Text Size

Aquariumwatermetingen

Aquariumwatermetingen
Met dank aan Freddy Haerens, clubblad december 1997

Inleiding

Zonder twijfel is de meting van het aquariumwater van het allergrootste belang voor de vissen en planten in ons aquarium.

Regelmatige controle van temperatuur, pH-waarde en hardheid is noodzakelijk om te voorkomen dat er ongemerkt iets misgaat binnen de beperkte ruimte van het aquarium. We moeten er immers naar streven de waterkwaliteit stabiel te houden, hetgeen niet eenvoudig is doordat een aquarium in vergelijking tot natuurlijke wateren een zeer kleine hoeveelheid water bevat, zodat de watersamenstelling tussen twee controles snel kan veranderen. We stellen u hier enkele testen voor. In de handel zijn alle benodigde toestellen en test-reagentia eenvoudig aan te schaffen. Via een club kunt u hulp en raad verkrijgen.

Temperatuur

Vissen zijn koudbloedige wezens, zodat hun lichaamstemperatuur op peil moet worden gehouden door het aquariumwater. Afhankelijk van de watertemperatuur spreken we van een koud (vb. inheems- en Noordzeeaquarium, tot max.12 °C), subtropisch (vb. Middellandse Zeeaquarium, 18-22 °C) of het populaire tropische aquarium (circa 25 °C). De eigenlijke meting is zeer eenvoudig en snel uit te voeren, een kwikthermometer volstaat. Er bestaan ook dure elektronische thermometers, meestal in combinatie met een verwarmingssysteem (vb. Dupla).

Zuurtegraad

De pH-waarde geeft aan of het water zuur, alkalisch of neutraal is. Een gedeelte van het water en de erin opgeloste stoffen splitsen zich in ionen, onder andere in OH- en H+. De concentratie waterstofionen, die afhankelijk is van de aard en de hoeveelheid aan opgeloste stoffen, bepaalt de pH.

  • 0 - 4 zuur
  • 4 - 7: neutraal
  • 8 - 12 basisch

Bij pH 6 is het water 10 maal zuurder dan bij pH 7 (10 maal meer H+ ionen). pH 5 is dus 10 x 10 = 100 keer zuurder dan pH 7. De meest geschikte pH voor een zoetwateraquarium ligt tussen 5,5 en 7, maar voor Afrikaanse cichliden en voor zeevissen wordt een waarde van rond de 6 vooropgesteld. Voor een meer gedetailleerde opgave verwijs ik naar de literatuur (vb. Aquariumwereld). De pH dient regelmatig gecontroleerd te worden door middel van testreagens of met elektronische toestellen, liefst in combinatie met een meting van de KH.

Hardheid

Water (behalve gedistilleerd water) bevat verschillende substanties in oplossing, zoals minerale zouten, spoorelementen, enz. Water met veel minerale bestanddelen noemt men hard water; is het arm aan kalk en zout dan spreekt men van zacht water. De hardheid kan worden uitgedrukt in Duitse Hardheidsgraden(°DH). 1 °DH komt overeen met 10 mg kalk per liter water.

Een indeling ziet er als volgt uit :

  • 0-4 °DH zeer zacht
  • 5-8 °DH zacht
  • 9-12 °DH gemiddeld
  • 13-20 °DH hard
  • >20 °DH zeer hard

Door meting en bijsturing kan men gemakkelijk zeer goed aquariumwater bekomen, zowel voor de verzorging als voor de kweek.

We onderscheiden twee soorten hardheid:

  1. Karbonaathardheid KH, ook wel tijdelijke hardheid, wordt uitgedrukt in °KH. Het is de som van alle karbonaten en bicarbonaten van calcium en magnesium. De carbonaathardheid speelt een grote rol bij het regelen van de pH. Water met een hoge KH heeft ook een grote buffercapaciteit; d.w.z. dat zuren en basen aan het water kunnen worden toegevoegd zonder dat de pH erg verandert. Een KH-meting moet bij voorkeur steeds gecombineerd worden met een pH-meting, vooral bij lage KH waarden.
    Gunstige KH waarden liggen tussen 3.5 en 8 ° DH.
  2. Gezamenlijke hardheid GH, ook totale hardheid, wordt uitgedrukt in °DH. Het is de som van alle opgeloste zouten van calcium en magnesium. Deze waarde is alleen belangrijk bij de kweek. KH en DH zijn het eenvoudigst te meten met een indicatorvloeistof (Tetra, Hilena, e.a. gebruiksaanwijzing bijgeleverd).

