Text Size

(achter)wanden en bodems

Wanden & bodems
door Eric Vanhoenacker, clubblad maart '95

Een waaier van mogelijkheden

Toen ik zo'n kleine twintig jaar geleden voor het eerst kennismaakte met de aquaristiek, zag je zowat overal het mooie behang doorheen het aquarium. De bodem bestond veelal uit gewassen rijnzand en stenen werden slechts sporadisch gebruikt. Technisch gezien was er ook nog niet zo veel mogelijk. Maar ook qua esthetisch inzicht legde de aquaristiek inmiddels al een lange weg af. Aan ons om alle kansen te benutten.

Wanden

De eenvoudigste manier om een achterwand te maken is en blijft natuurlijk het gebruiken van het behang dat achter het aquarium toegepast wordt. In het gunstigste geval is dat een imitatie van jutedoek, een muur van natuursteen of een muurposter van een bos. Minder geschikt zijn natuurlijk de medaillon motieven met roze bloemen die, al dan niet goudomrand, op een lichtblauwe achtergrond staan te bloeien. ik kan mij indenken dat onze vissen zich, wanneer ze door de achterruit kijken, helemaal niet in Borneo, Brazilië of Zaïre zullen voelen.

Een veel toegepaste oplossing is het aanbrengen van een poster aan de achterruit. In een goed beplant aquarium kan dat zelfs best meevallen want tussen de plantengroepen zie je immers ook de planten op de poster. Diepte krijg je er echter niet mee want de achtergrond, de foto dus, is even goed verlicht dan de planten zelf. Eigenlijk krijg je nog meer diepte als je de achtergrond donker maakt door een donkergroene of zwarte vuilniszak achter de bak te plaatsen. Helemaal mis gaat het wanneer je een poster van een zeeaquarium, inclusief koraalrif achter het zoetwateraquarium gaat aanbrengen. Net zo min past een plantenposter als achtergrond voor een rotsbiotoop.

Vanwege het feit dat glas steeds een spiegelend effekt heeft, is het beter om de wanden in het aquarium te plaatsen. Zo zou je kunnen kurkplaten aanbrengen, al dan niet gelijmd aan de achterwand, door middel van siliconenlijm. Er zijn echte kurkplaten en namaakplaten van P.U.-schuim (polyurethaan). Met de echte kurkplaten had ik de ervaring dat deze steeds een amberkleurig aquariumwater veroorzaken en na verloop van tijd gaan verpulveren. Als je Plecostomussen in de bak hebt, dan schrapen die het bovenlaagje van de kurk weg, om dat als ballaststof bij hun voeding te laten dienen. Nadien vind je op de bodem van het aquarium overal bruin stof. Tussen de vele gaatjes van zo'n kurkwand blijft het water ook stil staan zodat het begint te stinken, tengevolge van rottende stofdeeltjes die zich in die gaatjes afzetten. Op die manier wordt zo'n achterwand vlug een voedingsbodem voor blauwe alg. De P.U.-platen hebben dit nadeel niet.

Piepschuim of geëxpandeerd polystyreen (Isomo) is een materiaal dat al dikwijls in het aquarium terug is te vinden doch niet altijd het beoogde resultaat als gevolg heeft. Zo is dit materiaal zeer licht en heeft het een grote drijfkracht. Het is dan ook niet denkbeeldig dat zo'n achterwand ineens een plafond wordt, doordat hij zich losgemaakt heeft van de achterwand. Je kan met dit materiaal mooie decors maken door er met een warmtebron of met aceton een reliëf in te smelten. Nadien wordt de wand geverfd met een niet-giftige verf (op basis van borden-zwart). Nadeel van deze werkwijze is dat slechts de toplaag van een kleur voorzien is. Grazende vissen zoals rotscichliden (Mbuna's) of Plecostumus, Ancistus, Otocinclus, enz... zullen er dan ook spoedig een onherkenbaar geheel van maken doordat er witte vlekken van het piepschuim zichtbaar worden. De discussie over de giftigheid van het piepschuim zelf is ook nog niet afgesloten. Feit is dat dit materiaal na verloop van relatief korte tijd gaat verpulveren zodat er stukjes loskomen en in het water gaan drijven. Het zou ook geen geschikt materiaal zijn om langere tijd onder water door te brengen.

