Text Size

Het Malawipraatje

Het Malawipraatje
Auteur Andre De Jonghe , clubblad november 1998.

Het jaar 1996 zal mij altijd bijblijven als het jaar waarin ik bijna stopte met aquariumvissen te houden: een slecht geplaatste 600 liter bak had voor wateroverlast gezorgd in woonkamer en de keuken! Dit is geen pretje, beeld je even in dat je 's morgens half slapend met je voeten in het water terechtkomt en je de eerste momenten niet realiseert wat er aan de hand is. Als in een droom schakel je de aquariumapparatuur uit en roep je je vrouw ter hulp. In lichte paniek wordt de bak verder leeggemaakt. Ondertussen verwittig je de respectievelijke werkgevers dat je door technische problemen wat later op het werk zult verschijnen.

's Avonds werd de situatie nog eens besproken en er werd besloten enkel nog een palludarium in onze woonruimte en een vijver in onze tuin te dulden. Ik bleef lid van twee Gentse aquariumclubs. Bij het verlaten van de lokalen bekroop mij steeds het onbehagelijke gevoel dat ik iets miste. Je kunt het waarschijnlijk al raden: 7 maanden na de ramp prijkte er opnieuw een twee meter lange bak in de living, ditmaal geplaatst volgens de allerstrengste veiligheidsnormen (en een bedevaart naar Lourdes-Oostakker). Om psychologische redenen besloot ik geen Tanganjikacichliden meer te houden, maar eens te beginnen met hun soortgenoten uit het Malawimeer.

Het aquarium werd ingericht met rolstenen, sableerzand en Vallisneria gigantea.

Na een drietal weken werd de waterkwaliteit getest: het aquarium was klaar om bevolkt te worden.

Deze bestond uit: 8 Copadichromis borleyi "Red Kadango"

 

Copadichromis_borleyi_red_kadango01_.JPG  Copadichromis_borleyi_red_kadango02_.JPG

10 Pseudotropheus spec. acei, 5 Labidochromis caeruleus, 4 Otopharynx walteri en 5 Aulonocara jacofreibergi "Donwe".

Deze populatie van jonge dieren deed het in het begin vrij goed. Na verloop van tijd begon ik problemen te krijgen met de Copadichromissen. De drie mannen gedroegen zich niet zoals beschreven in de literatuur (Utaka's zijn over het algemeen rustige vissen die in schoolverband leven). De dominante man gedroeg zich als een "gediplomeerde" moordenaar. Nadat hij een van zijn collega's naar de vissenhemel had gezonden moest ik zijn laatste rivaal zo vlug mogelijk uit het aquarium verwijderen. Ondanks de goede zorgen in de quarantainebak gaf dit verzwakt dier, na een paar dagen ook de geest.

Na het verdwijnen van zijn laatste rivaal werd de dominante man rustiger en liet hij ook de agressie tegenover de vrouwtjes varen.

Pseudotropheus sp. acei verraste mij door zijn ongelooflijke drang naar plantenvoer! Ik wist wel dat deze soort niet vies was van een groen blaadje, maar dat zij een bos dwerg-vallisnera binnen de kortste keren lieten verdwijnen, wekte toch mijn verbazing. Dit probleem heb ik grotendeels kunnen oplossen door meer groenvoer en spirulina-tabletten te geven. Deze koop ik bij de apotheker en ik verstrek ze eenmaal per week in verbrijzelde vorm.

De Aulonocara's doen hun naam als Koraalvissen van het zoete water alle eer aan. Deze aanvankelijk weinig aantrekkelijke bruine vissen zijn uitgegroeid tot echte juweeltjes, vooral de mannetjes zijn echt prachtig! Deze dieren zijn weinig agressief zodat je probleemloos verschillende mannen van dezelfde soort in je aquarium kunt houden.

Labidochromis caeruleus is een praktisch door iedereen gekende cichlide. Deze citroengele vis past in bijna iedere populatie en gaat gemakkelijk tot voortplanting over. Dit is de ideale cichlide: rustig, weinig territoriaal en oersterk.

De laatste soort die in mijn aquarium vertoeft is Otopharynx walteri.

Ik heb de indruk dat de wijfjes vrij zwak zijn: immers, als je drachtige vrouwtjes niet uitvangt heb je veel kans dat ze sterven. De mannetjes benaderen de kleurenpracht van de Keizerbaarzen! Deze dieren mogen zeker niet bij agressieve soorten worden gehouden.

Wat mij aan dit aquarium boeit, is de rust die er vanuit gaat, wat zeker meer dan welkom is na een drukke werkdag.

Aanmelden