Text Size

Het Victoriameer

Het Victoriameer

door Romain Van Lysebettens, clubblad jan, feb, maart '95.

Deel 1

De (her) ontdekking van de "Zwarte Parel":

Een paar nieuwe "Victorianen" bekloegen er zich onlangs over dat, qua informatie, ze bij de minst bedeelden terecht waren gekomen en ongelijk kon ik ze niet geven. Maar ik was tevreden een paar soortgenoten in onze club te hebben ontmoet! Daarom kroop ik maar eens achter mijne computer om wat informatie en eigen opgedane ondervindingen aan ons tijdschrift toe te vertrouwen in de goede hoop iemand tevreden te stellen.

In 's werelds mooiste continent Afrika (voor mij toch!) liggen zeer vele meren en meertjes verspreid, het ene al groter en dieper dan het andere, maar bijna allen hebben ze een bijzondere fauna en flora. We kennen reeds het Malawimeer met zijn bont gekleurde Mbuna's en Utaka's, dan nog gezwegen van zijn Keizerbaarzen...Het Tanganyikameer, met zijn cichliden en hun verschillende fascinerende broedgedragingen. Maar, minder bekend, toch ook behorend tot de grootste meren van Oost-Afrika: het Victoriameer. Het is mijn bedoeling in een paar artikels, U, nader kennis te laten maken met een enorme binnenzee, die te lang weggezonken lag in het zwarte onbekende, en zeker na 20 jaar totale stilte voor de aquaristiek, terug in de actualiteit komt.

Nuttige wetenswaardigheden

Aardrijkskundig bekeken: Het is het jongste van de drie, en het wordt door de landen Kenya, Tanzania en Uganda ingesloten. De oppervlakte bedraagt 75.000 km², ter vergelijking, België is slechts 30.000 km²! In tegenstelling met de beide andere meren is het zeer vlak en behoort niet tot de Slenkmeren dewelke met hun rif-valleien bij de diepste ter wereld ingedeeld zijn. Als mijn informatie juist is, zou het diepste punt in het meer maar (!) 90 meter zijn, het Tanganyikameer is 1470 meter, en het Malawimeer 704 meter diep, het verschil is dus groot te noemen.

Watersamenstelling: In de loop der jaren werd in het meer een gemiddelde jaartemperatuur gemeten van 24,5 °C. Wat de chemische eigenschappen betreft kan ik U het volgende mededelen: DH 2 à  8°, pH 7,8 tot 8,5 en Microsiemens 90 tot 145.

De verschillende zones: Het heeft evenals de beide andere meren een verscheidenheid aan kreken en baaien waarin uitgestrekte velden papyrus en waterlelies in voorkomen. Zandvlaktes, overgangzones en rotsbiotopen, worden eveneens bevolkt door dierlijk leven.

Een zwarte schaduwzijde...

Vooraleer we overgaan tot de bewoners, eventjes een donkere bladzijde open slaan in het nog "jonge" bestaan (750.000 jaar voor Christus) van deze watermassa. Een 30-tal jaren terug (1960), dacht de mens er goed aan te doen om de 2 meter groot wordende en dan volwassen zijnde 150 kg wegende Lates niloticus (Grote Nijlbaars) erin uit te zetten, om zodoende de plaatselijke vissersbevolking te voorzien in hun dagelijkse voedingsbehoefte. Zijn vlees zou een bron zijn van eiwitten, handel enz...

Vanaf zijn invoering verspreidt deze, voor zijn voedsel uitsluitend op andere vissen aangewezen piscivoor (viseter), zich over bijna het ganse meer! In het begin van de tachtiger jaren komen pas de eerste alarmerende berichten binnen over een ecologische ramp... De gebeurtenissen eventjes samengevat:

  • Het endemisch visbestand.: Door de grote vraatzucht van deze roofvis (we kunnen het hem niet kwalijk nemen!), zullen wellicht de meeste van deze wondermooie cichliden, die veelal nog niet beschreven zijn, verdwenen zijn vooraleer we ze hebben leren kennen...
  • De plaatselijke bevolking en hun omgeving:
  • Langs de kusten van Kenya waren reeds plaatselijke vangstations in wording voor export van bepaalde cichlidesoorten. Door het verdwijnen van deze, vielen de vissers en de duikers van deze, o.a. Haplochromissen, zonder job.
  • De vissers welke zich dan de sterke toch duurdere netten konden aanschaffen om deze rover te vangen om den brode, veroorzaakten dan het volgende: de Nijlbaars is een vette vis en kan niet in de zon gedroogd worden, hij moet gerookt worden, gevolg: aanvoer van hout wat ontbossing en verzanding met zich meebracht.
  • De plaatselijke bevolking stelde de smaak van de Nijlbaars niet zo erg op prijs zodat het doel niet bereikt werd.

