Text Size

Hoe regenbogen zich thuisvoelen

Hoe regenbogen zich thuisvoelen
Door Erik Lievens, Clubblad maart 2000

Er is geen enkele vissoort die zoveel aanpassingsvermogen bezit als de orde der regenbogen. In hun natuurlijke omgeving worden ze zowel in zoet, als in brak water gevonden. Volgens bepaalde literaire werken zouden er zelfs soorten zijn die in zeewater rondzwemmen.


Uit dit voorgaande kunnen wij dus besluiten dat deze prachtige vissen geen belang hechten aan de watersamenstelling. Leidingwater voldoet in geruime mate. Gezien regenbogen leven in snelstromende beekjes en/of riviertjes, is het van vitaal belang om te zorgen voor een krachtige filtering, zodanig dat er veel zuurstof aan het water wordt toegevoegd; een trucje dat kan helpen om dit te bewerkstelligen, is dat wij het water vanuit de uitstromer van de filter laten stromen op een steen. Door de ontstane spreiding van het water, bekomt men een nog grotere zuurstofaanvoer. Een probleem dat zich altijd kan voordoen, rekening houdend met voorgaande, is dat, als wij houden van een goed beplant aquarium, het CO2-gehalte van ons water sterk gaat dalen, wat nefast is voor de assimilatie van ons plantenbestand. Dit kan opgelost worden door
CO2 toe te voegen via CO2-doseerapparaten.

Regenbogen zijn olympische zwemmers; voortdurend zijn zij in beweging, wat maakt dat zij een grote zwemruimte nodig hebben en de voorkeur geven aan een ruim aquarium. Regenbogen ogen het mooist bij zijdelings invallend zonlicht, dit onder een hoek van 30°. Het aquarium dat ik thuis heb is op deze wijze opgesteld. Je moet eens komen kijken: uiteraard als de zon schijnt en als ik thuis ben, wat een prachtige kleuren de Melanotaenia dulhunty en de Melanotaenia praecox laten zien en dit zonder kunstverlichting.

Melanotaenia_praecox_.JPG

 

 

Een regenboogaquarium kunnen wij op verschillende manieren inrichten, hetzij als gezelschapsaquarium, hetzij als een beekaquarium en/of een brakwateraquarium.

Afhankelijk van het type kunnen wij decoratiematerialen en planten hierop afstemmen. Houden wij het bij een gezelschapsaquarium, dan is het de bedoeling planten en vissen bij elkaar te brengen uit verschillende continenten en biotopen, zoekend naar een harmonisch evenwicht.
Regenboogvissen kunnen inderdaad samen gehouden worden met vissen van een andere soort, op voorwaarde dat ze ongeveer hetzelfde temperament hebben en ongeveer gelijk zijn van grootte. Door gebruik te maken van stukken kienhout en aangepaste steenformaties, kunnen wij van het gezelschapsaquarium een mooi geheel maken. Planten als Vallisneria asiatica, Eleocharis acicularis (ook wel Eleocharis parvulus genoemd)met als Nederlandse benaming: haar- of naaldgras, Echinodorus amazonica (amazonezwaardplant), Microsorium Pteropus (javavaren) en de Hygrophila difformis (vaantjesplant), komen hiervoor in aanmerking.

Als visbestand hebben wij in dit geval de vrije keuze: De Melanotaenia incisus (de rode regenboogvis) kan samengehouden worden met bepaalde goeramisoorten, een schooltje Brachydanio rerio en enkele Botia macracantha. Opletten met deze laatste soort: ik heb ondervonden dat zij, als ze niet voldoende eten krijgen, gaan knagen aan de vinnen van de regenbogen en/of andere vissen.
Persoonlijk vind ik het meer opportuun om voor onze regenbogen een biotoopaquarium in te richten. Het is altijd veel gemakkelijker om zich te richten naar de wensen van één bepaald vissengeslacht dan een gemiddelde te moeten zoeken naar de eisen van vissoorten van verschillende geslachten en continenten. Proberen wij nu eens een beekaquarium in te richten, zo eentje als we terugvinden in de riviertjes komende van de heuvels van Irian Jaya in Papua Nieuw-Guinea, waarbij wij de bodemstructuur sterk ophopen aan één zijde van het aquarium en geleidelijk laten afhellen naar de andere kant. Om dit te kunnen verwezenlijken, hebben wij stukken leisteen of andere steenachtige materialen nodig om te beletten dat het zand en grint gaan afschuiven. De bodemstructuur kan bestaan uit zilverzand, fijn grint en een iets roder gekleurd grind
van een ander kaliber. Op die manier verkrijgen wij een min of meer natuurlijk uitziende bodem waarboven onze vispopulatie zich goed zal voelen. Verder kunnen ronde keien zoals Maaskeien gebruikt worden en stukken houtwortels. In een beekaquarium horen eigenlijk niet veel planten thuis.

