Text Size

Barbelen uit Sri Lanka Puntius en meer...

Barbelen uit Sri Lanka

door Karel Fondu, Siervis Leuven clubblad januari 2001

Wellicht omdat de voorzitter en enkele van zijn adepten in 1998 Sri Lanka bereisden en ik een van die adepten was; viel mijn oog op een artikel in het derde nummer van "AQUARIUM heute 1998" waarin Otto Böhm letterlijk een boom opzet over barbelen uit Sri Lanka. Vermits ik barbussen altijd al toffe vissen heb gevonden, heb ik dit artikeltje voor jullie samengevat.
Het grootste gedeelte land op onze planeet wordt ingenomen door Azië. Het omvat 30% van de landoppervlakte van onze aarde. De grote uitgestrektheid en de grote hoogteverschillen veroorzaken een grote klimatologische verscheidenheid. Het uitgestrekte Azië herbergt een veelzijdige visfauna. Zo komen veel van onze aquariumvissen uit het Indisch subcontinent. Uit Sri Lanka komt een groot assortiment aan goed ingeburgerde en geliefde aquariumvissen.

Soms kan men bij de aankoop van een vermoedelijk klein blijvende soort voor een grote verrassing komen te staan. Enkele jaren geleden bracht een handelaar van zijn reis naar Sri Lanka enkele vissen mee. Het waren barbelen, grondels en glasbaarzen, die spijts hun lange reis in uitstekende conditie verkeerden. Er waren enkele barbelen bij die interessant leken maar niet veel kleur vertoonden. Het waren Torkhudree Sykes, visjes die eerder toevallig bij visimporten betrokken geraken. In hun land van herkomst zijn het immers gegeerde consumptievissen die maar liefst 1,4m groot worden. In een aquarium blijven ze gelukkig merkelijk kleiner. De diertjes waren 6 cm groot en waren vreedzame en dankbare pleegkinderen. Zij profileerden zich als alleseters die ook graag plantaardige kost verorberden. Een andere barbeel onderscheidde zich door het ontbreken van een vlek op de staartwortel. De schubben waren niet zwartomlijnd en de eerste vinstraal van de rugvin was rood. Het betrof hier waarschijnlijk Barbus (Puntius) amphibius. In de literatuur vond ik er niets over; waarschijnlijk worden ze zo groot als de Torkhudree's en inderdaad ze groeiden enorm snel.

Zelden geïmporteerd en weinig bekend is Puntius narayani. Hij ziet eruit als Barbus cumingi. Ze komen beiden op Sri Lanka voor. P. narayani heeft een derde zwarte vlek in het midden van het lichaam. Beide soorten zijn mooie aquariumvissen, die klein blijven, vredelievend zijn en probleemloos kunnen gehouden worden. Ze komen ook in hun thuisland zelden voor en worden in onze aquaria niet vaak aangetroffen, wat eigenlijk spijtig is want samen gehouden met zalmen en andere vredelievende vissen kunnen ze zorgen voor een prachtig visbestand. Het zijn alleseters, die af en toe ook wat groen lusten. Heeft men een passend paartje gevonden dan is de kweek met P. cumingi hoegenaamd niet moeilijk. Of toch? Waarom worden ze zo zelden in de handel aangeboden? In middelhard water van om en bij de 10 GH, bij een pH van 7 en een temperatuur van 25 ºC zetten ze gewillig af en eten even gewillig heel hun legsel op. Een aflegrooster brengt redding.

puntius_narayani01.jpg puntius_cumingi.jpg

Na het kweekstel verwijderd te hebben komen de jongen na drie dagen uit. In den beginne waren ze doorschijnend en waren ze nauwelijks op de glasbodem waar te nemen. Op de vierde dag zwemmen ze vrij en kan men hen infuus en fijngewreven droogvoeder toedienen. Na nogmaals drie dagen kunnen ze al pekelkreeftjes buitmaken. P. narayani kon ik spijtig genoeg niet nakweken omdat ik beschikte over drie wijfjes en ze nooit meer in de handel werden aangeboden.

puntius conchonius03.jpg

Enkele barbelen, zoals P. conchonius en P. nigrofasciatus zijn in de vergeethoek geraakt. Bij beide soorten is de benaming prachtbarbeel en purperkopbarbeel heel toepasselijk. Ze zijn gemakkelijk na te kweken, zijn zeer productief en stellen geen eisen.