U begrijpt, een hele hoop met nevenverschijnsels. Er zouden oplossingen in de maak zijn, toch vraag ik mij af: "Wanneer zal het mensDOM beseffen dat zijn denk- en handelswijze i.v.m. het dierenRIJK, meer schade dan goed veroorzaakt! Geldt het niet voor ELK natuurlijk milieu, dat, indien men er een vreemd object in onderbrengt, veelal het biotoop met uitsterven bedreigd wordt? De vreemde, hier Lates niloticus, vreet niet enkel ontelbare endemische soorten op, maar laat ons hopen, indien er nog maar weinig over is, ook zichzelf...Hopelijk is het dan nog niet te laat, en herstelt de natuur deze menselijke flater!

Deel 2

Twee soorten groepen cichliden uit het meer

We mogen hier terecht schrijven dat momenteel de meest gekende cichlidensoorten tot de Haplochromini en Tilapini stammen behoren.

Tilapini

Als we beginnen met de "Tilapia"-soorten zijn we snel rond...twee, namelijk Sarotherodon esculentum en S. variabilis. Evenveel of in het Tanganjikameer, maar een stuk minder dan in het Malawimeer, hetwelk de spits afbijt met 5 soorten. De herkomst en de betekenis van Tilapia is vrij onduidelijk maar zou ontleend zijn aan een inheemse naam. Het geslacht zelf is zeer soortenrijk en komt bijna over geheel Afrika voor. Verschillende van hen worden zelfs hier aangeboden als consumptievis.

Wat betreft hun kleuren kunnen we schrijven dat ze meestal buiten de paringstijd vrij eenvoudig te noemen zijn; zilvergrijs overheerst, met geelgrijze tinten, veelal onderbroken door een donkere vlekkentekening of enkele dwarsbanden. Vooral dit laatste treed nogal eens op bij opgewonden dieren.

In broedstemming worden de kleuren meer geaccentueerd, en iriserende kleuren komen dan meer tot hun recht.

Er komen voor zover ik weet binnenin het geslacht diverse soorten broedzorg voor o.a. substraatbroeders (tot 1.OOO eieren) en muilbroeders (max.250 jongen).

De Tilapia's stellen wat verzorging betreft weinig eisen, er zijn bepaalde soorten zelfs die temperaturen van 15 - 17 °C gedurende langere tijd kunnen verdragen! Het probleem om ze in goede conditie te houden ligt echter bij... de ruimte en de voeding. Exemplaren in volwassen toestand van 40 cm zijn geen rariteit te noemen, en bij deze grootte is het dan ook evident , dat zulke reuzen niet meer tevreden zijn met een lepeltje watervlooien. Wanneer ze dan nog beginnen "legkuilen" te graven dan is er geen enkele waterplant nog veilig, gezwegen over de rotspartijen dewelke ze door hun graaf- en stoeipartijen kunnen doen instorten. Een bak met Tilapia's kan volgens mijn ervaring met T.mariae nooit een pronkstuk worden om onder te brengen in een leefruimte. Het moet voor ons liefhebbers een soort studie of waarnemingsobject zijn, ondergebracht in een viskot bijvoorbeeld.

Het is hier zeker niet de bedoeling om dit omvangrijk geslacht uit de aquaristiek te weren, bijlange niet, ik tracht U met deze informatie in de goeie richting te sturen... een verantwoorde aankoop, en niet: "Oh, ze zijn zo lief,mijnheer!". Want daarmee doet U niemand een plezier...of toch ..de verkoper, die is een paar van zijn 500 jongen kwijt!!!

Ik heb hier niet specifiek de beide Tilapiasoorten besproken, omdat ik ze niet gehouden heb en de informatie er over zeer schaars is, een zou zelfs overleven door het eten van bodemafval. Ik heb getracht er U een beknopt overzicht van te geven.

Haplochromini

De meest voorkomende soort cichliden in het Victoriameer behoren tot de Haplochromiden. Men spreekt dat er ongeveer 120 soorten gekend zijn, dit staat echter nog niet vast, het zouden er wel eens veel meer kunnen geweest zijn, voor 1960!!!

