Text Size

Het kan verkeren, zei Bredero

Het kan verkeren zei Bredero.....
Door Erik Lievens, clubblad mei 1997

Vooraleer tot de kern van het verhaal te komen, wil ik voor alle duidelijkheid de kenmerken van mijn huisaquarium nog eens nader toelichten. Gevangen tussen 2 muren, kan ik slechts een aquarium plaatsen met bescheiden afmetingen, zijnde 120 x 40 x 50. Het meest vervelende aan deze zaak is de geringe diepte (breedte). Als u weet dat mijn bak is ingericht voor Tanganyikacichliden, en ik automatisch genoodzaakt ben om als decoratiemateriaal (terzelfdertijd functioneel) stenen te gebruiken, is het niet zo eenvoudig dit aquarium een fraai uitzicht te geven, vooral op gebied van dieptewerking.

Door gebruik te maken van kleine tot middelgrote maanstenen ben ik er toch in geslaagd om het aquarium in te delen in territoriale vakken. Deze zijn absoluut noodzakelijk om geen voortdurende strijd onder de bewoners te veroorzaken. De stenen liggen over de volledige lengte van het aquarium op elkaar gestapeld, maar hier en daar heb ik, diagonaal tegenover de verticale en horizontale assen, stenen laten vooruitspringen, allen onder een verschillende richtingshoek. Op die manier komt het geheel min of meer natuurlijk over en ontstaan er holen en spleten waarin de rotsbewonende Tanganyikacichliden graag vertoeven. Als bodemmateriaal heb ik heel fijn grind gebruikt, wat achteraf een onjuiste keuze bleek te zijn.

Sommige cichliden uit het Tanganyikameer houden er een eigen territorium op na, en woelen graag in de bodem om een put te maken waarin zij hun eieren kunnen afleggen. Schelpbewoners graven hun slakkenhuizen in, zodanig dat juist de opening vrijkomt. U mag 100-maal deze slakkenhuizen schikken,zij zullen deze slakkenhuizen telkens anders gaan plaatsen. Vandaar dat heel fijn zand (chableerzand) meer geschikt is. Naast stenen heb ik op verschillende plaatsen Anubias nana (dwergspeerblad),een heel dankbare plant, ingeplant en de stenen gebruikt als substraat. De openingen in de maanstenen lenen zich goed om de plantenwortels te verankeren. Deze plant is eigenlijk een moerasplant die voorkomt in Afrika. De bladeren hebben een heel stevige structuur, maar groeien heel traag. Als de plant zich goed voelt zal zij dit laten zien door in bloei te komen. Heel leuk om zien. Het is ook een plant die niet zoveel licht nodig heeft.

Ondertussen staat het aquarium zo ongeveer 4 jaar met de huidige bezetting, en is dit plantenbestand zodanig uitgegroeid dat u zich in het Afrikaanse regenwoud zou wanen. Ik ben geen voorstander van de zogenoemde plantenstraatjes en andere kunstvormen in het aquarium, wat mij betreft mag het geheel verwilderd voorkomen. In de natuur is dit immers ook zo.

Op het zuiver technische vlak heb ik het ook heel eenvoudig gehouden. Een gesloten motorfilter met een capaciteit van 1000 liter per uur, zorgt voor een goede watercirculatie; een verwarmer van 300 W houdt de temperatuur op 25 °C, één Powerglo van 30 W zorgt voor de verlichting. Ik gebruik Powerglo omdat deze lamp, naar mijn mening, de meest natuurlijke belichting geeft en de kleuren van de vissen goed weergegeven worden. De planten groeien dat het een plezier is, dus wat wilt ge nog meer. Er zijn natuurlijk nog andere factoren van belang voor een goede plantengroei, maar daarover zal ik het nu niet hebben of ons clubblad wordt te klein. Samenstelling van het aquariumwater: Ph 7,5 - GH 18 °DH - KH 3°DH.

