Text Size

Van het Malawi- naar het Tanganyikameer

Van het Malawi- naar het Tanganyikameer

Erik Lievens, Aquarianen Gent


Door de eeuwenheen, d.w.z. van 1987 tot heden, heb ik als aquariumliefhebber al heel wat wateren zowel letterlijk als figuurlijk doorzwommen. Ik begon zoals menige aquariumfanaat, met een gezelschapsaquarium waarin een allegaartje van verschillende vissoorten uit verschillende continenten bij elkaar zwom. De populatie bestond uit een koppel maanvissen, enkele diamantgoerami's, een zwerm kardinaaltetra's en enkele Barbus soorten. Tot ik mij aansloot bij de vereniging: Aquarianen Gent.

Na een gesprek met één van de clubleden bleek dat ik op het verkeerde pad terecht gekomen was in verband met de bevolking van mijn aquarium. Dit lid kon mij overtuigen dat een dergelijke kakafonie van verschillende soorten in eenzelfde aquarium, vroeg of laat tot mislukking gedoemd is. Ik moest ervan uitgaan dat enkel de soorten vissen die komen uit hetzelfde biotoop, samen in hetzelfde aquarium thuishoren. Zo gezegd zo gedaan. Na 5 jaar aquariumhouden nam ik afstand van het gezelschapsaquarium en besloot ik mijn eerste stappen te zetten in de richting van een Tanganyikabiotoop.

Onder impuls van onze voorzitter en enkele andere Tanganyikafanaten besloot ik een keuze te maken onder de Tanganyikacichliden. De bevolking van het aquarium zag er als volgt uit: enkele exemplaren Altolamprologus calvus, een tiental Julidochromis ornatus, enkele exemplaren van, voor mij, één van de prachtigste Neolamprologus-soorten: de Neolamprologus leleupi longior. Verder nog een heel interessant visje dat als schelpbewoner door het leven gaat de Neolamprologus brevis.

Dit gezelschap heb ik tot mijn grote voldoening een vijftal jaren samen gehouden. Een mens houdt echter wat van verandering in zijn leven en ik vroeg mij af waarom eens niet een overstap maken naar het Malawimeer. Enkele jaren terug waren vissen vanuit het Malawimeer zeer in trek bij de aquariumliefhebber. Momenteel is er een tendens dat ze terug plaats moeten maken voor de bewoners van het ‘naburige’ Tanganyikameer. De Tanganyikacichliden komen nu terug in the picture te staan.

Nu eventjes bekijken hoe mijn bestand eruit zag met Malawicichliden: bewust had ik mijn oog laten vallen op de Aulonocara-groep. In het aquarium hield ik enkel vissen behorende tot deze familie. Aulonocara's worden in de volksmond ook wel de keizers van het Malawimeer genoemd of ook nog wel: de vlinders van het Malawimeer, duidend op hun kleurenpracht.

Aulonocara jacobfreibergi, A. baenschi, A. saulosi en de prachtige A. maylandi maylandi maakten deel uit van mijn bezetting. Achteraf bleek dat de A. jacobfreibergi de andere soorten heeft verdrongen zodanig dat na verschillende nakweken er nog enkel van deze soort rondzwommen in het aquarium. Het waren echter prachtig uitgegroeide exemplaren die met hun lengte van 20 cm een zeer imposante indruk gaven. De prachtige kleuren op hun vissenlichaam en hun vinnenstelsel hebben mij veel uurtjes aangenaam verrast. Na vijf jaar begon het bij mij weer terug te kriebelen om een andere weg in te slaan en terug te keren naar mijn vroegere passie: het Tanganyikameer.

Aan de inrichting van het aquarium moest ik naar mijn mening niet teveel veranderen. Het aquarium was zodanig ingericht dat aan één zijwand een rotspartij was opgebouwd bestaande uit eenzelfde soort steen (natuursteen) en het overige deel van het 160*60*60 cm groot aquarium bestond uit een vrije zwemruimte. Via een gerenommeerd lid van onze vereniging kon ik een evenwichtig gezelschap van Tanganyikabewoners bemachtigen bestaande uit: een vijventwintigtal Cyprichromis microlepidotus Malassa en een zestal Cyathopharynx furcifer Deep green Kabogo. Allen jonge exemplaren die nog hun jeugdkleed hadden om later als alles goed gaat, hun definitief kleurenpatroon aan te nemen. Dit gezelschap zwemt nu al enkele maanden rond en zijn ondertussen al heel wat aangekomen. Op het ogenblik dat ik dit artikel schrijf valt er zijdelings zonlicht binnen in het aquarium (dit was lang geleden door de barre weersomstandigheden). Beste vrienden, ik heb het heel moeilijk om dit artikel af te maken. Voortdurend zit ik naar de prachtige iriserende kleuren van het mannetje van de Cyathopharynx furcifer te gapen. De diepgroene iriserende punten op zijn schubbenkleed, zijn prachtige blauwgevlekte rug- en staartvin, doen mij kippenvel krijgen.

