Text Size

Algen weg ermee!

Algen, weg ermee!
Door Jan Mannekens, Aquarianen Gent. (Bron: Aqua plaisir (Fr) nr 27 - september 1998 - Danseuses de Rivieres p52-58)

Een sterke titel inderdaad. Maar de volgende ervaringen hebben zo'n indruk op mij gemaakt dat deze titel wel verantwoord is. Vooraf wil ik wel stellen dat mijn verhaal een oplossing voor het algenprobleem aanreikt die niet voor iedereen bruikbaar is (later zal blijken waarom dit zo is). Even de situatie schetsen. Alles speelt zich af in een aquarium van 80 * 30 * 40 cm dat gefilterd wordt door middel van een Eheim 2211 potfilter en afgezien van een sporadische waterverversing en het uitkuisen van de potfilter gebeurt er nog maar weinig onderhoud.

De vissen.
Heden ten dage bestaat het visbestand uit niet meer dan één neon tetra en één prachtbarbeel die er hun oude dag slijten. Maar ooit was het anders! Zo'n 7 of 8 jaar terug, toen ik het aquarium had ingericht als gezelschapsaquarium zwommen er in rond: 12 neon tetra's, een koppel Pelvicachromis pulcher, 5 prachtbarbelen, 2 Botia macracantha en 1 Plecostomus. Zeker geen onderbevolkte bak dus! Gedurende al deze jaren heb ik geen enkele vis meer bijgezet, maar ik heb er wel zo'n 300 jonge kersenbuiken uitgehaald en uitgedeeld. De Plecostomus (onze Gust) die na een paar jaar toch wel te groot werd voor het aquarium is plots gestorven, waarschijnlijk aan de stress toen de kersenbuiken weer eens een groot aantal jongen aan het beschermen waren en pa en ma 'pulcher' stonden toen behoorlijk agressief tegen al wat in de buurt van hun jongbroed kwam en als 14 cm grote Pleco in een 80 cm aquarium kon onze Gust moeilijk pa en ma 'pulcher' blijven ontwijken...

De rest van de vissen (op de 2 die er vandaag nog inzitten) zijn langzaam maar zeker de pijp uitgegaan. Op de 2 Botia's na. Die hebben een ander en ruimere thuis gevonden en doen het daar zeer goed.

De planten.
Oorspronkelijk bestond het plantenbestand uit een allegaartje van planten. Een Amazonezwaardplant, verschillende soorten Crypto's, Leids plantje, Belgisch groen, ... en alle planten deden het voortreffelijk, zonder dat ik ze ooit iets of wat plantenvoeding toediende (er was ook geen voedingsbodem aanwezig)! De verlichting bestond uit 2 Grolux lampen. Deze goede plantengroei heeft, tegen alle verwachtingen in, 5 jaar standgehouden. Met de planten is het beginnen misgaan toen ik de Amazonezwaardplant beu was. Ze was altijd maar zo groot en nadrukkelijk aanwezig dat ik ze eruit wou. Dus 'weg' Amazonezwaardplant en raar maar waar, maar toen begon de rest van de planten ook bergaf te gaan (waarschijnlijk door de veranderde lichtomstandigheden, de Amazonezwaardplant dempte het licht aanzienlijk).

Stand van vandaag: Belgisch groen: verdwenen, Leids plantje: gemillimeterd, Crypto's nog heel beperkt aanwezig en zeer klein van vorm. Javamos is er 2 jaar geleden bijgekomen toen het plantenbestand naar mijn smaak te zeer geslonken was.

En dan komen we nu tot de algen.
Algen heb ik gedurende al deze jaren wel gehad; bruine, groene, baardalgen en zelfs wat blauwe alg, maar niet in die mate dat het storend was. Althans het heeft mij nooit gestoord... Misschien dat ik er vandaag, nu ik er vanaf ben, enigszins anders op terugkijk. De paar stukken kienhout waren in de loop der jaren bedekt met een laag ondefinieerbaar 'gewas'. Een combinatie van afval en algen; een donkere laag die niet onnatuurlijk aandeed en geen echt vuile aanblik had. Groene algen waren er ook op de stenen en de zij- en achterwanden van het aquarium. Baardalgen zaten op de filter in- en uitlaat van de Eheim. Blauwe algen zaten voornamelijk tussen het Javamos... dacht ik. Eenmaal de bak vrij van algen besef ik dat er veel meer algen moeten geweest zijn dan ik dacht (wou denken). Maar ja, ik had ook niet zoveel tijd om me met dat aquarium bezig te houden en ik stelde het mij ongetwijfeld mooier voor dan het was.

