Text Size

Malawimeer, het mooiste aquarium in Afrika

Het Malawimeer, het mooiste aquarium van Afrika
bron T.I.B., vertaling : Romain Van Lysebettens

Het Malawimeer is het derde meer van Afrika met een oppervlakte van ca 30.000km2. Het is ca 580 km lang, 90 km breed en meer dan 700 m diep. Het is het meest zuidelijk gelegen meer in de grote slenk, die loopt van het Jordaandal via de Dode Zee en Rode Zee tot in oostelijk Centraal Afrika. Het meeroppervlak ligt 460 m boven N.N. (Int. Nulpeel) de pH schommelt meestal tussen 7,8 en 8,7. De totale hardheid bedraagt 3-5 ° dH, op bepaalde tijden op veel plaatsen zelfs meer; de geleidbaarheid beweegt zich meestal tussen 200-260 µS. Het zuurstofarme dieptewater kent toch altijd nog een temperatuur van 22 °C,de oppervlaktetemperatuur schommelt tussen 24 en 30 °C !

De siervisexport betekent geen gevaar voor de soorten aldaar, omdat de vangers de vissen al onder water selecteren en alleen het bestelde uitvangen. Op deze wijze worden slechts relatief weinig exemplaren aan de populaties onttrokken. De transportverliezen liggen beneden 10%. De commerciële visvangst voor consumptiedoeleinden stijgt sinds jaren flink. De regering van Malawi probeert ook hier evenwel te komen tot een zinnige reglementering. In tegenstelling tot sommige andere zwarte Afrikaanse landen kan men zich als blanke toerist vrij bewegen, de bevolking is over het algemeen behulpzaam en vriendelijk. Een groot deel van hen spreekt Engels. De kosten van levensonderhoud zijn laag.

Dit artikel ontstond naar aanleiding van een reisopdracht voor de Beierse TV omroep met als filmonderwerp "Het Malawimeer - het mooiste aquarium van Afrika". Deze film werd intussen meerdere keren uitgezonden in regionale programma's in Duitsland.

Toen we in de late namiddag terugvoeren naar het vasteland van Malawi was het water - dat ons van alle zijden tot aan de horizon omgaf - als een spiegel. Slechts een lange, nauwelijks merkbare deining doet het eiland Mbenji lichtelijk schommelen. Opwindende dagen liggen achter ons met een reeks van hoogtepunten. We wisten van tevoren dat Mbenji een goede plek zou zijn om de geheimzinnige Mormyriden (Nijlsnoeken) te bekijken. Maar we vonden gedurende onze dagelijkse onderwatertochten geen enkele vertegenwoordiger van deze soorten. Toen we echter de laatste nacht te water gingen waren ze er plotseling wel. Scholen van oplichtende ogen drongen in de richting van de oever. Reflecterende laagjes in de ogen zijn vaak een aanwijzing voor nachtactiviteit of een leefwijze in een donkere omgeving. Mormyrops deliciosus bezit een eigenaardige kleine "zoenbek". Zijn hoofdvoedsel zal zeker bestaan uit de larven van steekmuggen en andere insecten. Er zijn evenwel ook rovers onderweg in de nacht.
Wij sloegen een grote, groen gemarmerde aal gade. Het duidelijk maar dan 1 m lange lijf lag verborgen in een spleet van een horizontaal rotsplateau. Alleen de kop stak over de rand naar buiten. Toen een kleine vis naderde stootte de rover toe, maar miste zijn prooi.
Het meest komen we grote meervallen tegen. Gewoonlijk liggen ze overdag verscholen in een hol. Nu is dat wel even anders. Het is de voortplantingstijd. De grote, bijna zwarte dieren uit het geslacht Bathyclarias zijn op zoek naar een partner. Steeds opnieuw worden ook wij door de vissen aangezwommen.

Blijkbaar hebben ze moeite om duikers te onderscheiden van soortgenoten bij wat grotere afstand. De ca even grote stekelmeerval Bagrus meridionalis is al wat verder. Zij hebben voor het grootste deel al een partner gevonden en hun "nest" gebouwd. De afzetplaats ligt vaak op een markante plaats op de zandbodem, meestal bij een rotsblok. Aan de rotskant, vaak deels daardoor beschermd, graven ze een kratervormige kuil van een goede meter in doorsnee. Soms vindt men hun kuilen echter ook op vlakke zandgrond. De kraters zijn dan wat groter. Op de bodem van deze zelfgebouwde kraamkamer worden de eieren afgezet en evenals het jongbroed voortdurend bewaakt. In enkele nesten zijn de jongen al uitgekomen. Bij gevaar vormt de hele school zich tot een dichte zwarte bal van vissenlijfjes, waaruit alleen de spierwitte baarddraden naar buiten steken. Door onoplettendheid vernielden we een broedsel.

