Text Size

Apistogramma (sp.Inka) beanchi - deel 2

Apistogramma (sp.Inka) beanchi - deel 2

Van Lysebettens Romain ,Aquarianen Gent

In deel 1 liet ik jullie nader kennismaken met een dwergcichlide die als zoveel van die kleine sloebers qua kleur niet moeten onderdoen voor hun grote broers. Ik had ook beloofd dat wanneer ik er mee kon mee kweken, ik er zeker en vast een verslag over zou schrijven en we zijn zo ver!

Watersamenstelling.
Heel belangrijk!!! Indien je geen zacht-zuur water voorhanden hebt, moet je er niet aan denken.
pH= 6,2
DH= 12 °
KH= 3 °
Temp= 26°C
Ik bereik dergelijk resultaat door regenwater van een pH 7 aan te zuren met elzenproppen. Nooit de elzenproppen aanbrengen IN het aquarium maar in een emmer en hier je bak geleidelijk mee aanzuren.

Kweek.
Het aquarium van 50*24*30 cm is ingericht met heel wat kleine stukjes kienhout waartussen de A. beanchi naar hartenlust kan foerageren.

Tien dagen na het inbrengen van het exemplaar zag ik een toenemende activiteit, soms agressiviteit, van een prachtig op kleur gekomen wijfje (de grootste van de groep). Ze begon een zwaar ingegraven bloempotscherf uit te graven tot wanneer ze een kleine toegang had verkregen. Ik gebruik zeer zelden dergelijke attributen, we komen ze ook niet tegen in de natuur, maar ik had op dat moment niets anders! Ondertussen werden de andere vrouwtjes duchtig weg- en op gejaagd.

De beide mannetjes begonnen naar haar hand te dingen en kwamen fantastisch op kleur. Hun hanenkam (zie fig. 1) stond pal overeind en ze blonken, pronkten en vochten om de aandacht van het ondertussen bolle, kuitrijpe vrouwtje.

Dag 12, was na de tumultrijke voorbije dag vrij rustig! Het vrouwtje was nergens te bespeuren en het grootste mannetje hing als een macho juist boven de scherf of in de onmiddellijke omgeving ervan.

Op dag 15 zag ik haar voor het eerst terug, ze spuwde zand uit haar hol. Ze was bruingeel met halverwege haar lichaam 5 tot 7 zwarte verticale strepen en bij het begin van de staart een zwarte vlek. Soms verliet ze haar hol en joeg ze achter een van de resterende wijfjes, maar ze keerde steeds snel terug naar haar broedplaats. Een scenario dat een viertal dagen bleef duren. Het mannetje liet zich ondertussen niet onbetuigd, het tweede mannetje kreeg slaag dat het niet om aan te zien was. Het dominante dier trok hierbij alle kleurregisters open: blauw, geel, oranje en rood een juweelke om te bewonderen. De rode ring in zijn staartvin, eigen aan de Nyssenigroep, was héél duidelijk afgetekend te zien, bij zijn Rambo-uitspattingen.

Op dag 19, of was het dag 20, juist weet ik het eerlijk gezegd niet meer, kwamen ze plots, onderleiding van een strenge, waakzame maar heel voorzichtige moeder te voorschijn. Zesentwintig speldenkopkes, zoooooo klein ik moest mijnen leesbril op zetten om ze goed te kunnen bewonderen.

De eerste dagen kregen ze infuus (van bananenschil) twee tot drie keer per dag. Sinds gisteren krijgen ze pas uitgekomen Artemia. Tussendoor voed ik ze nog met eiwitrijk stuifvoer. Ik heb de indruk dat ze body krijgen, maar hier en daar valt er wel eentje weg. Nu maar hopen dat ik ze groot krijg en dat is volgens mij geen sinecure!

Nabeschouwingen.
Ik heb wekelijks het verdampte water bijgevuld met regenwater, nooit enorm veel en te plots dit om een shockeffect te vermijden. Zoals jullie hebben gelezen in het begin van mijn verhaal is het kweekaquarium vrij klein, daarom denk ik ook dat er zware gevechten waren tussen de mannetjes enerzijds en de wijfjes anderzijds. Territoriumvorming was hier zeer beperkt.

NB: bij het ter perse gaan van dit artikel zou ik in feite een in memoriam moeten schrijven voor de jongen want ze zijn allemaal verschwunden!

Aanmelden