Text Size

Mikrogeophagus altispinosus

Mikrogeophagus altispinosus

Erik Lievens, Aquarianen Gent

Als wij het over dwergcichliden hebben van de groep: Apistogramma's, nu meestal Mikrogeophagus genoemd, hebben wij het over het algemeen over het antennebaarsje: de Mikrogeophagus ramirezi. Om dit eens te doorbreken wil ik via dit artikeltje het eens hebben over een andere soort, namelijk de Mikrogeophagus altispinosus. Deze is in mijn ogen haast even mooi en bezit daarbij de positieve eigenschap dat hij gemakkelijker te houden is. Het is immers algemeen bekend dat het antennebaarsje zeer gevoelig is aan de watersamenstelling.

De Mikrogeophagus altispinosus komt voor in het bekken van de Mamor, gelegen in Bolivia. Hij zwemt er in zowel meertjes als riviertjes. De watersamenstelling van deze wateren is zacht en lichtzuur. Een pH-waarde tussen de 6 en 7 is een goed uitgangspunt voor het optimaal houden van deze vissoort. Wist u dat, in tegenstelling met de Mikrogeophagus ramirezi die van helder zuiver water houdt, de altispinosus zwemt in troebele wateren?
Opgelet! Het is niet omdat hij in troebel water zwemt dat men hem een bad moet geven in ammoniak of water dat veel nitriet bevat. Dat zijn heel verschillende zaken. Kristalhelder water kan immers meer nitriet bevatten dan troebel water. Het water kan hoofdzakelijk troebel zijn door aanwezigheid van zwerfvuil of de aanwezigheid van algen of andere micro-organismen. Dit heeft als gevolg dat deze dwergcichlide meer geschikt is voor ons aquarium dan zijn soortgenoot. Hij gaat ook minder graven en laat onze planten ook met rust (niet altijd). Ook vertoont hij geen agressief gedrag ten opzichte van zijn medebewoners. Enkel tijdens hun kweekperiode, zullen zij hun kroost heftig gaan verdedigen tegen mogelijke indringers.

Kortom, het is een welkome gast die zowel de liefhebber van een "gezelschapsaquarium" als de liefhebber van een specialaquarium, kan boeien. Het zijn visjes die wat ruimte nodig hebben. Het is niet omdat het een dwergcichlide is dat wij ze in een bokaal moeten onderbrengen. Een aquarium van 90 à  120 cm bij 60 cm diep, is voor hen een geschikte levensruimte. Eén koppel van deze Mikrogeophagus altispinosus kan ondergebracht worden in een aquarium van 60 liter, maar dan moeten wij het hier wel bij houden. Er moeten in het aquarium schuilplaatsen voorzien worden en de inrichting moet zodanig zijn dat er territoria kunnen worden gevormd. Een klein bloempotje met een opening is hiervoor zeer geschikt.
Drijfplanten kunnen op hun beurt zorgen voor schaduwrijke plaatsen. Deze dwergcichliden zoeken deze plaatsen graag op en zullen minder gestresseerd zijn dan bij een sterke verlichting en open water.

In een aquarium van 120 cm kunnen wij bijvoorbeeld twee koppels onderbrengen. Op die manier zullen wij paf staan van het imponeergedrag dat de mannetjes kunnen tevoorschijn toveren. Zij staan dan met hun vinnen uitgespreid en in al hun kleurenpracht lijnrecht tegenover elkaar, duidelijk makend dat het ander moet afdruipen. Het geslachtsonderscheid is bij deze soort heel moeilijk te maken. Het is nuttig om 6 à  8 exemplaren bij elkaar te houden. Wij kunnen geluk hebben dat er zich onder deze 8 vissen een natuurlijk paartje heeft gevormd. Het enige onderscheid tussen een mannetje en een vrouwtje dat wij kunnen vaststellen is dat de rugvin van het mannetje iets langer is dan bij het vrouwtje.

De temperatuur van ons water houden wij tussen de 25 en 27 °C. Gezien deze visjes in hun natuurlijke omgeving zwemmen in trage of stilstaande riviertjes en meren, hebben wij geen zware filter nodig. De Mikrogeophagus altispinosus gaan niet vroeger kweken dan als zij volwassen zijn. Eenmaal dat ze de 7 cm hebben bereikt zijn ze bereid om te paren.
Het mannetje gaat zijn wijfje het hof maken door zijn lichaam in alle soorten van bochten te wringen, zijn vinnen uit te strekken en tezelfdertijd zijn schoonste kleuren te laten zien. Een prachtig schouwspel! Als het vrouwtje op dit liefdesspel ingaat, zal het mannetje enkele kuiltjes gaan graven en een steen oppoetsen waar het wijfje haar eieren zal op afleggen.

Het afleggen van de eieren gebeurt ongeveer 7 dagen na de voorbereidingen. Het wijfje legt ongeveer 100 of meer eieren af en blijft bij de eieren. Het mannetje verdedigt de broedzone op een zeer heftige manier. De eieren komen na een drietal dagen uit en worden getransporteerd naar de ondertussen gegraven kuiltjes. De jongen kunnen gevoederd worden met artemia-naupliën of infusie. Het ouderpaar kan in het aquarium een agressief gedrag vertonen zonder daarbij gevaarlijk te zijn. Het echte gevaar komt pas als de jongen wat groter zijn geworden en zich van het nest gaan verwijderen. Ze stellen zich bloot aan de gevaren van predatoren die op de loer liggen. Het is op dat moment beter de jongen over te brengen in een opfokbak van bv. 60 cm. Ook de ouders vormen voor de jongen een gevaar. Zij gaan ze bij het groter worden beschouwen als voedselconcurrenten.

Het ouderpaar blijft doorgaans niet als koppel bijeen. Eenmaal de kroost is grootgebracht gaat het ouderpaar als solitair leven. Pas bij een nieuwe baltsperiode gaan ze zich terug herenigen. Vrienden, geef deze Mikrogeophagus multispinosus ook een kans om uw aquarium te bevolken, u zult versteld staan van hun kleurenpracht!

Aanmelden