Text Size

Vissen voor de plantenvijver

Vissen voor de plantenvijver en de story van de familie Toertjens

ART EMIA, Aquarianen Gent

Als men met vijveren (niet opzoeken in het woordenboek, want het is er niet in te vinden) begint, moet dit meestal nogal snel gaan. Men heeft geen enkele hinder van enige kennis betreffende het eco-geheel dat een gezonde vijver toch wel is. Er wordt een put gegraven en een folie erin gelegd die net de kwaliteit van vuilniszakkenplastic overstegen is. De randen worden opgesmukt met alle mogelijke soorten stenen die we moeizaam bij elkaar verzameld hebben in de loop der jaren tijdens diverse reizen.

Opa Toertjens wil er graag nog een paar stukken dakpan bij van zijn inmiddels ingestort duivenhok en zo geschiedde. Dan met heel de familie naar een tuincentrum dat al 125 jaar vijverspecialist blijkt te zijn wat toch ook goed meegenomen is. Daar gaan we dan wat visjes kopen en aangezien we in een democratisch land leven mag ieder lid van de familie er eentje kiezen.

Kleine Johny is al tevreden met een rode goudvis, maar ja, alleen is maar alleen dus schep er maar een stuk of zes. Marina, zijn twee jaar oudere zus opteert voor een Shubunkin, niet echt omdat ze de vis mooi vindt, maar vooral vanwege zijn imposante, ja zelfs chique klinkende naam. Ze vergeet hem weliswaar regelmatig maar dan vraagt ze het weer even aan opa en dat klinkt dan zo leuk uit de op twee na tandenloze mond van deze brave man. Opa Toertjens moet een steur hebben, want hij begrijpt maar al te goed hoe het voelt, je eten naar binnen te moeten zuigen. Vader Toertjens moet natuurlijk een koi hebben. Als gezinshoofd moet het toch een vis zijn die kracht uitstraalt en vooral altijd dominant aanwezig is. Moeder Toertjens wil natuurlijk niet onderdoen (emancipatie weet je wel) en wil een sluierkoi.

Veel te duur vindt de rest van de familie en vooral vader die zijn machtspositie een beetje bedreigd ziet. Maar vrouwen hebben zo hun strategie; eerst de zachte aanpak (smekende blik), daarna de benadeelde (teleurgestelde blik) en als dit alles niet helpt uiteindelijk het volle geweld, de ware aard zeg maar (bliksemende blik, rechte rug) en ja hoor, de vlinderkoi wordt geschept. Oma waren ze in alle haast in de auto vergeten en heeft dus geen keuze kunnen maken, maar ook oma heeft al vele jaren ervaring in de beruchte vrouwentaktiek, u weet wel, zachte, benadeelde aanpak en dan de ware aard maar aangezien het budget er zowat door is kunnen er enkel maar wat goudwinden aangeschaft worden.


Daarna gaat de familie Toertjens nog ergens een koffie drinken met een Brusselse wafel erbij. De vissen liggen ondertussen veilig in de kofferruimte te chambreren bij een temperatuur van 40 °C. Na een tweetal uren komt de familie Toertjens thuis en wil men de visjes in de vijver zetten. Shit, (voor de Nederlanders: potvolblomme) toch wel vergeten er water in te doen zeker. Ach ja, vergissen is menselijk, even de tuinslang erin en laat maar lopen. Water van 10 °C erin en ja daar dan de vissen in, want ze voelen zich toch niet al te best in dat water dat inmiddels de 30 °C overschreden heeft. Het zal de vissen wel even goed doen zulke verfrissing, denkt de familie.

De vissen zijn echter zeer ondankbaar want de helft pleegt zelfmoord, door onmiddellijk de adem in te houden totdat de dood daarop volgt, althans volgens de familie. Weten zij veel over het shockeffect. Volgens vader is het allemaal de schuld van de handelaar. Hij schept de dode vissen af en vriest ze in. Hij zal morgen eens even een hartig woordje wisselen met die charlatan van een handelaar die hem die doodzieke vissen heeft verkocht. Ondertussen loopt de vijver al aardig vol. De folie past zich aan de vorm van de kuil aan en de zorgvuldig opgestapelde stenencollectie en duivenkotdakpannen donderen de vijver in. Dit gebeuren kost het leven aan de moedervis (de vlinderkoi).

Oma Toertjens stelt voor om misschien toch eens over te gaan tot de aanschaf van een boek. Zo gezegd, zo gedaan. Een dag later met al die dode vissen naar die charlatan om hem eens een kleedje te passen, dan snel naar een andere vijverspecialist om een boek. Want bij die eerste had de familie zich voorgedaan als zijnde specialist met 92 jaar ervaring en ze kochten enkel vissen bij iemand met langere ervaring. Dus beste lezer u begrijpt wel, hier kan toch geen boek gekocht worden, want de handelaar moest geloven dat wij deze geschreven kennis allang wisten. Bij een andere handelaar werd dan uiteindelijk toch een boek gevonden.

