Text Size

Een tuinvijver, een kwestie van gezond verstand

Een tuinvijver, een kwestie van gezond verstand...
door Eric Vanhoenacker.

Vijvermaterialen en verwerking

Maart is de maand waarin vijverliefhebbers de eerste kriebels krijgen om weer aan de slag te gaan. De eerste zonnestralen doen verwoede pogingen om het water een beetje op te warmen, de vissen komen even hun snuit boven steken, de eerste jonge scheutjes van de oeverplanten worden wakker.

Wie nog geen vijver heeft kent dat gevoel niet, maar daar komt verandering in; van zodra je een bezoek brengt aan een modelvijvertuin. Al die prachtige water- en oeverplanten, de speelse goudvissen onder het spiegelend wateroppervlak...Je blijft nooit ongevoelig voor zoiets. Maar om al dat moois ook in jouw tuin onder te brengen, daar komt zo een en ander bij kijken. In de loop van enkele artikels zal ik jullie wegwijs maken in de vijverkunde.

Enkele conservatieven zullen ongetwijfeld vasthouden aan een een betonnen vijver, het oermateriaal waar men vroeger stevige vijvers van construeerde. De moderne Homo Sapiens heeft echter tal van hedendaagse materialen ter beschikking om een put in de grond waterdicht te maken.

Folie in PVC (PolyVinylChloride)

Het meest voor de hand liggende materiaal is de PVC-folie die in 0,5 mm, 0,8 mm en 1 mm te koop is. Zo'n folie koop je best niet te goedkoop, zo'n 150 Bfr per vierkante meter is een goede prijs voor 0,5 mm. Goedkopere folie's bestaan veelal uit regeneratie PVC en bevatten stoffen die voor vijvers niet geschikt zijn. Bij het vullen zie je dan een olie-achtige laag op het wateroppervlak drijven. Betere folie's zijn regeneraatvrij, rotvrij, UV-bestendig, wortelbestendig en krijgen vaak van de fabrikant een garantie mee van 15 tot 25 jaar. Zo'n folie bestaat in breedten van 2 meter en veelvouden daarvan (2-4-6-8 meter), meestal gelast in banen. De rollen zijn tot 100 meter lang.

Voorbereiding

De kuil waarin de folie komt dient een lichte helling te hebben om tijdens de winter de ijsdruk te kunnen weerstaan. De bodem en de verschillende niveau's dienen vlak te zijn, zodat afgevallen blad en andere ongerechtheden zich over een groot oppervlak kunnen uitspreiden en zich niet kunnen ophopen. De ondergrond dient stevig aangestampt te zijn en volledig vrij van scherpe delen (stenen, boomwortels, stukjes glas). Voor alle zekerheid leg je een onderlaag. Dat kan een dikke laag van zo'n 5 tot 7 cm geel zand (zavel) zijn. Dat kan ook een aangekochte onderlaag zijn in een soort vilttapijt. Je kan echter ook de reklamebladen opsparen, die uitspreiden en licht bevochtigen tot een laag van een goede centimeter.

Plaatsen van de folie

Je laat de folie eerst een voormiddag in de zon liggen zodat deze een zekere temperatuur krijgt. Koude folie vormt zich namelijk moeilijk. Met een helpende hand erbij spreid je dan de folie mooi open over de gegraven kuil zodat er overal aan de randen voldoende overschot is voor de afwerking. Het vullen van de vijver gebeurt best met leidingwater omdat het vijverwater dan beter stabiel blijft van samenstelling. Regenwater en putwater bevatten minder of weinig minerale zouten (calcium en magnesium) zodat het water niet voldoende gebufferd wordt en pH (zuurtegrrad) en DH (totale hardheid) kunnen gaan schommelen. Schrijf meteen de waterteller af, dan weet je de inhoud van de vijver, dat kan later nuttig zijn voor het toevoegen van bepaalde produkten. Naarmate het water stijgt loop je gedurig rond en geef je kleine rukjes aan de folie om de plooien zoveel mogelijk weg te werken.

OPGELET !!!

Een vijver graven, aanleggen en vullen doe je het best op een ogenblik dat er in de handel voldoende waterplanten beschikbaar zijn. De zuurstofplanten dienen immers na een drietal dagen, na het verdwijnen van de chloor, zo vlug mogelijk geplant te worden om algenvorming tegen te gaan. Als de planten onvoldoende beschikbaar zijn heb je veel kans om een groene vijver te bekomen en dan is het moeilijk om zoiets weer helder te krijgen.