Weg algen!
Nu, begin dit jaar; in april (?) om precies te zijn, plaatste ik een artikel in ons boekje over zoetwatergarnalen en over hoe efficiënt deze diertjes het algenprobleem aanpakten. Daar deed ik ook een oproep naar de leden om hun ervaringen hiermee aan de redactie kenbaar te maken.

Kort daarna zag ik verschillende soorten zoetwatergarnalen in de zaak Aquawiet van Wilfried Van der Elst. Ik kocht mij 9 exemplaren van de soort Caridina japonica. Deze soort heeft 4 schaarpoten die direct ingezet werden in wat voor mij een ongelofelijke opruimactie werd. De 9 Caridina gingen in het hiervoor beschreven aquarium en verdwenen tussen het groen (het Javamos is het enige wat het nu nog echt goed doet). De volgende dag vond ik 2 garnalen dood op het tapijt, 5 meter van het aquarium verwijderd. Het aquarium goed afdichten is dus de boodschap, want door de kleinste spleet zullen ze verdwijnen.

Maar nu terug naar de opruimingswerken.
Op 3 maanden tijd waren alle baardalgen, alle blauwe algen en het grootste gedeelte van de groene algen verdwenen. De stukken kienhout waren ontdaan van de laag die ze bedekte. Ik denk dat ik ze niet mooier had kunnen afschuren; ze waren als zijnde vers uit de winkel of nog beter. Het javamos was frisgroen van aan de voet tot aan de top van de takjes; elk spoor van blauwe algen was verdwenen. En de garnalen bleven maar knippen... Aan de blaadjes is niet de minste schade zichtbaar. Je ziet de garnalen voortdurend knippen en dan de scharen naar hun mond brengen en gedurig zie je keutel na keutel aan het lichaamsuiteinde naar buiten komen. Vandaag is het bakje zeer proper... een beetje klinisch aandoend zelfs en daaruit blijkt nog maar eens hoe efficiënt deze opruimers tekeer gaan. En nog steeds zijn ze overal druk in de weer met poetsen, ook al zie ik niet meer wat er nog te poetsen is; wat ze nu nog van de blaadjes halen moet wel zeer klein zijn. Maar er moet nog steeds iets zijn, want de keutels blijven maar komen!

Omdat ik vrees dat mijn opruimers zullen verhongeren heb ik de belichting van het aquarium tot 14 uur per dag opgedreven en als ik mijn 2 oudjes voeder, dan voeder ik iets teveel. Dan zie je de Caridina's gretig de overtollige vlokken opzoeken en deze naar binnen werken.

Inmiddels heb ik ook een tweede soort garnaal gekocht bij Wilfried. Het gaat om Atya aleni. Waar de Caridina japonica zo'n 4 a 5 cm groot worden, haalt Atya aleni wel 6 a 7 cm. Het is echter een totaal andere garnaal, een voedselspecialist en ik zou durven zeggen dat wie deze garnaal koopt als poetsgarnaal de verkeerde keuze maakt. Deze soort heeft niet de vier schaarpoten zoals C. japonica, maar wel 4 poten die ik zou omschrijven als waaier- of paraplupoten. Met die poten zitten ze in de stroming en vangen in de waaiers aan de uiteinden van die 4 poten kleine partikels uit het water op, die ze dan naar hun mond brengen. Ik heb een stuk kienhout tegen de voorruit van het aquarium geplaatst en daar de filteruitlaat op gericht. Dank zij deze ingreep zijn de Atya aleni altijd te zien in het aquarium. Ik heb ze dan ook al goed kunnen bestuderen en fotograferen. De Atya aleni zijn door hun grootte en door hun mooie tekening meer opvallend dan de C. japonica. De Atya aleni zitten bijna altijd op dit stuk kienhout in de stroming. Slechts zelden (o.a. om te vervellen) zie je ze op de bodem van het aquarium. Ze zwemmen ook niet zo frequent als de C. japonica.

Sinds deze voedselspecialisten in het aquarium zitten wordt er dagelijks gevoederd met zeer fijn voer (Biofood - mini).

