Text Size

Een tuinvijver, een kwestie van gezond verstand

De rustperiode begint

Volgende lente zal je het resultaat zien van de werkzaamheden die je nu in oktober verricht hebt. Dan pas zal je weten of de voorbereidingen hun vruchten afwerpen. Dan pas zal je weten of een naderende algenplaag al jouw illusies om een kristalheldere vijver te bezitten gewoon aan diggelen slaat. Moeilijk is het niet, je moet alleen enkele zaken eens goed in het oog houden en eventueel ingrijpen waar nodig. De volgende tips kunnen je een idee geven van de zaken waar je moet op letten:

  1. Indien er veel bomen of struiken in de buurt staan is het aan te raden om een bladernet te spannen over de vijver. Bladeren die er toch al zouden ingevallen zijn, dienen we te verwijderen vooraleer ze naar de bodem zinken.

  2. Waterplanten die er, bruin of slijmerig uitzien, verwijderen we ook het best om te vermijden dat ze wegzakken en volledig wegrotten. Overtollige waterplanten kunnen we hier en daar wat uitdunnen, niet teveel ineens.

  3. Als de vorig twee punten de vorige jaren verwaarloosd werden, dan is het goed om eens een deel van de bodemmodder VOORZICHTIG uit te scheppen. Ik zeg duidelijk, een deel, want in die modder zitten nuttige bacteriën en het is niet de bedoeling van die allemaal radicaal weg te halen. Werk in stappen en reinig ieder jaar een ander deel van de bodem.

  4. Laat de weggehaalde modder en plantenresten minstens overnachten op een van de oevers, dicht bij het water. Dit laat kleine waterorganismen toe, om alsnog naar de vijver terug te keren, in plaats van op de composthoop te sterven.

  5. Oeverplanten zoals riet, zegge, lissen en biezen laten we nog even gerust; deze kunnen nog een schuilplaats bieden aan kleine dieren, de zuurstofvoorziening bevorderen en toch ook nog dekoratief zijn. De bruin en geel wordende bladeren worden pas in maart/april terug gesnoeid. De in het water liggende stengels kunnen we evenwel beter onmiddellijk verwijderen.

  6. Vanaf eind september zal de watertemperatuur van de vijver nog zelden boven de 10 graden Celsius stijgen. Het heeft dan ook geen enkele zin om de vissen nog te voeren, ze kunnen het verstrekte voedsel toch niet meer verteren. Mochten ze het toch opeten, dan moet je dat niet zien als een teken van honger, maar van een natuurlijke reflex. Het zal toch onverteerd het vissenlichaam verlaten en liggen rotten op de bodem.

  7. Pomp- en filterinstallaties die niet in gebruik blijven, kunnen in de winter beter uit de vijver gehaald worden om vorstschade te voorkomen. Reinig het materiaal zorgvuldig, behandel de dichtingen met zuurvrije vaseline, monteer alles terug en zet het weg op een vorstvrije plaats, liefst onder water, zo blijft alles soepel en droogt het niet uit.

  8. Krachtige beluchtingspompen, watervallen en biologische filters laat je natuurlijk wel beter draaien. Omdat in de filters anders het bacteriënbestand sterft door zuurstofgebrek en de pompen omdat deze het dichtvriezen kunnen voorkomen. Bedenk echter dat waterdieren in een soort winterslaap gaan en ook de nodige rust willen. Die rust is niet gegarandeerd als de pompen te luidruchtig zijn, of een overmatige waterbeweging tot stand brengen.

  9. Vorstgevoelige planten van subtropische oorsprong moet je nu diep genoeg plaatsen om ze tegen vorst te beschermen. Pontederia bvb. overwintert graag op zo'n 50 - 60 cm diepte. Pas eind april mag hij weer hoger komen te staan. De planten van tropische oorsprong zoals bvb de mosselplant en waterhyacint, kunnen het helemaal vergeten als ze niet binnen gehaald worden. Je kan ze proberen overhouden in een ondiepe schaal met goed vochtig zand, op lichte standplaatsen. Het lukt echter meestal niet zo best.

  10. Klop nooit op een dichtgevroren vijver om een gat in het ijs te maken. Veel van de vissen zullen dit niet overleven omdat dit enorme trillingen teweeg brengt op de zijlijn van de vissen. Ze worden dan gek van angst en sterven of lopen blijvende schade op. Een gat in het ijs, dat maak je het best met een emmertje heet water. Nog beter is het om een ijsvrijhouder mee te laten invriezen.

  11. Een luchtlaag tussen het ijs en het wateroppervlak werkt isolerend. Maar wacht tot het ijs zelfdragend is om water vanonder het ijs weg te scheppen. Een luchtlaag van zo'n 3 cm is voldoende. Leg een piepschuimen plaatje met een steen op het ijsgat. Kleine openingen in het piepschuim laten de vijver ademen. Een vijver mag NOOIT volledig door een ijslaag van de buitenwereld worden afgesloten. De giftige gassen moeten kunnen ontsnappen en zuurstof moet kunnen worden opgenomen door het wateroppervlak.

  12. Bedenk dat ook de vogeltjes gedurende de winter zullen proberen om ergens een open plaatsje te vinden om te kunnen drinken. Zorg er eventueel voor dat ze dit ook kunnen in jouw vijver.

Aanmelden