Zuurstofplanten zijn een MUST !

In april is er al iets meer leven, sommige planten gaan stilaan aan het groeien, voor andere is het nog enkele weken te vroeg. Feit is dat ook de algen gaan groeien en we er dus alles moeten aan doen om deze ondingen te vlug af te zijn.

Eigenlijk zijn de algen niet allemaal ondingen. De pluisalg, baardalg en draadalg die in de vijver leven hebben eigenlijk een zelfde funktie als de andere planten. Ja, je leest het goed, een alg is ook een plant, weliswaar een lagere plant maar toch... ze draagt ook bij tot een gezonde waterhuishouding door afvalstoffen als meststof te gebruiken. Maar als ze "het kot alleen" hebben, kunnen ze zich natuurlijk explosief vermeerderen en dat hebben we niet zo graag. Daarom is het zaak om enkel geduchte concurrenten in te zetten in deze strijd en ervoor te zorgen dat er voor de algen geen overschotjes overblijven. Er staan ons daarvoor enkele hulpmiddelen ter beschikking.

  1. Zoveel mogelijk afvalstoffen van vorige winter verwijderen, zoals afgevallen bladeren, afgestorven plantendelen en eventuele dode vissen. Een klein deel van het vijverwater verversen (ca. een vierde) helpt ook om een te rijk bemest vijverwater te verwijderen. De overige drie vierden kan je eventueel eens mechanisch gaan filteren om stof kwijt te geraken.

  2. Een stuk knotwilg, in de vorm van een 15 cm dikke tak, zo'n anderhalve meter lang, kan soms wonderen doen. Hier en daar beschadig je een beetje de schors. De tak dient wel vers afgezaagd te zijn. Leg de tak in de vijver op een manier dat hij niet te veel gaat drijven. Na verloop van enkele weken zullen eerst bobbeltjes te zien zijn, daarna onder water donkerrode worteltjes en boven water groene takjes. Met wat geduld kweek je onder water een aanzienlijke wortelbos die enorm veel meststoffen aan het water onttrekt. Knip nu en dan de groene takken bovenaan eens wat korter om te vermijden dat de tak topzwaar wordt en gaat kantelen.

  3. Het belangrijkste en meteen ook het onderwerp van dit artikel: voldoende waterplanten inzetten, die hebben niet alleen een enorme meststofhonger, ze houden het water rein, ze zijn dekoratief, ze zorgen voor schuilplaatsen voor de vijverbewoner en vaak bloeien ze ook nog.

Aanschaf van zuurstofplanten

Zuurstofplanten zal je in de handel pas aantreffen vanaf eind april, eerste helft van mei. Planten die vroeger aangeboden worden komen vaak uit serres, zijn vrij duur en gevoelig voor de temperatuurdaling die ze te verwerken krijgen als ze in je vijver terechtkomen. Het is dus beter om die vroege vogels te laten voor wat ze zijn. De later aangeboden exemplaren zijn betaalbaar en ook aangepast aan de buitentemperaturen.

Geduldig wachten op aanpassing

Planten die pas zijn aangeplant doen het niet zo goed de eerste weken. Ze moeten zich namelijk aanpassen aan de nieuwe watersamenstelling. Vaak lijken ze zelfs eerst kapot te gaan om pas later nieuwe scheuten te geven, scheuten die in jouw vijver gegroeid zijn en dus aangepast zijn aan dat water.

Niet onnodig bemesten

Zuurstofplanten herken je doordat ze niet op zichzelf kunnen staan. ze hebben de steun van het water nodig, ze zakken als een hoopje ellende in elkaar als je ze uit het water haalt. Ze hebben niet zoveel wortel maar des te meer blaadjes. De wortels hebben ze alleen nodig om zich te verankeren. Voeding nemen ze er vrijwel niet mee op. Vandaar het dus overbodig is om het substraat waarin ze staan extra te bemesten. Gewoon grof zand of fijn grind is goed. Het vijversubstraat (vb.Velda) dat uit gebakken kleikorreltjes bestaat is ideaal. Dit substraat is zeer poreus en laat een goede ontwikkeling van micro-organismen toe. Het vermijd ook het dichtslibben van de bodem. Dat dichtslibben van de bodem komt veelvuldig voor bij het planten in vijveraarde. De grond wordt vaak veel te hard aangedrukt omdat de liefhebber er geen rekening mee houdt dat er door het water ook nog eens een verdichting van de bodemstruktuur gebeurd. Het gevolg van dat alles is dat de plantenwortels onvoldoende zuurstof krijgen en beginnen te rotten. Langzaam maar zeker kwijnt de plant dan weg.

