Text Size

Overloopsystemen. Voor welke kan men kiezen?

Overloopsystemen. Voor welke kan men kiezen?

Baetens Willy, Aquarianen Gent

Iedereen zal zich wel het moment herinneren dat hij/zij serieus met aquaristiek begon. Voor welke afmetingen van aquarium zouden we kiezen, voor welke visjes, welke plantjes, welke soort filter? Men moest dan ook nog een keuze maken over het type filter welke men zou gebruiken. Koos men voor een bioblokje (ingebouwde biologisch filtersysteem), een potfilter, een wervelbedfilter of een bioloog?

 

Indien men koos voor een externe biologische filter had men twee mogelijkheden: of men koos voor een gat in het aquarium, of voor een overloop buiten de bak. Laten wij ze stuk voor stuk eens bekijken.

1. Terug in de tijd.

We beginnen met het klassieke systeem zoals de ouderen onder ons het zich nog zullen herinneren: de filter aangebouwd aan het aquarium. Daarbij werd er een bakje aan het aquarium gehangen door middel van twee metalen strips welke omgeplooid werden aan de zijkant van het aquarium (zie fig.1). Deze filter werd gevuld met allerlei media (watten, bouwisolatie, actieve kool, zelfs zand enz.). Door middel van een hevel werd het water uit het aquarium geheveld en terug gestuwd door een luchtpompje. Zonder het te weten hadden we op dat moment een biologische filter uitgevonden. Dit systeem werkte trouwens prima. Dit type filter werd een beetje verbannen door de opkomst van de potfilters.

TE048 FIG 1

2. De overloop in het aquarium.

Daarbij wordt een gat geboord in de bodem van het aquarium. Daarin wordt met aquariumsilicone (of met een speciale doorvoer) een buis bevestigd welke naar de bioloog loopt (fig.2).

TE048 FIG 2

Rond deze overloop wordt als veiligheid een wand geplaatst waar het water overloopt om in de aparte ruimte terecht te komen waar de buis zich in bevindt. De hoogte van deze veiligheid bepaalt het waterniveau. De buis wordt net iets lager geplaatst dan de hoogte van de veiligheid. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat, indien er een lek zou ontstaan, het aquarium zou leeglopen. Door middel van een pomp wordt het gefilterde water uit de filter terug in het aquarium gepompt.

Variante (fig.3):

Men kan ook kiezen voor een gat in de zijwand, daarbij moet men eveneens rekening houden met het waterniveau (de onderkant van het gat voor de doorvoer mag niet boven de veiligheid uitkomen).

TE048 FIG 3

Nadeel van deze methode is dat men een GAT moet boren in het aquarium (met het risico op breuk), dat men de ruimte verliest waar de overloop is geplaatst en men die lelijke buis moet camoufleren. Deze camouflage resulteert in de meeste gevallen op een nogal hoekige afwerking van de achterwand.

3. De overloop buiten het aquarium.

Indien men kiest voor een uitwendige overloop hoeft men uiteraard geen gat te boren. Dit systeem is ontwikkeld door onze goede vriend Pierre Haeck. Zelfs al beweren stoute tongen dat zij dit zelf uitgevonden hebben en dit in hun naam op het internet geplaatst hebben, shame on you.

Uitwendige overloop type 1 (fig.4):

TE048 FIG 4 TE048 FIG 6

Over deze laatste in het bijzonder wil ik het nu hebben, met de problemen zoals die zich hebben voorgedaan bij mijn eigen constructie.

Door een hevel te plaatsen tussen het aquarium en de overloop vult men deze laatste. Gezien het water in een afgesloten buis terecht komt en de diameters van de buizen verschillen, stijgt het water naast de hevel (fig.5). Om te voorkomen dat het aquarium zou leeglopen naar de biologische filter (wet van de communicerende vaten) plaatst men een schuine T zoals afgebeeld op het detail (fig.6).

Kwestie is enkel om de onderkant van de schuine T te regelen naar het gewenste waterniveau van het aquarium. Indien de circulatiepomp zou uitvallen wordt, er geen water meer naar het aquarium gepompt en zal het water dit niveau behouden. Ik probeerde dit type uit op onze bak van 250*70*70 cm (L*B*H) met een bioloog van 60*56*25 cm (L*B*H), dit bleek niet goed te werken. Volgens mij was het probleem te wijten aan een vortex (fig.7).

Een vortex (fig.8) of wervel is een draaiende beweging in een vloeistof. Een vortex kan twee- of driedimensionaal zijn. Tweedimensionale zijn stabiel, terwijl driedimensionale onstabiel zijn. Vortexen kunnen voorkomen als een mono-, bi- of tripolaire wervel (Bron Wikipedia).

TE048 FIG 7 TE048 FIG 8

Om dit probleem op te lossen, kwam ik met de volgende oplossing.

