Text Size

Sciaenochromis fryeri - 'Electric Blue'

Sciaenochromis fryeri
Robert Allgayer.Vertaling : Jan De Bie.

DE SAFFIER VAN HET MALAWIMEER.

Het schitterende blauwe kleed van Sciaenochromis fryeri, zijn spitse kop en zijn legendarische snelheid hebben deze vis bij de aquariumliefhebbers populair gemaakt. Deze Malawi heeft iedereen echter door een valse identiteit in het ootje genomen. Het is niet Cyrtocara ahli, maar Sciaenochromis fryeri.

Sciaenochromis_fryeri_1_.JPG

De eerste Sciaenochromis fryeri werden in 1972 gevangen en onder de naam "Electric Blue" in de Verenigde Staten ingevoerd. Daarna hebben ze zich begin jaren '80 via Duitsland in Frankrijk verspreid onder de zonderlinge naam "Haplochromis jacksoni". Zoals Jean-Pierre en Bernadette Hacard het in Aquarium Magazine nr. 39 reeds benadrukten, droeg deze soort onrechtmatige namen zoals o.a. Cyrtocara (= Haplochromis) ahli, waarmee hij zich als het ware met "valse identiteitspapieren" in de cichlidenfamilie schuil hield. Deze soort heeft iedereen misleid door zich voor de echte "ahli" te laten doorgaan.

Dank zij het doorzicht van de chef-duiker van Stuart Grant, Saulos Mwale, werd het geheim ontsluierd. Mwale ving in het noordelijke gedeelte van het Malawimeer 2 cichliden die op onze "ahli" leken, maar die er aan verschilden door de kleur, de zwarte vlekken (verticale banden) en de kleur van de vinnen. Dit was de echte ahli. Die, die in onze bakken zwom, was eigenlijk een nieuwe, nog niet beschreven soort. Die vis werd beschreven in 1993 en kreeg toen de naam Sciaenochromis fryeri mee.

Wie is wie ?

De echte ahli verscheen pas begin 1994 in de handel. Hij is reeds volwassen op een lengte van 12 cm, hij blijft bleker en zijn kop is korter dan die van onze fryeri. Zijn vinnen zijn noch blauw (rug- en staartvin) noch zwart (buik- en aarsvin) gekleurd. Hij heeft gele vlekken op de aarsvin, die op het einde van de zachte zones in aantal verminderen, maar vooral oranjeachtige puntogen op rug-, staart- en aarsvin. Tot slot heeft hij bovenaan de kop geen witte kam.

Het saffieren kleed van het fryeri-mannetje is ongeëvenaard. Alleen Copadichromis jacksoni (de echte !) kan met hem wedijveren. De blauwe rugvin, de witgerande buikvin en de zwarte aarsvin tonen dat het wel degelijk om een fryeri-mannetje gaat. Blijft nog het probleem met de onvolwassen dieren en de wijfjes. De dag van vandaag vindt men deze soort gemakkelijk in elke winkel die in cichliden gespecialiseerd is. Ze worden verkocht bij een lengte van 5 tot 8 cm, als onvolwassen dieren, en het zijn in de meeste gevallen exemplaren die ontstaan zijn uit aquariumkweek. De mannetjes vertonen die prachtige blauwe kleur niet, toch niet als ze met 50 in een bak van 1 m zitten. Ze zijn eerder grijs, met slechts enkele blauwe glinsteringen. De wijfjes blijven onveranderd grijszwart met duidelijk zichtbare verticale banden, terwijl de wijfjes van Sciaenochromis ahli een overwegend geel kleedje dragen met duidelijk minder opvallende verticale banden, die enkel aan de staart zichtbaar zijn.

Een juwelenkistje voor de saffier

Voor elke aanschaf van deze cichlide is het gepast zich de volgende vragen te stellen. Kan ik hem samen houden met de soorten die ik al heb ? Voldoet de inrichting van de bak aan zijn behoeften?