Goede zuurstofplanten:

  • Waterpest (Elodea densa, E. canadensis)

  • Hoornblad (Ceratophyllum demersum, P. submersum)

  • Gekroesd fonteinkruid (Potamogeton crispus)

  • Voorjaarsterkruid (Callitriche palustris)

  • Waterranonkel (Ranunculus aquatilis)

  • Kransvederkruid (Myriophyllum verticullatum)

Hoeveel, Hoe diep ?

Alle zuurstofplanten worden op een diepte tussen 50 en 70 cm geplaatst, nog dieper heeft weinig zin omdat de planten dan te weinig licht zullen ontvangen en onvoldoende kunnen groeien. Plant de planten per bundeltje van 5, een 10-tal bundeltjes per vijvermand van 40 cm doorsnede, een vijvermand per vier m² meter wateroppervlak. Indien je vijver bijvoorbeeld zo'n 8 meter lang is bij 3 meter breed, dus 24 m² wateroppervlak heeft, dan staan er liefst 6 vijvermanden met zuurstofplanten in. Dat lijkt veel en is niet goedkoop maar het is een investering voor de toekomst. Met een gezond en voldoende groot zuurstofplantenbestand staat of valt het welzijn van de tuinvijver.


Moerasplanten als overgang

Het is opvallend hoeveel tuinliefhebbers bij de aanleg van hun eerste vijver vrijwel onmiddellijk overstappen naar dit gedeelte van het vijvergebeuren; de moerasplanten. Blijkbaar hecht men meer aandacht aan deze groep omdat ze beter zichtbaar zijn dan de ondergedoken zuurstofplanten. Nochtans zijn ze niet zo belangrijk voor de waterhuishouding. Toch hebben ze andere, niet te verwaarlozen eigenschappen.

Esthetische eigenschappen

Moerasplanten vormen een overgang tussen het ingegraven gedeelte (water) en het bovengrondse landschap (omgevingsbeplanting). De aanblik is dus heel wat vloeiender wanneer we ze aanplanten en dat geeft een rustiger beeld. Je hebt een tussenniveau zodat je blik vanaf het wateroppervlak in stijgende lijn naar de struiken buiten de vijver kan dwalen. Daarom moet je ook zorgen dat, vanaf de plaats waar je meest vertoeft, je een vrij zicht hebt op het wateroppervlak. vanop het terras, het zithoekje op het grasveld, of zelfs vanuit je living moet je een groot deel van het water zien. Het heeft dus weinig zin om oeverplanten aan te planten tussen jou en de vijver, welnee...ze horen thuis aan de achterkant van de vijver, in een opwaartse lijn naar achteren toe.

Ecologische eigenschappen

In een goede vijver is er niet alleen plaats voor enkele vissen, neen...er is ook een groot ondiep gedeelte waar de vissen onmogelijk kunnen komen en waar insekten en amfibieën ongestoord kunnen leven. Dat ondiep gedeelte biedt, door de vele moerasplanten, de mogelikheid aan bijvoorbeeld libellen, om als larve via de lisstengels naarboven te klauteren, te drogen, verpoppen en uit te vliegen. Die libellen zorgen er samen met de vissen en de amfibieën voor dat de muggen beperkt blijven in aantal. Ondiep water met dichte oeverbeplanting is een must om die amfibieën naar je vijver te lokken. Eigenlijk is het ideaal om een zone te hebben waar bruine kikkers en padden vanuit het omringende struikgewas, via de aanpalende oeverplanten, in de vijver kunnen geraken zonder gezien te worden.

Niet te nat, Niet te droog....

Zowat iedere oeverplant heeft zijn geliefde plekje, zo zal je zien dat een plant, die na een gezonde groei in twee verdeeld wordt en uitgeplant op twee verschillende plaatsen en waterdieptes rond de vijver, zich soms totaal anders gaan gedragen. Bij de natte oeverplanten zal je daar weinig van merken, zolang ze maar met de voeten enkele centimeters onder water staan. Bij de droge oeverplanten is dat iets anders. In de natuur staan die eigenlijk in overgangszones waar ze tijdens een hoge waterstand soms half onder water staan, terwijl ze bij een lage waterstand vrijwel geheel droog komen te staan. Dit ritme beïnvloedt hun groei en ook de bloei, vandaar dat deze planten soms niet willen bloeien in onze vijver, meestal omdat ze het hele jaar door niet alleen hetzelfde waterpeil trotseren, maar veelal in te diep water staan. Er zijn planten die enkel bloeien als ze volgens hun normen te droog staan en in hun bestaan bedreigt worden. Uit overlevingskansen gaan ze dan bloeien om voor nakomelingen te zorgen. Omdat we natuurlijk ons waterpeil niet voortdurend kunnen bijwerken en soms op een halfvolle vijver zouden moeten kijken, is het beter dat we die planten wel vochtig maar niet nat houden. tijdens de zomer, als de vijver door verdamping niet geheel vol staat krijg je lage waterstand, in voor- en najaar heb je na overvloedige Belgische regens een hoge waterstand. dit zal de bloeiwillighied ten goede komen.