Drie kenmerken zijn me nu reeds duidelijk geworden :

  • De Haplochromissoorten vertonen verbazend weinig verschillen in lichaamsvorm.
  • Op gebied van kleurenvariatie zou ik durven beweren dat ze de cichliden overtreffen van beide andere meren...
  • Er behoren nogal wat voedselspecialisten bij, en we zouden ze kunnen indelen als volgt:
  1. Insekteneters: eten allerhande insekten, maar vooral de larven van de eendagsvlieg. Ze kunnen een lengte bereiken van 9 à  15 cm.
  2. Planteneters: deze worden nogmaals onderverdeeld in:
    * soorten die leven van organismen die op hun beurt leven op bladeren en stengels van waterplanten (periphyten genoemd).
    * De tweede soort leeft van delen van hogere planten (macrophyten genoemd).
    * De laatste soort zouden Phytoplanktoneters zijn.
  3. Schubbeneters: zij voeden zich hoofdzakelijk met schubfragmenten van hun slachtoffers waarbij blijkt dat delen van de slijmhuid eveneens worden verorberd.
  4. Viseters: het grootste gedeelte behoort thuis in deze categorie. Ze worden tussen de 12 en 15 cm groot.
  5. Slakkeneters: hun gebit is speciaal gebouwd om deze vissen in staat te stellen de schelpen te kraken om daaruit hun voedsel te halen.
  6. Pedophagen: een speciale groep roofvissen welke zich voeden met de eieren en de larven van andere cichliden. Het blijkt dat ze er niet voor achteruit gaan, om uit een bek van een broedend wijfje de jongen te roven.
  7. Dan komen er nog soorten voor die "poetsend" andere cichliden ontdoen van huidparasieten, zoals bloedzuigers en visluizen.
  8. De laatste leven van de bodemdieren, zoals schaaldierachtigen onder de vorm van kreeftachtigen.

Je ziet, een aanbod van verschillende voedings- en, daaraan gekoppeld, leefgewoonten! Ik ben er van bewust dat naar alle waarschijnlijkheid niet alle groepen opgenoemd zijn, maar het is toch al een begin.

Deel 3

Een blik op de Haplochromiden uit het Victoriameer.

Bij de aanvang van het derde en laatste deel van deze reeks, zou ik toch graag nog een paar opmerkingen willen noteren, vooraleer over te gaan tot het bespreken van enkele Haplochromiden.

  • HAPLOCHROMIS betekend: haplos = eenvoudig, chromis = vissengroep die zijn naam ontleent aan chroma = kleur. Dus vissen die eenvoudig gekleurd zijn.
  • In deel 2 heb ik duidelijk laten verstaan dat we hier in dat plaske, meer nog dan in het Malawi- en Tanganyikameer, te maken hebben met VOESELSPECIALISTEN! En dat mogen we zeker niet uit het oog verliezen wanneer we met deze soorten willen beginnen.
  • Verschillende van de hieronder vernoemde vissen komen niet alleen voor in het meer maar ook in de daarin uitmondende rivieren.
  • De lichaamsbouw bij deze vissen ligt qua structuur nogal dicht bij elkaar.
  • Let op bij de aankoop van "wildvang" dieren! Wat ze ook mogen vertellen, plaats ze eerst in quarantaine, en behandel ze, want mijn eerste populatie Victoria's gingen er bijna allemaal aan, doordat ik onvoorzichtig en te goedgelovig was!

Dit allemaal ter inleiding! De vissen nu:

1.) Haplochromis nigricans

De mannelijke dieren hebben een overwegend blauwachtig-grijze lichaamskleur, waarbij een achttal zwarte vertikale dwarsbanden duidelijk waarneembaar zijn. De rugvin heeft een lichtblauwe schijn en is rood afgezoomd. De staart- en aarsvin zijn rood. De buikvinnen zwart en met rood afgezoomd. De vrouwelijke exemplaren bestempelen we als zilverachtige vissen met lichtgele borst- en aarsvin.

De mannetjes worden ongeveer een 15-tal cm groot en zijn wijd verspreid over het meer. Het zijn algenschrapers, dus groenvoermag zeker niet ontbreken op hun dagelijks menu. Ze leven nogal graag in de omgeving van rotskusten.Er blijken volgens het 4de Cichliden- jaarboek nogal wat kleurvarianten te bestaan naargelang hun vangplaatsen. Deze welke ik bezit zou de Mwanza-variant moeten zijn.

