Text Size

Epiplatys dageti

Epiplatys dageti

Erik Lievens, Aquarianen Gent

Onze Epiplatys dageti is een vissoort die heel wat succes kent bij de liefhebber. Toch zijn er velen onder ons die zich bedenken om deze vissoort te houden omdat hij de link legt naar de killi's, waarvan we weten dat het seizoenvissen zijn die niet lang leven. In de natuur is dit misschien wel zo, maar in aquariumomstandigheden verloopt dit toch enigszins anders.

De familie van de Epiplatys telt ongeveer 40 soorten of ondersoorten waarvan de meeste eigenlijk een heel sober schubbenkleed hebben. Er zijn een viertal uitschieters die wel kunnen wedijveren qua kleurenpracht, met de intense kleuren van bv. bepaalde regenboogvissen. De Epiplatys dageti is er zo een van. Vroeger gaf men hem verkeerdelijk de naam: Epiplatys chaperi.

Het lichaam van deze vissoort is langgerekt en cilindervormig. Mannetjes kunnen tot 5,5 cm lang worden, vrouwtjes blijven kleiner. Enkel hun kop en staartzijde zijn afgeplat. Hierdoor hebben ze hun naam: 'Epiplatys' gekregen komende van het Grieks: bovenaan afgeplat. Een typische eigenschap van deze vis is een schitterende plek bovenaan zijn kop. Gezien Epiplatys oppervlaktezwemmers zijn, lijkt het alsof deze vlek een weerspiegeling is van het schijnsel van de zon in het water. Visetende roofvogels worden hierdoor misleid. Langs de andere kant vormen ze een gemakkelijke prooi voor nachtvissers die met hun lamp in het water schijnen en zo gemakkelijk deze visjes kunnen lokaliseren. Zoals het bij de meeste oppervlaktevissen het geval is (denken wij maar aan onze bijlzalmen), hebben deze een bovenstandige bek, wat erop duidt dat ze hun voedsel gaan zoeken aan de oppervlakte.

Dit voedsel bestaat hoofdzakelijk uit levende organismen zoals insecten en muggenlarven. Hun bovenste lip is zwart afgeboord en deze band loopt door tot aan hun ogen. Hun keel echter heeft een grijsrode tot rode kleur, afhankelijk van hun vindplaats. Ze hebben grote ogen die ze heel goed kunnen bewegen. Hun iris heeft een gele kleur. Hun rugvin staat sterk naar achteren ingeplant en is heel wat kleiner dan hun aarsvin. De staartvin is ten opzichte van hun vissenlichaam, de rug- en aarsvin, indrukwekkend. De vinnen van de mannetjes zijn blauwgroen en hebben fijne puntjes die een karmijn kleur hebben of gewoon zwart zijn. De vinnen van de vrouwtjes echter zijn niet de moeite waard om hierover iets neer te pennen. Een volledige beschrijving geven van de kleur- en tekeningpatronen van de mannetjes zou ons te ver leiden. Wat wil zeggen dat ze buitengewoon mooi zijn en een streling voor het oog zijn.

In de natuur houden ze zich het liefst op aan de oppervlakte waar ze beschutting zoeken onder een plant of wortelstok. Van hieruit maken ze gebruik van een jachttechniek die ook onze inheemse snoeken gebruiken. Eenmaal ze een prooi in het zicht hebben, schieten ze als een raket naar voren en eten de onfortuinlijke prooi op. Ze houden van zuurstofrijk water en zwemmen het liefst in de nabijheid van stromend water.

Meerdere mannetjes houden in één aquarium vormt geen probleem. Het is heel imposant en fraai om zien, hoe mannetjes elkaar intimideren met hun wijd uitgespreide vinnen en schitterende kleuren. Het meest imponerende mannetje zal de strijd winnen en zal heersen over de familie. De verslagene trekt zich terug tussen de kienhoutwortels of plantenformaties.

Voor het optimaal houden van deze vissen hebben wij 2 keuzen: ofwel richten wij voor hen een specialaquarium in ofwel brengen wij hen onder in een gezelschapsaquarium. Voor het specialaquarium hebben wij een aquarium nodig die tamelijk lang is, maar beperkt is in hoogte. Een aquarium van 80 * 40 * 25 is voldoende om een twaalftal exemplaren in onder te brengen.

Een stevige filter zorgt voor voldoende stroming. Ook niet gaan beginnen overdrijven. De temperatuur van het water houden wij tussen de 23 - 27 °C. Bij voorkeur plaatsen wij de aquariumverlichting vooraan. Zo vermijdt men schaduwen en komen de kleuren van de vissen het meest tot hun recht. De watersamenstelling trachten wij in de richting te duwen van de lichtzure kant. De pH houden wij tussen de 6 en de 7 bij een hardheid zeker niet hoger dan 15°. Een mengeling van leiding- en regenwater is het meest aangewezen. Regelmatige waterverversing is de boodschap.

Als beplanting moeten wij zeker voor een paar drijfplanten zorgen. Deze Epiplatys houdt zich hier graag op. Als bodemgrond gebruiken wij materiaal dat niet sterk reflecterend werkt. Bij een te grote belichting zijn de vissen gestresseerd en gaan ze hun mooie kleuren niet laten zien. Opgelet! Het zijn heel goede springers. Van de kleinste opening maken ze gebruik om zich uit de voeten te maken. Daarom is het meer dan noodzakelijk om ons aquarium af te dichten met dekruiten en de openingen van in- en uitlaten van darmen, verwarmers enz. goed af te dichten.

Hun voedsel bestaat zoals vernoemd, uit zwarte en witte muggenlarven en watervlooien. Op de een of andere manier moeten wij ervoor zorgen dat het voedsel niet direct naar de bodem zakt. Als we niet in de mogelijkheid zijn om aan levend voedsel te geraken, dan kunnen wij opteren voor diepvriesvoedsel. In uiterste gevallen kan ook droogvoer een oplossing bieden onder de vorm van vlokken.

Mits rekening te houden met enkele van deze stelregels, gaan wij heel wat plezier beleven aan deze Epiplatys dageti. Aarzelt niet om een aquarium in te richten met deze vissoort.

Aanmelden