Als in uw bak reeds cichliden zoals mbuna’s of andere soorten zoals Characiden of Cypriniden zitten, is het veiliger om geen fryeri te kopen. Bij de mbuna’s zou onze fryeri zich niet op zijn gemak voelen, want ze zijn heel onrustig, levendig en wraakzuchtig. Wat de kleinere soorten betreft, bestaat het gevaar dat hij er zijn maaltijd van maakt. Vooral op danio's (?) is hij dol. Dan spreken we nog niet van de verschillende eisen die de verscheidene soorten aan het type water stellen !

Onze Sciaenochromis fryeri komt uit de rotsachtige gebieden van het Malawimeer, terwijl S. ahli in de zandige streken van de noordelijke gebieden van het meer leeft. De bak, die een inhoud van minimaal 300 l moet hebben, wordt dus ingericht met geen te zware stenen. Voor grote oppervlakken zijn straattegels in natuursteen perfect. De keuze is heel ruim, als de stenen maar niet kalkhoudend zijn. Het volstaat er een kleine druppel zoutzuur uit een druppelteller op te laten vallen (verdund zuur, verkregen door 1 volume zuur uit de handel en 9 volumes water te mengen). Als er niets gebeurt, dan zijn de stenen geschikt voor uw bak. Als het gaat schuimen, dan moet u op zoek naar iets anders. Vermijd massief granieten blokken, zandsteen of vulkanische lava, die de hoeveelheid water in uw bak evenredig zouden beperken. De tegels worden verticaal, lichtjes hellend tegen de achterwand en zijwanden van de bak geplaatst. Op die manier worden gangen gecreëerd waar de vissen zich kunnen afzonderen en aan een achtervolger kunnen ontsnappen.

Planten zoals Vallisneria in de uithoeken en Cryptocoryne vooraan in de bak kunnen voor een beetje kleur zorgen. Onze fryeri negeert ze volkomen, want hij is een roofdier dat zich niet voor plantaardige vezels interesseert. De bodem van de bak wordt bedekt met zand van het type Loire. Gebruik geen kwarts, want dat kan tijdens de eileg voor problemen zorgen.

In het midden van de bak moet een voldoende hoeveelheid vrij water voorbehouden worden. Dit is dikwijls een neutrale zone waar het hele gezelschap cichliden van de bak elkaar tolereert. Als de bevolking van de bak reeds samengesteld is uit soorten die vergelijkbaar zijn met onze fryeri, b.v. Aulonocara's en Copadichromis, zal de samenleving geen moeilijkheden ondervinden, uiteraard op voorwaarde dat uw bak niet overbevolkt is of was.

Zodra u uw beslissing gemaakt hebt, is de jacht op de fryeri open. Als u deze vissen op verscheidene plaatsen vindt, profiteer daar dan van. In één winkel is de kans groter dat het om dezelfde dracht gaat. De prijs van de fryeri is heel schappelijk geworden. Bij voorkeur houdt men een groep van 2 mannetjes en 4 of 5 wijfjes, op voorwaarde natuurlijk dat er plaats in uw bak is. Als uw saffieren de eerste bewoners van uw bak zijn, mag u ze er onmiddellijk in laten, in de hoop dat u niet met een eventuele ziekte te kampen krijgt, zodat het water niet bedorven wordt. Wonen er reeds andere gezonde vissen in de bak, dan is een quarantaine van op zijn minst 4 weken in een kale bak noodzakelijk.

Het fonkelende kleed van de 13 tot 15 cm lange mannetjes hangt samen met de kwaliteit van het water, een correcte voeding en enige rivaliteit tussen 2 mannetjes. Onnodig er aan toe te voegen dat nitrieten moeten wegblijven. Wat nitraten betreft, hun aanwezigheid is de voornaamste oorzaak van een dof kleed bij deze prachtige cichliden.

Anderzijds is het noodzakelijk 2 tot 3 maal per uur het volume water in de bak te filteren en grondig te ventileren. Van bij het begin moet het water voldoende totale hardheid hebben om de pH van het water in het aquarium boven 7,5 te houden met het doel die zo dicht mogelijk tegen de 8,0 op te voeren.

