Text Size

De oudste aquariumvis ter wereld: de Australische longvis (Neoceratodus forsteri)

 
De oudste aquariumvis ter wereld: de Australische longvis (Neoceratodus forsteri)
Voor de Aquarianen Gent, Baetens Willy

Deze vis, ook nog Queensland Lungfish, Djellah of Ceratodus genoemd, kan men in levende lijve ontmoeten in het Shedd Aquarium in Chicago, Verenigde Staten van Amerika. De Australische longvis behoort tot een zeer oude soort, de Sarcopterygii (vissen met vlezige vinnen). Fossielen van deze groep zijn meer dan 400 miljoen jaar oud.

Geschiedenis:

In het noorden van Nieuw Zuid-Wales (Australië) werden identieke fossielen van de Neoceratodus forsteri aangetroffen, deze leefden ongeveer 100 miljoen jaar geleden (de vroege Krijtperiode). Daardoor zijn deze soort lid van het oudste, nog bestaande gewervelde geslacht. Aanvankelijk werd gedacht dat deze groep vissen directe voorouders van de amfibieën waren. Tegenwoordig wordt erkend dat de longvissen en de amfibieën een gemeenschappelijke voorouder delen. Longvissen zijn vroeg in de geschiedenis van de gewervelde dieren geëvolueerd en openen op die manier nog een klein venster naar een ver verleden. De Australische longvis leeft zeer lang en groeit heel langzaam. Na 2 jaar bereikt hij pas een lengte van 1,20 meter. Maximaal wordt deze vis 1,50 meter. Een exemplaar leeft al langer dan 70 jaar in het Shedd Aquarium in Chicago. De Neoceratodus forsteri kan gemakkelijk herkend worden aan zijn lange, zware lichaam met grote, stevige, overlappende schubben. Hij heeft kleine ogen, stevige borstvinnen en zijn buikvinnen gelijken op zwemvliezen. Zijn kleur gaat van saai bruin tot olijfgroen en sommige hebben onregelmatige vlekken op de rug, voornamelijk naar de staart toe. De buik is normaal witachtig, hoewel sommige jeugdige dieren een zeer opvallende oranje-roze buik kunnen hebben.

Habitat:
Zij komen voor in diepe met waterplanten begroeide plassen met langzaam stromend water. Ze komen zowel voor in helder als in troebel water met beddingen van zand, modder of grind. Ze kunnen in tijden van droogte overleven door om de 30 à  60 minuten te ademen aan de oppervlakte. Als zij aan de oppervlakte hun longen vullen, maken zij daarbij een geluid als een blaasbalg.

Vindplaatsen:
Ze komen voor in de Burnett en Mary River systemen in Queensland. Later werden ze ingevoerd in andere systemen in het zuidoosten van Queensland zoals de Brisbane, Albert, Coomera en Stanley rivieren en het Ennoggera Reservoir. De menselijke tussenkomst door werken aan het Burnett systeem heeft er toe geleid dat er een aanzienlijke vermindering aan beschikbare habitats, maar belangrijker, van broedplaatsen is. Longvissen schuwen van nature het zoeken naar nieuwe paaigronden. Als een plaats welke ze in het verleden als afzetgebied hebben gebruikt ten gevolge van werkzaamheden niet geschikt is om af te leggen, reabsorberen ze de eitjes en de hom en komen ze het volgend jaar terug. Indien de omstandigheden niet verbeterd zijn, zullen ze dit blijven doen, jaar na jaar, tot ze te oud zijn om zich voort te planten.

Kweekgedrag:
Het kuitschieten gebeurt meestal 's nachts in de periode tussen augustus en december, maar bereikt een piek tegen eind oktober. Het paren werd al waargenomen op ongeveer 1 meter van de kant van de rivier waar voldoende waterplanten aanwezig waren en de watertemperatuur schommelde tussen de 20 en 23 à°C. Hun eieren zijn tussen 3 en 6 mm groot en worden vastgehecht aan Hydrilla, Valnisneria e.d. Tijdens de paaitijd worden deze vissen zelden afgeleid.
Volgende gedragingen werden opgemerkt bij het kuitschieten:
Dicht bijeen volgen de vissen elkaar, de beweging van de ene vis beïnvloedt de beweging van de andere. Wanneer ze dichter bij het moment van het kuitschieten komen, kiezen ze ee©n os planten en zwemmen erover en erdoor.
Na een tijdje stoot de tweede, vermoedelijk het mannetje, het vrouwtje en duwt haar in de lucht.
Het mannetje neemt een lang blad van de plant in de muil en schudt ermee heen en weer.
De overdracht van de eieren en de bevruchting werden nooit waargenomen. Het paar duikt gezamenlijk in de vegetatie en verdwijnt even uit het zicht. Het mannetje volgt het vrouwtje zeer dicht en beiden schudden heftig met de staart. Dit proces kan tot een uur duren waarna het paar zich verwijderd.
Mocht er een derde longvis het kuitschieten komen verstoren, wordt deze door de parende vissen agressief verwijderd.