H_nigricans.jpg

2) Haplochromis obliquidens

Deze Haplochromis is reeds lang in de hobby bekend en er is mee gekweekt en gekweekt... zodanig dat, indien U ze in de winkel ziet zitten, er gewoonweg niet meer naar omgekeken wordt, zo kleurloos zijn ze geworden.
Nochtans het koppelke dat ik op de kop heb kunnen tikken, de tweede nakweek van wildvang, is heel wat anders,... prachtig. Het groene kleurpatroon met koperkleurige rug is overweldigend. De vissen hebben, zoals typisch is voor vele Haplochromissoorten uit het meer, een betrekkelijk hoog lichaam dat zijdelings iets samengedrukt is.

Haplochromis_obliquidens.JPG

De mannetjes worden ongeveer 12 cm groot terwijl de wijfjes kleiner blijven. De vrouwtjes zijn muilbroedend, en dragen alleen zorg voor het groot brengen van de jongen. Draagtijd: 18 -20 dagen.
In de natuur voeden ze zich met kiezelalgen, die ze afschrapen van plantenbladeren en stengels, ze durven zich ook vergrijpen aan de planten in het aquarium.

 

3) Astatotilapia brownae

Toen ik ze voor het eerst zag was ik er op slag weg van! Ze zaten in een groot aquarium, volop tussen de Mbuna's, en wonder boven wonder ze vielen geweldig op en dat niet alleen door hun prachtige kleuren maar vooral door hun temperament!!! Malawiliefhebbers zullen dit moeilijk kunnen geloven maar ze speelden er werkelijk de hoofdrol, en DAT is toch veel gezegd!
Hun grijs- blauwachtige kop valt onmiddellijk op, vervolgens hun geelgroenachtig lijf waarin een 7-tal zwarte vertikale strepen als ondertoon dienen.

Astatotilapia_brownae_.JPG

Als ze echt op kleur zitten verschijnt er een oranje tot roodachtige vlek net achter het kieuwdeksel. In het einde van de staartvin vinden we dezelfde kleuren terug. De buikvinnen zijn zwart wat we nogal veel zien bij Victoriacichliden. We vinden ze in de brandingen van de zandstranden, waar ze jacht maken op insektelarven.

 

4) Haplochromis sp. Flameback of Nyereri

Een vis waaraan waarschijnlijk twee verschillende namen worden gegeven. Toch is het deze waar rond het feitelijk allemaal terug is begonnen. Deze "wonderboy" kwam, zag en overwon vele Victorialiefhebbers hun hart, hij behoort werkelijk tot de mooist gekleurde bewoners. Op broedkleur is hij onovertroffen: vanaf het voorhoofd, de gehele rug, tot in de staartwortel loopt een bruinrode kleur, welke bij het baltsen zeer intensief kan kleuren.

Haplochromis_nyererei.JPG

De flanken en de buikpartij zijn zachtjes blauw en groen. De borst- en buikvinnen zijn zwart.
Volgens de literatuur zou het hier gaan om een fytoplanktoneter, die het open water bewoont.
Het zijn naar mijn ondervinding, zachtaardige dieren die zich nogal snel laten domineren, en daardoor weinig van hun pracht laten zien. Best te houden in niet te kleine aquaria, goed verlicht, donkere bodem en achterwand.
Let op voor te hoge NITRIETconcentraties, ze zijn er gevoelig voor!

 

5) Haplochromis sauvagei

Ze werden me te koop aangeboden als Haplochromis sp. Rock kribensis, later bij het uitgroeien van de drie (mannelijke) exemplaren kreeg ik hieromtrent sterke twijfels. Vooral daar het geel, hetwelk zeer duidelijk overheerst bij H. sp. Rock kribensis, bijna volledig vervaagde bij mijn vissen. Tevens ontbrak de tweede zwarte lengtestreep in de rug. Na veel speurwerk ben ik nu bijna zeker dat ik te doen heb met H. sauvagei, meer bepaald de Keniaanse variant. Het blijken slakkeneters te zijn die leven in ondiepe wateren van modderige baaien, waarin ze tijdens de voortplanting afzetkuilen zouden graven.

6) Astatotilapia nubila (vroeger nubilus)

Een veel voorkomende, fluweelzwarte vis met in de rugvin een sterk waarneembare rode zoom. Deze rode kleur zien we ook zeer duidelijk in de staart- en aarsvin, wat hun zeer aantrekkelijk maakt, ware het niet dat deze "Black boy's" zulke grote 'ambetanterikken' waren zou ik ze aanbevelen in elke Victoriapopulatie, maar...

