Text Size

Melanochromis joanjohnsonae

Melanochromis joanjohnsonae
Erik Lievens, Aquarianen Gent

Ditmaal worden de Malawiliefhebbers in de watten gelegd. Deze cichlide uit het Malawimeer is het aanbod van de maand. Deze vissoort heeft veel gemeen met leden van het geslacht Labidochromis. Zoals het bij veel vissen het geval is, zijn sommige soorten heel moeilijk te classificeren onder een bepaalde groep.

Oorspronkelijk werd deze vis beschreven als Labidochromis joanjohnsonae, later werd dit Labidochromis fryeri om daarna als Melanochromis exasperatus door het leven te gaan. Uiteindelijk werd hij door Lewis bij het geslacht Melanochromis ingedeeld. Men zou van minder de tel kwijt geraken. In zijn natuurlijke omgeving wordt deze Malawicichlide endemisch aangetroffen in de bovenste waterlagen rond het eiland Likoma.

Het onderscheid tussen een mannetje en een vrouwtje is gemakkelijk te maken, gezien wij hier te maken krijgen met geslachtelijk dimorfisme; het mannetje is blauw, terwijl het vrouwtje groenblauw is met rijen okergele vlekjes en een glanzende vlek op de achterste rand van het kieuwdeksel. Het mannetje heeft op zijn aarsvin ook een aantal gele eivlekken en de rugvin vertoont een meridionale brede zwarte band die praktisch over de volledige lengte van de rugvin doorloopt.

In een voldoende groot aquarium bestaat de mogelijkheid om meer dan een mannetje in het bijzijn van een dubbel aantal vrouwtjes te houden. Dit biedt het voordeel dat bij territoriumverdediging het mannetje zijn mooiste kleuren zal laten zien. Elk mannetje verdedigt een min of meer klein territorium. Wel worden alle soortgenoten verdreven van zodra zij deze afgebakende strook betreden.

Tijdens de baltsperiode kunnen zij zeer agressief territoriumvormend uit de hoek komen. Het zijn muilbroeders. Alleen maar hun voortplantingsgedrag moet een stimulans zijn om deze vissoort eens te houden.

Aan de watersamenstelling moet geen speciale aandacht geschonken worden, op voorwaarde dat deze voldoet aan de eisen die gesteld worden door het water van de grote slenkmeren, dus hard en alkalisch. Een pH van 7,5 tot 8,5, een totale hardheid van 15 DH bij een temperatuur van 25 à °C voldoet uitstekend.

Het aquarium richten wij bij voorkeur in door middel van op elkaar gestapelde stenen die vanaf de bodemplaat van het aquarium tot zelfs boven het wateroppervlak reiken. In de natuur houden zij van insecten en hun larven, terwijl kreeftachtigen ook hoog aangeprezen staan. In ons aquarium gaat hun voorkeur uit naar levend voer maar zij passen zich gemakkelijk aan, waardoor ook droog- en gevriesdroogd voer kan gegeven worden. Zij lusten ook een fris groen blaadje onder de vorm van sla of spinazie. Ook onze gevreesde algen hebben zij op hun menu staan (het is natuurlijk te zien met welke algen wij te doen hebben).

Malawiliefhebbers, waag uw kans. Deze vissoort is de moeite waard om eens te houden!

Aanmelden