Phoxinus phoxinus (Cyprinidae) - elrits

De elrits

Johan De Coninck, Aquarianen Gent

De elrits is een gemakkelijk te houden scholenvisje waarvan de mannetjes ongeveer 10 cm groot worden en de vrouwtjes 14 cm. Hij heeft een heel groot verspreidingsgebied dat van Groot-Brittanni¨tot in Siberië strekt. Noordelijk wordt zijn verspreidingsgebied begrensd door het noorden van Denemarken en in het zuiden door de Pyreneeën, meer naar het oosten vind je ze terug tot halverwege de Balkan. In België zijn ze voornamelijk nog te vinden in de Ardennen, hoewel ze vroeger ook in kreken en vijvers te vinden waren in Vlaanderen. Ze zijn van nature te vinden in heldere zuurstofrijke wateren, wat verklaard dat ze bijna volledig verdwenen zijn uit onze regio's.

Ze zijn geslachtsrijp na ongeveer twee jaar en vanaf dan kweken ze heel gemakkelijk (april tot en met juni). Ze kunnen uitgroeien tot een ware pest in uw vijver (de wijfjes kunnen tot duizend eieren afzetten). Tijdens het baltsen, vertoeven ze frequent net onder het wateroppervlak, veelal in de buurt van waterlelies of tussen het drijvend hoornblad, waar ze onder de drijfbladeren hun legsel afzetten. De mannetjes krijgen een bloedrode buik, waardoor ze zeker niet moeten onderdoen voor de kersenbuiken van Afrika (Pelvicachromis pulcher), hun rug wordt groen en beide geslachten vertonen paaiuitslag op de kop en de borstvinnen.

Buiten de paaiperiode zijn de visjes eerder onopvallend en zullen ze niet snel opgemerkt worden in een druk beplante siervijver. Toch zijn ze een echte meerwaarde in de siervijver, er zal enkel een grotere inspanning moeten geleverd worden om de elritsen op te zoeken, wat voor een liefhebber geen probleem mag zijn. Het is zeker niet aan te raden om de visjes in een kale vijver onder te brengen (eigenlijk geldt dit voor bijna alle koudwatervissen, behalve voor de koi natuurlijk). In de natuur hebben ze heel veel predatoren (ijsvogel, forellen, ...), ze gaan dan ook geregeld dekking zoeken in de dichtbeplante oevers.

Elritsen hebben een eindstandige bek en eten vooral kleine waterinsecten, muggenlarven en kleine kreeftachtigen zoals watervlooien. Bijvoederen in uw siervijver hoeft zeker niet gedurende de zomermaanden (dit geldt eigenlijk voor de meeste vijvervissen, behalve voor de koi en andere sierkarpers). Enkel in het voorjaar als het water een temperatuur van acht graden bereikt, voerde ik een klein beetje bij en ook net voor de winter zijn intrede deed.

De elrits is beschermd en mag dus niet gevangen worden uit natuurlijke wateren. Soms gaan er dan ook berichten rond om de kweek in de vijvers zijn vrije gang te laten gaan om ze vervolgens uit te zetten in natuurlijke wateren. Daar heb ik toch enkele bedenkingen bij. Het uitzetten van vissen door liefhebbers heeft tot heden nog maar weinig of geen zoden aan de dijk gebracht. De eerste bedenking die men moet maken is of die visjes wel hun biotoop kunnen terugvinden in dat water opdat ze een goede kans zouden maken te overleven. Een tweede bedenking is of de natuurlijk aanwezige fauna en flora wel gediend is met de komst van de uitgezette gasten. Het zou zeker niet de eerste keer zijn dat een biotoop volledig naar de knoppen geholpen wordt door gasten uit te zetten die van nature niet in het water voorkomen. Zelfs al kwamen ze daar in het verleden van nature in voor, het is heel waarschijnlijk dat het biotoop in de loop der jaren dermate veranderd is dat een herintroductie meer schade toebrengt in plaats van de goedbedoelde poging om de originele biodiversiteit te doen heropleven. Kortom, laat het uitzetten over aan de bevoegde instanties die wetenschappelijk onderbouwd bezig zijn met het in stand houden van de natuurlijke populaties.

Zoals net beschreven zijn elritsen beschermd. Hoe kan je dan aan elritsen geraken om uw tuinvijver te sieren? Ik kan niet bevestigen dat dit nog steeds zo is, maar een tiental jaren terug werd elrits gekweekt en gebruikt als aasvisje om op regenforellen te vissen in de Ardennen. Daar heb ik dan ook mijn populatie gehaald. Om de explosieve groei van de populatie binnen de perken te houden, had ik er twee zonnebaarzen bij geplaatst die zich te goed doen aan het vele jongbroed. Twee vliegen in één klap, want door het vele levend voer dat deze zonnebaarzen aangeboden kregen, groeiden ook deze heel snel mooi uit en lieten zich steeds van hun fraaiste kant zien.

In vijvercentra word veelal de goudvorm van de elrits aangeboden. Dit zou echter niet om een goudvariant gaan van onze Europese elrits maar om een goudvorm van de Amerikaanse elrits (Pimephales promelas), ook wel de dikkopelrits genoemd. Omdat de wilde Europese vorm minder opvallend is (behalve tijdens de balts natuurlijk), zijn deze goudvormen meer in trek bij de meeste vijverliefhebbers. Een, naar mijn inziens, veel gemaakte fout in tuinvijvers is dat men deze goudvarianten van de elritsen samen houdt met goudvarianten van andere vissen zoals bv. de goudwinde. Dit vind ik een minder goede keuze, want behalve de grootte zijn deze twee soorten erg gelijkend, er zijn echt wel betere keuzes die men kan maken om een beetje diversiteit in de vijver aan te brengen. Trouwens, deze Amerikaanse elritsen zijn ook al uitgezet in de natuur met het gevolg dat de forel- en palingpopulaties werden aangetast omdat deze exoot drager is van de ‘redmouth disease’. Deze ziekte heeft ook al gezorgd voor mislukkingen in de nakweek van de zeelt (Tinca tinca).

Het gros van de informatie die de wetenschap heeft over de reuk-, de smaakzin en het zien van kleuren bij vissen hebben ze te danken aan onze elrits. Hun reukzin is zo sterk ontwikkeld dat ze daar meer op rekenen dan op hun zicht om het schoolverband in stand te houden. Deze vis behoudt dit schoolverband ook ’s nachts, in tegenstelling tot de meeste andere scholenvissen. Hun bijzondere ontwikkeling van hun zintuigen heeft er ook al voor gezorgd dat deze visjes gehouden worden als meetinstrument om de giftigheid van het water te controleren.