Text Size

Teleogramma brichardi

Teleogramma brichardi
Auteur : Mary Bailey, Vertaling : Jan Mannekens

Teleogramma_brichardi_1.JPG

Originele beschrijving : Poll, M., 1959, Ann.Mus.Congo belge Zool., 1 (3) : 109-110.

Etymologie : Teleogramma : teleios = Grieks voor "complete" + gramme = Grieks voor "lijn", refererend naar de zijlijn, die niet onderbroken is,wat ongewoon is bij cichliden.
Brichardi : ter ere van Pierre Brichard die in Zaire was gestationeerd nog voor hij zich vestigde in zijn vangststation in Burundi aan de oevers van het Tanganyika meer.

Nederlandse naam : Geen.

 

Synoniemen : Geen synoniemen. Zeer ongewoon voor cichliden, maar deze soort heeft nog steeds de originele naam die hij kreeg bij zijn eerste beschrijving.Verspreiding : De benedenloop van de Zaire stroom, beneden de hoofdstad Kinshasa.

Ecologie :

T. brichardi wordt enkel aangetroffen op plaatsen met snelstromend water en 'wit water'. Omdat onderwater-observatie bijna onmogelijk is in zulke snel stromende systemen, is er dan ook weinig bekend over de leefwijze in de natuur. Een aantal veronderstellingen worden gemaakt: de gereduceerde zwemblaas en gebrek aan drijfkracht zorgen ervoor dat deze soort zich op de bodem ophoudt; men neemt aan dat ze zich ook ophouden en beschutting zoeken in de luwte van keien en in rustiger stukken van de stroom.

Hun dieet zou bestaan uit in het water levende ongewervelden en -gebaseerd op aquariumwaarnemingen- geen groenvoer bevatten. Het water is heel zacht, met een neutrale pH. De temperatuur kan oplopen tot 28 a 29 C.

Beschrijving :

De mannelijke exemplaren zijn grijs-bruin. Soms zijn 5 tot 6 lichtere vertikale strepen te zien en op de grijze kop is een wormvormige tekening zichtbaar. Volwassen vrouwtjes missen de vertikale banden en vertonen soms een roodachtige schijn in de buik, tussen de borstvinnen en de aarsvin. Gedurende de balts wordt deze rode schijn meer uitgesproken. Dan contrasteert een zalmroze tot rode buik prachtig op de donker-grijze lichaamskleur. Soms kan een volwassen vrouw er perfect als een man uitzien. De reden hiervoor is onbekend, maar heeft vermoedelijk te maken met dominantie. Dergelijke vrouwtjes zijn altijd volledig uitgegroeid en even groot als de mannen.

De beide geslachten hebben een smalle band boven op de rugvin. Bij de mannelijke exemplaren loopt deze door in de bovenste rand van de staart; bij vrouwelijke exemplaren verbreedt deze zoom tot een melkwit segment in het bovenste stuk van de staart. Dit is de methode om bij jonge dieren het geslachtsonderscheid vast te stellen. Eigenaardig is dat Roberts & Stewart dit segment rood beschrijven in alle Teleogramma-soorten; vermoedelijk ligt de oorzaak in een verkleuring bij de dieren die zij onderzochten en die op formol werden bewaard. Jonge dieren vertonen eerst het strepen-patroon van de mannetjes, waarna zij een uniform bruin-grijze kleur vertonen. Pas bij een lengte van 4 cm worden de geslachten duidelijk.

Mannelijke dieren worden tot 10 cm groot, terwijl vrouwtjes meestal iets kleiner blijven. Ze zijn ook meestal iets slanker, behalve als ze vol kuit zitten.

Verwante soorten :

Teleogramma gracile en T. monogramma zijn nog niet in gevangenschap bekend. Men weet echter dat deze soorten slechts 34-35 schubben langs de zijlijn hebben in tegenstelling tot T. brichardi die er 60 heeft. T. gracile heeft een brede zwarte boord boven de witte vlek in de staart (bij vrouwtjes dan).