Opletten voor overbemesten !

Het is niet nodig om meteen de hele moeraszone van goed bemeste grond te voorzien, dit zou slechts de algengroei bevorderen want al die meststoffen komen onvermijdelijk in het water terecht. Beter is het, om de moeraszone van een magere vijveraarde of een vijversubstraat uit gebakken kleikorreltjes te voorzien. De planten hebben daar een goed houvast aan, de nitrificerende bacteriën kunnen goed hun werk doen en de bodem slaat niet dicht zodat de wortels van de moerasplanten geen zuurstofgebrek lijden. Meststoffen moeten zeer spaarzaam gebruikt worden en alleen als een bepaalde plant dit echt nodig heeft. Sommige planten vragen een weinig klei aan hun voetjes, anderen een beetje turf. Als je plantmandjes gebruikt sla je veel vliegen in een klap:

  1. je kan iedere plant zijn geliefde bodem geven
  2. je dijkt het woekerprobleem in
  3. je kan planten (indien nodig) nog gemakkelijk verplaatsen
  4. je kan buiten de manden gewoon vijversubstraat gebruiken en de kans op overbemesting gevoelig verminderen.

Tot slot...

Het is niet de bedoeling om hier een opsomming te geven van oeverplanten, daarover zijn genoeg goede boeken in de handel. Je kan mij gewoon tijdens vijververgaderingen steeds naar een lijst van vijverboeken vragen. Het belangrijkste is dat je jezelf goed informeert voor je aan de beplanting begint, dan hoeft het echt niet te resulteren in een onoverzichtelijke brousse waar de ene plant de andere verdrukt. Van nature uit zal steeds een plant gaan overheersen, kijk maar naar de rietoevers. De sterkste overleeft. Het is aan ons om planten met ongeveer gelijke groeikracht te combineren en woekerende planten in hun groei te beperken. Anderen, die minder groeikrachtig zijn, moeten we wat meer ruimte geven en extra vertroetelen; ze zullen er dankbaar voor zijn.

Goede vijverplantenliteratuur:

  • Het grote vijverboek door Hubert Hendel en Peter Kesseler. Uitgegeven door Uitgeverij Helmond, Helmond ISBN 90-252-9376-X

  • Een vijver in de tuin door Hugo Herkner. uitgegeven door Zomer & Kreunig, Ede (Groenboekerij) ISBN 90-210-0305-8.


Veiligheid rond de tuinvijver

De toename van kleine waterpartijen die door de mensenhand onstaan zijn, heeft ongetwijfeld zijn nut en schoonheid. Doch aan alles kleeft een schaduwzijde. Er dient dan ook streng toezicht gehouden te worden op de veiligheid van mens en dier rondom die waterpartijen.

Reeds vanaf de oertijd werd de mens aangetrokken door water. Zowel kinderen als volwassenen kunnen moeilijk de aantrekkingskracht weerstaan van een mooie waterpartij met een eventuele fontein of een kletterend watervalletje. Aanmaningen om in de buurt van de vijver uiterst voorzichtig te zijn worden dan ook al snel uit het oog verloren. Een onvoorzichtige stap kan voor een niet-zwemmer zeer erge gevolgen hebben en het moeten daarom de eigen kinderen niet zijn die 's zomers in de vijver tuimelen. De eigen kinderen zijn juist vertrouwd met de aanwezigheid en de eventuele gevaren van de vijver en het zijn derhalve de bezoekers en de buurkinderen die het grootste gevaar lopen. Tuinen en voornamelijk voortuinen die een waterpartijtje herbergen dienen voldoende hoog omheind te zijn en een gesloten poortje te bezitten. Indien dit niet kan gewaarborgd worden, dan ziet men beter van een vijver af zolang de kinderen niet kunnen zwemmen.