De nieuwste stand van zaken laat ons toe om met chemische produkten kreatief te zijn. Spuitbussen met P.U.-schuim (polyurethaan), een materiaal dat als isolatiemateriaal verkocht wordt, hebben inmiddels de harten van veel aquariumliefhebbers gestolen. Het is niet overdreven duur en je kan er machtige effecten mee bekomen. Nochthans zijn er enkele bedenkingen. Zo is PU net zo licht als piepschuim en moet het goed aan de wanden verankerd worden opdat het niet zou gaan drijven. Een basis van groen geplastifiëerd volièredraad, vastgelijmd met stukjes glas tegen de achterwand is geen luxe. De giftigheid op langere termijn, daar dient ook nog duchtig over gepraat te worden. Het materiaal moet immers volledig uitharden vooraleer het inert is. Dat uitharden is op dikkere plaatsen wel eens een probleem. Verschillende keren vullen en uitspoelen van het desbetreffende aquarium is dus zeker gewenst. Het al dan niet slagen van het spuitbus-projekt hangt af van de creativiteit en de handigheid van de maker. De grens tussen een geslaagd geheel en regelrechte kitsch is hier wel heel moeilijk te bepalen. De verf die achteraf toegepast wordt is weer onderhevig aan grazende vissen.

P.U.-schuim bestaat ook in twee componenten, een produkt A, en een produkt B, die je net voor gebruik samenvoegt, goed mengt en dan uitgiet op de ondergrond waar je het decor wil maken. Voordeel van deze manier van werken is de mogelijkheid om , tijdens het mengen een kleurpigment toe te voegen. Dit resulteert in een achterwand die in de massa is ingekleurd zodat grazende vissen geen schade kunnen berokkenen aan de wand. Het expandeerproces verloopt ook iets gecontroleerder zodat we meer tijd hebben om aanpassingen te doen aan hoogtes en laagtes. Voorzie echter steeds plaatsen waar er bijna geen polyurethaan zit, alleen op die manier krijg je diepte in het decor.

Natuurlijke decoratiematerialen, zoals leistenen kunnen ook aan de achterwand gekleefd worden met siliconenlijm. De achterwand dient steeds goed ontvet te worden (aceton of methanol... nooit White Spirit) en de juiste lijm nemen want er bestaat ook siliconen die slechts geschikt is voor afdichten en niet voor lijmen. Zo'n leistenen achterwand geeft, indien op een natuurlijke manier aangebracht, een prachtig resultaat. Deze techniek kan alleen toegepast worden bij aquaria die voor de rest van hun leven op dezelfde plaats blijven staan. Ze worden door de stenen wanden immers loodzwaar.

Bij het gebruik van piepschuim en polyurethaan (spuitbus of twee componenten) verdient het steeds aanbeveling om een afdeklaag te voorzien in epoxyhars. Twee componenten epoxy is een chemisch produkt dat tijdens de verwerking zeer giftig is en dus zeker in een goed verluchte ruimte of met een masker dient aangebracht te worden. Met P.U.-schuim liefst ook voorzichtig zijn ! Na uitharding is epoxy volledig onschadelijk, tenminste wanneer je epoxy gebruikt dat voor voedingsrecipiënten mag gebruikt worden. In het nog natte hars kan je eventueel ook nog wat zand strooien, liefst van dezelfde kleur als het bodemzand en de voorziene stenen.

Bodem

Zand is zand hoor je vaak zeggen, maar niets is minder waar. Ieder biotoop heeft zijn eigen zandsoort, telkens met een specifieke kleur en samenstelling. Zandkorrels zijn afgeslepen van de grotere stenen en rotsmassieven, uit het gebied waar de bedding van een bepaalde rivier doorloopt. Dit in gedachten houdend komen we bij een stokpaardje van mezelf: zand- en steenkeuze bij de doorsnee aquariaan.

In het overgrote deel van de aquaria die ik reeds mocht fotograferen viel me telkens op hoe onzorgvuldig iedereen te werk gaat bij het samenstellen van een biotoop. Zo zie je wit of lichtgekleurd zand op de bodem, met daar bovenop bruinrode lavastenen, zwarte leistenen en zelfs donkergrijs arduin. Soms zie je het omgekeerde: een bodem uit zwart basaltsplit, leisteengruis of turfmolm, met daarbovenop witte maanrotsen, kalkrotsen of zelfs grote stukken kwarts uit een of andere rivier.