Ververs het water regelmatig : per week 25 % van het water of meer. In grote agglomeraties moet men 's zomers bovendien opletten met het leidingwater. Er is immers het risico van een hoger chloorgehalte. Laat het ontchloren door het simpelweg 24 uur in een goed open recipiënt te laten staan, zodat niets u belet van er een sproeier in te zetten. Sommige van de meest ervaren aquariumliefhebbers hebben zich al laten vangen door water te gebruiken dat niet lang genoeg "gerust" had.

De voeding is een andere factor voor het welzijn van de fryeri. Vlokken kunnen deel uitmaken van het menu. Dit moet niet gelijktijdig met een ander soort voer gegeven worden, want deze vleeseter stort zich bij het toedienen van het voedsel liever op een mossel of een al dan niet gepelde garnaal, dan te gaan neuzen naar vlokken die eerst nog wat aan het oppervlak drijven voor ze zinken. Voor jonge dieren wordt dit voedsel in voldoende kleine stukken gesneden, zodat ze geen hele dag in de bak rondzwemmen met een complete mossel in de bek die ze uiteindelijk dikwijls weer zullen uitspuwen.

Hou zijn glans in het oog !

Onze vis stelt ook lekkernijen zoals volwassen artemia's, cyclops en mysis op prijs. Indien die bevroren zijn, vergeet ze niet te ontdooien voor u ze toedient. Weet ook dat vooral het gebruik van schaaldieren de kleur van de fryeri intenser maakt. Daarentegen moet u, zoals voor veel Malawi's of Tanganyika's, "rood voedsel" - rode muggenlarven en runderhart -, hoe geschikt dat voor andere vissen ook mag zijn, vermijden.

Twee dagen per week met regelmatige tussenpozen vasten, zorgt er voor dat de fryeri niet te dik wordt en er als een kiel van een onderzeeër zou gaan uitzien. Diklijvigheid is de grootste vijand van een lang leven en van het nakomelingschap.

De begeerte naar wijfjes en de rivaliteit van een ander mannetje hebben eveneens hun effect op de intensiteit van zijn blauwe metaalkleur. Als de grootte van de bak het toelaat, hoeft u er dus zeker niet aan te twijfelen om 2 mannetjes te houden. Ze zijn weinig agressief en na een tijdje van wederzijdse observatie tolereren ze elkaar, elk in zijn territorium, waarvan de merktekens en de grenzen stilzwijgend bepaald worden.

Aanhalig en goedig

Zodra ze een lengte van 10 cm bereikt hebben, gaan goed verzorgde wijfjes op de avances van het mannetje in. De hofmakingen zijn niet zo fel als bij de mbuna's. Er is geen drukte, er wordt evenmin gebeten, maar hij spreidt uitvoerig de vinnen open en zwemt in cirkels rond het wijfje. Deze aarzelt in het begin en heeft de neiging zich wat afzijdig te houden. Na een waterverversing wendt het mannetje al zijn energie aan om haar tot de eileg te bewegen.

In tegenstelling tot de ahli (de echte), die zijn eitjes in een in het zand gegraven kuiltje legt, kan dat bij de fryeri zonder voorafgaande voorbereidingen direct op het zand of op een platte steen gebeuren. Geheel in de traditie van de Haplochromis, heeft de leg plaats in een T-positie en in een wisselende draaiende beweging. Het kleed van het wijfje vertoont blauwachtige glinsteringen op een donkergrijze achtergrond. Dat van het mannetje is een en al fonkeling. Een echt spektakel !

De eitjes die per 4 of 5 gelegd worden - dat aantal verkleint naarmate de leg voortduurt - worden door het wijfje in de bek genomen. Als de bodem van de bak uit ruw kwarts bestaat, is het mogelijk dat sommige door de tussenruimten glijden waar het wijfje er niet meer bij kan. Vandaar dat u het best voor uw aquarium zand van het type Loire neemt.

Het is op het moment dat het wijfje met de kop naar de aarsvin van het mannetje toe beweegt, dat de eitjes bevrucht worden. Door haar ademhaling krijgt ze water dat hom bevat, naar binnen. De legtijd is variabel : tussen 30 minuten en een uur. Een 50-tal eitjes, soms minder, worden zo door het wijfje verzameld. Ze zal met het mannetje geen enkel contact meer hebben en trekt zich terug in het diepste hoekje van de bak om in alle rust te broeden. De broedtijd kan 18 tot 21 dagen duren, afhankelijk van de temperatuur, die in elk geval op zijn minst 25 °C moet bedragen. Tijdens deze periode voeden sommige wijfjes zich met kleine stukjes voedsel, andere eten helemaal niet.