Opdat de vijver en de oever geen kinderspeelplaats zouden worden legt men best een barriëre aan tussen de vijver en de omgeving. Dit kan door dekoratieve elementen zoals steengroepen, wortelstukken en plantengroepen in de oevers te integreren. Een dichte plantengordel verhindert de doorgang. In die plantengordel kan desgewenst nog een onopvallende afrastering voorzien worden. Een vlakke oeverzone van zo'n 15 cm diep is aanbevelingswaardig. Men laat kinderen best nooit aan het water spelen zonder toezicht van volwassenen.

Indien Uw familie zich uitbreidt nadat reeds een vijver werd aangelegd dan kan U over de vijver een gevlochten raster van betonijzer leggen. Wanneer dit ijzer in een waterbestendige onopvallende kleur (donkergroen, groengrijs) geschilderd werd zal dit weinig storend zijn, temeer daar de planten daar ongestoord doorheen kunnen groeien. Indien mogelijk kan dit rooster net onder het wateroppervlak hangen (bij gebruik van folie is dit bijna onmogelijk). Soepele netten zijn niet altijd voldoende omdat deze moeilijk te bevestigen en op spanning te houden zijn. Deze netten zijn echter uitermate geschikt om vissen te beschermen tegen reigers en andere visdieven.

Een andere mogelijkheid om kinderen tegen ongevallen te beschermen kan goed toegepast worden bij kleinere vijvers: men vult de diepwaterzone voor een groot deel, tot 20 cm onder de waterlijn, met grote stenen. Daartussen plaats je enkele manden met waterplanten om een natuurlijke indruk en het welzijn van klein waterleven in stand te houden. Vissen kunnen er natuurlijk niet in. Als de kinderen dan groter worden kan je de stenen verwijderen, de beplanting herschikken en enkele vissen uitzetten.

 

Vele tuinplanten en ook vijverplanten zijn giftig. Kinderen en honden hebben de neiging om een en ander met de mond uit te testen en daarom kunnen we bij de beplanting beter deze planten vermijden. Deze opmerking wil U niet paniekerig doen reageren, maar tot nadenken stemmen.

 

De interesse die kinderen hebben voor de ouderlijke vijver vermindert aanzienlijk indien ze de beschikking krijgen over een eigen ondiep waterplasje met geïntegreerde modderzone (mengsel water/zand) waar ze zich ongeremd kunnen uitleven.

Naast de reeds genoemde voorzorgsmaatregelen dient steeds rekening gehouden te worden met het gevaar dat door aansluiting van pompen en verlichting kan ontstaan. Afsluitbare stopkontakten, zodat zowel kinderen, als mogelijke inbrekers niet aan de stroombron kunnen komen, bieden hier de oplossing. De persoonlijke veilighied mag natuurlijk ook nooit uit het oog verloren worden. Het is daarom niet alleen aan te raden maar ook moreel verplicht om een verliesstroomschakelaar te voorzien; zodat bij defekt of ongelukjes de stroom onmiddellijk uitgeschakeld wordt (30 mA is aangeraden).

Helder, proper vijverwater wordt graag gedronken door honden, katten en vogels. Het is echter reeds gebeurd dat voornamelijk honden, na het genieten van vijverwater uit een vijver met rottende bodem, door botulisme ziek werden van het bedorven water. Botulisme is een bacteriële vergiftiging. Dieren die door deze infektie getroffen worden, vertonen verlammingsverschijnselen. Bij het lopen hebben ze knikkende poten als waren hun botten uit gummi gemaakt.

Reeds bij aanleg van de vijver dient men stukken oever of eilandjes te voorzien die geleidelijk in het water aflopen. Onze gevederde vrienden kunnen daar dan in alle rust komen drinken en een bad nemen. Deze langzaam aflopende plaatsen zorgen er ook voor dat onze vijver geen val wordt voor egels en andere kleine dieren, die zich langs steile oevers niet meer uit het water kunnen hijsen. Boomstammetjes, schorsplaten of speciale egelbruggetjes maken ook het ontsnappen mogelijk.

De bezorgde dierenvriend zorgt er steeds voor dat de vijver ergens een diepte van 80 cm heeft. Vissen en andere dieren kunnen daarin vorstvrij overwinteren. Het verdient aanbeveling om in de buurt van de vijver enkele overwinteringschachten aan te leggen om allerlei dieren (voornamelijk amfibiën) een overwinteringsplaats te verschaffen. Houtstapels of speciale kuilen met een drainagelaag zijn hiervoor aangewezen.

