Text Size

Pristella maxillaris

Pristella maxillaris (Pristella riddlei)
Met dank aan R. Luyckx - Zilverhaai Beringen, clubblad februari '97

Pristella_maxillaris.JPG

Wat de juiste naam van dit visje betreft, is alles vlug uitgelegd. Vroeger werd dit karperzalmpje ingevoerd en verkocht onder de naam Pristella riddlei. Tegenwoordig kom je hem meer en meer tegen onder de naam Pristella maxillaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De P. maxillares wordt maximum zo'n 5 cm groot, en is hoofdzakelijk zilver-grijs van kleur.

Alhoewel dit 4 tot 5 cm kleine visje al jaren in mijn bak verblijft, valt het me wel op dat je hem niet meer in alle aquariumzaken tegenkomt. Dit is waarschijnlijk omdat hij voor velen niet zo'n schoonheid is. Vele anderen van zijn familie zijn dat wel. Ook in de aquariumlectuur vind je hem niet altijd terug.

Zijn rug vertoont een lichtbruine tint, en op zijn schouder vertoont hij een donkere vlek. De kleuren bij de vrouwtjes zijn iets intenser dan hun mannelijke soortgenoten. Wat opvalt is de felrode staartvin, maar vooral de rug- en de aarsvin. De eerste is wit-geel-zwart van kleur, de laatste heeft dezelfde kleuren, maar dan wel in omgekeerde volgorde nl. geel-zwart-wit. Het felgekleurde en op- en neergaande rugvinnetje heeft dan ook een duidelijke functie, namelijk de school bij mekaar houden.

Bij aanschaf mogen we nooit vergeten dat p. maxillaris een uitgesproken scholenvis is. Bijgevolg dienen we steeds een schooltje van minimum 6, maar liefst 8 tot 10 stuks in onze bak te houden.

Wat de watersamenstelling betreft hebben ze geen speciale eisen, zuurtegraad +/- pH 7, hardheid 5-9 °DH en een temperatuur tussen 23-25 graden Celsius voldoen prima. Praktisch alles wat ze voorgeschoteld krijgen wordt verorberd, doch daphnia, cyclops, tubifex en muggenlarven mogen zeker niet op het menu ontbreken.

P. maxillaris is een visje dat vooral in de bovenste waterlagen vertoeft. Verder appreciëren ze wat open zwemruimte en gedempt licht (wat drijfplanten). Als je deze wensen inwilligt, kan je genieten van hun toch wel aparte zwemkunst, soms al glijdend en dan weer pijlsnel gaan ze door het water.

Aangezien ik geen echte kweker ben (wegens tijdgebrek) kan ik alleen maar wat losse informatie geven. Zoals vrijwel bij alle vissen is een verhoogde temperatuur, 25 tot 26 graden Celsius, een eerste vereiste. Als kweekbak volstaat een bakje van 60x30x30 cm, gevuld met een laag niet al te grove kiezelsteentjes en enkele plantjes, liefst niet te groot. Dan komt het er op aan om precies het gepaste koppel bij mekaar te krijgen, want lang niet elk mannetje laat zich verleiden door eender welk vrouwtje of ... omgekeerd! Waar hebben we dit nog ooit gehoord?

In elk geval, succes ermee!

Aanmelden