Text Size

Malawi's in de zandbak

Malawi's in de zandbak
door Etienne De Bie, clubblad april 97

Op het einde van de jaren '80 had ik een aquarium met de volgende vissen:

  • 3 Cyrtocara moorii (1 man-2 vrouwen)

  • 2 Placidochromis electra (koppel)

  • 4 Aulonocara hansbaenschi 'Red Flush' (1 man-3 vrouwen)

  • 2 Fossorochromis rostratus (koppel)

  • 4 Labidochromis caeruleus (2 man- 2 vrouwen)

  • 2 Copadichromis borleyi 'Eastern' (koppel)

  • 2 Buccochromis rhaodesi 'Chizumulu' (koppel)

  • 2 Othofarynx lithobates (koppel)

In dit aquarium van 600 liter bevonden zich enkele grote maanrotsen, in een bodem van fijn zand. Weinig stenen dus en vooral een grote oppervlakte zand, omdat sommige van deze kleppers het nodig vonden om zich bij gevaar in dat zand te gaan verschuilen, jawel ! Enkele 'randgevallen' niet meegerekend, gaat het hier dus wel degelijk over de zandbewoners uit het Malawimeer.

Malawicichliden die heel zeker weinig gehouden worden, laat staan gekweekt worden. Is het immers niet zo dat het grootste deel van de 'Malawi-lovers' een grote school van de alomgekende mbuna's in een tot boven water met stenen gevulde bak houden? Niets op tegen uiteraard, want op voornoemde manier zitten ze nog in een omgeving die op hun natuurlijk milieu lijkt. Gelukkig zijn er ook nog de Aulonocara's, volgens sommigen de mooiste cichliden, die vrij veel gehouden worden. Probleem hier kan wel zijn dat je slechts één soort per bak kan houden, omdat vrouwtjes erg moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn en kruisingen dus niet te vermijden vallen.

Bij mij begon het allemaal in 1987 met 3 Cyrtocara moorii die ik kreeg van mijn vriend Guido uit Geraardsbergen. Guido had er een hele populatie van en op een gegeven moment was er door een technisch defekt in zijn aquarium een groot deel naar de vissenhemel verhuisd. Door de ontgoocheling wou hij de 3 overgebleven dieren het liefst zo snel mogelijk kwijt en omdat hij van mijn interesse op de hoogte was, belde hij mij. Zo zwommen er nog diezelfde avond 3, toen nog grijze 'moorii's in mijn malawibak. Toen besefte ik nog niet dat dit de start was van een toch wel bijzondere 'Malawi-periode'. Ook al omdat de dieren vrij snel tot voortplanting kwamen, raakten wij (mijn echtgenote was er vanaf het eerste moment weg van) echt aan deze vissen gehecht.

Korte tijd later kon ik ook een koppel Placidochromis electra aan de figuurlijke haak slaan en daardoor kon ik echt beginnen denken aan een speciaal aquarium voor het andere soort Malawi's. Aangezien volgens de boeken deze soorten in elkaars nabijheid leven, was dit voldoende reden om een bak in te richten voor zandbewonende Malawi's. Aanvankelijk nog in een bak van 1.20 meter gehuisvest, bracht ik al vrij snel dit gezelschap over naar een 2-meter bak van 40 hoog en 40 diep. In deze periode was het ook dat de Aulonocara's erbij kwamen, want via een bevriend liefhebber kon ik een ruil doen met enkele jongen van mijn moorii's, die waren er toch genoeg.

Die Aulonocara's zijn toch wel heel bijzondere vissen ! Tot op zekere leeftijd zijn ze eerder bruin met donkere vertikale banden over het lichaam. Van zo'n gezelschap in de winkel vraag je je dan ook af waarom deze vissen zo hoog geprijsd staan. Als echter de mannetjes beginnen uitkleuren, wordt dit wat duidelijker, want na verloop van tijd vertonen ze echt de allermooiste kleuren en vooral met binnenvallend zonlicht zijn ze onbeschrijfelijk mooi !

De interesse was nu wel degelijk gewekt en al vlug kwam er een tweede Aulonocara-soort het gezelschap vervoegen, namelijk A. maleri maleri. Alweer een dure en schitterende soort. Deze kker echter was de man voornamelijk geel gekleurd, een prachtig contrast dus met de blauwe A. hansbaenschi. Maar....ik haalde het reeds aan....: eens de nieuwelingen echter wat aangepast waren aan hun nieuwe omgeving, zag ik nog nauwelijks het verschil tussen de respektievelijke vrouwtjes van beide soorten. Hun verblijf in mijn bak is dus maar van korte duur geweest, aangezien ik er niet zo op uit was om kruisingen te veroorzaken. Die had ik ondertussen al verkregen van mijn moorii's met de electra's; Blauwe mmorii's met gele buikvinnen, stel je voor ! Na enige tijd observeren werden werden deze 'creaturen' dan ook naar de vissenhemel verwezen.

