Text Size

Barbus conchonius - prachtbarbeel

Barbus conchonius
Eric Vanhoenacker, clubblad maart '97.

rosy-barb.jpg

Eigenlijk was ik er al een poosje verliefd op, zo'n schooltje dartelende Barbeeltjes, een kleurrijk schouwspel van onvermoeibare lichaampjes. Als het licht goed zit glanzen ze als diamantjes, met een Grolux er bovenop lijken ze heiliger als de Paus, zo dieprood gekleurd kunnen de mannetjes zijn.

Niettegenstaande dat ligt er altijd een groene zweem over de flanken, alsof ze lichtjes met algen begroeid zijn. Alle vinnen zijn dan nog eens zwart omrand, de "Finishing Touch" van De Schepper (nee, niet Els De Schepper). Met Aquariana '97 in het achterhoofd was ik intussen aan het overleggen wat voor een aquarium ik zou inrichten. Vorige keer deed "Piemel" (lees Chinese drieklauwschildpad met een piemelachtige hals en kop) mee en stal er de show. Omdat echter haar gezondheid soms wat wankel is zou ik ze liever thuis houden. Ze is eigenlijk ook nogal stressgevoelig. Vandaar dat ik naar iets anders diende uit te kijken. Vissen bijvoorbeeld.

Tot ik een tweetal maanden terug, bij Aqua Zuun in het Brusselse, de prachtigste Barbus conchonius zag die ik ooit te zien kreeg. Die "conchonies", want zo noemen ze daar die dingen, verhuisden met z'n zessen (meer waren er niet) in een plastiekzak naar Gent. Voorlopig zitten ze nog wat klein in een bakje van 50 x 30 x 30 cm, maar met een krachtig filtertje en afwisselend diepvries en droogvoer, zien ze er allemaal goed uit. Een tweetal weken later kwam de nieuwe lichting binnen en stapte ik vol verwachting binnen bij Aqua Zuun. Ja hoor, ze zien er weer prachtig uit, dus nog enkele meegedaan, want ik wou immers een schooltje barbelen.

Inmiddels zijn ze allemaal (- 1 vrouwtje dat van bij het begin haar vinnen wat samen kneep) aan het groeien als kool. Weldra zullen ze verhuizen in een 80 x 40 x 30 cm. Hoe de definitieve bak voor de tentoonstelling er zal gaan uitzien, dat weet ik nog niet helemaal, vast staat dat het een Aziatisch aquarium blijft, want als bodembewoners zijn er 4 Botia morleti bijgekomen. Naar alle waarschijnlijkheid blijft het daarbij, zowel qua soorten als aantallen. Volgens sommige boeken kan B.conchonius tot zo'n 15 cm groot worden. In de meeste gevallen blijft ie (gelukkig maar) wat kleiner.

Tegen de tentoonstelling zullen de dieren toch goed halfwas zijn en dat geeft reeds een goed beeld van de pracht van de soorten. Het heeft weinig zin om dieren aan te kopen zo'n week of twee voor de tentoonstelling. De bezoekers krijgen dan piepkleine jongen te zien die nog niet hun definitieve vorm hebben en weinig of geen kleur. Ergens is dat zeer spijtig, want die kleine spichtige dingetjes kunnen niemand een juist beeld geven van de potentiële pracht die de soort te bieden heeft. De tentoongestelde dieren zijn liefst enkele maanden oud vooraleer ze "geshowd" worden. Goed gevoed, met dikke buiken (met BODY, zou Willem Tomey zeggen), juist gevoed, voor een optimale kleurenrijkdom, afwisselend gevoed, voor een grotere resistentie tegen allerlei negatieve invloeden van buitenaf: bacteriën, ziektekiemen, stress...

Dit gezegd zijnde hoop ik het zelf ook allemaal waar te maken met mijn "conchoniekes" (Nederlandse naam Prachtbarbeel). Of ik daarin zal slagen, daar kunnen de bezoekers het best over oordelen in september. Zonder tegenslagen zijn ze dan al zo'n 8 à 9 cm groot (de viskes, niet de bezoekers). Misschien zijn ze er wel helemaal niet meer tegen dan, wie zal het zeggen. Maar laat ons positief blijven en alvast eens nadenken over de inrichting van hun biotoop: welk zand en stenen, kienhout of niet? Welke plantensoorten groeien in hun natuurlijk milieu? Welke waterkwaliteit, temperatuur en lichtomstandigheden moet ik hen bieden? Allemaal vragen waarover eens goed nagedacht moet worden. Onze clubbibliotheek is daar een zeer goed hulpmiddel bij.

Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat ik daar eerst eens had over moeten nadenken. Misschien heb je daar gelijk in, maar ik zie het als een uitdaging om het hen beetje bij beetje zo veel mogelijk naar de zin te maken. Dat ze op leidingwater in leven blijven, dat heb ik intussen ook gemerkt. Wij blijven toch ook leven in de Gentse kanaalzone tussen al die industrie! Maar of ze zich in dat leidingwater ook goed voelen? Ikzelf voel me alvast veel beter in de Ardense bossen dan in de kanaalzone, jij niet? Ah, je verkiest de zee... ook goed, maar je begrijpt vast wel wat ik bedoel. Zo'n villaatje tussen het groen, dat willen we allemaal wel zeker? Awel die Conchoniuskes willen dat ook, zo'n prachtige omgeving met de juiste speelkameraadjes, gezonde lucht (euch... water in dit geval) en vooral... veel ruimte. Niemand voelt zich graag opgesloten! Je weet toch wat claustrofobie betekent? Bang zijn in kleine ruimtes. Denk je dat alleen mensen dat hebben? Neen, vissen hebben dat ook. Wanneer ze als een razende uit het water tegen de dekruit springen is dat heus niet alleen door het plots aangaan van het licht, of door te schrikken van iets anders. Nee hoor, soms is het ook uit pure stress omdat de ruimte waarin ze leven gewoon te klein is. Wanneer we nu weten dat Barbelen zeer levendige vissen zijn, dat moeten we alvast ruimte voorzien.

Aanmelden