Het kweken van de pootvis

Het loslaten van de jongen, die dan hun vorm hebben en onafhankelijk zijn, gebeurt na 3 weken. Het komt heel zelden voor dat het wijfje ze opnieuw in de bek neemt. In een gemeenschappelijke bak zijn de overlevingskansen van het broedsel beperkt. Het opgroeien ervan is al even onzeker.

Een alternatief is het vangen van het wijfje nadat ze 2 weken gebroed heeft en ze in een kleinere bak van ca. 100 l te zetten. Zodra ze de jongen gelost heeft, wordt ze weer in de gemeenschappelijke bak gezet.

Men kan ze haar jongen ook in de kweekbak doen uitbraken en ze meteen weer in de gemeenschappelijke bak terugzetten, waar haar plaats in de hiërarchie zal verzekerd blijven.

In elk geval is het risico groot dat het wijfje de jongen al in de gemeenschappelijke bak uitspuwt terwijl u ze met uw schepnet achtervolgt. Dat zal zeker gebeuren op het einde van de 3 weken lange broedperiode.

Als u gekozen heeft voor de oplossing met het schepnet, dat bij voorkeur uit katoen gemaakt is, zorg dan dat het wijfje het water niet uit komt. Gebruik liever een kleine recipiënt om ze naar de kweekbak over te brengen. Deze oplossing, die men rendabel kan noemen als ze slaagt, laat toe het hele broedsel groot te brengen. De larven, met een lengte van 7 tot 9 mm, worden gevoed met artemianaupliën (?), waar men nog fijngemixte mossel en garnaal of een larvenpoeder kan aan toevoegen.

De kweekbak moet grondig gefilterd worden, maar zorg er voor dat de invoer van de filtratie voorzien is van een mousse omhulsel om het opzuigen van voedsel en jongen te beletten. Voor een goede hygiëne in de bak verwijdert u regelmatig, om de 2 tot 3 dagen, de uitwerpselen op de bodem. U zult merken dat de jongen regelmatig naar de naupliën pikken die op de mousse zitten. Het verplichte wegnemen van de uitwerpselen laat eveneens een regelmatig verversen van het water toe. De larven groeien niet zeer snel.

Als Sciaenochromis fryeri de dag van vandaag een gemeenzame soort geworden is in de aquaristiek, dankt hij dat aan de cichlidenliefhebbers die zich met zijn verspreiding belast hebben. Het is echter ook en vooral het schitterende kleed van het mannetje dat in elk aquarium de aandacht trekt.

VOORBEELD VAN EEN AQUARIUMBEVOLKING MET SCIAENOCHROMIS FRYERI

Het weinig agressieve gedrag van de fryeri laat een samenleven met de soorten van de geslachten Aulonocara, Copadichromis en Placidochromis toe en met de soort Cyrtocara moori voor wat de vissen uit het Malawimeer betreft. Het contrast in kleur wordt beklemtoond met de geelgekleurde Aulonocara's zoals A. baenschi, A. sp. "Malieri" (Aquarium Magazine nr. 112), A. maylandi of A. steveni of de roodgekleurde Copadichromis borleyi "Katango".

Als u geen Malawi's met Tanganyika's in een bak wil samenhouden, dan handelt u volgens de orthodoxie van de cichlidenliefhebber. En u hebt wellicht groot gelijk. Trouwens, het is beter 2 bakken te hebben dan een enkele. In het andere geval kiest u van de Tanganyika's best voor substraatbroeders om met Sciaenochromis fryeri te laten samenwonen, zoals daar zijn : gele Neolamprologus, N. leleupi, N. longior of de Julidochromis, J. ornatus, J. marlieri of Altolamprologus calvus "Gold Head".

Alle cichliden, behalve de Tanganyika's, moeten ongeveer dezelfde lengte hebben als de fryeri. De Tanganyikacichliden zijn veel te sluw om zich te laten pakken.

Aanmelden