Zo'n biotopen stroken helemaal niet met de filosofie die elke rechtgeaarde aquariaan zou moeten aankleven: zorgen dat de dieren in een biotoop ondergebracht worden waar ze een leven kunnen leiden als in hun land van herkomst. Misschien lijkt het jullie wat overdreven, maar ik denk niet dat een inwoner van Alaska, levend in bossen ter grootte van Europa, tussen hoge bergen met stenige richels, zich zou thuisvoelen op Honolulu. De Canadapolulieren en dennen zijn ineens palmbomen geworden. De bergen zijn plotsklaps zandstranden geworden. De temperatuur laten we hier buiten beschouwing.... alhoewel ik reeds Discussen en Skalaars zag op een koude februaridag, zonder extra verwarming, op de vogelmarkt te Gent. Wij worden met de vinger gewezen door GAIA, terwijl sommige handelaars er een zootje van maken. Ik zeg wel SOMMIGE, maar ik dwaal af.

In een bepaald aquarium kunnen zand, stenen en achterwand onmogelijk uit verschillende biotopen afkomstig zijn. Vandaar dat een zeer nauwkeurig op elkaar afstemmen van al die elementen een eerste vereiste dient te zijn. Het heeft natuurlijk zin om een fijnkorrelige bodem te voorzien voor Corydoras en Geophagus omdat die de hele dag in dat zand graven en snuffelen. Wanneer er echter op dat zand een groep stenen ligt die qua kleur of aspect nooit uit diezelfde rivierbedding kunnen komen, dan gaat het natuurlijk effect totaal verloren; van dat "Stukje natuur in huis" blijft dan niets over. Het werd verknoeid, terwijl het door een klein detail te wijzigen zo mooi had kunnen zijn.

Bodems en wanden dienen dus aangepast te zijn aan de vissen en planten die het aquarium zullen gaan bevolken, alsook aan elkaar. Een bak die op dergelijke manier is ingericht kan dan in feite nooit meer voor een ander biotoop gaan dienen. Wat je veel ziet is een ex-Malawi-bak die een tweede leven gaat leiden in Zuid-Amerika. Het witte zand wordt vervangen door turfmolm, de maanrotsen moeten wijken voor een prachtige stronk kienhout. Wellicht zullen de Roodneuszalmpjes dit al goed appreciëren maar zal je zelf wel gelukkig zijn met de P.U. achterwand, waarvan de knobbels enigszins maanstenen moeten imiteren en de kleur witgrijs is met enkele penseelstreken groen om algengroei te suggereren? Neen! Je mag daar niet tevreden mee zijn, een Zuid-Amerikaans biotoop heeft een donkerbruine achterwand nodig waar eventueel uit de achtergrond enkele stukken kienhout naar voor steken, een soort afgekalfde oever, weet je wel!

Het kan misschien allemaal overdreven lijken, maar ikzelf zag reeds, bij een ex-zeeaquariaan, een bak met schelpenzand, koraalskeletten en een heuse amfora, net uit een scheepswrak ontsnapt, nu ingericht als Tanganyika-bak. Men had hem verteld dat de hardheid die door het schelpenzand en de koralen veroorzaakt werd voor de Tanganjikacichliden geen bezwaar waren. Nu kan ik mij inbeelden dat er in het Tanganyikameer ongetwijfeld wel scheepswrakken voorkomen. Misschien rolden daar ook wel enkele amforas uit, gevuld met gouden dukaten of zoiets, maar of het groepje Cyphotilapia frontosa en het viertal Synodontis meervallen zich nu echt thuisvoelde tussen de scherpe koraaltakken, dat durf ik te betwijfelen. Wellicht daarom dat ze alleen in de bovenste waterlaag te vinden waren, terwijl ze in hun natuurlijke biotoop de onderste bewonen, sierlijk tussen en net boven de stenen laverend.

Het welzijn van de dieren staat steeds op de eerste plaats, daaraan dient ieder aquariaan of terrariaan zich te houden. Indien aan de eisen van een bepaald dier niet kan voldaan worden, dan is het beter om te kiezen voor een andere soort, waarvoor je misschien wel het geschikte biotoop kan creëren. "Misschien" is eigenlijk onvoldoende, je moet het zeker zijn!