Naast bodemmateriaal, planten en stenen, heb ik natuurlijk ook de vispopulatie en wat voor één: herinner u de afmetingen van het aquarium:

  • 9 Neolamprologus leleupi (4 mannen en 5 vrouwtjes)
  • 7 Neolamprologus brevis "sunspot" (5 mannen, 2 vrouwtjes)
  • 1 Neolamprologus brichardi
  • 4 Altolamprolugus compressiceps (2 mannen, 2 vrouwtjes)
  • 4 Ancistrus dolichopterus (2 mannen en 2 vrouwtjes)

Telt u dit maar eens samen: u komt op een 25-tal vissen die op zichzelf de neiging hebben om territoria te vormen en tevens voedselconcurrenten zijn. Ik moet u dan ook niet vertellen wat er gebeurt, als de baltsperiode aanbreekt.

Stel ik u de vissen even voor:

Neolamprologus leleupi: Deze die ik in mijn aquarium zwemmen heb, zijn eigenlijk een aanverwante soort namelijk Neolamprologus leleupi "longior"; zij hebben een diepere geel-oranje kleur en vormen een schitterend contrast met het diepgroen van de Anubias nana.

Het zijn in feite solitair levende vissen die elkaar sterk gaan beconcurreren als er voedsel aangeboden wordt. Als u een koppel ziet samenzwemmen is het een teken aan de wand, dat er iets op til is. In de nabijheid van een beschutte plaats gaan zij hun eieren afleggen. Zij zullen hun broedplaats met hart en ziel verdedigen en niemand in hun nabijheid dulden. Ondertussen heb ik reeds meerdere kweken van deze vissen gehad, die ik met veel plezier aan liefhebbers van deze vissoort heb doorgespeeld.

Ik druk erop, beste leden, bij mij gebeurt alles in het aquarium zelf. Ik zet geen kweekbak op, ik laat de jongen opgroeien in het aquarium midden tussen de andere vissen. Ik speel er misschien op die manier enkele kwijt, maar voor mij geldt de wet van de natuur: de wet van de sterkste. Nu moet u weten dat de broedplaats die deze leleupi's hebben uitgekozen, gelegen was vlak naast een koppel flink uit de kluiten gewassen Altolamprologus compressiceps. Ik dacht zo: nu mag ik het vergeten, de jongen zullen worden gebruikt als aperitiefhapje, maar neen, zij kwamen er niet aan, mede door het agressieve gedrag van de ouders van het jongbroed.

Het lichaam van de Neolamprologus leleupi is torpedovormig. Als zij in topvorm zijn, zijn ze met inbegrip van hun vinnen knaloranjegeel, terwijl de iris blauw is. Zijn zij daarentegen vaalgeel tot bruin dan zijn zij in stresstoestand en is het ogenblik aangebroken om de waterwaarden eens na te meten en/of de technische apparatuur eens na te zien. Enkel wanneer een vrouwtje met eieren zit, kleurt zij donkerder uit en is er niets aan de hand. De kleuren van de Neolamprologus leleupi soorten kunnen ten opzichte van elkaar sterk verschillen. Er bestaan verscheidene ondersoorten al naargelang hun vindgebieden. Zo is er de Neolamprologus leleupi (Zaïre), de Neolamprologus leleupi "longior" (Tanzania), de Neolamprologus leleupi "melas" of nog anders genoemd: de Neolamprologus leleupi,leleupi.

 

Altolamprolgus compressiceps is een vissoort die per koppel mag gehouden worden. Normaal zijn het zeer roofzuchtige vissen die graag kleine visjes op hun menu staan hebben. Door hun afgeplat lichaam zijn zij in staat om hun voedsel te gaan halen tussen holen en spleten. Bij onvoorziene omstandigheden zijn ze eerder schuw en gaan ze zich verstoppen in hun schuilplaats. Eénmaal dat zij vertrouwd zijn met hun omgeving en de waterhuishouding in orde is, zullen deze eigenaardige vissen zich in hun vol ornaat laten zien. Als zij met hun muil en hun vinnen wijd opengespreid staan, stralen deze vissen een grote maturiteit uit en zou ik niet graag in de plaats van mijn schelpbewoners zijn. Ik heb hem reeds meermaals zien geeuwen. Als ik dan in zijn muil kijk, doe dit mij denken aan de geopende poorten van een ferry-boot.

Ondanks zijn vervaarlijk uitzicht en dat het een roofvis is, is het toch een rustige soort, die andere vissen van dezelfde grootte zal gerust laten. Planten raakt hij niet aan en de bodem woelt hij niet om. De kweek is niet zo eenvoudig als van zijn voorganger, kenmerkend voor het jongbroed is hun zeer trage groei. Zelfs als zij in het voedsel zwemmen, duurt het toch nog een hele tijd voor ze volwassen zijn. Overlaatst heb ik nog een kweek gehad. Terug geschiedde alles in het aquarium zelf, midden tussen de andere populatie.