Hopelijk neemt u het mij niet kwalijk dat hierdoor een foutje in mijn tekst gekropen is. Zoals eerder geschreven bestaat de inrichting uit een stevige rotspartij waartussen de vissen zich kunnen verschuilen als ze belaagd worden door schijnaanvallen van predatoren. Vooral tijdens de baltsperiode kan het er zeer heftig aan toe gaan. Om schuilplaatsen te creëren heb ik ook enkele bossen Vallisneria-planten neergezet ter hoogte van beide zijden van de rotspartij: één aan de achterzijde van het aquarium en één aan de voorruit. Zo ontstaat er een beschermd gebied waar de vissen zich kunnen ophouden bij gevaar. Als bodembedekking heb ik gebruik gemaakt van fijnkorrelig zand. Cyathopharynx soorten zijn er immers voor bekend dat ze stevige kuilen in het zand kunnen graven om hun broednest te maken. Mannetjes lokken hun vrouwtjes naar dit nest om voor nakomelingen te zorgen. In mijn aquarium heb ik hiervan nog niets gemerkt. Geen enkel mannetje maakte aanstalten om zo een kuil te maken. Via onze voorzitter kwam ik echter te weten dat mijn aquarium niet op de juiste wijze was ingericht. De rotspartij was okémaar binnen de grenzen van de vrije zwemruimte moest er nog een platte steen gelegd worden die als het ware zou dienst doen als afbakening van een territorium die de Cyathopharynx zou opeisen.

Zo gezegd, zo gedaan. Eénn steen vond ik echter wat magertjes daardoor plaatste ik er prompt drie bij elkaar. Na twee weken had het mannetje nog altijd geen goesting om graafwerk te verrichten tot... jawel, vanmorgen 09 maart 2010 bemerkte ik een aard(zand)verschuiving in de hoek van mijn aquarium binnen de afgebakende zone van de bijgeplaatste stenen. Het bontgekleurde mannetje tracht, momenteel vergeefs, een vrouwtje te lokken in het bruidsnest. Geduld is echter binnen de aquariumliefhebberij geen ijdel woord.

Veel aquariumliefhebbers zouden meer dan tevreden zijn met de huidige bezetting van mijn aquarium. Persoonlijk vond ik echter dat er nog iets ontbrak. Er bevinden zich heel wat vissen binnen de vrije zwemruimte maar op en tussen de rotspartijen is het maar een saaie bedoening. Wat hieraan te doen? Toen ik de club binnenkwam zag ik in een aquarium een groepje Julidochromis transcriptus zwemmen. Dit zijn hoofdzakelijk rotsbewonende cichliden die hierdoor mijn interesse hebben opgewekt. Ik kocht een tiental exemplaren en bracht ze in het aquarium onder. Ondertussen hebben ze zich vlug aangepast aan hun nieuwe omgevingen en ik was blij dat ik in elk deel van het aquarium vissen zwemmen heb.

Heel belangrijk bij het houden van deze vissoorten is de manier van voederen. Dit moet op een heel wat intensere manier gebeuren in vergelijking met andere tropische vissoorten. Driemaal daags worden de vissen gevoederd met afwisselend voedsel. Dit kan bestaan uit pekelkreeftjes (Artemia salina), Mysis, krill en watervlooien. Ook wordt hen dagelijks wat vlokkenvoer aangeboden dat hoofdzakelijk bestaat uit spirulina. Het is een plezier om zien hoe de Cyprichromissen Cyclops tot zich nemen. Met hun uitstulpbare bek ploegen ze als het ware door het water heen om zoveel mogelijk van dit voedsel tot zich te nemen. Van krill en Mysis zijn ze niet zo zot, temeer dat dit voedsel veel te groot is voor hun bek. De Julidochromis heeft het meer voorzien op watervlooien, hoewel hij ook graag meedoet aan het aangeboden cyclopsbad.

Cyathopharynx houden meer van de pekelkreeftjes. Om de twee dagen wordt hen Artemia aangeboden. Dit draagt bij tot hun goede conditie en het vertoon van hun kleurenpracht. Als de Cyathopharynx zich niet goed in zijn vel voelt, vervagen zijn kleuren en vertoont hij zijn vlekkenpatroon op een zilvergrijze achtergrond.

Een tweede voorname eigenschap die wij onder ogen moeten zien bij het houden van een Tanganyikagezelschap is een zeer regelmatige waterverversing. De vissen voelen zich pas in hun nopjes als de waterkwaliteit in orde is. De Cyathopharynx is hiervoor een goede barometer. Deze laat slechts zijn prachtig schubbenkleed zien als de waterkwaliteit in orde is.

Beste vrienden, het venijn zit in de staart. Denk nu maar niet dat mijn passie voor het houden van regenboogvissen is opgehouden te bestaan. Integendeel. Ik geef grif toe dat qua kleurenpracht die de Tanganyikacichliden kunnen tentoon spreiden best te vergelijken is met de BESTENDIGE kleurenpracht van de regenboogvissen. Besef wel dat als wij de piramide van het vissenbestand over de hele wereld bekijken, de regenboogvissen aan de top staan. Hier is de evolutie begonnen. Momenteel heb ik mijn oog laten vallen op de blauwoogjes, heel klein blijvende visjes die een streling voor het oog zijn, niet alleen met hun kleuren maar ook door hun speciaal vinnenstelsel.

Tot de volgende reis!

Aanmelden