Bron: Peter Beck (Aquarium Heute 3/92).


Dieren in de vijver

Wanneer we het hebben over dieren in de tuinvijver, dan denken we in de eerste plaats aan vissen. Pure aquarianen doen dat zeker. All-Round natuurliefhebbers zien dit begrip echter veel ruimer en reserveren ook plaats voor kikkers, salamanders, waterinsekten en de dorstige vogels en egels. Zo'n veelzijdige vijver biedt plaats aan een hele levengemeenschap, zonder daarom de vijver te schaden, integendeel... het ene organisme vult het andere aan.

Siervijver of natuurvijver ?

Voor de meeste vijverliefhebbers is een vijver zonder vissen geen echte vijver. Dat kan zo zijn als men een siervijver heeft. Zo'n siervijver is er trouwens voor de sier, heeft ecologisch minder nut en kan dan ook zowat alles bevatten: brugjes, stenen ornamenten, plastic riegers, fonteinen, watervallen... en allerlei soorten siervissen zoals goudvissen, koikarpers, goudkarpers, oranda's, shubinkin's....enz. Van al het genoemde komt in de Belgische natuur zo goed als niets voor. Vandaar dat ik de nadruk leg op "siervijver".
In een natuurvijver ziet het er anders uit. Daar probeert men binnen de eigen tuin een stukje inheemse natuur na te bootsen. Om dat te kunnen tot stand te kunnen brengen moet men de inheemse natuur tamelijk goed kennen en dat is iets wat we van de meeste vijverbezitters niet kunnen zeggen.
Het enige onnatuurlijke in een natuurvijver is de afdichting met folie, polyester of dergelijke, om het water te kunnen vasthouden. Iedereen woont immers niet in een kleiputten gebied waar het water gewoon blijft staan. Al de rest is puur natuur, dit wil zeggen; een planten- en dierengemeenschap die ook in de vrije natuur mogelijk zou zijn. Geen uitheemse planten en zeker geen uitheemse vissen of andere dieren. Ooit al eens een stenen kikker of een fontein gezien in de vrije natuur...nee? Dan begrijp je vast waar ik naartoe wil.

Vissen

Menig vijverbezitter hangt de een of de andere keer aan mijn telefoon om raad te vragen bij groenwater-problemen, troebelwater-problemen... en in heel veel gevallen zijn dat personen die er in hun vijver een flink vissenbestand op na houden. Soms laat ik me overhalen om eens ter plaatse te gaan kijken en dan wordt alles opeens duidelijk. In de vijver zwemmen dan enkele tientallen flink uit de kluiten gewassen koikarpers rond, terwijl de vijver eigenlijk maar groot genoeg is voor anderhalve koi. Het begon met een mooi rood/wit gekleurd goudvisje, een zilveren, dan een goudachtig, totdat alle kleuren vertegenwoordigt waren, zo'n twintigtal. Nadien blijken die goudviskes dus koi's te zijn de tot 70-80 cm groot worden.
Andere vijverbezitters zijn zich wel terdege bewust van de latere grootte van de aangeschafte vissen. Hun argument luidt: "ik zie toch zo graag koikarpers". Wanneer ik dan ter plaatse ben, stel ik vast dat je ze gewoon NIET ziet. Ze zitten er dus in om te garanderen dat het water steeds mooi troebel en groen blijft, de bodem om te woelen, planten los te graven en de weke plantedelen op te eten. Ik weet dat ik met deze uitspraken de woede van koifanaten kan op de hals kan halen, maar wees gerust....ook ik vind dit mooi dieren... op voorwaarde dat men ze met gezond verstand gaat houden. Dat houdt in dat men niet meer koi's aanschaft dan de vijver aankan (1 koi per kubieke meter water), ofwel dat men dan extra gaat filteren, dat heet dan "koi op Aziatische wijze". In Azië zwemmen enkele koi's in een groot reservoir, dat meer op een zwembad lijkt dan op een vijver, met een reuzegroot filter... een filter dat even groot blijkt te zijn dan de vijver waar wij een twintigtal koi's durven in onder brengen. Kwestie van....
Een tweede vijver die dienst doet als moerasfilter, een biologische beek of een groot mechanisch filter, het kan allemaal nuttig zijn, ook in kombinatie. Zorg echter steeds voor een evenwicht tussen voedsel aanbod en voedselbehoefte. Veel vissen en veel bijvoederen zal ook een groot filterend vermogen vereisen.

