Text Size

Een tuinvijver, een kwestie van gezond verstand

Moerasplanten als overgang

Het is opvallend hoeveel tuinliefhebbers bij de aanleg van hun eerste vijver vrijwel onmiddellijk overstappen naar dit gedeelte van het vijvergebeuren; de moerasplanten. Blijkbaar hecht men meer aandacht aan deze groep omdat ze beter zichtbaar zijn dan de ondergedoken zuurstofplanten. Nochtans zijn ze niet zo belangrijk voor de waterhuishouding. Toch hebben ze andere, niet te verwaarlozen eigenschappen.

Esthetische eigenschappen

Moerasplanten vormen een overgang tussen het ingegraven gedeelte (water) en het bovengrondse landschap (omgevingsbeplanting). De aanblik is dus heel wat vloeiender wanneer we ze aanplanten en dat geeft een rustiger beeld. Je hebt een tussenniveau zodat je blik vanaf het wateroppervlak in stijgende lijn naar de struiken buiten de vijver kan dwalen. Daarom moet je ook zorgen dat, vanaf de plaats waar je meest vertoeft, je een vrij zicht hebt op het wateroppervlak. vanop het terras, het zithoekje op het grasveld, of zelfs vanuit je living moet je een groot deel van het water zien. Het heeft dus weinig zin om oeverplanten aan te planten tussen jou en de vijver, welnee...ze horen thuis aan de achterkant van de vijver, in een opwaartse lijn naar achteren toe.

Ecologische eigenschappen

In een goede vijver is er niet alleen plaats voor enkele vissen, neen...er is ook een groot ondiep gedeelte waar de vissen onmogelijk kunnen komen en waar insekten en amfibieën ongestoord kunnen leven. Dat ondiep gedeelte biedt, door de vele moerasplanten, de mogelikheid aan bijvoorbeeld libellen, om als larve via de lisstengels naarboven te klauteren, te drogen, verpoppen en uit te vliegen. Die libellen zorgen er samen met de vissen en de amfibieën voor dat de muggen beperkt blijven in aantal. Ondiep water met dichte oeverbeplanting is een must om die amfibieën naar je vijver te lokken. Eigenlijk is het ideaal om een zone te hebben waar bruine kikkers en padden vanuit het omringende struikgewas, via de aanpalende oeverplanten, in de vijver kunnen geraken zonder gezien te worden.

Niet te nat, Niet te droog....

Zowat iedere oeverplant heeft zijn geliefde plekje, zo zal je zien dat een plant, die na een gezonde groei in twee verdeeld wordt en uitgeplant op twee verschillende plaatsen en waterdieptes rond de vijver, zich soms totaal anders gaan gedragen. Bij de natte oeverplanten zal je daar weinig van merken, zolang ze maar met de voeten enkele centimeters onder water staan. Bij de droge oeverplanten is dat iets anders. In de natuur staan die eigenlijk in overgangszones waar ze tijdens een hoge waterstand soms half onder water staan, terwijl ze bij een lage waterstand vrijwel geheel droog komen te staan. Dit ritme beïnvloedt hun groei en ook de bloei, vandaar dat deze planten soms niet willen bloeien in onze vijver, meestal omdat ze het hele jaar door niet alleen hetzelfde waterpeil trotseren, maar veelal in te diep water staan. Er zijn planten die enkel bloeien als ze volgens hun normen te droog staan en in hun bestaan bedreigt worden. Uit overlevingskansen gaan ze dan bloeien om voor nakomelingen te zorgen. Omdat we natuurlijk ons waterpeil niet voortdurend kunnen bijwerken en soms op een halfvolle vijver zouden moeten kijken, is het beter dat we die planten wel vochtig maar niet nat houden. tijdens de zomer, als de vijver door verdamping niet geheel vol staat krijg je lage waterstand, in voor- en najaar heb je na overvloedige Belgische regens een hoge waterstand. dit zal de bloeiwillighied ten goede komen.

Opletten voor overbemesten !

Het is niet nodig om meteen de hele moeraszone van goed bemeste grond te voorzien, dit zou slechts de algengroei bevorderen want al die meststoffen komen onvermijdelijk in het water terecht. Beter is het, om de moeraszone van een magere vijveraarde of een vijversubstraat uit gebakken kleikorreltjes te voorzien. De planten hebben daar een goed houvast aan, de nitrificerende bacteriën kunnen goed hun werk doen en de bodem slaat niet dicht zodat de wortels van de moerasplanten geen zuurstofgebrek lijden. Meststoffen moeten zeer spaarzaam gebruikt worden en alleen als een bepaalde plant dit echt nodig heeft. Sommige planten vragen een weinig klei aan hun voetjes, anderen een beetje turf. Als je plantmandjes gebruikt sla je veel vliegen in een klap:

  1. je kan iedere plant zijn geliefde bodem geven
  2. je dijkt het woekerprobleem in
  3. je kan planten (indien nodig) nog gemakkelijk verplaatsen
  4. je kan buiten de manden gewoon vijversubstraat gebruiken en de kans op overbemesting gevoelig verminderen.

Tot slot...

Het is niet de bedoeling om hier een opsomming te geven van oeverplanten, daarover zijn genoeg goede boeken in de handel. Je kan mij gewoon tijdens vijververgaderingen steeds naar een lijst van vijverboeken vragen. Het belangrijkste is dat je jezelf goed informeert voor je aan de beplanting begint, dan hoeft het echt niet te resulteren in een onoverzichtelijke brousse waar de ene plant de andere verdrukt. Van nature uit zal steeds een plant gaan overheersen, kijk maar naar de rietoevers. De sterkste overleeft. Het is aan ons om planten met ongeveer gelijke groeikracht te combineren en woekerende planten in hun groei te beperken. Anderen, die minder groeikrachtig zijn, moeten we wat meer ruimte geven en extra vertroetelen; ze zullen er dankbaar voor zijn.

Goede vijverplantenliteratuur:

  • Het grote vijverboek door Hubert Hendel en Peter Kesseler. Uitgegeven door Uitgeverij Helmond, Helmond ISBN 90-252-9376-X

  • Een vijver in de tuin door Hugo Herkner. uitgegeven door Zomer & Kreunig, Ede (Groenboekerij) ISBN 90-210-0305-8.

Aanmelden