In het aquarium :

De dieren vormen geen koppel, zodanig dat men ze een ruim aquarium moet geven met voldoende schuilplaatsen, zodat de vrouwtjes of de mannen - als deze kleiner zijn dan de vrouwen - niet worden opgejaagd met de dood als gevolg. Het ideale aquarium is minstens een meter lang voor een paar, en zelfs dan is het aangeraden om een scheidingsruit tussen beide te plaatsen tot ze hun territorium hebben vastgelegd. Als men meerdere vrouwtjes houdt, zou men deze maatregel ook moeten toepassen, om ieder dier toe te laten zich te installeren in een compartiment van de bak. Nakweek exemplaren kunnen iets vriendelijker zijn tegen elkaar, maar zelfs op jonge leeftijd wordende dieren zeer territoriaal.

Het substraat moet bestaan uit fijn zand of grind, vrij van kalken scherpe randen (T.brichardi graaft holen). Een grote hoeveelheid kienhout mag niet ontbreken, en ze houden ervan om vanop een terrasje de omgeving in de gaten te houden.

Het water moet zeer zacht zijn en licht zuur tot neutraal, met een temperatuur tussen 26 en 28 C. Een goede doorluchting en veel zuurstof in het water zijn een must, MAAR het is helemaal niet nodig -zelfs te vermijden- om een snelstromend aquarium te creëren. Wanneer men dat toch doet, zullen de vissen de kalmste plekjes opzoeken. De waterkwaliteit moet uitstekend zijn; ammoniak en nitriet moeten totaal ontbreken, en zo weinig mogelijk nitraten (minder dan 25 ppm). De belichting van het aquarium is bij voorkeur iets gedempt.

T. brichardi laat planten met rust, maar planten komen in zijn natuurlijk biotoop niet voor. Deze vissen zijn niet zo levendig en actief. Nochtans moet men het aquarium goed afdichten, want springen kunnen ze als geen ander. Eventuele scheidingsruiten moeten tot tegen het dekglas komen om ongewenste expedities in het andere deel van het aquarium te vermijden.

T. brichardi is geen drukke eter. Het ideale dieet voor deze vissen bestaat uit Daphnia (watervlooien), muggenlarven, enz. Gehakte garnalen en mosselen zullen ze ook met smaak eten, maar hun absolute favoriet is de regenworm. Grote exemplaren moeten in stukken worden gesneden, maar kleine regenwormen komen ze uit de hand halen !

Deze soort is niet agressief tegenover andere soorten; andere snelstromend water bewonende soorten van dezelfde grootte -zoals Steatocranus tinanti- vormen een ideaal gezelschap. Moesten er nog andere Teleogramma soorten beschikbaar komen in de handel dan lijkt het niet zo verstandig om meerdere soorten in eenzelfde aquarium onder te brengen.

Kweek :

De kweek met deze dieren is nog maar zelden geslaagd in het aquarium. Waarschijnlijk omdat de paarbinding tussen man en vrouw zo goed als ontbreekt. Meestal valt er een dode (man of vrouw) eer er van paren sprake kan zijn. Het gebruik van een scheidingsruit, terwijl de dieren hun territorium vastleggen kan een hulp zijn.

Wanneer een vrouwtje klaar is om te paren, graaft ze een hol. Vervolgens zoekt ze een mannetje, waarvoor ze haar van haar beste kant laat zien. Dansend en met vertoon van haar prachtig roze-rode buik versiert ze een mannetje. De eieren worden afgezet op het plafond van het hol. De eieren zijn enorm ! Tot 3 mm in diameter en crème-kleurig. Alleen het vrouwtje bewaakt de eieren, die na 3 dagen uitkomen. En na nog eens 5 tot 6 dagen zullen de larfjes vrij zwemmen. De jongen zijn al 12 mm groot wanneer ze vrij zwemmen en ze kunnen meteen cyclops en kleine Daphnia verorberen. De legsels zijn klein -15 à 20 eieren- door de grootte van de eieren. De reden waarom er zo weinig en zulke grote eieren zijn, is waarschijnlijk om ervoor te zorgen dat de jongen vanaf het vrijzwemmen voldoende groot zijn om niet direct weggespoeld te worden in het snelstromende water.

Broedzorg is enkel door het vrouwtje en deze is minimaal. De grootte van de jongen en de aard van hun natuurlijke biotoop vereisen waarschijnlijk niet zoveel broedzorg als bij andere cichliden.

Referentie : British Cichlid Association (BCA) Information Pamphlet 150

Aanmelden