Begint u het al te voelen waar ik naartoe wil met dit artikel?

  • Jongbroed van de Neolamprologus leleupi in een druk bezet aquarium.
  • Jongbroed van Altolamprologus compressiceps in hetzelfde aquarium.

Wacht eens af: de show moet nog beginnen!

De Altolamprologus compressiceps en Neolamprologus leleupi behoren tot hetzelfde geslacht, maar hebben een andere tekening en kleur.

Wil men een Altolamprologus goed houden, alhoewel hij geen schelpbewoner is, dan doen wij er goed gaan een leeg slakkenhuis te voorzien op een strategische plaats. Dit slakkenhuis moet natuurlijk van een grootte zijn dat het wijfje, dat ruim kleiner is dan de man, erin kan. Het slakkenhuis van de Lanistus nyassanus is hier zeer geschikt voor. Het vrouwtje wordt door het mannetje voortdurend in de schelp gedwongen tot wanneer de eieren zijn afgelegd. Wij moeten er ook voor zorgen dat de slakkenhuisopening ook niet te groot is, want het mannetje mag er geen gebruik van maken.

Van de Altolamprologus compressiceps zijn er ook verschillende variëteiten, afhankelijk van de plaats van herkomst. Over het algemeen is het lichaam lichtbruin met 7 à 8 dwarsbanden, die elk afzonderlijk uit 2 strepen bestaan. Hun vinnenstelsel is indrukwekkend,meestal grijsbruin met vele witte stippen.

Een minder voorkomende soort is geelachtig van kleur met nog sterkere geprononceerde dwarsstrepen. De Noordelijke variant, waaronder de "Calvus", is donker van kleur. Daarnaast hebben wij een goudgele vorm met oranjerode borstvinnen uit Tanzania en een wittere vorm met blauwe lippen uit Zambië«.

In ditzelfde aquarium heb ik een zevental Neolamprologus brevis "sunspot" zwemmen. Van deze soort heb ik nog geen kweek gehad, dit zal wel te wijten zijn enerzijds aan de levensomstandigheden in het aquarium en anderzijds de onjuiste verhouding: mannetjes- vrouwtjes. Eén mannetje heeft een vrouwtje uitgekozen, samen bewonen zij dezelfde schelp, maar tot eiafzetting is het nog niet gekomen.

Wat mij het meest bevalt aan deze prachtige schelpbewonertjes is de manier hoe zij hun schelp verdedigen. Zij stellen zich zeer agressief op als een andere vis hun rust komt verstoren. Het mag een soortgenoot zijn, hij moet weg. Hebt u al eens 2 mannetjes tegenover elkaar zien staan? Zij bekvechten dat het een lust is, ze hangen als het ware aan elkaar. Dat ze scherpe tanden hebben,heb ikzelf aan den lijve ondervonden. Als ik met mijn arm in het aquarium, ga tracht ik dit zoveel mogelijk te vermijden, want ze trekken aan het haar dat op mijn arm staat. Dit is niet omdat ze denken dat het een worm is, dit doen zij enkel om hun territorium te verdedigen. Als schuilplaatsen voor deze vissen gebruiken wij de lege schelpen van de wijngaardslakken. Prettig om zien als zij met hun kop vooruit in de schelp duiken bij nakend gevaar, om dan later met een schuddende beweging achterwaarts deze weer te verlaten. Zij doen dit bewust niet in één keer, omdat zij bij de minste waterbeweging die zij gewaarworden terug in hun schelp zwemmen. Waarschijnlijk is dit een instinct dat zij hebben aangeleerd om zich te beschermen tegen predatoren.

Neolamprologus brichardi: hier begint het. Zoals het spreekwoord zegt: Het venijn zit in de staart.