Tweede op de ranglijst staat volgens mij het natuurgetrouwe aspect van zo'n glazen biotoopvervanger. De vragen die we ons hierbij dienen te stellen zijn de volgende:

  • Ziet het geheel er natuurgetrouw uit?
  • Komt de keuze van materialen overeen met de natuurlijke situatie?
  • Zijn er geen ongerijmdheden te ontdekken?
  • Zijn bodem en achterwanden in harmonie?

Deze laatste vraag brengt ons meteen ook naar het volgende punt, namelijk de vloeiende overgang van de bodem naar de achterwand. Dit wordt meestal verwaarloosd zodat er helemaal geen overgang maar een abrupte scheiding is tussen het horizontale en het vertikale vlak van onze inrichting.

Overgangen

In de natuur gaat de bedding van een rivier heel geleidelijk over in de oever. Je krijgt een vloeiende lijn die langzaam omhoog loopt tot aan het wateroppervlak. Op die plaats begint het bovenwatergedeelte dat meestal beplant is met oeverplanten of moerasplanten. Het bovenwatergedeelte is slechts interessant voor de paludariumbezitters. Voor de full-aquarianen beperken we ons hier tot het onderwatergedeelte. De oplopende oever bestaat veelal uit rotsen doordat de rivier zijn bedding in die rotsen uitgeslepen heeft. Door dat proces werden grote en kleinere stukken meegevoerd die op de bovenloop van de rivier resulteren in een bedding vol rotsblokken. De middenloop zal reeds kleinere stenen huisvesten doordat de grote blokken inmiddels aan stukken werden geslagen ten gevolge van de kracht van de rivier. De benedenloop daarentegen zal ons slechts kleine stenen laten zien met daartussen grind en zand.

In het midden van een rivier is de stroming het grootst, stroomt er altijd water, ook in het droge seizoen, zodat het zand daar uitgespoeld wordt. Meer naar de oever toe en in de binnenbochten van de rivier zet zich dat fijnere zand dan terug af. Tegen zo'n oever is het zand dan ook het fijnst. Het is dus ook van belang om te weten of onze vissen uit de boven, midden of benedenloop van een bepaalde rivier komen, uit diep (stenig) of ondiep (zanderig) water.

Het langzame verloop tussen stenige en zanderige zones dat we in de natuur kunnen bewonderen, is zelden of nooit in het aquarium te zien. Meestal bestaat de bodem uit relatief fijne kiezel met daar bovenop enkele grote rotsblokken. De kleinere stukjes rots die er als het ware afgebrokkeld zijn, vinden we niet terug. De overgang is te plots. Daar komt nog bij dat de grote stukken werkelijk "bovenop" het zand liggen, in plaats van er als het ware uit te groeien. Je moet je inbeelden dat de rotsen van de oevers eigenlijk doorlopen over de gehele dwarsdoorsnede van een rivier, en dat de kuilen in de rotsen opgevuld worden met kleinere stenen en zand. Als je het zo voor ogen houdt, dan krijg je automatisch een mooie overgang.

Indien je te weinig verbeeldingskracht hebt, dan kan je gerust eens gaan spieken en inspiratie opdoen in de natuur. De bodems van de Ardense rivieren zijn heus niet zoveel anders dan deze in Zuid-Amerika of West-Afrika. Okee... de omgevingsbeplanting ziet er helemaal anders uit, maar de manier waarop water in een rotsmassief zijn bedding uitslijpt, stukken rots meevoert, in stukken hakt, doet meerollen en ten slotte als zand achterlaat tussen de steenbrokken, die manier is overal ter wereld dezelfde. Ga gerust eens op pad aan de oevers van de Lesse, de Ourthe of de Amblève. Zet je geest open en sla de verzamelde gegevens op in je geheugen. Ga er thuis eens kreatief mee aan het werk en vergelijk dan met de manier waarop je voorheen te werk ging. Je zal zien dat er een hemelsbreed verschil is.

Dat verschil komt ten goede aan het kijkgenot, maar het komt ook ten goede aan de inwoners van de bak. Zij hebben er niet voor gekozen om in een glazen bak op te groeien. Geef ze dus alles waar ze recht op hebben: gezonde afwisselde voeding. Een propere omgeving (zuiver water), maar vooral ook een mooie ingericht huis, waar ze zich "thuis" kunnen voelen, net als waar ze vandaan komen. Je bent het aan hen verplicht!

Aanmelden