Text Size

Hygrophilia salicifolia - Belgisch groen

Hygrophila salicifola
door D. Bresser, Clubblad september 2000.

Hygrophila_salicifolia.JPG

Dat er onder de Hygrophila's voortreffelijke aquariumplanten voorkomen, weten reeds vele aquarianen. Enige jaren na de oorlog werd een eerste soort waargenomen, nl. H. polysperma, beter bekend als Belgisch groen.

 

Deze soort heeft z'n sporen reeds lang verdiend en is nog steeds een prima beginnersplant. Daarna Nomaphila stricta, nu H. corymbosa, de reuze Hygrophila, een nogal forse plant wat vorm betreft, en een groot contrast met de vorige. Vervolgens H. guianensis, na een noodzakelijke naamsverandering H. stricta genaamd.

H. difformis heeft bij z'n naamgeving veel hoofdbrekens gekost; een der eerste namen was Ruellia triflora toen Cardanthera triflora, Adenosma, waterwistaria, maar hij is het meest bekend als Synnema triflorum: vaantjesplant. De onderwatervorm daarvan is totaal anders dan de bovenwatervorm, met veervormige bladeren.

De Hygrophila's zijn ingedeeld in de onderklasse Sympetalen, (Kroonbladen vergroeid); orde Tubiflores, de buisbloemigen; familie Acanthaceae. Een kenmerk der Hygrophila's is de tweelippige kroon, verdeeld in twee kroonbladen boven en drie onder. Ze bezitten een bovenstandig vruchtbeginsel en vier meeldraden waarvan er soms twee steriel kunnen zijn. De bloemen zitten afzonderlijk, of soms in kleine schermpjes in de bladoksels. De meeldraden zijn niet altijd waar te nemen, daar komen we later nog op terug. De herkomst van de meeste Hygrophila's is, op een uitzondering na, India, Thailand en Maleisië. Een pluspunt der Hygrophila's is dat ze zich vlot laten stekken. Kortom : men kan er veel mee doen en over dat doen gaat 't volgende verhaal.

Enige jaren geleden werden op een der bijeenkomsten van de werkgroep Aquariumplanten (W.A.P.), stekjes uitgedeeld; iets dat daar regelmatig gebeurt. Ook ik kreeg een stekje in de hand gedrukt van een Hygrophila-achtige plant, maar de naam was onbekend.

Thuis gekomen werd het stekje van de onderste blaadjes ontdaan en met een scherp mesje onder de knoop opnieuw aangesneden. Een knoop is de plaats waar b.v. vertakking optreedt en waar de bladeren aangehecht zitten. Het stekje werd daarna in een plastic pot met Sphagnum (Veenmos) als bewortelingssubstraat gestoken en vervolgens in 'n grote plastic zak, met onderin een diepe schotel vol water, neergelaten. Een drietal stokjes verstevigde het een en ander, zodat het stekje absoluut vrij stond, en er een soort miniatuurkasje gevormd werd. De plastic zak werd van boven dichtgebonden en in de kas geplaatst. Het zou ook eventueel op de vensterbank in de huiskamer kunnen, doch dit is wat moeilijk vanwege de éénzijdige belichting. Na enige weken was het stekje beworteld en werd het verpot in gewone potgrond, doch nog steeds met een diepe schotel water. Een stevige groei trad in, de plastic zak werd zo nu en dan even los gemaakt om wat frisse lucht te geven en om de plant te wennen aan iets drogere lucht. Later werd de zak geheel weggenomen. Om meer bosvorming te krijgen werd getopt en daardoor ontstond waarschijnlijk bloemvorming. Het was een forse plant geworden, circa 60 cm hoog. Honderden lipvormige bloempjes van een licht lila kleur sierden het gewas. Er werden nu wat stekjes afgesneden en als proef in diverse huisaquaria uitgezet. Nu ontstonden daaraan na enige weken lange, zeer smalle bladeren, totaal anders dan de bovenwatervorm. Zoals gezegd was de naam mij onbekend en om die te weten te komen werden enige stekjes van zowel de bovenwatervorm met bloem, als van de onderwatervorm, gebracht naar de Hortus Botanicus te Leiden.

Kort daarop kwam bericht dat de plant was gedetermineerd als Hygrophila salicifolia. Dus een plant die vocht bemint, met bladeren als van een wilg (Salix). Natuurlijk dank aan de Hortus-deskundigen voor hun bijdrage.

Nu was mij deze naam wel bekend, doch deze soort met steeds een drieledige vertakking en in iedere oksel een bloem (die nooit alle drie tegelijk bloeien) was voor mij in de praktijk vreemd. Tot op heden heb ik geen zaden waargenomen, doch ik hoop dat dit me eens zal lukken.

Ook verschenen er wel eens geheel gesloten blijvende, zogenaamde cleistogame bloemen, doch in dit geval eveneens zonder zaadvorming. De bovenwatervorm is eenjarig, maar de onderwatervorm laat zich meermalen toppen, zodat men er wel wat langer plezier van kan hebben. De ondervinding is wel dat na enige malen toppen de kwaliteit wat terugloopt en ik raad dan ook aan om ieder jaar zowel de bovenwater- als de onderwatervorm te kweken, om ze daarna in een geschikt aquarium met behoorlijke verlichting te laten pronken. Een vijftal planten geven al een imposante indruk, vooral in combinatie met b.v. de reuze Ammannia of een Alternanthera soort.

Samen met de in het begin genoemde andere Hygrophila's zou men zeer goed een speciaal aquarium kunnen inrichten.

Aanmelden