Text Size

Hemigrammus erythrozonus - vuurneon

Hemigrammus erythrozonus
Met dank aan Roger - Minor Boom, Clubblad maart 2000

De vuurneon voorstellen is praktisch overbodig, daar dit visje in liefhebberskringen voldoende bekend is.
Voor de enkelingen die met de vuurneon minder vertrouwd zijn, volgt hier een korte beschrijving:

 


Hemigrammus_erythrozonus.JPG

 

Hemigrammus erythrozonus heeft dezelfde lichaamsbouw als de verwante neons. De grondkleur is grauwbruin en vanaf de mondopening tot aan de staartwortel loopt een oranjerode iriserende streep. De vintoppen van staart-, rug- en aarsvin zijn wit tot ijsblauw. Voor de rest zijn de vinnen kleurloos en doorzichtig.

De verzorging is hoegenaamd niet moeilijk. Ze zijn bijzonder sterk en eten om te zeggen alles. Hun voorkeur gaat echter uit naar muggenlarven.

Om ten volle te kunnen genieten van de kleuren van de vuurneon, moeten echter enkele punten in acht genomen worden. Men houdt de vuurneon met een school, d.w.z. 10 tot 15 stuks naargelang het volume van het aquarium. Ook de medebewoners moeten van dezelfde slag zijn. Geen te fel bovenlicht. Drijfplanten stellen ze zeer op prijs. Donkere ondergrond. Temperatuur tot ongeveer 22 graden Celsius. Een regelmatige waterverversing wordt steeds gewaardeerd.

Kweken met dit visje is evenmin moeilijk. Het vrouwtje herkent men aan de omvang van de buik. Deze is merkbaar ronder en gevulder. Het mannetje is slank en kleiner. Verschillende malen heb ik de vuurneon op de volgende wijze gekweekt. Een plastic bakje van 25 cm lang x 18 cm hoog is voldoende. Men vult dit bakje met opgevangen regenwater. (0 - 1 GH, pH 4,8 - 5). Heeft men geen opgevangen regenwater, dan is regenwater uit een put eveneens te gebruiken. Kortom, het water moet zacht en lichtjes zuur zijn (0 tot 2 GH, pH 4,8 tot maximum 6).

Hierna doet men een kleine hoeveelheid gewone turf in het bakje (landbouwturf verpakt in gele plastiekzakken). Deze turf legt men vooraf enkele dagen in het water, zodat hij doortrokken is. De turf wordt niet afgekookt, gespoeld of dergelijk. Om deze turf gemakkelijk naar de bodem te laten zakken, gaat men als volgt te werk. Men neemt een kleine hoeveelheid in de hand en perst deze samen. Met dezelfde druk steekt men de hand onder water. Vervolgens opent men de hand. De grootste hoeveelheid zal onmiddellijk naar beneden zakken. De rest schept men met een netje weg. Vervolgens brengt men in iedere hoek planten aan. Een eikenbladvaren met aan de wortels een steentje of dergelijk vastgemaakt is hiervoor geschikt. Boven het eikenblad een kleine zwemruimte laten. Aan de oppervlakte wordt eveneens eikenblad gelegd. Hiervoor neemt men planten dewelke voorzien zijn van gezonde wortels, die op hun beurt vele kleine haarworteltjes vertonen.

Het bakje wordt vervolgens op een rustige plaats gezet. Het geheel wordt afgeschermd tegen het felle licht. Enkel de voorzijde blijft open. Een dekglas mag niet ontbreken. 's Avonds wordt een willekeurig koppel in het bakje gebracht. De temperatuur houdt men bij 22 tot 23 graden Celsius. 's Anderendaags zal het koppeltje zich min of meer verscholen houden. Af en toe wordt er een verkenning uitgevoerd. De tweede dag komt er reeds beweging in, voornamelijk door het vrouwtje. Deze laatste doet af en toe een uitval naar het mannetje. Dit is een goed teken.

De derde dag 's morgens drijft men langzaam de temperatuur op tot ongeveer 25, 26 tot 27 graden Celsius. Later in de voormiddag kan men vaststellen dat de rollen zijn omgekeerd. Het mannetje blijft in de omgeving van het vrouwtje en tracht haar naar de wortels van het eikenblad te lokken. Tussen deze wortels en ook boven het bosje eikenblad zal de afzetting gebeuren. Eens dat het vrouwtje toegegeven heeft aan de wil van het mannetje is er geen houden meer aan. Als een echte doorzetter, een man waardig, drijft hij het vrouwtje, bijna onafgebroken tussen het eikenblad. Aldaar draaien beide zich tegen elkaar gedrukt vliegensvlug om en strooien een 10-tal eieren in het rond. Een gedeelte van de eieren valt op de turf, enkele blijven aan de wortels of op de bladeren van het eikenblad hangen. Het afleggen duurt ongeveer een uur tot een anderhalf uur. Wanneer het vrouwtje, het mannetje werkelijk van zich afbijt en daarna op zoek gaat naar de eieren, dan is de eiafzetting teneinde. Men schept beide uit, dekt het gehele bakje volledig af en laat dit alles twee dagen ongemoeid. Wanneer men na twee dagen, met een zaklamp in het bakje licht, zal men de kleine vislarfjes die aan de planten hangen, naar beneden zien dwarrelen. Op dat ogenblik verwijdert men een gedeelte van het afdekmateriaal en brengt een lichte uitstroming in het bakje aan. De derde en vierde dag beperkt men zich enkel tot een controle van de temperatuur en de werking van de uitstromer. Ondertussen zet men artemia op.

De vijfde dag zal men merken dat de visjes vrij rondzwemmen, juist boven de turf of tussen het eikenblad. Men geeft dan een hoeveelheid artemia. Als achteraf bemerkt wordt dat de onderkant van de visjes rood gekleurd is, kan met zekerheid gezegd worden dat de artemia genomen wordt.

Het eerste stadium van het vissenleven is voorbij, het tweede gedeelte, namelijk het verder groot brengen, zal eveneens vlot verlopen, als men rekening houdt met de volgende tips:
- Houd het water in het aflegbakje zo zuiver mogelijk.
- Hevel onmiddellijk afgestorven artemia af.
- Neem tezelfdertijd een gedeelte van de turf mee. Terug bijvullen met gewoon leidingwater en regenwater, zodat de hardheid langzaam verhoogt.
- Na anderhalve week overbrengen in een uitzwemmer (ongeveer 50/60 cm lengte) met dezelfde waterkwaliteit. Enkele slakken inbrengen en als het kan de uitstromer verwisselen door een binnenfilter.
- Afwisselend voederen met artemia, gehakte tubifex of ander fijn voedsel (opgepast voor cyclops).
- Bij de vuurneon zijn legsels van 300 tot 400 stuks normaal. Na ongeveer een maand moet men de visjes overbrengen in een ingerichte (planten + turffilter) uitzwemmer van 1,50 tot
2m. lengte. Turf doodt een hoeveelheid bacteriën, waardoor o.a. de vinnen van de vuurneon ongeschonden blijven.
- Geef zo veel mogelijk afwisselend voedsel. Rode en witte muggenlarven worden graag genomen. De groei is snel. Na 7 tot 8 maanden moet de vuurneon een lengte hebben van 4 cm.
- Als men bij dit alles het water van de uitzwemmer om de 3 weken voor de helft vervangt door leidingwater, dan kan er eigenlijk niets mislopen.

Aanmelden