Als jullie denken dat ik razend enthousiast ben over mijn garnalen, dan slaan jullie de nagel op de kop! Ik vind mijn garnalen bijna even interessant als de vissen en ik kan u verzekeren dat er altijd wel iets speciaals te zien is in het garnalenaquarium. Ik denk echter dat het niet aan te raden is deze garnalen onder te brengen in een aquarium met grotere vissen. Zeker de kleinere garnalen zouden dan wel eens als voer kunnen worden aangezien. Maar in een plantenaquarium zijn deze dieren zeker een aanwinst.

Tot slot wil ik nog wat extra informatie meegeven die ik in de weinige literatuur over deze zoetwatergarnalen heb gevonden:

  • Het lichaam van de garnalen bestaat uit 2 delen. De cephalothorax (het voorste stuk) waarop alle gevoelsorganen zijn gelokaliseerd zoals ogen en voelsprieten, net als de 5 paar looppoten en de schaarpoten. Op het achterste stuk van het lichaam zitten de zwempoten.
  • Het pantser van de garnalen groeit niet mee. Vandaar dat de garnalen verschillende keren vervellen. Dit is telkens een vrij kritisch proces. Daarom moeten we een aantal rustige en afgeschermde plaatsen voorzien waar de garnalen zich kunnen terugtrekken tijdens deze vervelling.
  • De voeding. Algemeen gezien zijn deze garnalen carnivoor of omnivoor, soms detrivoor (levend van afval). Daarom kunnen wij ze voorzien van mosselvlees (gekookt), vis, ... Zoals uit mijn verhaal blijkt zijn de Caridina echte opruimers die tot de detrivoren kunnen gerekend worden. En deze soort komt zeker in aanmerking als algenopruimer eerste klas. Sommige soorten zullen het slakkenbestand minimaliseren.
  • De zoetwatergarnalen kunnen soms echte sprongen maken. Vandaar dat men het aquarium goed moet afdichten.
  • De voortplanting. De geslachtsdelen liggen in het voorste lichaamsdeel op de buikzijde tussen de looppoten. Het mannetje drukt het vrouwtje op de rug, en laat daar zijn sperma achter bij het geslacht van het vrouwtje. De eieren worden enkele uren daarna afgezet en worden aldus bevrucht door het nog aanwezige sperma. De eieren worden omgeven met een gelatineachtige substantie en door het vrouwtje meegedragen tussen de zwempoten. De beweging van deze zwempoten zorgt voor de aanvoer van voldoende zuurstof. Het uitkomen van de eieren varieert tussen 10 en 20 dagen afhankelijk van de soort en de temperatuur. Bij het uitkomen is de jonge garnaal in een stadium van larve, die in het open water rondzwemt. Na het doorgroeien van verschillende stadia gaat de larve over in de gedaante van onze gekende garnaal.
  • Zoetwatergarnalen zijn meestal goed houdbaar in het aquarium; langlevend en minder gevoelig aan nitrieten en nitraten dan onze vissen. Dit geldt echter niet voor alle soorten. Ze gedijen goed bij een pH boven 7,0 en voldoende hardheid. De temperatuur mag niet dalen beneden de 18°C en niet stijgen boven 29 °C. Een tijdelijk zuurstofgebrek in het water schijnt hen niet te beïnvloeden. Ze prefereren gedempt licht en zullen zich dikwijls schuilhouden in het dichte groen.
  • Wanneer men garnalen bij vissen houdt moet men oppassen bij het gebruik van medicamenten. Ook oppassen met producten tegen algen. Producten die koper bevatten zijn levensgevaarlijk voor onze garnalen!
  • Voor de aquariumhobby zijn vooral de Atyides van belang. Daarin zijn 2 belangrijke geslachten, de Atya soorten en de Caridina.
  • Sommige soorten zijn eerder territoriaal en kunnen agressief gedrag vertonen. Sommige soorten kunnen niet samen worden gehouden.

Zo, hopelijk werkt dit verhaal aanstekelijk en kan ze sommigen overtuigen om ook eens deze boeiende diertjes in het aquarium te houden. Jammer genoeg zijn ze niet altijd in de handel te vinden en aangezien er nog maar weinig over te vinden is in de literatuur, is het onze plicht als liefhebbers om onze ervaringen bekend te maken.

Aanmelden