Text Size

Vissen van bij onze tegenpolen Australië en Nieuw Guinea

Vissen van bij onze tegenpolen Australië en Nieuw Guinea

Erik Lievens, Aquarianen Gent

Zijn het regenboogzalmen of regenboogvissen? Wat is het nu? Als ik in onze vereniging aangesproken word over hoe het met mijn regenboogzalmen gesteld is, rijzen mijn haren ten berge. Wetende dat de regenboogvissen van Australië en Nieuw Guinea mij nauw aan het hart liggen, moet men bij mij niet afkomen met het weinig zeggende woord: regenboogzalm. Als sportvisser begin ik dan al te denken aan een zalm of zalmforel en begint het culinaire aspect een rol te spelen. In dit artikel wil ik het uitsluitend hebben over enkele vissoorten die in het Australische continent voorkomen. Het hoeft dan voor mij ook niet louter over de echte regenbogen te gaan, wij gaan ook eens onderzoeken wat er zoal rondzwemt in de Australische wateren.

Spreken wij in de omgangstaal over regenbogen, dan is het alsof ze slechts uit één familie bestaan namelijk de groep van de Melanotaenia-soorten. Uit deze groep wordt de Melanotaenia boesemani het meest op de voorgrond geplaatst. Dit is wel één van de mooiste, maar denk nu niet dat u hierdoor alles gezien hebt. Persoonlijk zou ik hem slechts een bescheiden derde plaats geven in de Melanotaenia-familie. Maken wij echter een vergelijking met bijvoorbeeld varianten van de Melanotaenia trifasciata, dan weten wij al vlug waarom. Overlopen wij de indeling van de verschillende groepen die bij de regenboogfamilie behoren, dan staan wij versteld over het grote aanbod. Spijtig genoeg worden er in de handelszaken te weinig van aangeboden en speelt de commerciële factor hier een grote rol in: wat het meest verkocht wordt, wordt het meest aangeboden. Het is niet mijn bedoeling om de handelaars een steen te werpen; zij kunnen ook maar inkopen wat bij de groothandel verkrijgbaar is.

Zoals jullie wellicht weten is Australië heel streng op haar in- en export. Dit geldt niet alleen voor vissen. Wil men vissen van Australië exporteren dan moet men hiervoor een speciale vergunning hebben. Het is absoluut geen sinecure om aan een dergelijke vergunning te geraken. In sommige gevallen is dit zelfs onbestaande.

De familie van de regenbogen kunnen wij indelen in verschillende groepen:
Melanotaenia
Glossolepis
Iriatherina
Chilatherina
Cairnsichthys
Rhadinocentrus
Pelangia
Dus, keuze genoeg.

Uit de groep van de Melanotaenia is ongetwijfeld de Melanotaenia boesemani de bekendste soort. Met zijn prachtige kleuren en zijn vitaal gedrag is hij steevast de blikvanger van elke aquariumtentoonstelling. Hoewel het een rasechte regenboog is denkt men wellicht aan Australië. Niets is minder waar: deze populaire vissoort vindt zijn land van herkomst in Nieuw Guinea, meer specifiek in de streek van ‘'e Vogelkop'€™ bij het Ajamarumeer. Het is een soort die zich gemakkelijk kan aanpassen aan wisselende omstandigheden.

Kenmerkend voor de meeste, zoniet alle, regenbogen is hun subliem vinnenstelsel. Zij hebben een uitgerekte rugvin verdeeld in twee gedeelten. Bij de mannetjes is de rugvin heel wat groter dan bij de vrouwtjes en kan tot 15 cm uitgroeien. In aquariumomstandigheden zal dit heel wat kleiner zijn en niet boven de 10 cm uitkomen. Wist u dat, afhankelijk van de vindplaats, de kleuren van de Melanotaenia boesemani enorm kunnen verschillen? Deze kunnen variëren van blauwgrijs naar turkoois of van geel naar oranjerood. De overgang van de ene kleur naar de andere gebeurt bij deze vissen verticaal. Hun kleurenpatroon bestaat dus uit 2 helften. Het voorste gedeelte is blauwgrijs, terwijl het achterste gedeelte oranjegeel of rood is. Tussen beide gedeelten hebben ze enkele verticale banden. Spijtig genoeg zijn bij jonge exemplaren deze kleuren niet aanwezig en is het hierdoor dat menig aquariumliefhebber deze vis in de handel niet opmerkt.

