Text Size

Aulonocara nyassae en Aulonocara jacobfreibergi: verzorging

Aulonocara nyassae -
Aulonocara jacobfreibergi

door R. Stawikowski

Aulonocara_jacobfreibergi_3.jpg

De keizer der vissen, Aulonocara nyassae (onder) en Aulonocara jacobfreibergi (links) hebben zich bij veel aquariumliefhebbers (en niet alleen de cichlidenfanaten) snel geliefd gemaakt. Weinig verbazend, want deze beide cichliden uit het Malawimeer zijn zo mooi dat bijna alle andere naar de tweede rang verwezen worden.
Met hun maximale lengte van ongeveer 15 cm zijn deze muilbroeders nochtans kalme en rustige dieren.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit betekent dat ze zich niet wild doorheen het aquarium bewegen zoals veel Mbunasoorten, ze hebben een manier van zwemmen die iets majestueus heeft. Nochtans zijn ze even temperamentvol en agressief als pseudotropheussoorten. Ik heb het meegemaakt, kort nadat ik de twee soorten in mijn aquarium had geplaatst. Het waren jonge dieren van 2 tot 3 cm lang, die eerst in een aquarium van 70 cm zaten. Eerder had ik drie exemplaren van elke soort.

Aulonocara_nyassae.JPG
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Aulonocara nyassae gedroeg zich vreedzaam en het bleek gauw dat ik een goede koop had gedaan. Het waren twee wijfjes en een mannetje.

Van de Aulonocara jacobfreibergi waren er twee die langzaam van kleur veranderden, dus : een wijfje en twee mannetjes. Een ongelukkige situatie, bleek al spoedig. Hoewel er in het aquarium talrijke rotsformaties waren en dus heel wat schuilplaatsen, begonnen de mannetjes al gauw te vechten en het duurde niet lang vooraleer de kleinste er heel erg aan toe was. Het wijfje en de twee nyassae's werden nauwelijks door de "stoute" jacobfreibergi's bekeken.

Ik kreeg er later twee A. jacobfreibergi's bij; een wijfje van ca. 10 cm en een dier van 4 cm, dat later (jammer genoeg) een mannetje bleek te zijn. Het dominerende mannetje was toen 7 cm en zijn agressiviteit leek met het ouder worden, af te nemen. In elk geval werden de andere vissen, het kleine mannetje incluis, tot dan toe nog nauwelijks aangevallen.

Aan die rust kwam abrupt een einde van zodra hij de twee nieuwkomers bemerkte : het grote wijfje werd gewelddadig verwelkomd en onmiddellijk aangevallen. Van dit ogenblik af mocht geen enkele vis hem benaderen. Mannetje of wijfje, soortgenoot of niet, allen kregen kwade klappen en rake beten. De paniek die daarbij onder de aquariumbewoners ontstond, verdween gelukkig snel wanneer de dominerende A. jacobfreibergi wat toleranter werd. Hij duldde geen enkele indringer in zijn territorium dat nu duidelijk afgebakend was, maar de anderen konden daarbuiten vrij rondzwemmen.

Op dit moment moest ik enkele weken op reis en kon ik me slechts sporadisch met mijn dieren bezighouden. Ze werden regelmatig gevoederd, maar afgezien daarvan bekommerde niemand zich om het aquarium.

Wanneer ik uiteindelijk terugkeerde en naar mijn aquarium ging kijken, deed ik een treurige ontdekking. Het grote jacobfreibergi-mannetje had de allermooiste kleuren (hij was inmiddels 10 cm), maar zijn mannelijke soortgenoot en het kleine wijfje waren zodanig toegetakeld dat ze niet meer gered konden worden. De A. nyassae's en het grotere wijfje (ca. 7 cm) waren er nog redelijk aan toe.

Ondanks mijn inspanningen bleven er na een paar dagen enkel de "tiran" en de grote wijfjes van de beide soorten over. Met die drie ging verder alles goed en het duurde niet lang of het mannetje ging goed met beide wijfjes om. Het mannetje toonde plots een zodanig temperament, dat beide wijfjes heel spoedig hun kroost opaten. Zelfs in de schuilplaatsen waren de wijfjes niet veilig voor de driftige avances van het mannetje en het A. nyassae-wijfje ontsnapte enkele dagen later aan de bestormingen van de A. jacobfreibergi door uit de bak te springen. Toen het resterende wijfje verscheidene beten aan de vinnen en het lichaam had, isoleerde ik ze om op zijn minst haar nog te redden.

Deze lotgevallen hebben mij twee zaken bijgebracht:

  1. de twee soorten (of beter, de mannetjes van beide soorten) vragen duidelijk voldoende ruimte (grote aquariums, 1 m of langer) en talrijke schuilmogelijkheden, want ze eisen een groot territorium;
  2. de mannetjes van de verschillende soorten zijn rivalen, met de wijfjes van de andere soort wordt evenzeer omgang gezocht en zij beantwoorden de toenaderingen van de mannetjes van de andere soort (in elk geval wanneer er geen mannetje van de eigen soort aanwezig is).

Dit toont aan dat de beide soorten nauw verwant zijn.

Ik kan jammer genoeg niet zeggen of een kruising tussen Aulonocara jacobfreibergi en Aulonocara nyassae jongen oplevert en of ze in dat geval vruchtbaar zijn. Het lijkt me evenwel interessant dat mijn A. nyassae-wijfje positief reageert op de avances van het A. jacobfreibergi-mannetje, hoewel laatstgenoemde geen eivlekken op de aarsvin heeft. Het komt me voor dat de "gedragssignalen" (bewegingen en aanrakingen) belangrijker zijn dan de zuiver visuele signalen (kleuren en patronen, eivlekken) voor een succesvolle paring.

Aanmelden