Text Size

Nymphaea lotus

Nymphaea Lotus
Een boeiend rood juweel in het aquarium.
Door R. Luyckx, De Zilverhaai Beringen.

Nymphaea_lotus_2.jpg

Als start voor dit verhaal moeten we eigenlijk terug naar oktober '88. Bij de voorbereiding van het I.A.S. (dat tentoonstellingske in 't Kelchterhoef, weet je nog) werd met vriend Mil Lommelen afgesproken om een 1m bak te plaatsen. Enkele plantensoorten werden hiervoor doelbewust in kweekbakken ondergebracht.

Na wederzijds overleg werd besloten tot de aanschaf van een Nymphaea lotus als solitair. In dit geval een rood exemplaar. Het plantje bestond slechts uit twee stengels van ongeveer 10 cm met bovenaan twee blaadjes met een doormeter van 2 tot 3 cm.

Voor deze knaap mocht ik wel 95 Belgische smoelentrekkers afdokken.

Eenmaal thuis kreeg hij een plaatsje in een 1m bak, tussen een straatje Hygrophila stricta en Lobelia cardinalis. Als bodem gebruikte ik een laag gewassen fijn grind gemengd met wat leem. Aan de voet van deze rode tijgerlotus werden wat extra leembolletjes toegevoegd.Als verlichting werden drie TL-lampen aangewend, te weten: F30W/T8/I83, Naturel F30/T8/N en Fluora L30W/77. Deze worden om de 12 tot 14 maanden hernieuwd, kwestie van slijtage. Slijtage is immers gelijk aan lichtverlies. Wil je trouwens een Nymphaea laag houden dan dien je voor een sterke belichting te zorgen. Bij een mindere belichting durft hij nogal eens omhoog groeien en zich als overwoekeraar te manifesteren met zijn drijfbladeren.

De temperatuur wordt konstant tussen 23 tot 25 graden Celsius gehouden. Deze plant is afkomstig uit Zuid-Oost Azië en tropisch Afrika, waar toch een tropisch klimaat heerst. De eerste weken na verplanting treedt er zo als bijna bij alle planten een groeistilstand op. Maar geen nood, eenmaal als "Mijnheer" zich thuisvoelt, groeit hij als kool, wat bij mij dan ook geschiedde. Het knaapje groeide uit tot een hele mijnheer, die tijdens het I.A.S., tot mijn genoegen, veel bekijks had.

Nu, januari '91 staat diezelfde Rode Tijgerlotus nog steeds te pronken tussen H. stricta's en Lobelia's, en heeft intussen gezorgd voor heel wat nakomelingen door middel van uitlopers.

Hoe kan je nu zulke uitlopers bekomen?
Wel, een heel simpel antwoord: de plant niet meer met rust laten. Dit wil zeggen, je knipt alle drijfbladeren weg, zorgt dat je plant 4 tot 5 bladstengels heeft, (zeker niet meer) en trekt voorzichtig en regelmatig de wortelstok fijntjes uit mekaar. Doe je dit, dan zie je op de kortste tijd uitlopers verschijnen aan de voet van de moederplant. Maar, zoals de titel van dit stuk zegt: "Een bloeiend rood juweel", was de aanleiding van dit artikel de prachtige bloeiende lotusbloem in mijn bak.
Het begon eigenlijk na het lezen van het stuk "Vermeerdering tijgerlotus op twee manieren", geschreven door Erik Pors in "Het Aquarium" (juli-augustus '88).
Aangezien ik de eerste manier (uitlopers) al diverse malen met succes had toegepast, wou ik ook wel eens de andere methode beproeven, namelijk: vermeerdering via zaadvorming.

In tegenstelling tot de voorgaande wijze, werd de plant nu gerust gelaten, zodat na een tijd drijfbladeren werden gevormd. De doormeter van zowel de gewone bladeren, als de drijfbladeren situeert zich rond de 17 cm. Je kan dus praten over een fraaie jongen. Nadat de plant 6 drijfbladeren had gevormd, kwam de bloemstengel met knop te voorschijn. Een drietal dagen later was de stengel zo'n 10 cm hoog, nagenoeg 8 mm dik en voorzien van een prachtige bloemknop. Na een weekje was de bloemknop tot tegen het dekglas gegroeid, zodat ik genoodzaakt was om de dekruiten wat open te schuiven. Ook schakelde ik de middenste TL-lamp uit, dit om verbranding van de knop te voorkomen. Al met al groeide de bloemknop tot zo'n 5 cm boven de waterspiegel uit om daar blijkbaar enkele dagen rust te nemen. Gedurende een 4-tal dagen gebeurde er niks, maar de vijfde dag constateerde ik dat er beweging in de bloemknop zat. Omstreeks 21u openden de kelkblaadjes zich en nog geen 30 min later herhaalde zich dit proces voor de kroonblaadjes, zodat op een tijdspanne van anderhalf uur de overgang van knop naar bloem tot stand kwam. Werkelijk een prachtig juweel op het wateroppervlak! De bloem, zo'n 6 cm in doorsnede, sneewwit van kleur met wat flauwgele meeldraden, vormde een prachtig contrast met de bruine drijfbladeren en de groene Braziliaanse klimop. Je moet er wel rekening mee houden dat de Lotusbloem alleen 's nachts bloeit, en dit slechts gedurende drie nachten. De bloemknop opent zich ongeveer van 21u tot 9u.
Tijdens de derde nacht bemerkte ik dat de gele meeldraden een bruine tint hadden vanwege het stuifmeel. Volgens het boekje heb ik dan maar een penseel genomen, voorzichtig over de meeldraden gestreken en dan over de stamper. Zelfbestuiving noemt men dit. Deze procedure heb ik meermaals herhaald, kwestie van zekerheid.
Na de derde bloeinacht trekt de bloemstengel zich krom, zodat het vruchtbeginsel onder water getrokken wordt. Na ongeveer 10 dagen barstte dan de vrucht open. Ik had een panty van moeder de vrouw rond de knop bevestigd, dit om het zaad op te vangen. De zaadjes van de tijgerlotus zijn zo'n 1-1,5 mm dik en je kan ze ongeveer een half jaar bewaren.
Zoals bij vele planten sterft de moederplant af na de bloei. Dus bezin eer je begint! Of beter nog, zorg eerst voor enkele extra exemplaren door vermeerdering via uitlopers.
De rode tijgerlotus die vooral aangewend wordt om zijn scherp contrast met bv. een straatje Lobelia of Belgisch groen, is beslist een aanrader. Als je dan nog zijn prachtige bloem ontdekt tussen allerlei drijfbladeren, dan kan je echt praten over een juweel in het aquarium.

Wat de zaaiwijze van de Nymphaea lotus betreft, dat is stof voor wellicht een volgend artikel.

Aanmelden