 

Toen ik mij in de handel een dotje javamos aanschafte en dit in koud water uitspoelde kwamen er daags nadien, spijts het koude water, enkele jonge prachtbarbelen uit te voorschijn. Spijtig laten deze prachtige vissen zich moeilijk verkopen. Het duurt immers een hele tijd eer ze hun kleurenpracht ten toon spreiden; voordien zijn ze onooglijk en onverkoopbaar.

De kweekvorm van P. nigrofasciatus is gevulder dan de wildvang en de mannetjes pronken steevast met hun purperrode kleuren. Bij wildvang is het ook moeilijker om buiten de paartijd het geslacht te bepalen. Ze zijn ook niet zo prachtig van kleur.

puntius nigrofasciatus01.jpg

De slechts 4cm groot wordende Puntius gelius verzorg en kweek ik al jaren en nog steeds ben ik weg van dit kleinood. De geslachten kan men best herkennen aan de kleur: de mannetjes hebben een koperrode kleur; de wijfjes zijn zilverachtig, molliger en groter. Als men honderd jongen heeft, kan men reeds van een geslaagd kweekje spreken, maar het aantal nakomelingen kan oplopen tot 600 stuks. Het water moet zacht en licht zuur zijn. De ouders zijn geduchte eierrovers en daarom verdient het aanbeveling een aflegrooster te gebruiken. P. gelius is een begerenswaardig visje dat geen problemen schept.

puntius_gelius01.jpg

puntius ticto.jpg

Dit zijn slechts enkele van de vele op Sri Lanka voorkomende barbussoorten. Niet zelden worden er varianten en kweekvormen van deze visjes aangeboden. Vooral gegeerd is de prachtige variante van P. ticto. Ze is iets kleiner dan de stamvorm. De mannetjes tonen spijtig genoeg slechts hun mooie rode kleur na ongeveer 7 maanden. Voor de rest is deze vis gemakkelijk te houden en verdraagt hij temperaturen tot 14 graden Celsius. Hierdoor is hij een geschikt visje voor de tuinvijver gedurende de zomermaanden. Net zoals hun reeds 90 jaar bekende en geliefde broertjes P. conchonius zijn ze makkelijk te kweken na een koele overwintering.

puntius titteya.jpg

Een der prachtigste kleinblijvende barbelen op Sri Lanka is de reeds sedert 1936 bekende P. titteya. De vroegere importen waren niet zo krachtig rood gekleurd als nu. Het aquarium mag niet te hel staan en moet dicht beplant zijn. De mannetjes rivaliseren zeer sterk onder mekaar. De kweek zal nauwelijks enige moeite kosten en water tot en met 12GH en een pH onder 7,8 is geschikt.

Bij de kweek van barbussen dient er rekening mee gehouden dat in de oriëntalis, zoals deze zoögeografische streek van Zuid-Azië wordt genoemd, er tropische verhoudingen heersen. De regenseizoenen treden er met een verrassende regelmaat op en worden door interessante meteorologische verschijnselen verwekt. Verantwoordelijk hiervoor zijn de windsystemen, die halfjaarlijks van richting veranderen. Jaarlijks zijn er twee moessontijden. Ook de aflegperiodes van de vissen worden hierdoor bepaald en ze zijn een niet te onderschatten factor in de ecologie van deze gebieden.
Sri Lanka is een dierenparadijs waaruit vele aquariumvissen afkomstig zijn en waaruit we zeker nog enkele "nieuwelingen" mogen verwachten.

Aanmelden