In tegenstelling tot andere longvissen vertonen de Neoceratodus forsteri geen broedzorg. Longviseieren hangen vast aan de onderwaterplanten met een soort gelei gelijkaardig aan kikkerdril. De verdere ontwikkeling van de eieren en de embryo's is vergelijkbaar met die van amfibieën. De larven komen na ongeveer 21 dagen uit. Bij lagere temperaturen, vertraagt dit proces en, kan dit oplopen tot maximaal 43 dagen. Pas uitgekomen larven keren vaak tot een 10-tal dagen terug naar hun schelp. De larven absorberen traag hun dooierzak en beginnen zich pas met andere zaken te voeden na 41 tot 56 dagen. Gedurende deze periode zijn de larven (die dan heel tenger zijn) slechte zwemmers en verblijven lange periodes, liggend op hun zij, op de bodem. Wanneer ze zich beginnen voeden, worden de larven actiever en liggen dan meer op hun buik dan op hun zij. Het natuurlijke voedsel voor de larven is onbekend. In gevangenschap eten ze pekelkreeftjes, daphnia, tubifex en ander klein voedsel. Er gebeuren bij het opgroeien tijdens de eerste maanden van hun leven geen dramatische verandering in hun uiterlijk. De jonge vissen beginnen rond hun 6de levensmaand op hun ouders te gelijken. Ze beginnen lucht te ademen wanneer ze 25 mm groot zijn. Deze dieren zijn volledig beschermd en er mag niet op gevist worden.

Dieet:
Ze eten meestal vlees zoals kikkers, padden, kleine vissen, zoetwatergarnalen, slakken en regenwormen, maar het is ook al waargenomen dat ze plantaardig materiaal eten.

In het aquarium:
Deze dieren zijn niet echt geschikt voor normale aquaria. Alleen commerciële kwekers welke een licentie hebben, kweken deze dieren voor verkoop (zie www.lungfishbreeders.com). Alle commercieel gekweekte exemplaren worden van een microchip voorzien en geregistreerd (CITES). Het hangt van de lokale autoriteiten af of men een vergunning krijgt om deze dieren te houden of niet. Toch worden deze dieren in speciale aquaria gehouden. Echter, door hun hoge levensverwachting en lichaamslengte moet men bereid zijn er heel lang, goed voor te zorgen.


Shedd Aquarium Chicago, Verenigde Staten van Amerika:
Sinds 1933 verblijft de longvis, Grootvader (Granddad) genoemd, in het Shedd Aquarium. Hij was al een volwassen exemplaar toen hij daar ter gelegenheid van de tentoonstelling Eeuw van Nationale Vooruitgang aankwam. Hij is vandaag minstens 80 jaar oud, vermoedelijk is hij veel ouder. Hij is niet alleen de oudste resident in het aquarium, hij is ook de langst overlevende vis in een aquarium ter wereld. Met zijn 122 cm lengte en een gewicht van 11,5 kg laat hij rustig alle heisa rond zijn leeftijd aan zich voorbij gaan. Met uitzondering van het happen van lucht verblijft hij meestal in een hoekje van zijn biotoop en lijkt wel een omgevallen boomstronk. Inderdaad, naast kieuwen hebben Australische longvissen ook nog primitieve longen welke hun in staat stellen gedurende periodes van droogte of relatief zuurstoftekort door hun muil te ademen. Grootvader komt ongeveer om de 25 minuten aan de oppervlakte om te ademen. Lang vergeten documenten van de wereldreis over land en oceanen werden onlangs teruggevonden in een oude opslagruimte. In een poging om 10 miljoen bezoekers te lokken, wou Walter Chute, de toenmalige directeur, tijdens de tentoonstelling een bonte verzameling van zeldzame, exotische vissen exposeren. Toen hij vernam dat het stoomschip welke overal zijn vissen ophaalde ook naar Australiê voer, verzond hij onmiddellijk een bericht naar de directeur van het Australië Aquarium in Sidney. De brief kwam slechts enkele dagen voor het eigenlijke stoomschip aan. Chute's wens werd voldaan en Grootvader werd toegevoegd aan de collectie. Aangekomen in de Verenigde Staten, vervoerde de Nautilus, de spoorwegwagon van het Shedd Aquarium, de 30 containers met exotische vissen van de haven van Los Angeles naar Chicago. Grootvader en zijn vriend (welke in 1980 overleed) waren de eersten van hun soort die in Amerika tentoongesteld werden. Deze twee zagen tijdens de tentoonstelling (welke 2 jaar duurde) ongeveer 4,5 miljoen bezoekers aan hen voorbij gaan. Vandaag is het leven van Grootvader nog niet voorbij. Er verblijven momenteel in het kader van een kweekprogramma voor het behoud van hun soort 4 andere longvissen bij Grootvader. Ondanks vele inspanningen op het vlak van temperatuur, pH en andere middelen om ze aan te zetten tot kuitschieten, hebben deze dieren nog niet afgezet. Deze lang levende vissen zijn ook in het wild ook niet meer zo vruchtbaar. Maar wie weet, misschien mogen wij ooit nog Vader zeggen tegen Grootvader¢.

Bronnen: www.sheddaquarium.org/granddad.html & www.nativefish.asn.au

Aanmelden