Text Size

Nematobrycon palmeri, keizertetra

Nematobrycon palmeri, keizertetra

Raeymackers Louis, Aquarianen Gent.
Originele datum van publicatie: mei 1973

 

Nematobrycon_palmeri


Natuurlijk vindgebied.
Columbia, stroomgebied van San Juan. Komt voor in kreken met zwak stromend water.

Aquariummilieu.
De keizertetra houden we best in een ruime bak met goede randbeplanting en een flinke zwemruimte. De vis kleurt het mooist in zacht water, doch kan evengoed op zacht water gehouden worden. Het kleurenonderscheid is niet altijd bepalend, want onder de mannetjes komen zeer fraaie dieren maar ook blekere voor. De watertemperatuur kan schommelen van 24 tot 26 °C. Twee mannen alleen zijn meestal onverdraagzaam. Wij houden de vissen daarom of per man en enkele vrouwen of een schooltje van 3 mannen met vrouwen.

Voedsel.
Eet alle levend voedsel met voorkeur voor muggenlarven en insecten.

Beschrijving.
De langgestrekte flinke vissen bezitten opvallende grote blauwgroene ogen. Een blauwzwarte brede band loopt van aan de muil tot in de staartvin, de zijkanten vertonen bij opvallend licht een blauwgroene gloed. Deze blauwgroene kleur is bij de mannetjes in de paartijd zichtbaar over gans het lichaam, zodanig zelfs dat de zwarte streep nog nauwelijks zichtbaar is. De rug is donker tot bruin en de buik is iets lichter van kleur.

Eigenaardig is de vorm van de staartvin, de buitenste vinstralen zijn uitgegroeid en de middelste, zwart gekleurde vinstraal is uitgegroeid als een fijne stekel, ongeveer zoals wij die kennen bij de Kongozalm. De vinnen kunnen naargelang de stemming van de vissen geel tot oranje gekleurd zijn. Over het algemeen zijn de mannetjes feller gekleurd dan de vrouwtjes, daarbij blijven de vrouwtjes ook kleiner dan de mannetjes, dit verschil in grootte kan zelfs 2 cm bedragen.

Geslachtsonderscheid.
Dit is bij jonge exemplaren te zien omdat de wijfjes beduidend kleiner blijven. Verder zijn de vinnen van de mannen feller van kleur. Tenslotte hebben volwassen mannetjes een verlengde eerste rugvinstraal wat ook geldt voor de onderste, middelste en bovenste staartvinstraal. De verlengde vinstralen onderscheiden overigens Nematobrycon palmeri duidelijk van Nematobrycon amphiloxus (*). Volwassen bereiken de mannen een lengte van ong. 6 cm. Bijzonder mooi uitgegroeide dieren halen soms wel een lengte van 9 cm. Gelukkig worden ze naarmate ze groter worden ook mooier.

Kweek.
De gangbare regel indachtig zijnde voor het kweken van probleemvissen moet men hier zacht water gebruiken. Ik vulde een bakje van 40*24*25 cm met regenwater van ongeveer 4 °DH. Op de bodem plaatste ik uitgekookte turfvezels en enkele bosjes aquavaren. De temperatuur van het water bedroeg 26 °C. Na twee dagen was het water kristalhelder en lichtjes bruin gekleurd.

Het kweekkoppel werd 's avonds in het bakje gezet en '¢s anderendaags in de morgen begon het liefdesspel of paring. De eitjes zijn barnsteenkleurig (geel-, lichtbruin) en hebben weinig of geen kleefkracht. De larven ontluiken bij een temperatuur van 25 °C na 30 à  36 uren en liggen dan op de bodem. Na 5 à  6 dagen is de dooierzak verteerd en gaan ze op zoek naar voedsel. De dag na het uitkomen had ik er al een gedroogd slablad in gelegd en dit voor het aankweken van infusie. Vanaf de 7de à  8ste dag kan men beginnen voederen met pas ontloken Artemia. De visjes die al Artemia eten, vertonen dan ook een rond, roze tot oranje gekleurd buikje. Naarmate de visjes opgroeien, kan men ze dan ook groter voedsel toedienen. Op grote nesten moet men echter niet rekenen. Ikzelf heb nooit nesten gekweekt met meer dan 45 jongen.

Nvdr: (*) Heden worden deze beide vissen beschreven als palmeri

Aanmelden