Text Size

Hypselecara coryphaenoides - smaragdcichlide

Hypselecara coryphaenoides
door Erik Lievens, Aquarianen Gent

Cichlasoma temporale, Cichlasoma crassum, Cichlasoma coryphaenoides, Hypselecara coryphaenoides. Wat is het nu? Nooit heb ik zoveel opzoekingswerk moeten verrichten voor het vinden van de juiste benaming van deze vissoort die luistert naar de Nederlandse naam: de smaragdcichlide.

Hypsolocara_coryphaenoides.JPG  

Oorspronkelijk werd hij door Steindachner in 1875 Cichlasoma crassum genoemd, later Cichlasoma temporale, daarna Cichlasoma coryphaenoides, om uiteindelijk in 1986 als Hypselecara coryphaenoides door het leven te gaan.

Volgens dhr. H.J. Mayland was Cichlasoma temporale synoniem met Cichlasoma coryphaenoides en beschouwde hij Cichlasoma hellabruni en Cichlasoma crassum, als aparte zelfstandige soorten.

 

W. Staeck zegt het weer anders: Cichlasoma arnoldi en Cichlasoma coryphaenoides zijn verwant aan de Hypselecara coryphaenoides.

 

Een kat zou er haar jongen bij verliezen.

Volgens een welingelichte bron, is de juiste hedendaagse benaming: Hypselecara coryphaenoides.

Het is een ferm uit de kluiten gewassen cichlide, afkomstig uit Zuid-Amerika meer bepaald Brazilië waar hij het bovenste en middengedeelte van de Amazonestroom bevolkt. Hij heeft een zeer variabele kleurtekening waarbij groen meestal de hoofdkleur vormt; ik schrijf meestal, omdat dit niet bij alle exemplaren het geval is. Behalve de wijnrode zone rond de kop, onderste gedeelte van het lichaam en vinnen, vertoont het grootste deel van de flanken soms leemgele, dan weer olijf- tot zwartgroene tinten, dit volgens het humeur van het ogenblik.

Het is een uitermate vredelievende, terughoudende cichlide, die het best gehouden wordt in een voor hem speciaal ingericht aquarium. Gezien deze reuzebaars tot 30cm en meer groot kan worden, hoort hij thuis in een lang en hoog aquarium. Ik krijg er de kriebels van, als ik dergelijke vissen zie rondzwemmen in een bakske, waarin ze zich nauwelijks kunnen draaien. Het zijn ook schuwe vissen, die bij het minste onraad, wegduiken achter een steen, een wortelstronk of dergelijke meer.
Om deze reden moet ons aquarium ingericht zijn met stenen en houtwortels, die zodanig zijn geplaatst dat de vis er zich volledig kan achter verstoppen. Als decoratief materiaal kunnen ook hardbladerige planten gebruikt worden.

Deze prachtbaarzen bevolken alle waterlagen. In de natuur komen zij regelmatig naar de oppervlakte om een vlieg, een mot of een ander insect te verschalken. Zij houden van iets warmere temperaturen dan doorgaans onze andere vissoorten: 25 tot 28 °C. Een waterhardheid van 20 °GH, wat toelaat dat zij in gewoon leidingwater kunnen gehouden worden bij een pH van 7.

Het geslachtsonderscheid is soms moeilijk te maken. Van oudere dieren is het mannetje iets groter en heeft een vetbult op zijn kop, wat bij het vrouwtje niet het geval is.

De uitgestrekte rugvin van de man, is niet bepalend voor het seksen van deze vissen, gezien de vrouwtjes dit ook hebben. Het zijn substraatbroeders die 2000, en zelfs tot 3000 eieren kunnen leggen. Beide partners waken over het jongbroed. De jonge visjes groeien slechts langzaam op en moeten aangepast voedsel krijgen. Tijdens de baltsperiode kan het ouderpaar zeer agressief uit de hoek komen en zullen zij niemand in hun territorium dulden. Het is ook aangewezen om slechts één paar van deze soort in één aquarium onder te brengen.

Het is een prachtig dier dat zijn Nederlandstalige naam: smaragdcichlide eer aandoet. Het is geen beginnersvis maar iedereen die al eens in contact gekomen is met de aquaristiek, moet bekwaam zijn om deze vis zoals het hoort te houden.

Aanmelden