Text Size

Belontia hasselti - honingraatgoerami

Belontia hasselti
door Erik Lievens,, clubblad februari 2002.

Zoals U wellicht wel weet; behoren de Belontia-soorten tot de labyrintvissen.De Belontia hasselti is misschien niet zo mooi als zijn soortgenoot; de diamantgoerami.
Toch door zijn schoon schubbenkleed en de honingraatvormige tekeningen op zijn vinnen; is het zeker een visje dat niet zal misstaan in Uw Aziatisch gezelschapsaquarium.

Belontia_hasselti.JPG

Omwille van zijn speciale tekening op het lichaam wordt hij ook wel eens de Honingraatgoerami genoemd. hij gaat schuil onder nog meerdere synoniemen zoals: Polyacanthus einthovenii (wat zeker niet wil zeggen dat hij afkomstig is uit Eindhoven ;-)), Polyacanthus hasselti, de Polyacanthus kuhli of de Polyacanthus olivaceus.

 

 

 

 

 

 

 

 

Met zijn 19 cm behoort hij zeker niet tot de kleinste labyrinthvissen. hij komt voor in Java, Sumatra, Borneo, Singapore en Malakka. Hij komt voor in de langzaam stromende rivieren. Ondanks het een zeer vredelievende vissoort is, kan hij een uitgesproken agressief gedrag vertonen tijdens de baltstijd. na de eiafzetting is het zeker aangewezen om het vrouwtje weg te vangen bij het mannetje. Het mannetje kan tijdens deze periode zo aanvalslustig zijn; dat deze zelfs in uw vingers zal komen knabbelen, wanneer U met de handen om een of andere reden in het aquarium komt. Bij het inrichten van het aquarium is het nodig om te zorgen voor een dichte beplanting en toch nog voldoende zwemruimte. Dit betekent wanneer we aan beide voorwaarden willen voldoen; we dienen te zorgen voor een voldoende ruim aquarium. Ook de maximale grootte van de vis in het achterhoofd kennende.

De Belontia hasselti houdt van veel licht: vooral van binnenvallende zonlicht schijnt hij erg op prijs te stellen. Houdt echter wel rekening met dit invallend zonlicht... een bealgde voorruit is nooit veraf.

Aan de watersamenstelling hoeven we geen specifieke aandacht te schenken: de pH-waarde ligt tussen 6,5 en 8 bij een totale hardheid tot 35° GH. Ons leidingwater uit de kraan zal dan ook op de meeste plaatsen voldoen. Zij houden wel van een iets hogere temperatuur dan andere tropische vissoorten, namelijk de temperatuur mag tussen de 25 en 30 graden Celsius bedragen. Voorla in de broedperiode mag de temperatur aan de hoge kant zijn.

Zij leggen hun eitjes af in ondiep water (10 tot 15 cm) waarin ze een schuimnest gaan bouwen. het bouwen van dit schuimnest gebeurt zowel door het mannetje als door het vrouwtje.
De eieren kippen al reeds na 24-36 uur en de jongen gaan vrij uit zwemmen na drie dagen. het aantal jongen bedraagt tussen de 500 en 700 jongen. We voederen de jongen met infusiediertjes; in een later stadium met Artemianauplii of cyclops.

Zoals dit bij de mmeeste, zoniet alle goeramisoorten en paradijsvissen het geval is; moeten we de luchttemperatuur boven het wateroppervlak hetzelfde kunnen houden als de watertemperatuur; deze vissen hebben vaak last van een "verkoudheid". het gebruik van een luchpomp en luchtbellen vermijden we ook best. De goerami zal zeker niet aan een schuimnest bouwen wanneer het wateroppervlak zijn bouwwerken steeds verstoord.

Wil men tot een geslaagde kweek overgaan, dan moet men wel het koppel gescheiden houden van andere vissen. Anders kan men de kweek vergeten.

Naast levend voer en diepvriesvoeder, houden deze dieren ook wel van een blaadje sla. groenvoer is dus ook zeker een itme dat niet mag worden vergeten op hun menu.

Het geslachtsonderscheid tussen het mannetje en het vrouwtje is moeilijk te bepalen. Wat we wel kunnen vermelden is dat het vrouwtje in de paaitijd geen netpatroon heeft. Vlak na het paaien heeft zij een bleke, vale kleur.
De verhouding van mannetjes op vrouwtjes 1 op 1.

Aanmelden