Geleidbaarheid

Deze wordt uitgedrukt in micro-Siemens (m S). Het is een maat voor de osmotische waarde. Deze waarde is tevens van belang bij het kweken. De geleidbaarheid geeft ook een algemeen beeld over de verandering in het aquarium.

Voorbeeld: toevoeging van keukenzout verhoogt de geleidbaarheid. Zo ook een te grote toevoeging van plantenvoedingsstoffen. Water dat niet wordt ververst verrijkt zich met allerlei afvalstoffen en toont dus ook een stijgende geleidbaarheid.

Het meten van geleiding kan uitsluitend elektronisch gebeuren. Bij sommige goedkope toestellen is een temperatuurscorrectie noodzakelijk.

Stikstofkringloop

Voedselresten, uitwerpselen, enz. worden door bacteriën omgezet in een voor aquariumplanten opneembare vorm. Deze omzetting gebeurt zowel in het aquarium als in de filter. Deze kringloop is zeer belangrijk omdat er schadelijke stoffen gevormd en ontbonden worden.

Ammonium/ammoniakcomplex

Deze meting dient voor het opsporen van een storing in de bacteriënhuishouding. De giftigheid van ammonium of ammoniak is afhankelijk van de pH. Een ammoniakmeting moet dus steeds gecombineerd worden met een pH-meting.

  •  
  • 0.2 - 1 mg/liter versnelde ademhaling van de vissen.
  • >1 mg/liter DODELIJK

Ammonium is 100 maal minder giftig dan ammoniak.

Nitriet (NO2)

Doel: opsporen van bacteriënverstoring.

Giftigheid:

  • 0-0.05 mg/liter zeer goed
  • 0.1 mg/liter ongevaarlijk (in zeewater reeds opletten)
  • 0.1-1 mg/liter schadelijk, afhankelijk van de vissoort en de inwerkingstijd.
  • >1 mg/liter DODELIJK

Nitraat (NO3)

Nitraat is een indicatie voor de totale stikstofbelasting in het water. Het is relatief ongevaarlijk maar niet zonder risico's in zeewater. In zeewater, vooral met lagere dieren, moet een waarde van minder dan 20 mg/liter aangehouden worden.

Soortelijk gewicht

De meting van het s.g. wordt uitsluitend toegepast bij zeewateraquaria. Door middel van een pekelmeter of aerometer, ook zoutweger genoemd, en een omzettingsschaal wordt de hoeveelheid opgelost zout in het water bepaald. Bij de berekening moet een temperatuurscorrectie worden doorgevoerd.

vb.: s.g. 1.022 - 1.023 geeft 31 - 32 gram zout per liter bij 25 °C.

Redoxpotentiaal rH

De redoxpotentiaal is een maat voor het oxiderend en reducerend vermogen van het aquariumwater.

Een exacte meting van de rH-waarde vereist helaas een flinke hoeveelheid apparatuur en een ruime kennis om deze waarde te beoordelen, waardoor de redoxpotentiaal slechts zelden in de aquaristiek wordt uitgevoerd.

Koolstofdioxidemeting CO2

De koolstofdioxidemeting is vooral van belang bij het toepassen van koolstofdioxide bemesting. Een juiste CO2-dosering is onmogelijk als we geen rekening houden met KH en pH.

Opgeloste zuurstof O2

Het meten van de opgeloste zuurstof is een controle voor de zuurstofassimilatie van planten en wieren. Het helpt bij het tijdig herkennen van storingen.

IJzermeting Fe

Fosfaatgehalte PO4

Vroegtijdig herkennen van gevaar voor algenvorming.

Kopergehalte Cu

Aanmelden