Ge zou het niet zeggen, maar de Melanotaenia boesemani is een scholenvis. Met zijn lengte van, in aquariumomstandigheden, 12 cm moet men zeker over een aquarium kunnen beschikken met een nuttige inhoud van minimum 200 liter. Als we over een scholenvis praten dan houdt dit in dat wij ze moeten samenhouden met minimum een zestal exemplaren.

Het grote voordeel dat de meeste regenboogvissen bezitten is hun groot aanpassingsvermogen. Aan ons water uit de kraan moeten wij geen additieven toevoegen. Gewoon leidingwater voldoet aan hun eisen. De pH mag tussen de 7,5 en de 8 liggen. Wel moeten wij zorgen voor voldoende stroming in ons water door gebruik te maken van een krachtige filtering. Zij houden immers van heel wat zuurstof in het water. Hiervoor kunnen wij gebruik maken van een buitenfilter die in staat is om drie maal het volume van ons aquariumwater doorheen de filtermassa te stuwen.

Regenboogvissen houden van hoge temperaturen. Dit is misschien wel het grootste nadeel dat deze vissen hebben. Dit kan een nadelige invloed hebben op ons plantenbestand. Wij kunnen misschien een compromis sluiten en hen laten rondzwemmen in water bij een temperatuur van 25 °C. In sommige gevallen gaat de kweek misschien niet lukken, in andere gevallen wel, afhankelijk van de conditie van onze vissen.

Wat alle regenboogvissen vragen is een regelmatige stevige waterverversing. Laten we als maatstaf nemen dat we wekelijks 20% van de inhoud van ons aquarium vervangen. Zij houden niet van de aanwezigheid van nitraat, laat staan nitriet in het water. Voor het inrichten van een aquarium bevolkt met regenboogvissen kunnen wij ook gebruik maken van planten. Hiervoor gaan wij dan ook moeten belichten a rata van 1 Watt per 2 liter water. Wij laten deze lampen branden gedurende ongeveer 10 uren. Als bodemgrond kunnen wij gebruik maken van Loirezand. Als inrichting maken wij gebruik van kienhoutwortels en aangepaste stenen. Beiden zorgen ervoor dat het geheel een natuurlijke uitstraling heeft. Plantensoorten als bv. Vallisneria, Hygrophyla, Ludwigia die allen zuurstofplanten zijn, kunnen wij hiervoor heel goed gebruiken. Ook enkele Cryptocoryne-soorten mogen zeker niet ontbreken.

Voorbeeld van een aquariumopstelling met regenboogvissen:
In een aquarium met een nuttige inhoud van 200 liter kunnen wij een zestal Melanotaenia boesemani onderbrengen samen met een dertigtal van de soort Melanotaenia praecox. Voor op de bodem kunnen wij een paar Australische grondels voorzien bv. Mogurnda adspersa.

Opgelet voor deze laatste, dat ze uw bestand van de Melanotaenia praecox niet beginnen te decimeren. Veel aquariumliefhebbers hebben het niet zo begrepen op de uitzonderlijke vorm die de regenboogvissen hebben: hun hoog opgebouwd lichaam staat niet in verhouding met hun spits uitlopende kop. Het is alsof er een stuk ontbreekt. Voor deze mensen stel ik dan een andere regenboogvis voor die heel wat slanker is uitgebouwd en deze spits uitlopende kop niet hebben, namelijk de Rhadinocentrus ornatus. Deze vissoort komt wel voor op het Australische continent. In de volksmond wordt hij ook de juwelen regenboogvis genoemd. Dit omwille van zijn schitterende oplichtende punten van zijn slank vissenlichaam. Afhankelijk van zijn vindplaats zijn er verschillende kleurvariëteiten te onderscheiden. De mannetjes kunnen tot 7,5 cm groot worden, terwijl hun vrouwtjes heel wat kleiner blijven en een minder uitgesproken schitterend schubbenkleed hebben. De vinnen van de mannetjes zijn langer en lopen spits uit. Bij de vrouwtjes blijven de vinnen kleiner en hebben ze een meer afgeronde vorm. Eigenaardig: deze eigenschap vinden wij ook terug bij nog veel andere tropische vissen.