We kwamen te dicht in de buurt van een nest, waardoor de ouderdieren het nest in de steek lieten. Onmiddellijk schoten van alle kanten vissen uit de omgeving tevoorschijn en deden zich tegoed aan het broed. De verloren zwemmende kleintjes waren de eerste slachtoffers. Door het heen en weer schieten van de rovers viel ook de bal met jongen uiteen, die tot dan toe nog enige bescherming had geboden. Daarna vermeden we dergelijke ruwe verstoringen. In een enkel geval konden we de taak van de gevluchte ouders overnemen. Toen ze na korte tijd voorzichtig naderden was het nest nog zo goed als kompleet.

Dit reusachtige meer kent, relatief ten opzichte van de oppervlakte, ongewoon weinig macrofytische (grotere planten) bestanden, die het visbroed bescherming kunnen bieden. Dat en de grote vispopulatiedichtheid zullen er de oorzaak van zijn, waarom zich in het Malawimeer bijna alle vormen van gespecialiseerd broedgedrag konden ontwikkelen. Menige soort Tilapia bewaakt, evenals de meervallen, het jongbroed. Met dicht opeen zwemmende jongen wagen zij zich zelfs een stukje in het vrije water, maar vallen heftig elke vis aan die het waagt in de buurt der jongen te komen.

De meeste soorten in het Malawimeer behoren, zoals bekend, tot de muilbroeders. Ook vele soorten die zandburchten bouwen behoren daartoe. Zulke bouwsels hebben evenwel een totaal andere functie dan de nesten van vogels. Ze markeren het territorium van een mannetje en wel het centrum daarvan. De evolutie zorgde in de voortplantingsbiologie van vele diersoorten voor vaak heel indrukwekkende resultaten - dan denken we bv aan secundaire geslachtskenmerken als de reusachtige "schoffels" van een eland of het uiterlijk en acrobatisch baltsgedrag van sommige paradijsvogels. Niet minder opvallend zijn echter de "werkprestaties" van enkele vissoorten. De "zandburchten", die vermoedelijk bovendien eenzelfde "reclamefunctie" hebben als secundaire geslachtskenmerken, bereiken bij geseltilapia's (Oreochromis) een doorsnede van ca 80 cm diepte. Als men dan nog bedenkt, dat door de steile wanden steeds opnieuw materiaal naar beneden glijdt, dan brengen de kleine vissen enkele kubieke meters zand in beweging voor hun bouwwerken. Vergeleken met de meeste andere vissoorten in het Malawimeer verkeren de ca 25 cm lange geseltilapia's in een relatief gunstige positie. Als gevolg van hun afmeting, snelheid en oplettendheid kunnen ze zich een verblijf in het vrije water boven zandgrond veroorloven.

Voor de meeste kleinere cichliden betekent de vrije zandvlakte een dodelijk gevaar. Het aantal is te talrijk. Paradoxaal genoeg is een open vlakte een haast onoverwinnelijke hindernis welke vermenging van populaties, zelfs uit naburige delen voorkomt. Alleen aldus is de veelheid aan soorten in het meer te verklaren. Ca 250 soorten cichliden zijn tot nu toe bekend van het Malawimeer. Allen, op vier na, zijn endemisch, wat wil zeggen, dat ze uitsluitend voorkomen in dit meer. Voor taxonomen is het daarom een nachtmerrie. Omdat de opsplitsing in soorten een doorlopend verschijnsel is, zijn er natuurlijk jonge, nauw verwante soorten en heel jonge, zich juist afscheidende populaties. Eén, twee koppels uitgezet in een andere bocht van het meer, kunnen theoretisch de stamouders van een nieuwe soort worden. Door toevallige mutaties en ook onder de selectiedruk van een andere omgeving ontwikkelen zich dus uit een stamsoort relatief snel twee nieuwe soorten. Als dan na enige tijd de genetische barriëres (bv verschillende voortplantingstijd, kleurverschillen, gedragsveranderingen, enz) intensief genoeg zijn, kunnen deze soorten meestal weer sympatrisch worden d.w.z. in hetzelfde leefmilieu voorkomen zonder zich te vermengen.

Net zoals Darwin ideale voorbeelden van de evolutietheorie aantrof op de Galapagoseilanden, zo is het Malawimeer een eldorado voor de evolutiebiologie van vissen.
Ontdekkingen zijn er nog meer dan genoeg te doen in het meer. Een grondige revisie van soorten en geslachten is slechts een van de wachtende taken, die dringend nodig zouden zijn. Dit moet echter wel geschieden door hooggekwalificeerde wetenschappers. Maar ook voor geïnteresseerde liefhebbers valt er nog veel te ontdekken.

