Text Size

Moenkhousia sanctaefilomenae - roodoogmoenkhausia

Moenkhousia sanctaefilomenae
Door Erik Lievens, Aquarianen Gent

 

Moenkhausia sanctaefilomenae.JPG  Deze vis die zijn natuurlijke habitat vindt in Zuid-Amerika, meer bepaald in Paraguay, Bolivia, het Oosten van Peru en het Westen van Brazilië, behoort tot de familie van de Characidae. In het Nederlands wordt hij ook de roodoogmoenkhausia of ook nog de roodoogdiamantzalm genoemd. Door de aanwezigheid van een vetvin wordt hij ondergebracht bij de zalmsoorten.

Met zijn 7 cm lichaamslengte en zijn robuust uiterlijk, valt hij niet onder de noemer van kleinblijvende vis. Tegenwoordig wordt hij massaal nagekweekt in Azië. Voor het aquarium is het een graag geziene bewoner door zijn vredelievend karakter en zijn eigenschap dat hij weinig eisen stelt aan de inrichting van het aquarium en aan de watersamenstelling. Wel moeten wij ervoor zorgen dat we wat schuilplaatsen voorzien en bescheiden blijven in de aquariumverlichting.

Een donker bodemsubstraat zal ervoor zorgen dat deze vis zich op zijn gemak voelt. De gedeeltelijk omrande, rode oogschelp wordt bij een matige verlichting het meest geaccentueerd. Het is een scholenvis die zich graag ophoudt in de middelste waterlagen tussen langwerpige waterplanten en in groep door het aquarium trekt. Rekening houdend met zijn grootte en het feit dat het een scholenvis is, heeft hij dus een ruim aquarium nodig.

Aan ons leidingwater hoeven wij geen additieven toe te voegen, gezien hij het best gedijt in water met een pH die ligt tussen de 5,5 en 8,5 (een ruime marge dus) en een totale hardheid van 30 °GH. Om het onderscheid te maken tussen een mannetje en een vrouwtje hoeven we slechts naar hun buik te kijken: bij een vrouwtje is deze heel wat molliger dan bij een mannetje. Willen wij met deze vissen kweken, dan moeten wij heel wat secuurder te werk gaan. Voor een geslaagde kweek moeten wij ons water gaan aanzuren en verzachten. Dit kan enerzijds gebeuren door over turf te filteren, anderzijds kunnen wij ons leidingwater mengen met regen- of gedemineraliseerd water. Voor de kweek hebben wij geen grote aquaria nodig. Een bak van 30 cm kan al volstaan.

Vlak voor ze gaan paaien, scheiden we het vrouwtje van het mannetje door ze gedurende 3 weken in aparte aquaria onder te brengen. Gedurende deze periode voederen wij het vrouwtje overmatig. Zodra het vrouwtje klaar is om kuit te schieten (te zien aan haar bolronde buik) breng je haar bij het mannetje. In de kweekbak brengen we dan een beschermrooster aan, waartussen de eieren naar de bodem kunnen zakken. Op deze manier worden de eieren niet opgepeuzeld door de volwassen exemplaren. De jongen komen na 24 uren uit. De larven zijn heel klein en groeien heel traag, wat maakt dat we ze gedurende een lange periode fijn voer moeten geven.

Volwassen roodoogdiamantzalmen eten alles. Een negatieve eigenschap die ze hebben, is dat ze aan uw zachte planten kunnen peuzelen. Dit is op te lossen door bij het inrichten van het aquarium te kiezen voor robuustere aquariumplanten met een stevige bladstructuur.

De Moenkhousia sanctaefilomenae heeft een langwerpige lichaamsvorm, die zijdelings sterk is samengedrukt. Uiterlijk lijkt hij goed op de Moenkhousia oligolepis. Het lichaam van de roodoogdiamantzalm is wel iets hoger, terwijl de schubben duidelijk donkerder zijn en kleiner in aantal.

Ook bevindt er zich voor de zwarte band op de staartwortel een goudgele zone welke duidelijk afgetekend staat ten opzichte van de andere schubbenrijen. Zijn grondkleur is zilverwit tot groen iriserend, terwijl de rug bruin tot groenachtig is. Vanaf de eerste rugvinstralen tot aan de staartwortel heeft hij een duidelijke lengtestreep. De bovenste ooghelft is bloedrood. De vinnen zijn transparant, terwijl de rug- en aarsvin versierd zijn met witte punten.

Het is een heel populaire vissoort die in elk gezelschapsaquarium zou moeten thuishoren.

Aanmelden