Uitwendige overloop type 2:

TE048 FIG 9

Dit is in principe hetzelfde als de ‘Uitwendige overloop type 1’. Het voordeel dat men heeft met het type 2 (fig.9) is dat er geen tegenwerkende krachten kunnen optreden gezien de beweging van de vloeistof in één richting is. Het is aan te raden het eerste deel van de S-bocht niet te lang te maken omdat het debiet van de vloeistof vermindert naargelang het gewicht (hoogte) van de waterkolom. Het waterniveau in het aquarium wordt bepaald door de onderste hoogte van de bovenste bocht. Het resultaat van deze constructie was echter even bedroevend als met het vorige systeem, het debiet bleef ongeveer hetzelfde. Het is natuurlijk zo dat een biologische filter geen al te hoog debiet mag hebben daar hij anders niet optimaal werkt, maar dit debiet was bedenkelijk laag.

Ten einde raad nam ik contact op met onze ‘muggelaar’ Pierre Haeck. Deze was onmiddellijk bereid samen het probleem op te lossen. Toen we gezamenlijk alle stappen doorliepen, kwamen we tot de conclusie dat de configuratie (aquarium, pomp, bioloog) hét probleem was.

Het aquarium meet 250*70*70 cm (L*B*H) en heeft een nuttige inhoud van ongeveer 950 liter water als men het zand, stenen en kienhout aftrekt. De pomp is een NewJet van 2300 liter en de bioloog met 3 compartimenten meet 57*53*28 cm (L*B*H) en heeft dus een buffer van ongeveer 70 liter. Resultaat: de hoeveelheid water welke weggepompt werd, verhoogde de waterkolom in het aquarium niet voldoende om over te lopen en trok de filter leeg. In ons geval komt 1 mm waterhoogte in de bak overeen met ongeveer 17 liter. Door de oppervlaktespanning van het water moet men het aquarium dus hoger vullen wil deze beginnen overlopen.

De oplossing lag voor de hand: wurgen van het debiet van de pomp, waarbij men steeds in acht moet nemen deze te wurgen op de steekzijde van de pomp, nooit op de aanvoerzijde om het warmlopen van de pomp te voorkomen.

Omdat ik niet happig was naar deze oplossing was ik genoodzaakt een bolkraan te plaatsen met een bypass naar het eerste compartiment van de biologische filter en een bolkraan tussen de pomp en het aquarium. Zo voorkwam ik meteen de eventuele tegendruk op de pomp.

De bolkraan naar het aquarium bleek naderhand niet nodig te zijn omdat het gewicht van de waterkolom het weggevoerde water naar de eerste aftakking (bioloog) stuurde. Op deze manier was het perfect mogelijk het debiet traploos in te stellen naar de terugloop uit het aquarium. Steeg het niveau in de bioloog dan wurgde men met behulp van de bolkraan naar het eerste compartiment minder. Daalde het niveau echter, dan moest men iets meer wurgen.

TE048 FIG 10

Het water welke terugvloeit via de bypass zorgt in dit geval voor een extra zuurstofopname in de bioloog. Op het eind van dit systeem bevestigde ik een T-˜stuk met langs beide kanten een geperforeerde buis met stop. Dit zorgt ervoor dat een deel van het water dat minstens twee keer door de filter vloeide extra zuurstof opnam en extra gefilterd werd (fig.10). Resultaat: het systeem werkte beter, was perfect regelbaar maar er was nog steeds onvoldoende debiet.

Op zoek naar meer debiet.

Omdat ik in de opbouw van mijn achterwand een dubbele hevel??? had gemaakt (fig.11&12), rekening houdende met een mogelijke obstructie van een van de aanvoeropeningen had ik wel een leiding over. Mijn idee om er een tweede hevel bij te plaatsen en zo de capaciteit te verdubbelen, lag voor de hand.

TE048 FIG 11

TE048 FIG 12

Om de beide hevels gezamenlijk naar de bioloog te laten vloeien, hadden we een verzamelbakje nodig. We lieten ons inspireren door een bestaande vergaarbak welke gebruikt wordt bij afvoeren van dakgoten (fig.13).

TE048 FIG 13

Zo was het plan geboren om een nieuw systeem te ontwikkelen.

Uitwendige overloop type 3:

TE048 FIG 14 TE048 FIG 15

De centrale overloop in de vergaarbak werd door middel van een mof verdikt om meer oppervlakte te creëren en in de doorvoer gelijmd met aquariumsilicone (fig.14&15). Door dit systeem toe te passen, werkte de overloop efficiënter en was er voldoende debiet. Zo kon ik de bioloog inrichten en in werking stellen.

Tot slot wil ik nog vermelden dat bij het maken van een hevel met vaste buizen er zich een probleem stelt. Een hevel moet om te kunnen werken luchtledig gezogen worden en dit gaat met vaste buizen niet. Bij het plannen van de bouw van mijn eerste systeem kreeg ik van Pierre een tip om dit probleem op te lossen met een bochtje en een kraantje.

TE048 FIG 16

Een gat wordt zo gepast mogelijk in de bovenkant van de buis geboord. De bocht wordt langs de kant van de buis zo ver mogelijk weggezaagd en ingeplakt. Daarop wordt dan een slangetje, een kraantje en terug een slangetje bevestigd om aan te zuigen. Op het moment dat het water voorbij het kraantje komt sluit men dit af en is de hevel gevuld (fig.16).

 

Met dank aan Pierre Haeck van de Gentse Aquarianen.

Bron: fig.8, www.feandft.com

Aanmelden