In hun natuurlijk milieu zwemmen ze in kristalhelder tot koffiebruin gekleurd water. In tegenstelling tot de Melanotaenias-soorten die wij op gewoon leidingwater kunnen houden, is dit bij deze Rhadinocentrus ornatus niet het geval. Hier gaat men moeten zorgen dat het water een pH heeft die heel wat lager is dan neutraal. Wat nu ook niet wil zeggen dat we ze op ‘sterk’ water moeten steken. Door gebruik te maken van goed regenwater, liefst nog vermengd met wat osmosewater, kan hieraan voldaan worden.

Afhankelijk van de kwaliteit van de vissen die we aanschaffen kunnen wij ze ook houden bij een pH van 7. Doch houdt er rekening mee dat het kweken heel wat moeilijker of zelfs niet zal gaan onder een dergelijk milieu. Ook zullen de vissen niet zo mooi uitkleuren. Vissen die wij bij de handelaar aankopen behoren doorgaans tot nakweek dieren die wel tegen een stootje kunnen. Misschien lukt het op die manier ook wel. Veel belangrijker nog dan de pH-waarde is het ontbreken van nitriet en nitraat in ons water. Ook andere stoffen zoals bepaalde metalen mogen niet aanwezig zijn. Hier geldt alweer de gulden regel: een regelmatige waterverversing in combinatie met een goede filtering, zijn beide factoren die een rol spelen in het optimaal houden van onze Rhadinocentrus ornatus.

Zij kunnen wel grote temperatuurschommelingen weerstaan. Ze worden gevonden bij zowel 15 als 30 °C. Willen wij hebben dat onze planten goed groeien, dan houden wij onze temperatuur bij voorkeur rond 22 °C. Als bodemgrond kunnen wij gebruik maken van fijn wit zand. Kienhoutwortels en passende stenen zorgen voor schaduwrijke plaatsen waartussen de vissen zich kunnen verschuilen bij eventueel dreigend gevaar.

De Rhadinocentrus ornatus is zoals de meeste regenboogvissen een alleseter. Niet alleen aanvaardt hij al het voedsel dat men hem aanreikt, hij neemt er ook grote hoeveelheden van. Als we niet goed opletten dat gaan onze regenbogen er uitzien als kogelvissen door hun vraatzucht. Opletten dus voor overvoederen!

Nog een heel andere soort die wij in het Australische continent ontmoeten is de Psuedomugil signifer. Behoort tot de groep van de 'blauwogen'. Deze naam hebben zij gekregen omdat hun ogen een blauwe iriserende kleur hebben. Deze soort is eveneens onder een schooltje te houden en geeft door zijn uitstraling een exotisch tintje aan ons aquarium. Het is een niet zo moeilijk te houden soort die het gezelschap duldt van andere tropische vissen, liefst ook van het Australische continent.

Deze Psuedomugil signifer heeft een groot verspreidingsgebied. Komt voor in heldere en snelstromende wateren. Zij hebben een zeer eigenaardige zwemwijze. Door de speciale plaatsing van hun borstvinnen ten opzichte van hun lichaam lijken ze als vlinders die fladderen tussen de waterplanten. Ze worden ook gevonden in mangrovegebieden, ze kunnen dus uitstekend gedijen in een brakwatermilieu. Het is een klein blijvend visje dat niet groter wordt dan 5 cm. Hun ogen zijn groot ten opzichte van hun vissenlichaam. Het onderscheid tussen beide geslachten is te vergelijken met de hiervoor beschreven Rhadinocentrus ornatus. Zij kunnen zich ook gemakkelijk aanpassen aan wisselende omstandigheden. De temperatuur houden wij tussen de 23 à 28 °C. Het water mag eveneens geen gifstoffen bevatten. Het zijn heel actieve vissen waardoor het aquarium niet te klein mag gekozen worden. Het voedsel dat wij hen aanbieden moet in verhouding staan tot de grootte van hun bek. Afwisselend voeren is de boodschap. Elk voedselcomponent heeft een andere structuur en bevat verschillende vitaminen en mineralen. Zo houden wij onze ‘vlinders’ in een optimale conditie. Artemia, muggenlarven en granulaten zijn voorbeelden van voedsel dat wij hen kunnen aanbieden.

Of het nu regenboogvissen zijn van de soort Melanotaenia of de slank blijvende Rhadinocentrus of blauwogen, zij vormen samen een blikvanger in uw aquarium en geven een extra dimensie aan uw leefruimte. Eenmaal uw regenbogen zijn volgroeid behoren ze tot de top drie van alle tropische vissen samen.

 

Aanmelden