Vissen in de natuur

Indien we vissen willen onderbrengen in een natuurvijver, dan ziet het er heel anders uit. We kunnen slechts enkele, relatief kleurloze vissen uitzetten zoals voorns en windes, dieren die zich niet vergrijpen aan het plantenbestand en welke niet in de bodem woelen. Deze vissen zijn niet echt nodig maar zorgen er voor dat het muggenbestand binnen de perken blijft. Er wordt in zo'n vijver NOOIT bijgevoerd. De vissen eten wat er in de vijver leeft en de hoeveelheid vis blijft automatisch in verhouding tot het voedselaanbod. Kunstmatig bijvoederen zorgt voor een uit de hand lopende viskweek en een serieuze overbelasting van het water.

Andere dieren

Het kan ook zonder vissen als we een amfibiënpoel inrichten waar kikkers en salamanders hun territorium kunnen uitbouwen. De plaatsen waar deze dieren in de natuur nog volop kunnen gedijen worden steeds zeldzamer en een helpende hand kunnen ze zeker gebruiken. Zorg voor ondiepe watergedeelten rond de vijver (plaatsen waar vissen nooit kunnen komen), met een dichte beplanting en een langzaam glooiende oever, zodat de dieren gemakkelijk aan land kunnen gaan. Tussen die dichtbegroeide oevers krioelt het van de insekten, voedsel voor kikkers en padden. Dit is ook het territorium van de libel, ongetwijfeld een van de boeiendste verschijningen rond de vijver. Het ontbreken van vissen geeft ook libllelarven de kans om zich massaal te vestigen.

OPGEPAST

Zet nooit uitheemse dieren in een vijver die een bedreiging kunnen vormen voor onze inlandse flora. De veelvuldig aangeboden larven van brulkikkers bijvoorbeeld, zullen wel eens uw vijver ontvluchten om andere oorden te bezoeken. Zo kan het gebeuren dat Uw brulkikker terecht komt in een beek met groene kikkers, in een beschermd natuurgebied en zich daar tegoed doet aan ons beschermd patrimonium. In Amerika is het al een plaag, laat het bij ons niet gebeuren, gebruik uw verstand en laat deze dieren in de handel zitten, dan worden ze ook niet meer ingevoerd. Elk dier in zijn biotoop is hier de leuze.

Reigerfabeltje:
Plastic reigers worden in vijvercentra verkocht om naast de vijver te plaatsen en om de echte reigers weg te houden; dat is een fabeltje. Daarvoor moet je de psygologie van de reiger eens nagaan. Mannetjesreigers vissen in hun territorium en worden regelmatig bezocht door vrouwtjesreigers. De plastic reigers zijn mannetjes want deze zijn feller gekleurd en daar kan men enkele honderden franken meer voor vragen. De vrouwtjes worden eerder gelokt door dat (plastic) mannetje omdat die daar blijkbaar een goed visplaatsje heeft gevonden.
Mannetjesreigers die overvliegen zouden eventueel kunnen afgeschrikt kunnen worden door de (plastic)rieger, mocht deze in de aanvalshouding zijn territorium verdedigen, hals gestrekt, bek naar boven wijzend. De plastic reigers staan echter steeds naar beneden te turen. Je kan dit verhelpen door de hals met een gasbrandertje lichtjes te verwarmen en naar boven te plooien... niet te warm laten worden anders verandert de reiger in een eend.
De beste manier echter,om Uw vissen te vrijwaren, is ze een schuilplaats bieden: een brug of een steigertje dat net boven het water hangt, of enkele betonstenen met grote gaten die je op hun zijde op de bodem stapelt. de vissen hangen dan net onder de brug of gaan in de stenen holen schuilen. Ze zijn er dus nog wel, maar de reiger ziet ze niet meer!

 


De rustperiode begint

Volgende lente zal je het resultaat zien van de werkzaamheden die je nu in oktober verricht hebt. Dan pas zal je weten of de voorbereidingen hun vruchten afwerpen. Dan pas zal je weten of een naderende algenplaag al jouw illusies om een kristalheldere vijver te bezitten gewoon aan diggelen slaat. Moeilijk is het niet, je moet alleen enkele zaken eens goed in het oog houden en eventueel ingrijpen waar nodig. De volgende tips kunnen je een idee geven van de zaken waar je moet op letten:

  1. Indien er veel bomen of struiken in de buurt staan is het aan te raden om een bladernet te spannen over de vijver. Bladeren die er toch al zouden ingevallen zijn, dienen we te verwijderen vooraleer ze naar de bodem zinken.

