Text Size

Ongenode gasten

Ongenode gasten
Auteur: Jan Mannekens, Aquarianen Gent.
Bron: De ongewervelde dieren, deel 1 - Ralph Buchsbaum.

Zij die af en toe levend voer gaan scheppen weten dat ze moeten oppassen om geen ongenode gasten in het aquarium te brengen. Een van deze niet gewenste aquariumbewoners is de Hydra of zoetwaterpoliep. De hydra leeft in plassen, meren en rivieren, vastgehecht aan planten of stenen. De hydra zit vast door middel van een kleverige stof die wordt afgescheiden door de voetschijf. Zijn mond is omgeven door tentakels die de Hydra het uitzicht geven van een stukje uitgerafeld touw. Aquariumliefhebbers die levend voer gaan scheppen zien hem gemakkelijk over het hoofd, omdat hij slechts een cm groot en doorzichtig is, en zich bij de minste aanraking ineen trekt tot een knopje.

Wist je dat de Hydra familie is van de kwallen, zeeanemonen en koralen? Het is de enige uit het geslacht Coelenterata (of holtedieren) die zich aan het leven in zoetwater heeft weten aan te passen. De naam holtedier danken ze aan het feit dat hun voornaamste lichaamsholte de spijsverteringsholte is (Coelenterata = coel (holte) + enteron (darm)).

Hoe is nu zo'n hydra opgebouwd?
Wanneer we de hydra van heel dicht bij bekijken, dan kunnen we 2 lagen cellen onderscheiden. De buitenste laag (het ectoderm) is een beschermende cellaag, terwijl de binnenste laag (het entoderm) die de inwendige holte bekleedt een rol speelt bij de vertering van het voedsel. De buitenste cellen lopen naar onderen uit in lange spiervezels die bij contractie zorgen dat het lichaam korter wordt. Als ze zich langs een kant meer samentrekken dan aan de andere kant, dan wordt het lichaam van het dier gebogen naar de kant van de sterkste samentrekking. De spiervezels van de binnenste cellen verlopen circulair. Door samentrekking hiervan wordt het lichaam smaller en langer. Tussen beide cellagen ligt een geleiachtige stof die zowel door de buitenste als binnenste laag cellen wordt afgescheiden.

De voeding.
Als de hydra honger heeft gaat hij zijn prooi niet achtervolgen, maar wacht hij rustig af en steekt zijn nagenoeg onbewegelijke tentakels uit. Komt er nu een wormpje, een Cyclops, een watervlo of in het slechtste geval een vissenlarve in het voorbijgaan even tegen een der tentakels aan, dan wordt het slachtoffer doorzeefd met giftige, hem verlammende projectielen: de draadjes die uit de zogenaamde draadkapsels worden afgeschoten (het lijkt wel een gewelddadige sciencefiction film).

Deze draadkapsels bevinden zich voornamelijk op de tentakels. Er bestaan vier soorten draadkapsels en de grootste en opvallendste worden netelcellen genoemd. Het mechanisme waarmee de als een spiraal opgewonden holle draad wordt afgeschoten, wordt vergeleken met het naar buiten schieten van een uitgestulpte vinger van een rubber handschoen wanneer men in de handschoen blaast. Als de draad in het slachtoffer dringt wordt een giftige stof in het lichaam gespoten die in het kapsel lag opgeslagen.

Na de vergiftiging van de prooi worden de tentakels rond de vangst geslagen en samengetrokken, zodat deze naar de mondopening geduwd wordt. Met behulp van spiercontracties wordt het slachtoffer verzwolgen. Een netelcel kan slechts een keer gebruikt worden. Door gespecialiseerde cellen worden er steeds nieuwe gevormd.

De vertering gebeurt in de inwendige holte. Kliercellen in het entoderm scheiden enzymen af, die de verteerbare delen van de prooi omzetten in een dikke brei van kleine deeltjes. De onverteerbare resten worden via de mond terug naar buiten gewerkt. Door de spierbewegingen en het slaan van de lange zweepharen wordt de voedselbrij door de ganse lichaamsholte verspreid.

De voortplanting.
De hydra kan zich zowel via geslachtelijke als ongeslachtelijke vermenigvuldiging voortplanten. Als de hydra's over voldoende voedsel beschikken en gezond zijn, dan zullen zij zich ongeslachtelijk vermenigvuldigen door knopvorming. Op ongeveer een derde van de totale lengte vanaf de voet ontspruiten knoppen. Deze knop groeit uit in de lengte en na enige tijd zien we tentakels ten tonele verschijnen. Na een paar dagen ziet de knop eruit als een kleine hydra, met mond, steel en tentakels. Na afsnoering van het moederlichaam gaat de kleine hydra zijn eigen gang.

Vooral in de herfst en de winter planten hydra's zich ook geslachtelijk voort. Sommige exemplaren zijn zelfs hermafrodiet; dit betekent dat op dergelijke exemplaren zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtscellen voorkomen. Andere hydra's zijn vrouwelijk en nog anderen zijn dan weer alleen mannelijk van geslacht. Een vrouwelijke hydra vormt één eicel die naar buiten steekt en die bevrucht wordt door een van de vele zaadcellen die door een uitstulpsel bij de mannelijke hydra worden geproduceerd. Als het eitje niet snel genoeg bevrucht wordt gaat het kapot.

Regeneratievermogen.
De hydra is een dier dat is opgebouwd uit een groot aantal niet gespecialiseerde reservecellen. Daardoor bezit de hydra over een groot regeneratievermogen. Hydra's kunnen snel verloren tentakels vervangen of ernstige letsels herstellen. Zelfs als we een hydra in een aantal stukjes snijden zullen de meeste stukjes de ontbrekende delen opnieuw aanvullen tot een volledig en onafhankelijk dier.

