Text Size

In het begin was er water...

In het begin was er water...
door William Boucqué, clubblad september '99.

Dit artikel is eens iets anders dan de hedendaagse gebeurtenissen in ons aquarium. Het gaat natuurlijk over onze zwemmende vrienden, maar deze keer over hun geschiedenis, een vage stamboom gebaseerd op fossiele resten en vele jaren onderzoek. Meteen kunnen we heel wat vragen stellen: "Waar komt onze Discus vandaan?", "Wie was de voorvader van de Tropheus of de C. frontosa?", "Is de Pauwoogcichlide familie van de Neontetra?". En: "wie was de eerste mens die het aquarium uitvond?". Wel, aan het einde van dit artikel komen we tot een verbazingwekkend besluit! Ge ziet dat dit weer een gepeperd verslag zal worden, een stuk prehistorie over onze vissen. Dus laat uw verbeelding eens gaan en reis mee in de tijd van "oerzeeën" en reusachtige monsters...

In het begin was er water... De wetenschap is het eens dat de oorsprong van onze "zwemmers" in de "oerzeeën" moet gezocht worden; Eén groot continent vol vulkanen en giftige dampen, omringd door die reusachtige plas water.

Dit zo'n 3 miljard jaar geleden met als eerste leven: de bacteriën, ons allen welbekend. Veel van die wetenschap hebben we te danken aan de vele jaren onderzoek van een zeer gekende wetenschapper, Charles DARWIN (1809 - 1882. Deze Engelse natuurkundige moest het hebben van de evolutietheorie (paleontologie) en zijn leer werd zowat het grondbeginsel van verdere onderzoeken. Heden, met Darwin in het achterhoofd; gebeuren de zoektochten op basis van fossiele resten, waarbij zeer veel onduidelijkheden zijn en verkeerde theorieën aan verbonden worden. Denk maar eens aan de momentele naamwijzigingen van vissen en planten, die al een hobby op zich vormen.

De bacteriën (ongeveer 3 miljard jaar geleden) groeiden uit tot holtedieren zoals: sponzen, kwallen, neteldiertjes en

Inktvisachtigen circa 570 miljoen jaar terug in de tijd. De kreeftachtigen (Trilobieten) volgden vlug erna zo'n 70 miljoen jaar later. De eerste zwemmende exemplaren ontstonden 600 miljoen jaar terug, dit in het oudste tijdvak van het "PALEOZOÃÏCUM: "CAMBRIUM" genoemd (waar halen ze het vandaan!?). Deze eerste vormen waren simpele dieren, mossel noch vis zou men kunnen zeggen, waarvan, tot nu toe, heel weinig sporen zijn. Hun weke lichaamsdelen zijn moeilijk bewaard gebleven. Het volgende tijdperk, het "SILUUR" (425 miljoen jaar geleden) had wel fossielen nagelaten. Dikke pantsers van beenplaten bedekten hun lichaam; ze hadden maar één neusgat en twee ogen, maar geen onderkaak (ze waren precies van een andere planeet) noch vinnen. Enkel het verlengde van de ruggengraat (Chorda dorsalis) had iets wat op een vin geleek. Deze graat vormde de centrale as van het lichaam en gaf stevigheid aan dit dier. Met andere woorden, nog helemaal niet lijkend op onze dieren. Ostracordermi was de verzamelnaam voor deze vreemde wezens. De volgende soorten kan men eigenlijk "stamvaders" noemen en werden gevonden in het "DEVOON" ook wel eens vissentijdperk genoemd, dit zo'n 405 miljoen jaar terug. En naast die "kaakloze" gewervelde verschenen ook de eerste vissen met kaken; de eerste haaiachtigen, straalvinnige (Actinoptergiae), kwastvinnige (Crossopterygiae) en de longvissen of Dipnoi genaamd. De primitieve haaien waren de eerste vissen met gepaarde vinnen. De Dipnoi zijn nu nog steeds dezelfde vissen, dus onze dieren zijn geen afstammelingen van deze rassen. De kwastvinnigen maakten hun bloeitijd door in het "DEVOON", "CARBOON" en het "PERM". Hogere ontwikkelde soorten verschenen pas in het "KRIJTTIJDPERK". Deze familie is waarschijnlijk de voorloper van de amfibieën en gewervelde landdieren. Maar van de straalvinnigen moeten wij het hebben (Actinopterygiae). Dit "ras" evolueerde tot de kraakbeenvissen (Chondrostei, zoals roggen) en de

beenvissen (Teleostei), waarvan we de sporen kunnen volgen tot in het "TRIAS" (230 miljoen jaar terug) en zo'n 100 miljoen jaar geleden ontwikkelde zich de eerste vorm van de huidige beenvissen: de Chalaspis. Deze groep was reeds "voorzien van oren en poten"; met andere woorden, ze hadden een gestroomlijnd lichaam met beweegbare vinnen en kaken. Zij verdeelden zich over heel wat toenmalige biotopen. De beenvissen of Teleostei (nu Osteichthyes) zijn dus de rechtstreekse voorouders van praktisch alles wat er in ons aquarium rondzwemt.

Het is ook de enige groep waarbij nog sprake is van evolutie! Nu zijn er ongeveer 50 soorten "kaakloze vissen", 500 soorten kraakbeenvissen en al meer dan 30.000 soorten beenvissen, die in verschillende milieus en specifieke omstandigheden leven. Er worden elke dag nieuwe varianten ontdekt, en er sterven elke dag bekende en onbekende soorten uit. Vandaar dat het volgende artikel over de nood van een eigen kweekcentrale gaat, dit om het in standhouden van bepaalde rassen te verzekeren! Dus over de aquariumliefhebberij en natuurbescherming. Schokkende berichten uit het buitenland; die iedereen aan het denken zal zetten. Ach ja, bijna vergeten: wie had het eerste aquarium uitgevonden? Wel, de Chinezen! Zo'n 1000 jaar geleden maakten zij grote geglazuurde aardewerken schalen om daar hun "Chi's" (Zilverkroeskarpers) in te houden. Iets later kwamen de halfdoorzichtige bolronde potten, dit waren de allereerste "viskommen". Dus je ziet dat dit artikel bewijst dat de Discus, de C. frontosa, de Tropheus, de Neontetra en de Pauwoogcichlide, enz... verre familie van elkaar is! Wat een verbazingwekkend (vergezocht) besluit!

Bronnen: Het grote aquarium encyclopedie.

Aanmelden