Text Size

Pelvicachromis taeniatus - kersenbuikcichlide

Pelvicachromis taeniatus
Door Erik Lievens, Aquarianen Gent.

Een pracht van een vis. Groot was mijn verwondering dat er in de laatste 2 jaargangen van ons clubblad nog niets is verschenen over deze vissoort. Als we het over dwergcichliden hebben dan leggen we meestal de link naar de Apistogramma-soorten. Vissen behorende tot de Pelvicachromis-groep worden echter ook bij de dwergcichliden gerekend. Van deze Pelvicachromis-groep zijn er verschillende soorten bekend onder ander de Pelvicachromis pulcher, meer bekend onder de Nederlandse naam: de kersenbuikcichlide, de Pelvicachromis roloffi en de Pelvicachromis humillis.

Nu gaan we echter de Pelvicachromis taeniatus eens van naderbij bekijken. Deze vissoort wordt in zijn natuurlijke omgeving teruggevonden in het westelijk gedeelte van de Nigerdelta in Afrika en ook in Kameroen, waar hij zowel voorkomt in stilstaand als in stromend water. Deze vissoort wordt maximaal 8 cm groot. Vrouwtjes worden zelden groter dan 6 cm. De hoofdkleur van het mannetje is bruin, terwijl de lichaamskleur van het vrouwtje heel wat lichter is. Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben uitgesproken grote onpare vinnen. Als we goed kijken dan is het onderscheid tussen beide geslachten te zoeken in de vorm van hun rugvinnen. De rugvin bij het mannetje loopt uit op een punt, terwijl deze bij het vrouwtje eerder afgerond is. De caudale vin van het mannetje (staartvin) vertoont rode tinten en heeft ook een blauwe schijn, terwijl bij de vrouwtjes deze eerder geelachtig, soms zelfs kleurloos zijn.

De Pelvicachromis taeniatus kent binnen zijn soort nog verschillende ondersoorten, afhankelijk van de plaats waar hij wordt gevonden. Zo vinden we een soort terug in Nigeria en die wordt met zijn gebruikelijke naam, Pelvicachromis taeniatus "Nigeria" genoemd.Bij deze ondersoort is er een duidelijke zwarte zoom te onderscheiden in de onderste helft van zijn staartvin. Binnen deze ondersoort wordt er nogmaals een onderscheid gemaakt al naargelang hun verschillende kleuren: hun caudale vinnen kunnen zowel rood, groen als geel gekleurd zijn. De dorsale vinnen (rugvinnen) kunnen bij het vrouwtje zwarte punten of vlekken vertonen.

Een andere variant is de Pelvicachromis taeniatus "Muyuka". Deze ondersoort is bruinachtig rood. Zijn rugzijde is felbruin tot goudkleurig, terwijl de buikzijde een eerdere roodachtige tint heeft. Al de rugvinnen zijn rood gekleurd. Nauw aanleunend bij dezen "Muyuka" vorm hebben we nog de Pelvicachromis taeniatus "Moliwe". Qua kleurenpracht heeft hij hetzelfde uitzicht als de "Muyuka" maar hij heeft daarbij wel nog donkere vlekken aan de bovenkant van zijn staartvin. De Pelvicachromis taeniatus "Wouri" wordt dan weer op een andere plaats gevonden en onderscheidt zich van de voorgaande soorten door zijn blauwachtige schijn ter hoogte van zijn kieuwdeksels. Ook heeft hij een opvallende zwarte zoom met een witte boord ter hoogte van de bovenste helft van zijn staartvin. Eén der mooiste onder de Pelvicachromis-soorten is ongetwijfeld de Pelvicachromis taeniatus "Kienke". De bovenkant van deze ondersoort is bruin, terwijl zijn onderzijde bronskleurig is. Hun iris is blauw. Hun staart-, buik- en ruginnen zijn rood gekleurd. De caudale- en anale vin hebben blauwe punten. Als ik van deze vissoort een volledige kleurenbeschrijving zou geven, dan heb ik bladzijden tekort om dit alles te verwerken. Kort samengevat: een "beauty".

Er zijn nog een paar ondersoorten behorende tot de groep Pelvicachromis taeniatus bekend, maar die houd ik voor de volgende keer. Hoewel binnen ons clubleven al heel wat verhalen zijn verteld over de dwergcichliden, moesten wij vooral onthouden dat deze vissen houden van een zacht-zure watersamenstelling. Als goede aquariumliefhebber moeten wij hiermee rekening houden. Toch kon ik niet aan de verleiding weerstaan om ook eens te proberen met een koppel Pelvicachromis taeniatus "Nigeria", zelfs al kan ik door omstandigheden enkel beroep doen op ons leidingwater. De vissen zwemmen er nu al een heel tijdje in rond en kleuren met de dag mooier uit. Ook een mogelijkheid tot kweken werd hen aangeboden in de vorm van een "terra cotta" bol met twee uitgangen (ter vervanging van de gebruikelijke halve kokosnoot). Dit laatste zal wel een ijdele hoop zijn.

Het houden van een koppel op leidingwater lukt misschien wel, maar aanzetten tot kweek zal wel iets teveel gevraagd zijn.

Dit koppel zwemt rond in een aquarium dat tevens is bevolkt met een tiental volwassen congozalmen (Phenacogrammus interruptus). De kleuren die de beide dwergcichliden ten toon spreiden tart elke verbeelding. Ik begin mij echter af te vragen of het wel een koppel is. Ze zijn al wat uitgegroeid en als ik beide exemplaren vergelijk, dan zien bij beide vissen de rugvinnen er hetzelfde uit namelijk spits uitlopend. Dit zullen dan waarschijnlijk twee mannetjes zijn en is er van mogelijkheid tot nakweek dus absoluut geen sprake. Soms houden ze schijngevechten, soms krullen ze hun lichaam naar elkaar toe alsof ze elkaar willen verleiden. Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Minder leuk is dat deze dwergcichliden het de congozalmen niet naar hun zin maken. Regelmatig doen ze een heftige uitval naar mijn congozalmen die gelukkig snel genoeg zijn om deze aanvallen te ontwijken. Wel ben ik een beetje bang dat ze gestresseerd zullen geraken. Blijven ze dit echte doen, dan geef ik ze als speelbal aan mijn volwassen Aulonocara's. (grapje).

Zonder overdrijven: onder de dwergcichliden is de Pelvicachromis taeniatus toch wel één der mooiste!

Aanmelden