Vallisneria gigantea (de reuzevallisneria) en Cryptocoryne wendtii zijn echter wel geschikt om het geheel op te fleuren. Het visbestand kunnen wij bijvoorbeeld als volgt samenstellen, alles natuurlijk in functie van de grootte van het aquarium: Glossolepis wanamensis, behoort tot de grootste regenboogvissen: 15cm die het best in een schooltje gehouden wordt, wat betekent dat wij voor deze vissoort zeker een groot aquarium nodig hebben. Zoals zijn naam laat vermoeden vindt hij zijn natuurlijk leefgebied in het Wanammeer. Deze regenboog stelt weinig eisen aan de watersamenstelling en is niet kieskeurig op zijn voedsel. Een andere keuze die wij hebben zijn de Melanotaenia affinis, kan in principe nog groter worden dan zijn voorganger: meer dan 15 cm en komt voor in het noordelijk deel van Nieuw-Guinea, waar hij in een uitgestrekt leefgebied voorkomt, dit van het Markham stelsel tot de Mambero rivier. Een heel mooie regenboogvis is de alom bekende Melanotaenia boesemani die ongeveer 9 cm groot wordt. Naast nog andere keuzes zoals de Melanotaenia goldeii, de Melanotaenia parkinsoni en de Melanotaenia splendida rubrostriata, hebben wij er nog een speciale bij, namelijk de Melanotaenia lacustris die een blauwgrijs lichaam heeft en de eigenaardigheid bezit dat, als hij in stresstoestand is, kan verkleuren van een zwarte naar een goudkleurige schijn in verschillende stadia; van zwart naar zilver, van blauw met zilver, turkoois met goud. Mooi om zien. Hij is ook gemakkelijk te houden en wordt ongeveer 10 cm groot. U ziet, men heeft veel mogelijkheden om een beekaquarium in te richten.


Een heel speciaal aquarium dat wij kunnen inrichten, en dan specifiek voor onze "blauwogen" is het brakwateraquarium. Als bodemgrond kunnen wij middelmatig donkergekleurd grint gebruiken, gemengd met zilverzand. Als decoratiematerialen kunnen afgeronde keien gebruikt worden en platen leisteen om het zand te stabiliseren zoals bij het beekaquarium. Voorts kunnen stukken kienhout gebruikt worden om het geheel een natuurlijke aanblik te geven, denk aan de mangrovewortels. Planten zullen het onder deze omstandigheden niet zo goed doen. Wij kunnen misschien proberen met Nomaphila stricta, Vallisneria asiatica en/ of Microsorium pteropus (javavaren). Alleszins zullen wij het nodige geduld moeten uitoefenen vooraleer de planten willen "aanslaan". In een brakwateraquarium moet er altijd een hoeveelheid zeezout toegevoegd worden, zodanig dat het zoutgehalte 1/10de bedraagt van het eigenlijke zeewater, dit komt ongeveer overeen met 3gr/l.

Pseudomugil_gertrudae__.JPG

Vissoorten die vooral voorkomen in dit brakwatergebied zijn de Pseudomugilidae. Zo behoort de Pseudomugyl cyanodorsalis van West-Australië tot die familie en is een heel attractieve vis voor dit soort aquarium. Hij wordt niet zo groot: 3cm. Tijdens het baltsen zet hij zijn geelkleurige vinnen rechtop, wat in combinatie met zijn metaalkleurig lichaam, een streling voor het oog is. Het is een scholenvis die het liefst samenzwemt met een 10-tal exemplaren. Deze Pseudomugil cyanodorsalis houdt wel van een groter zoutgehalte in het water: 20gr/l, wat voor de planten eigenlijk geen goede zaak is.

 

 

Andere blauwogen die in het brakwateraquarium kunnen gehouden worden zijn de Pseudomugil signifer, de Pseudomugil gertrudae en de Pseudomugil tenellus.

Kortom, met regenboogvissen kunnen wij veel kanten uit: een gezelschapsaquarium, een beekaquarium of een brakwateraquarium. Menig liefhebber zal zich ooit wel eens laten verleiden tot het houden van deze prachtige vissen.

Aanmelden