Het meest aantrekkelijke is toch wel de gedragswaarneming. Veel vormen van gedrag werden tot nu toe alleen in het aquarium gadegeslagen. Hoe staat het daarmee in het meer, waar het territorium van één mannetje vaak groter is dan de grootste bak thuis? Er zijn natuurlijk al talrijke waarnemingen bekend uit het meer. Duikende aquarianen konden dergelijke opgaven bevestigen. Vaak ook moesten gerenommeerde vakmensen gecorrigeerd worden. Men vindt bv de slakkenhuis bewonende cichlide Metriaclima livingstoni talrijk in gebieden die veraf gelegen zijn van het veronderstelde verspreidingsgebied. Tegengesteld aan wat sommige vakauteurs opgeven, treft men Nimbochromis livingstoni, de roofvis die zich voor het bemachtigen van prooi "dood houdt", niet alleen aan in rietbestanden, maar even zo vaak in rotsbiotopen.
Vermeende nachtactieve soorten kunt U regelmatig in het donker slapend aantreffen in schuilplaatsen en misschien bent U de eerste die bewijst waar de nachtactieve nijlsnoeken de dag doorbrengen. Voor de duikende aquariaan is het Malawimeer in elk geval niet alleen de reis waard; het is een droomobject. Zelfs nieuwe vissoorten zijn er nog te ontdekken als men zich naar wat meer afgelegen streken begeeft.

Wij kregen de gelegenheid een nieuwe, uitermate aantrekkelijke soort Aulonocara voor het eerst onder water te filmen en te fotograferen. De vissenexporteur S. Grant had de nieuwe soort kort tevoren tezamen met een team van ervaren vangers ontdekt. De steil aflopende rotsen van een klein, afgelegen eiland zijn het enige biotoop van de "nieuwe" Aulonocara.

Voor identificatie en naamgeving werden enkele exemplaren ondergebracht bij verschillende internationale wetenschappers en dan heel bewust in het Britse Museum voor Natuurlijke Historie. Ofschoon de vindplaats heel moeilijk bereikbaar is, is het te hopen dat deze fraaie nieuwe soort op korte termijn onze aquaria zal kunnen sieren. In het natuurlijk biotoop leven ze in nissen, holten en spleten in de rots en dan bij voorkeur in de buurt van vlakke zandplekken op een diepte tussen 6 en 13 meter. De relatief onaanzienlijk gekleurde wijfjes (zilverachtig met verschillend geprononceerde donkere verticale strepen en lengte ca 7 cm) trekken groepsgewijze rond en worden zodra ze het territorium van een mannetje bereiken hevig aangebaltst door hem. Dan komt de fraaie kleur van deze vis pas goed tot uitdrukking. Een lichtblauwe streep op een donkere ondergrond verloopt als een fluorescerende lijn vanaf het voorhoofd over de rug tot aan de staartvin. De rug- en aarsvin zijn vaak uitgetrokken tot filamenten die wit tot geel van kleur zijn. De eerste ervaringen toonden aan, dat de vis heel gevoelig reageert wat betreft de kleuren. Na transport en verblijf in een dichtbevolkte opvangbak duurt het meestal 4 weken of nog langer tot de "nieuwe" Aulonocara zijn volledige schoonheid ontvouwt in het aquarium. Voor diepgaande gedragstudie ontbrak ons jammer genoeg de tijd.
We waren gekomen om een TV film te maken over het Malawimeer. Dit project had natuurlijk voorrang, ofschoon we graag wat langer hadden willen proberen of de schuwe Oreochromis soorten niet toch nog een keer te verschalken waren tijdens de nestbouw. Ook van de slakkenhuis bewonende cichliden kregen we geen goede opnamen. Ze kwamen zo nu en dan gedurende een fractie van een seconde in zicht. Voor de rest verscholen ze zich in hun onderkomen met aanzienlijk meer geduld (en tijd) dan wij hadden. Er is eigenlijk teveel langs en in het meer te bewonderen.
Boven water is men gefascineerd aan het toekijken hoe tientallen aalscholvers zich vanaf de met guano(mest) overdekte rots in het water storten, waarlangs met vertraagde bewegingen twee meterlange nijlvaranen glijden. Urenlang kan men de ijsvogels gadeslaan tijdens de visvangst of de Afrikaanse witkop visarend die zijn buit in vogelvlucht grijpt. En wie is in staat zich los te maken van een plekje onder water waar men tegelijkertijd 6 á 7 cichlide mannetjes kan gadeslaan tijdens hun baltsgedrag? Als het avontuur lokt, dan kan men zich naar de "kindercrèche" van de nijlpaarden begeven of onderwater opnamen maken van imponerende Nijlkrokodillen. De meesten echter zullen liever urenlang in het warme water, dicht onder het oppervlak, doorbrengen bij bekbroedende cichliden en hun kinderschaar.
Een vakantieperiode daar doorgebracht zal in elk geval altijd te kort zijn.

Aanmelden