Astatotilapia_nubila.JPG

Zij domineren snel het geheel aan aquariumbewonners en zwemmen voortdurend rond met gescheurde vinnen,of, wat nog het ergste is, met ontbrekende schubbendoor de vele uitgelokte schermutselingen waarbij ze ALTIJD wel zullen trachten betrokken te geraken. "Hooligans" van het ergste ras die voor echte ravages kunnen zorgen in jouw vissenbestand! Ze leven eveneens in ondiepe wateren en horen thuis in de groep van insekteneters.

 

7) Haplochromis "Zebra" obliquidens ofwel Ismaëli

Waarschijnlijk weer één en dezelfde vis, maar laat mij toe hierbij de overtreffende trap te gebruiken: mooi - mooier - mooist!!! Zonder meer de parel uit de collectie cichliden uit die Afrikaanse binnenzee.

Haplochromis_ishmaeli.JPG

Zijn kleuren beschrijven?... Moeilijk, maar toch eventjes proberen: de kop, met het welbekende strepenpatroon kan, wanneer hij in goede konditie is, een staalblauwe tot bijna zwarte kleur hebben. In het redelijk hoog gebouwde lichaam overheerst het gele waar hier en daar wat lichtblauw tussen te zien is. Meestal zijn een 5-tal zwarte vertikale banden te zien, waarvan de eerste en de derde soms maar gedeeltelijk verschijnen. De aarsvin is lichtblauw met roze afgezoomd, de staartvin rood en de rugvin lichtblauw met daarin een lichtrood vlekkenpatroon. In de aarsvin vinden we ook nog een paar gele eivlekken.

8) Haplochromis sp. Firebelly of Red-belly

Mijn laatste aanwinst is er eentje die zijn naam meer dan waard is qua kleurenintensiteit! In OPTIMALE omstandigheden is deze meerbewoner bijna rozerood gekleurd. Frontaal op de kop bekeken vallen de fijne, lichtblauw iriserende lippen geweldig op. De rugzijde is donker grijs tot bijna zwart gekleurd. Er loopt vanaf het oog tot bijna in de staart een zwarte horizontale streep.

Haplochromis_sp._Fire.JPG

De rugvin kan heel lichtblauw iriserend recht komen te staan bij de dreighouding. Ik heb het woord "optimale" geheel in het begin groot geschreven, om de eenvoudige reden dat de vis zeer zachtaardig is en zich daardoor zeer snel opzij laat zetten door bijvoorbeeld A. nubila of A. brownae (wie niet, hoor ik iemand zeggen!). Hierbij zie je dan een zilver tot grijsachtig exemplaar rondzwemmen.

 

9) Haplochromis barberea

In het ene boek beschreven als een uitgestorven soort, maar in Datz jaargang '94 terug te vinden met twee duidelijke, recente foto's. Ik noem hem de "Marmelade Cat" uit het Victoriameer, en bij vele Malawiliefhebbers zal nu een vis met een vlekkenpatroon voor de geest komen. Het is inderdaad een gevlekte Haplochromis waarbij het zacht rozerood op het lichaam als ondertoon dient voor het ongestructureerd vlekkenpatroon. In de rugvinzoom is het rood wat harder en in de weke vinstralen verschijnt zelfs af en toe een blauwe schijn. Er kun ook andere kleurpatronen als ondertoon bij deze cichliden te vinden zijn o.a. wit tot licht blauw.Ik heb spijtig genoeg maar één enkel exemplaar overgehouden daar de overige drie een flagellatenaanval niet hebben overleefd!

Ik veronderstel te mogen schrijven dat er binnenkort nog wel hier en daar aan de naamgeving van deze Victoriacichliden zal gesleuteld worden. Ik zelf heb nog zeer vele vragen, er ontbreken nog schakels: o.a. vind ik het moeilijk de respectievelijke wijfjes te onderscheiden. Daarom waarschuw ik iedereen om uiterst voorzichtig te zijn met verschillende exemplaren onder te brengen in één aquarium (hier ga ikzelf in de fout). Ik hou het hier dan voor bekeken, er zullen... beloofd, nog wel een paar artikels verschijnen over de bewoners van dat poelke... alvast nog een goeie raad: ONDERSCHAT ZE NIET, het zijn echte gladiatoren.....

Bronnen:

De cichlide jaarboeken 1, 2, 3 en 4

De zeer gewaardeerde en verzorgde Datz tijdschriften.

Aanmelden