijk in een aquarium voor meervallen. Indien er geen kienhout in het aquarium aanwezig is, dan verstoppen de darmen van deze vissen. De ballast die ze van het kienhout halen zorgt ervoor dat de darmen soepel blijven.
Indien men een bak specifiek voor meervallen inricht, dan neemt men een aquarium van 20 tot 30 cm hoog en men plaatst smalle pijpen in de bak die ze gebruiken voor de voortplanting (zeker bij Corydoras). Die smalle pijpen dienen voor de voortplanting van deze vissen Men kan daarvoor PVC-buizen gebruiken die men dan zodanig in het aquarium plaats dat ze niet zichtbaar zijn voor het oog. Tenzij men een bak inricht alleen maar met de bedoeling voor het kweken van deze vissen, is de esthetische waarde van de bak, van minder belang.

* Corydoras:
Onmisbaar in de gezelsschapbak omdat deze hun voedsel zoeken op de bodemlaag, vandaar de naam grondkuisers. Dit heeft tot gevolg dat men best een plaats in de bak laat waar geen grind ligt zodat ze hun baardraden niet zouden beschadigen. Corydoras verdragen geen grote cichliden in hun gezelschap. De Corydora panda is één van de weinigen die overdag zeer actief zijn.

* Plecostomus:
De meest geziene meerval van Zuid-Amerika in de aquaristiek. Deze vissen worden vrij groot en worden gehouden omdat ze algen afgrazen. Toch verliezen ze aan populariteit door de sterke opgang van de Ancistrussen.

* Ancistrus:
Ook een algengrazer. Deze worden 14 cm groot en in niet al te grote bakken mag men maar één enkel mannelijk exemplaar houden omdat deze vissen toch sterk territoriumvormend zijn.

* Pecoltia:
Wordt niet zoveel gehouden maar dit geslacht bezit wel heel mooie meervallen. Ze worden 8 cm groot en kunnen gehouden worden bij grotere cichliden.

4. Levendbarenden.

De meeste levendbarenden zijn schoolvissen die veel zwemruimte vragen, een dichte randbeplanting en verdragen geen grote cichliden als gezelschap. Men houdt meer vrouwelijke dieren dan mannetjes anders worden deze agressief. De levendbarenden zijn door hun gemakkelijk karakter en voortplanting erg geliefde vissen bij de niet ervaren aquariaan. Dit betekent niet dat deze vissen minderwaardig zijn want er zijn zelfs verenigingen die zich alleen maar bezig houden met bijvoorbeeld de gup.

Poecilia reticulata - Guppy
* Poecilia:
De meest gekende is toch de gup (of guppy). Misschien wel de meest gemakkelijke vis om te kweken. Water, warmte, mannekes en vrouwkes en binnen de kortste keren is uw aquarium vergeven van deze vissen. Daarom wordt de gup ook wel miljoenenvisje genoemd. De jongen kan men zelfs groot brengen met droogvoer. Selectief kweken om de eigenheid en de kwaliteit van deze vissen te behouden is een ander paar mouwen. Enkel soorten Poecilia: guppen, black molly, zeilvinkarpers. Zeilvinkarpers (Poecilia velifera) is een vis die veel zwemruimte nodig heeft anders komt de hoge rugvin niet goed tot ontwikkeling. Zeilvinkarpers houden van zout in de bak omdat ze in de monding van de rivieren leven, waar er invloed is van het water van de zee.

* Xiphophorus:
De platy en de zwaarddragers. Zwaarddragers kunnen een beetje stroming verdragen en de mannetjes kunnen agressief zijn tegenover elkaar. Er bestaan van deze vis heel wat kweekvormen.

5. Eierleggenden.

* Zwarte tetra (Gymnocorymbus ternetzi):
Net als zovele Zuid-Amerikaanse vissen vragen deze vissen niet te veel licht en worden gehouden in een bak met een sterke stroming.

* Kardinaaltetra (Cheirodon axerodi):
Dit is een echte schoolvis die hun beste pak tonen als ze met tientallen gehouden worden. Het nadeel is dat ze niet met grote vissen gehouden mogen worden. Dit probleem is wel op te lossen door kardinalen in uw aquarium te steken die bijna volwassenen zijn en uw andere vissen (bijvoorbeeld Skalares) nog zeer jong zijn. Kardinaaltetras worden vaak verwisseld met neons. Dit zijn vissen van een verschillend geslacht (neon = Paracheirodon), doch qua fysische kenmerken gelijken ze erg goed op elkaar. Het verschil bestaat erin dat de rode streep onderaan het lichaam van de kardinaal doorloopt tot aan de staartvin en bij de neon stopt deze halverwege het lichaam. Kardinaaltjes zijn ook sterker. De blauwe reflecterende kleur word alleen waargenomen indien er genoeg belichting boven de vis is. Toch mag zo'n aquarium niet te fel belicht worden.

* Keizertetra (Nematobrycon palmeri):
Deze prachtige rustige vis eist een dichte beplanting en enkel drijfplanten. Ze worden het best in een donker aquarium gehouden. Als gezellen prefereert hij kleinere tetrasoorten. Hij is op zijn mooist indien hij in een grote groep gehouden word. Zijn naam ontleent hem van het feit dat het mannetje de heer en meester is van de groep.

* Gemarmerde bijlzalm (Carnegiella strigata):
Deze vissen van de bovenste waterlaag zijn uitstekende springers dus, afdekruiten plaatsen! Het zijn goede insectenjagers en daarom is het eens aan te raden om af en toe fruitvliegjes aan deze dieren te geven. Er zijn nog andere bijlzalmen die echter uit een ander geslacht komen. Gasteropelecus zijn wel veel groter dan de gemarmerde bijlzalm. Als men een bijlzalmpje van bovenaf bekijkt, is het net alsof deze in het water vliegen.

* Diamantzalm (Moenkhausia pittieri):
Zeer prachtige vis die eigenlijk weinig kleur heeft. De schoonheid bij deze vis zit hem in de glans die, indien ze goed gehouden worden, sterk naar bovenkomt.

* Roodneusjes (Hemigrammus bleheri):
Klein prachtig schoolvisje die wel wat eisen stelt aan de waterkwaliteit.

6. Zwartwaterwortelbiotoop.

De laatste jaren maken de zwartwaterbiotoopaquaria een sterke vooruitgang qua populariteit. Dit is een plantenloze aquaria dat ingericht wordt met veel verticaal geplaatste kienhoutwortels, zeer zwakke stroming en heel weinig licht in het aquarium. Als bevolking kan men kiezen tussen onder andere: bijlzalmen, Skalares, discussen (wildvang niet samenhouden met skalares), ancistrus, pecoltia, roodneuszalmen, kardinalen, diamantzalmen, ....

Aanmelden