Voortbeweging.
Zoals al vermeld zit de hydra met zijn voet vast op het substraat. Toch kunnen hydra's zich voortbewegen over dit substraat. De eenvoudigste manier is een soort glijden over de onderlaag. De vlugste manier van voortbewegen is echter het uitvoeren van een koprol! Het dier buigt voorover, hecht met behulp van zijn kleverige draden uit de draadkapsels zijn tentakels vast en laat zijn voetplaat los, zwaait deze over de mondopening heen en hecht hem weer vast; dan lossen de tentakels en begint alles van vooraf aan.

De hydra is dus best een leuk en interessant diertje dat we toch liever niet in ons aquarium hebben. Sommige vissen zouden hydra's als lekkernij beschouwen, maar hydra's beschouwen vissenlarven ook als een niet te missen hapje. Grote vissen zullen echter niet te veel last ondervinden van de hydra's al valt het niet uit te sluiten dat gevoelige soorten best onder stress kunnen komen als ze teveel geprikkeld worden door de zweepharen uit de draadkapsels. Uitkijken is dus de boodschap voor de aquariumliefhebbers.

Wie niet weet hoe planaria er uitzien moet maar eens een stukje rauw vlees ergens in de sloot leggen. Al snel zal het stukje vlees in beslag genomen worden door zwarte beestjes, Planaria! Planaria zijn ongeveer één cm groot en behoren tot het geslacht van de Platyhelminthes of platwormen. Een andere bekende platworm is de lintworm.

De Planaria onderscheiden zich van de Hydra doordat zij zeer duidelijk een voorkant en een achterkant bezitten. Vooraan zien we zeer duidelijk een kop met ogen en andere zintuigen. Bij de voortbeweging is de kop steeds naar voor gericht. Het dier is afgeplat en het naar de ondergrond gerichte deel noemen we de ventrale zijde (buikzijde). Daar tegenover ligt de dorsale zijde (rugzijde). Als je de Hydra in de lengte bekijkt, dan zie je dat hij symmetrisch is opgebouwd.

Voortbeweging.
Een planaria beweegt zich voort met een langzame kruipbeweging. Hij buigt hierbij de kop van de ene kant naar de andere alsof hij zijn omgeving afzoekt. Als we de planaria verstoren, haast deze zich weg met golvende spierbewegingen. De langzame kruipbeweging wordt veroorzaakt door het slaan van trilharen, de snelle golfbeweging ontstaat door samentrekking van spieren. Planaria's kunnen niet vrij door het water zwemmen. Ze bewegen zich enkel in contact met een vast voorwerp of langs de onderkant van het wateroppervlak. Als ze het wateroppervlak verlaten zakken ze aan een slijmdraadje naar beneden.

Verteringsstelsel.
De planaria is een rare gast om mee aan tafel te gaan! Zijn mond zit niet in de kop, maar halverwege de buikzijde. De mond voert naar een buisvormig orgaan, de farynx genaamd, die naar achteren is gericht en een aantal spierlagen en tal van kliercellen bezit. Wanneer de planaria aan het eten slaat, wordt de farynx sterk in lengte uitgestrekt, waardoor hij een eind uit de mondopening steekt. Planaria's leven van kleine levende of grotere dode dieren.

Al van op grote afstand kunnen ze voedsel opsporen via zintuigcellen in de kop. Ze bewegen dan naar het voedsel toe en kruipen er bovenop en drukken het voedsel met hun gespierde lichaam tegen hun onderkant. Een spartelende prooi kan zo goed worden vastgehouden, vooral als deze in de slijmerige afscheiding van de worm is blijven vastkleven. Nu wordt de farynx door de mondopening naar achteren gestoken en deze trekt door zuigende bewegingen het voedsel in microscopisch kleine stukjes die naar binnen worden gezogen. De farynxholte mondt uit in een vertakt spijsverteringsstelsel dat zich over de ganse lichaamsholte uitstrekt. Er zijn drie hoofdtakken in het spijsverteringskanaal: één naar de kop toe en twee naar achteren, aan weerskanten van de farynx. Deze drie hoofdtakken dragen op regelmatige afstanden van elkaar een groot aantal zijtakken, zodat het voedsel in alle delen van het lichaam terecht komt. Het darmstelsel heeft maar één opening, zodat net als bij de Hydra de voedselresten het lichaam opnieuw verlaten door de mond.

Voortplanting.
Planaria zijn hermafrodiet. Dit betekent dat er in elk dier zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen ontwikkeld worden. Bij de voortplanting worden zaadcellen uitgewisseld, zodat er een kruisbevruchting optreedt. Na de voortplantingsperiode degenereren de geslachtsorganen om bij een volgende voortplantingsperiode opnieuw gevormd te worden. Tal van planaria planten zich geslachtelijk voort, maar er zijn er ook die zich ongeslachtelijk delen. Hierbij krijgt de worm zonder zichtbare voorafgaande verandering een insnoering achter de farynx en begint het achterste stuk zich te gedragen alsof het niets meer met het voorste te maken heeft. Na een krachtmeting waarbij het voorste deel vooruit wil kruipen, terwijl het achterste deel zich schrap zet op het substraat raken beide delen los van elkaar, waarbij beide stukken het ontbrekende deel opnieuw genereren, zodat er 2 planaria ontstaan.

Op de schoolbanken werden planaria gebruikt om het regeneratievermogen bij dieren te illustreren. Zo kan men door een insnijding in de kop van de planaria een meerkoppige planaria genereren.

Het is duidelijk dat deze planaria eerder geschikt zijn om hun leven in de sloot te slijten, dan in ons aquarium. Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat kleine visjes niet veilig zijn voor deze op zich best interessante beestjes.

Aanmelden