Text Size

Cyprichromis leptosoma 'Mpulungu'

Cyprichromis leptosoma 'Mpulungu'
door Jan Mannekens, clubblad december 2000.

In het Tanganyikameer treft men een grote verscheidenheid aan Cyprichromissen aan. Van kleurrijk tot spetterend van kleur, keuze zat. Hier zou ik het willen hebben over één van de eerste Cyprichromissen die in de liefhebberij verspreid werd. Het gaat hier om Cyprichromis leptosoma "Mpulungu", één van de kleinste en minst agressieve soorten. Zelf heb ik 5 jaar mogen genieten van deze interessante cichliden in mijn Tanganjika-aquarium.

Cyprichromis_leptosoma_Mpulungu.jpg

C. leptosoma "Mpulungu" wordt maximaal 10 cm lang en heeft een lang en gerekt lichaam. Het is een echte zwemmer die in grote scholen in het open water van het meer leeft. Vrouwtjes zijn eerder kleurloos, terwijl mannelijke exemplaren in 2 kleurvormen voorkomen.

Enerzijds zijn er mannen met een blauwe staart en er zijn ook mannen met een knalgele staart. Deze laatste komt men tegenwoordig het meest tegen. De blauwstaarten zien we nog weinig.

Waarschijnlijk heeft men in de hobby het blauw een beetje weg geselecteerd omdat de geelstaarten natuurlijk iets meer opvallen. Jammer! Mannen hebben boven op de kop een fluoblauwe vlek en ook de rug- en aarsvin kleurt blauw. Wanneer een blauwstaartman voor nakomelingen zorgt dan kunnen de mannelijke nakomelingen ook een gele staart hebben, dus een blauwstaartman is geen garantie op blauwstaart nakomelingen. Analoog verhaal met de geelstaartmannen.

Het zijn blijkbaar de kleurloze vrouwen die bepalend zijn voor de kleur van de staart van de mannen.Het gaat hier over een muilbroeder die in open water afzet en dat betekent dat er geen substraat gebruikt wordt om af te zetten. Wetenschappers beschouwen deze vorm van afzetten als de verst geëvolueerde vorm van voortplanting bij de cichliden. Het wijfje dat eerst enige tijd wordt aangebaltst door de mannetjes, plaatst zich, als ze er klaar voor is, vertikaal in het aquarium met de kop naar beneden. Nu legt ze een eitje (zeg maar ei, want ze zijn spectaculair groot, zo'n 3 mm!) dat naar beneden valt. Van zodra ze het eitje in het vizier krijgt hapt ze het op en nu komt de man, die eerst boven haar positie had ingenomen, naar haar toe en met trillende buikvinnen lost hij zijn homvocht vlak bij de kop van het wijfje dat happend naar de borstvinnen het sperma binnen neemt en alzo het eitje bevrucht. Deze cyclus herhaalt zich ei na ei. Een spectaculaire aanblik en de eerste keer dat ik het meemaakte kreeg ik echt een "waaaaaw" gevoel. Meestal was het bij mij zo dat als er een wijfje met eieren in de bek zat, alle wijfjes met eieren in de bek zaten. Zo worden deze vissen in de natuur ook dikwijls geportretteerd; een grote groep vrouwtjes allen met jongen in de bek met wat mannetjes erbij.

Na ongeveer 20 dagen worden maximum 15 jongen gelost en eenmaal gelost, worden ze niet meer terug in de bek genomen. Bij het broeden zakt de keel van het vrouwtje uit naarmate de jongen groeien en voor ze gelost worden zie je de jongen echt zitten. Het lossen van de jongen is ook knap. Het was bij mij nooit zo dat alle jongen in 1 keer gelost werden. Steeds werd jong na jong uitgespuwd en telkens zo'n jong uit de bek vliegt lijkt het wel als een torpedo. Pas wanneer de torpedo (het jong) tot stilstand komt realiseert het zich dat het ook vinnen heeft en klapt het deze uit en begint te zwemmen, zwemmen en nog eens zwemmen. Bij het lossen zijn de jongen al ruim 1 cm groot, en ze nemen direct artemia tot zich.

In het begin zonderde ik muilbroedende vrouwtjes af in een apart aquarium, maar toen ik merkte dat ze daardoor nogal onder stress kwamen te staan, ben ik van die methode afgestapt. De beste methode om deze dieren te kweken is volgens mij ze te houden in het gezelschap van andere vissen die geen belang stellen in de jongen. Zo heb ik ze jaren perfect gecombineerd met Eretmodus cyanostictus.

Zoals al vermeld zijn de dieren niet zo agressief als vele andere Cyprichromis soorten. Ik hield zonder problemen 2 mannen en 5 vrouwen in een aquarium van 1 meter lengte.

Tegenwoordig heb ik de indruk dat de Cyprichromissen een beetje op de terugweg zijn. Twee jaar geleden kwam de ene na de andere nieuwe variant op de markt, waarbij de kleuren duizelingwekkend, spectaculair waren en iedereen op de Cyprichromis-kar sprong. Vele van die soorten bleken echter heel agressief te zijn en zodoende moeilijk te houden. Jammer genoeg is met deze achteruitgang in populariteit ook de populariteit van de "Mpulungu" achteruit gegaan; eerst in de verdrukking door de nieuwe soorten en nu misschien gewoon in de vergetelheid geraakt.

Wie deze vissen in levende lijve wil aanschouwen moet eens in het clubaquarium kijken dat in ons lokaal staat. Een gemakkelijke vis die een plaatsje in ons aquarium verdient!

Aanmelden