Dit werd eerst eens doorbladerd voor de foto's en daarna werd er zelfs eens in gelezen. Nu werd er toch wel schoorvoetend toegegeven dat er heel misschien wel een petieterig klein detail over het hoofd werd gezien. Ok, misschien wel een paar details. De stenen werden terug uit de vijver gevist, hierbij werd dan ook nog door iemand een lek in de folie gemaakt. Dus werd er maar meteen een degelijke folie ingelegd.

Dit was les 1: goedkoop is niet altijd een goede koop. Nu ging men wat anders te werk, eerst het water erin en dan pas de oever afgewerkt. Ondertussen had vader van moeder een abonnement op Aquariana™ gekregen. Hij kon ook nog wat oude nummers vast krijgen en die werden allemaal doorgenomen. Hij las over koi, goudvissen, goudwinden en over plantenvijvers. Hij vond die planten toch wel mooi. Ondertussen wist hij ook dat voor een vissenvijver het watervolume zo groot mogelijk dient te zijn. Nu zou hij het eens goed aanpakken.


Hij schafte zich zuurstofplanten aan. Een paar goudvisjes die alles hadden doorstaan mochten blijven. En ja hoor, het water werd even groen, maar daarna werd het glashelder. De familie Toertjens kreeg er plezier in, er werd er nu zelfs naar gestreefd om de vijver er zo natuurlijk mogelijk te laten uitzien. Zo werden dan ook de goudvisjes aan een vriend geschonken. Dat knalrode werd als storend ervaren tussen al dat groen… en zo komen we dan eindelijk bij de kern van de zaak, vissen voor in de plantenvijver.

Ik betreur het heel erg dat vele plantenliefhebbers vissen als vergif beschouwen voor hun plantenvijvertje. Anderzijds, in de handel is de keuze in visjes voor dergelijke vijvers zeer beperkt. Daarom wou ik hier toch eens wat visjes vernoemen die toch de moeite waard zijn. Eerst de soorten die men na wat zoeken wel eens bij de handelaar tegenkomt.

Zo is er de roodvinwinde, vroeger Notropis lutrensis maar nu Cyprinella lutrensis genoemd. De mannetjes worden mooi blauw met rode vinnetjes. Het is een heel speels en vinnig visje dat niet groter wordt dan 7 - 8 cm. Tussen de planten is het toch heel prettig om zulk visje te zien ronddartelen op zoek naar wat muggenlarven en watervlooien. In een plantenvijver vinden ze voedsel genoeg zodat ze niet moeten worden bijgevoerd. Toch belangrijk en eigenlijk een vereiste voor de plantenvijver.

Regelmatig treft men in de handel de weeraal aan. De groene jongens (en meisjes) moeten nu niet onmiddellijk boos worden, want deze weeraal heeft niets te maken met onze inlandse Misgurnus fossilis die heel erg beschermd is. Deze soort wordt verhandeld onder de naam Misgurnus anguillicaudatus. Volgens vage gegevens zou deze vis van China afkomstig zijn. Deze vis is volgens mij zeer bruikbaar voor de plantenvijver, omdat hij heel de bodem uitkamt zonder de planten te storen en zodoende de bodem luchtiger houdt. Zo kunnen de aërobe bacteriën hier ook hun nuttig werk verrichten.

De Chinese bittervoorn is mooier en kleurrijker dan onze eigen inlandse bittervoorn die overigens verschrikkelijk beschermd is. Een maatregel die ik heel erg betreur. Want in veel van die plantenvijvers worden zoetwatermosselen gehouden. Deze mosselen zijn van levensbelang voor de bittervoorns. In de natuur zijn bittervoorns best sterke vissen, alleen de eende- en schildersmossel sterven massaal onder de aanhoudende druk van de watervervuiling en als de mossels verdwijnen, verdwijnen tegelijk ook de bittervoorns. Als de bittervoorns zouden worden toegelaten in onze liefhebberij zouden we ze mogen houden en kweken zodat hun aantal terug wat aangroeit. Als dan later enkele biotopen terug zuiver genoeg zijn, kunnen ze er zelfs terug geïntroduceerd worden. Ik blijf er voor ijveren, maar ik word er onderhand zo moe van:
HET HEEFT GEEN ZIN DIEREN TE BESCHERMEN
ZONDER DAT HUN BIOTOOP BESCHERMD WORDT.