  2. Waterplanten die er, bruin of slijmerig uitzien, verwijderen we ook het best om te vermijden dat ze wegzakken en volledig wegrotten. Overtollige waterplanten kunnen we hier en daar wat uitdunnen, niet teveel ineens.

  3. Als de vorig twee punten de vorige jaren verwaarloosd werden, dan is het goed om eens een deel van de bodemmodder VOORZICHTIG uit te scheppen. Ik zeg duidelijk, een deel, want in die modder zitten nuttige bacteriën en het is niet de bedoeling van die allemaal radicaal weg te halen. Werk in stappen en reinig ieder jaar een ander deel van de bodem.

  4. Laat de weggehaalde modder en plantenresten minstens overnachten op een van de oevers, dicht bij het water. Dit laat kleine waterorganismen toe, om alsnog naar de vijver terug te keren, in plaats van op de composthoop te sterven.

  5. Oeverplanten zoals riet, zegge, lissen en biezen laten we nog even gerust; deze kunnen nog een schuilplaats bieden aan kleine dieren, de zuurstofvoorziening bevorderen en toch ook nog dekoratief zijn. De bruin en geel wordende bladeren worden pas in maart/april terug gesnoeid. De in het water liggende stengels kunnen we evenwel beter onmiddellijk verwijderen.

  6. Vanaf eind september zal de watertemperatuur van de vijver nog zelden boven de 10 graden Celsius stijgen. Het heeft dan ook geen enkele zin om de vissen nog te voeren, ze kunnen het verstrekte voedsel toch niet meer verteren. Mochten ze het toch opeten, dan moet je dat niet zien als een teken van honger, maar van een natuurlijke reflex. Het zal toch onverteerd het vissenlichaam verlaten en liggen rotten op de bodem.

  7. Pomp- en filterinstallaties die niet in gebruik blijven, kunnen in de winter beter uit de vijver gehaald worden om vorstschade te voorkomen. Reinig het materiaal zorgvuldig, behandel de dichtingen met zuurvrije vaseline, monteer alles terug en zet het weg op een vorstvrije plaats, liefst onder water, zo blijft alles soepel en droogt het niet uit.

  8. Krachtige beluchtingspompen, watervallen en biologische filters laat je natuurlijk wel beter draaien. Omdat in de filters anders het bacteriënbestand sterft door zuurstofgebrek en de pompen omdat deze het dichtvriezen kunnen voorkomen. Bedenk echter dat waterdieren in een soort winterslaap gaan en ook de nodige rust willen. Die rust is niet gegarandeerd als de pompen te luidruchtig zijn, of een overmatige waterbeweging tot stand brengen.

  9. Vorstgevoelige planten van subtropische oorsprong moet je nu diep genoeg plaatsen om ze tegen vorst te beschermen. Pontederia bvb. overwintert graag op zo'n 50 - 60 cm diepte. Pas eind april mag hij weer hoger komen te staan. De planten van tropische oorsprong zoals bvb de mosselplant en waterhyacint, kunnen het helemaal vergeten als ze niet binnen gehaald worden. Je kan ze proberen overhouden in een ondiepe schaal met goed vochtig zand, op lichte standplaatsen. Het lukt echter meestal niet zo best.

  10. Klop nooit op een dichtgevroren vijver om een gat in het ijs te maken. Veel van de vissen zullen dit niet overleven omdat dit enorme trillingen teweeg brengt op de zijlijn van de vissen. Ze worden dan gek van angst en sterven of lopen blijvende schade op. Een gat in het ijs, dat maak je het best met een emmertje heet water. Nog beter is het om een ijsvrijhouder mee te laten invriezen.

  11. Een luchtlaag tussen het ijs en het wateroppervlak werkt isolerend. Maar wacht tot het ijs zelfdragend is om water vanonder het ijs weg te scheppen. Een luchtlaag van zo'n 3 cm is voldoende. Leg een piepschuimen plaatje met een steen op het ijsgat. Kleine openingen in het piepschuim laten de vijver ademen. Een vijver mag NOOIT volledig door een ijslaag van de buitenwereld worden afgesloten. De giftige gassen moeten kunnen ontsnappen en zuurstof moet kunnen worden opgenomen door het wateroppervlak.

  12. Bedenk dat ook de vogeltjes gedurende de winter zullen proberen om ergens een open plaatsje te vinden om te kunnen drinken. Zorg er eventueel voor dat ze dit ook kunnen in jouw vijver.

Aanmelden