Text Size

Carinotetraodon travancoricus - kogelvis

Carinotetraodon travancoricus

Erik Lievens, Aquariane Gent

Het zijn kleine visjes die een heel mooie kleur hebben en zijn uitstekend geschikt om in kleinere aquaria onder te brengen. Wat willen wij nog meer? Zijn wij in staat om dit interessante kogelvisje onder te brengen in een ingericht aquarium met enkele schuilplaatsen en een flink plantenbestand, dan gaan wij veel plezier beleven met deze vissoort.

Over het algemeen is men de mening toegedaan dat kogelvissen enkel voorkomen in zout- en/of brakwater. Meestal ook wordt hij samengehouden met brakwatervissen zoals Scatophagus-soorten en Monodactylae. De kleine Carinotetraodon travancoricus is echter een zoetwatervisje dat afkomstig is van India.

Velen onder u weten dat kogelvissen de eigenschap hebben zich op te blazen in de vorm van een kogel, vandaar hun naam. Dit opblazen verwezenlijkt hij door grote hoeveelheden water tot zich te nemen. Door zijn elastische huid kan hij deze hoeveelheid water opslagen en krijgt hij een dubbel lichaamsvolume. Deze eigenschap gebruikt hij om tegenstanders te imponeren. In aquariumomstandigheden gaan wij hem dit zelden of nooit zien doen, gezien er in het speciaalaquarium geen tegenstanders zijn. Het is ook bekend dat kogelvissen giftig kunnen zijn. Ook dit is een manier om predatoren af te schrikken. Het gif dat ze afscheiden noemt men tetrodotoxine. Wees gerust, onze Carinotetraodon travancoricus is niet giftig. Wij hoeven dus geen schrik te hebben als we met onze handen in het aquarium zitten te wroeten. Wel moeten wij erop attent zijn dat we wel degelijk met deze soort te maken hebben (sommige paddenstoelen kan men ook maar éénmaal eten). Dit visje houden wij het liefst in een speciaalaquarium. Dit heeft een bijzondere reden: deze visjes hebben de negatieve eigenschap om in de vinnen van andere vissoorten te bijten.

Deze kogelvisjes gaan nooit olympisch goud in het zwemmen halen. Het zijn heel trage zwemmers en hebben hierdoor ook weinig ruimte nodig. Een aquarium met een inhoud van 50 liter kan men bevolken met een zes- à achttal exemplaren. Het zijn territoriumvormende vissen die wel elkaar gaan intimideren maar hoogzelden agressief zijn.

Als wij ze gaan aankopen bij de handelaar worden ze over het algemeen vrij jong aangeboden waardoor het heel moeilijk wordt om hun geslacht te determineren. Zoals dit bij de meeste vissoorten het geval is, is een verhouding van één mannetje met drie vrouwtjes een uitstekende combinatie. Het aquarium moet zodanig ingericht zijn dat elk individu zich kan verstoppen. Zo zijn de zwakste onder hen in staat om zich te beschermen tegenover de sterkere exemplaren.

Als ze rondzwemmen, lijken ze als het ware op helikopters. Door hun ronddraaiende vinnenbewegingen zijn ze in staat om rond hun as te draaien om plots naar de bodem te duiken op jacht naar een prooi, bij voorkeur uit slakken. Het zijn visjes die heel nieuwsgierig zijn en graag weten wat er in hun omgeving gebeurt. Ze zijn ook in staat om hun ogen onafhankelijk van elkaar volledig te doen ronddraaien zoals kameleons dit kunnen doen. Zij weten na enkele tijd ook de plaats te ontdekken waar hun voedsel aangeboden wordt. Hun hoofdvoedsel bestaat uit slakken. Valt deze eigenschap voor ons, aquariumliefhebbers, niet mee? Wij willen toch van onze slakken vanaf? Is het niet beter om op deze biologische manier ons te ontdoen van deze lastdieren, dan gebruik te maken van allerhande chemicaliën? Naast slakken zijn ze ook verzot op muggenlarven en watervlooien. Waar ze zeker niet moeten van hebben is allerhande droogvoer. Van vlokkenvoer tot pastillen hebben ze een duidelijke afkeer.

Het woord tetraodon komt van het Grieks en betekent: ‘Vier dents’, duidend op hun tanden. Opdat hun tanden niet te groot zouden worden moeten wij hen de voor hen bestemde slakken aanbieden met hun huisjes. Doordat ze het slakkenhuis met hun tanden verpulveren, slijten deze af en blijven ze klein. Het is heel mooi om te zien hoe deze kogelvisjes met hun opengesperde muil door het water zweven. Het lijken wel clowns. Als ze zich volgepropt hebben met eten vertonen ze een bolronde buik (niet omdat ze water tot zich hebben genomen). Ze lijken dan als aquarianen die pas terugkomen van hun mosselsouper. Ook moeten wij er zorg voor dragen dat wij ze niet gaan over voederen.

Hebben ze pas gegeten en komen wij terug voor het aquarium te staan, dan zijn ze daar terug. Hier niet aan toegeven, anders zou het wel eens kunnen gebeuren dat hun buik ontploft. Deze Carinotetraodon travancoricus voelt zich niet thuis in een aquarium met grotere vissoorten. Is dit wel het geval dan zullen wij helaas niet veel merken van onze kogelvissen gezien ze zich bestendig zullen verstoppen achter ons kienhout of plantenbestand. Over het algemeen laten ze het plantenbestand met rust. Dit kan wel aangeroerd worden als ze op zoek gaan naar een slak of slakken. Afhankelijk van de lichtinval kunnen hun ogen van groen naar blauw uitkleuren. Als ze van hun welverdiende nachtrust genieten vertoeven ze op de bodem. De ideale watertemperatuur ligt tussen de 24 °C en de 26 °C.

Opletten! Als we bepaalde literatuur raadplegen dan bestaan er eigenlijk twee soorten van die beiden voorkomen in het Zuidoosten van India, in de streek van Kerala en heel goed op elkaar gelijken. Bekijken wij ze echter van dichtbij, dan stellen we vast dat het kogelvisje hier beschreven een gemarmerde structuur heeft op zijn vissenlichaam in aanwezigheid van enkele lijnen, terwijl de Carinotetraodon imitator kleine zwarte vlekken heeft verspreid over heel zijn vissenlichaam. Beide kogelvissoorten zijn echter op dezelfde manier te houden.

Probeer het eens uit! Het is koddig om deze visjes te zien rondfladderen in het aquarium.

Aanmelden