Bij mijn weten nooit in de handel te verkrijgen is de hondsvis. Dit is echter een echte aanrader voor de plantenvijver. In onze contreien komen volgens de literatuur zowel Umbra krameri als U. pygmaea voor. Het onderscheid is echter zeer moeilijk te zien, het zit hem in het aantal vinstralen van de rugvin onder ander. Normaal zou U. pygmaea kleiner blijven, maar bij mijn dieren zijn er bij die groot worden (zo'n 12 - 13 cm) terwijl de meeste stoppen met groeien bij zo'n 5 - 7 cm. Ook kunnen de vissen hun kleur wijzigen, van bijna zwart tot geelbruin; dat kan volgens mij ook niet als determinatiekenmerk beschouwd worden. Hij dankt zijn Nederlandse naam aan het feit dat hij altijd met zijn buikvinnen asymmetrisch staat te waaieren. Zo lijkt het wat op het dabben van een hond. Umbra betekent in het Latijn schaduw; dit vind ik zelf heel treffend, want als je de vis in de vijver ziet lijkt het alsof je alleen een schaduw ziet. Nu mogen uw zuurstofplanten nog zo dik in elkaar gegroeid zijn, de hondsvis wringt er zich wel door. Hij kruipt er als het ware door. Zijn cilindrisch lichaam met de sterke buikvinnen is hier perfect voor geschikt. Hij komt op plaatsen waar geen enkele andere vis kan komen (Het lijkt Star Trek wel).

Verder heeft hij ook nog een heel bijzondere eigenschap die toch wel zeldzaam is te noemen in de vissenwereld. De hondsvis kan zijn kop opzij draaien onafhankelijk van zijn lichaam dat overigens helemaal niet soepel is. Toch wel handig als je door de waterpest aan het klauteren bent en je stoot op een lekkere rode muggenlarf een beetje links van je en je lichaam zit nog vast tussen de planten.

Ook de voor de aquariumliefhebbers ouwe bekende Chinese danio (Tanichthys albonubes) is na wat gewenning in de vijver te houden. Van nature uit leeft deze vis in bergbeekjes in China waar koud water de gewoonste zaak is. U kunt zich dan verkneukelen in de verbaasde blikken van aquarianen die niet kunnen geloven wat ze zien. In de vijver wordt de Chinese danio trouwens veel mooier dan in het tropisch aquarium. In de vijver worden ze heel donkerrood met fel wit af gezoomde vinnen.

In de hengelsportzaak vindt men tussen de aasvisjes ook heel interessante visjes zoals de Noord-Amerikaanse Elrits, voor de vijveraars met een plantenvijver zal vooral de natuurkleur de aangewezen vis zijn. In de vijverhandel vind je af en toe ook wel de goudvorm. Deze zijn vooral aangewezen voor de kleine siervijvertjes, ze worden met moeite 6 cm groot en zwemmen altijd in schooltjes. In de zomer paaien ze en leggen dan hun oranjekleurige eitjes aan de onderkant van waterleliebladeren.

Ook een vis die men af en toe bij de hengelsportzaak vindt is de blauwbandgrondel. Ik heb ze nu al vier jaar in mijn kleinste vijvertje waar ze ondertussen zijn uitgegroeid tot dieren van ±10 cm. Een beetje oppassen met andere bewoners daar ze soms bijterig kunnen zijn, maar buiten dat een aanrader voor de plantenvijver.


Ook heel geschikt is de Gobio gobio gobio ook wel geuvel, geef of grondeling genoemd. Eens aangepast aan de omstandigheden van de vijver is het een heel sterke vis die zich het beste voelt in een schooltje van een stuk of acht. Hoewel het een bodembewoner is zal men hem in een heldere vijver toch vaak te zien krijgen, want ze wennen zeer snel aan hun verzorger en zullen dan spoedig overgaan tot de productie van nakweek.

Stekel- en zonnebaarsjes zou ik toch niet echt willen aanraden voor de plantenvijver; het is toch de bedoeling om met de plantenvijver allerhande insecten aan te trekken en juist deze vormen een belangrijk voedsel voor de overigens prachtige stekelbaarsjes en zonnebaarzen. Toch zijn dit ook erg prettige vissen om te verzorgen, maar daarover schrijf ik later nog wel eens.

HEEL BELANGRIJK!!! Als u vissen zoals Cyprinella lutrensis of de Chinese Danio uit de aquariumwinkel betrekt, kan u dit best in de zomer doen. Bij de handelaar zit (of zwemt) de vis meestal op 24 - 25 °C. In het voorjaar is het vijverwater te koud. Een vis is koudbloedig, dit wil zeggen dat zijn bioritme is aangepast aan de omgevende temperatuur. U kunt zich wel voorstellen dat een vis die misschien al heel zijn leven op 25 °C doorbrengt een zware shock krijgt als je hem op 12 °C zet. Zet maar eens een neger op de Noordpool, die slaat ook bleek uit en dit is geen kameleoneffect om zich aan te passen aan de omgeving.

Aanmelden