Text Size

De zeelt

De zeelt
Door André De Jonghe, Aquarianen Gent.

De zeelt komt in bijna heel Europa tot aan de Oeral voor. Het is een echte bodemvis. Deze vis geeft de voorkeur aan stilstaand water, dat rijk is aan planten en een modderbodem heeft. De zeelt, ook louw genoemd, wordt dan ook voornamelijk in ondiepe, warme en zuurstofarme meren aangetroffen.

Hij kan zich zeer goed aan een wisselende omgeving aanpassen: hij komt onder andere voor in het brakke water van de Oostzee en op hoogten tot 1600 m. Hij kan in grote vijvers een lengte tot 45 cm bereiken. De gewone zeelt heeft een kort, breed olijfgroen of grijs lichaam en een smalle kop. Het mannetje onderscheidt zich van het vrouwtje door zijn sterke buikvin, die bijna tot de anale opening doorloopt. Het vrouwtje heeft een veel kleinere buikvin. De goudkleurige variëteit heeft een oranje tot gouden kleur.

De zeelt voedt zich vooral met insecten en overgebleven visvoer. Hij draagt zeker bij aan de hygiëne in de vijver, maar is niet een levende stofzuiger, die alles wegwerkt op de vijverbodem. Wanneer de avond valt zwemt hij van plant tot plant, zoekend naar watervlooien, kreeftachtigen, slakkeneitjes en halfvergane plantenresten.

Met een levensverwachting van ongeveer dertig jaar, behoort de zeelt tot de langlevende vissoorten. De vissen paaien tussen de waterplanten in ondiep water. Een vrouwtje legt 300.000 tot 800.000 eitjes. Na 3 à 5 dagen komen de eitjes uit. De louw wordt dikwijls gekweekt als 'sportvis': het is een zachte, lekkere vis met spijtig genoeg veel graten.

De zeelt wordt dikwijls geprezen als "doktersvis": hij heeft een dikke huid, die rijk is aan slijmcellen. Deze slijmhuid zou zieke en gewonde vissen genezen. Vroeger werd deze vis zelfs gebruikt om wonden bij mensen te genezen! (waarheid of volksgeloof?) Het is geweten dat zieke koi vaak het gezelschap opzoeken van zeelten en er zelfs tegenaan gaan wrijven.

Zeelten zijn rustig en vreedzaam en vooral 's nachts actief. Toch kan men ze overdag actief maken door ze te voederen, zo dat zij handtam worden. In de vijver wordt meestal de goudgele varië«teit uitgezet.

Ik heb in mijn vijver 6 "tinken" van verschillende grootte en kleur. Deze dieren doen het al jaren zeer goed in mijn "œwaterplas" en eten graag steur- en andere voeding.

Aanmelden