Op onze tentoonstelling "Aquariana'92" had ik prachtige exemplaren gezien van deze vissoort en besloot er ook een paar te houden. Hier en daar eens gevraagd of dit wel aangewezen was tussen mijn bestaande populatie Tanganjikacichliden. Hierop kreeg ik eerder een negatief antwoord. De Neolamprologus brichardi behoort toch tot een agressievere soort en kan het volledige aquarium als zijn territorium beschouwen, vooral als hij met jongbroed zit. Koppig als ik ben, heb ik er mij toch een paar aangeschaft. Een gans jaar door ging dit vrij goed, tot op een bepaald ogenblik het vrouwtje er een aparte manier van zwemmen op nahield en de dag nadien helemaal niet meer zwom. Spijtig! Ik denk dat zij moet gestorven zijn aan een zwemblaasaandoening. Het mannetje bleef dus alleen over.

Een paar maanden nadien zag ik dat mijn Leleupi's terug hadden afgelegd en zwommen er een 40-tal jongen rond. Joepie, terug een paar leden die ik kan tevreden stellen. Nogmaals herhalen: deze kweek kwam tot stand in het aquarium zelf.

Maar!!! Wat stelde ik vast: Als de jongen tot 3 cm waren uitgegroeid kleurden zij niet uit, zoals voorgaande keren het geval was. Zaten zij onder stress? Hadden zij geen voedsel genoeg? Ik wist het niet. Zij werden nog groter, maar bleven grijs. Toen viel mijn frank (de één valt al rapper dan de andere)

Het waren geen jongen van de Neolamprologus leleupi maar een samensmelting van deze met Neolamprolgus brichardi. Zij hebben de vorm van de Leleupi en de kleur van de Brichardi.

Ik zit dus met een bastaardvorm. Voor de curiositeit laat ik ze groot worden. Het spreekt vanzelf dat zij in mijn aquarium zullen blijven en ik deze niet meer zal laten kweken. Wie weet wat er dan allemaal kan gebeuren. Dit komt ervan als men goede raad in de wind slaat.

Waarschijnlijk voelde het mannetje zich te eenzaam en heeft hij bij zijn lotgenoot, waar hij eigenlijk een verwant van is, kennis aangeknoopt.

Weet u dat ik tijdens het schrijven van dit artikel terug met jongen zit? Ik ben nieuwsgierig wat er nu uit de bus zal komen, want ik heb het ouderpaar niet zien baltsen. Zeker is dat het Leleupivrouwtje terug in het complot zit, maar wie is de man? Hopelijk een Leleupi.

De Neolamprologus brichardi is een heel sierlijke vis, die vooral wordt aangekocht vanwege zijn uniek vinnenstelsel, best te vergelijken met de mannetjes van de congozalmen.

De lichaamskleur is geel met een grijze glans. Zijn ze gestresseerd of vertonen zij een agressief gedrag, dan kunnen zij dwarsstrepen laten zien. Op hun kieuwdeksels hebben zij een fel gekleurde gele vlek met daarrond blauwe stippeltjes. Hun kaken zijn voorzien van scherpe tanden die menige vissoorten zware letsels kunnen toedienen. Oudere mannetjes hebben een bult op hun kop.

Ancistrus dolichopterus heb ik enkel gekocht om als opruimer van alle soorten afval te gebruiken en om overtollige algen af te grazen zij doen dat ook, als hen niet teveel ander voedsel wordt voorgeschoteld.

Ondanks de relatief kleine afmetingen van mijn aquarium, met toch een drukke bezetting, heb ik van praktisch elke Neolamprologussoort één of meerdere kweken gehad. Soms van twee terzelftertijd. Elke soort liet de jongen van de ander gerust. Ik denk dat dit te maken heeft met het voedselaanbod. Alle dagen krijgen ze wat anders, alles in functie van de grootte van de vis. Elk soort voedsel heeft een eigen calorische waarde en bevat verschillende mineralen. Door hen afwisselend te voeren krijgen zij alles binnen wat zij nodig hebben.

Ik wil niet zeggen dat u het aquarium moet houden zoals ik het zie; de gulden regels blijven immers van kracht:

  • matige visbezetting
  • aangepaste infrastructuur
  • kweken bij voorkeur in kweekbakken.

Ondertussen heb ik toch al veel uurtjes met veel plezier al dit gedoe kunnen waarnemen in het aquarium. Ze zwemmen nog steeds dartel rond en als het waar is dat als de vissen geeuwen zij zich goed in hun vel voelen, dan zit ik goed, want ik dacht dat zij de slaapziekte hadden

Aanmelden