In ruil voor de maleri's bracht ik een koppel Foosorochromis rostratus mee naar huis. Gezien de grootte van deze dieren werd mijn hele populatie inmiddels gehuisvest in een aquarium van 600 liter. Voorzien van fijn zand en voldoende zwemruimte, dus niet te veel stenen, dacht ik dat mijn troetels nu optimaal zaten. Er waren toen ook enkele Anubia barteri tussen de stenen geplaatst en enkele Aponogetons in het zand en voor die die denken dat je geen planten kan houden in een cichliden-aquarium, wil ik het hier nog een keer klaar en duidelijk herhalen; Je kan zeker planten houden bij cichliden. Trouwens, ik zou nog een stapje verder kunnen gaan en rustig stellen dat je cichliden kan houden in een planten-aquarium. En ik vertel hier zeker geen leugens, want er zijn genoeg leden van onze vereniging die mijn aquarium gezien hebben. Maar dat is hier nu niet het onderwerp dat ter discussie staat en bovendien horen deze planten niet echt thuis in een Malawi speciaal-aquarium.

We waren echter bij de Fossorochromis rostratus aanbeland. Een groter wordende zandcichlide (30 cm) die voor altijd in mijn herinnering zal blijven als de vis die ik niet kon vangen. Je leest wel dat er vissen zijn die zich in het zand verstoppen en dan ben je geneigd te denken van: dat kunnen ze wel schrijven, maar wie heeft dit al met zijn eigen ogen gezien ?
Wel, ik heb dat met mijn eigen ogen in mijn eigen aquarium gezien. Toen het vrouwtje jongen in de bek had, wou ik uiteraard een nestje grootbrengen en het daarom in een apart aquarium overzetten. Ik kan jullie verzekeren dat het een spektakel is een vis van zo'n 20 cm met een bek vol jongen juist voor je net het zand te zien induiken ! En helemaal verdwenen, niets meer van te bespeuren ! Er restte dan niets anders meer dan diep in het zand te scheppen om de vis binnen te halen, maar dan moest ik wel precies weten waar hij zit !Ook hierom is het belangrijk dat er fijn zand op de bodem ligt, want zoals de meeste van zijn soortgenoten heeft de rostratus grote ogen; en dan zouden grove zandkorrels hier voor ernstige en blijvende verwondingen kunnen zorgen. Uiteraard vang je geen vissen uit je aquarium voor het plezier en behalve die ene keer tijdens het vangen heb ik het de dieren nooit meer zien doen. Waarschijnlijk doen ze dit dus enkel wanneer ze zich echt bedreigd voelen. Algauw kwam het dier tot rust in zijn nieuwe onderkomen en kon ze rustig een kleine honderd jongen uitspuwen. Een schitterend gezicht: het moederdier in een wolk met jongbroed met allemaal het kleurpatroon van het vrouwtje. Als ik het goed voor heb, is dit nog te zien op een dia in een Malawireeks van onze voorzitter Romain Van Lysebettens.

Korte tijd later haalde ik ook nog Labidochromis caeruleus in huis, op dit moment bij de meeste liefhebbers massaal gekweekt en eigenlijk een Mbuna. Maar ik las toch ook van Ad Konings (Malawicichliden in hun natuurlijke omgeving) dat die in uiteenlopende biotopen wordt aangetroffen...vandaar. Deze citroengele vissen burgerden zich zonder problemen in en trokken zich niets aan van hun veel grotere medebewoners. Ook niet van de Buccochromis rhoadesii van Chizumulu die ik korte tijd later aan het gezelschap toevoegde. Een roofcichlide zoals hij beschreven wordt, maar daar heb ik -gedurende het jaar dat ik ze had - niets van gemerkt. Integendeel, dit was een veel rustiger vissengezelschap dan dat van mijn beginperiode als aquariaan, toen ik net zoals veel cichlidenliefhebbers Mbuna's had. Buccochromis is een soort die ik enkel kende van de foto's in de literatuur en toen ik dan plots toch en prachtig koppel zag in de handel, aarzelde ik niet te lang en riskeerde het om ze aan mijn gezelschap toe te voegen. Ik heb er geen spijt van gehad, maar het is wel een soort waarvan ik nooit geen nakomelingen heb gehad.

Met een koppel Othopharynx lithobates en een koppel Copadichromis borleyi 'Eastern' werd mijn gezelschap later nog vervolledigd, zodat er uiteindelijk zo'n 20 vissen in mijn bak zwommen. We naderden zo stilaan het einde van 1992 en velen onder jullie herinneren zich ongetwijfeld Aquariana92. Daar was het grootste deel van deze beschreven Malawi's te bewonderen.

En het was daar ook dat ik één van DE blunders uit mijn aquaristieke loopbaan heb gemaakt. Omdat ik toen al de eerste symptomen van Tanganyika-liefhebber vertoonde, verkocht ik daar het beschreven gezelschap aan iemand van wie ik vermoed dat hij de dieren niet verder behandelde zoals het hoort.

Heel jammer dus voor de vissen en een goede les voor mij. Deze soorten verdienen volgens mij een grotere interesse dan deze die ze nu genieten.

Aanmelden